Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012) 2.1.0

Geonovum Standaard
Vastgestelde versie

Deze versie:
https://docs.geostandaarden.nl/ro/def-st-stri-20231129/
Laatst gepubliceerde versie:
https://docs.geostandaarden.nl/ro/stri/
Laatste werkversie:
https://geonovum.github.io/stri/
Vorige versie:
https://ro-standaarden.geonovum.nl/2012/STRI/2.0/STRI2012-v2.0.pdf
Redacteur:
Monique van Scherpenzeel (Geonovum)
Auteur:
Arie Duindam (Geonovum)
Doe mee:
GitHub geonovum/stri
Dien een melding in
Revisiehistorie
Pull requests

1. Inleiding op de STRI2012

In dit inleidende hoofdstuk is het kader gegeven waarbinnen de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijk Instrumenten gebruikt wordt.

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat planologische visies, plannen, besluiten, verordeningen, algemene maatregelen van bestuur en onderliggende ministeriële regelingen door de bronhouder digitaal vervaardigd en op elektronische wijze beschikbaar gesteld moeten worden. Daarnaast is ook in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een verplichte elektronische beschikbaarstelling opgenomen voor sommige gevallen. Om dit mogelijk te maken zijn de RO Standaarden ontwikkeld. De voorliggende Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012) is één van de standaarden uit dit samenhangende pakket. De Wro instrumenten, Wabo instrumenten waar deze standaard betrekking op heeft, worden hierna ruimtelijke instrumenten genoemd.

Deze standaard is nodig om drie redenen:

2. Onderdelen van de ruimtelijke instrumenten

Ieder ruimtelijk instrument is opgebouwd uit een samenhangende set onderdelen. Ieder onderdeel bestaat uit één of meerdere bronbestanden. In dit hoofdstuk worden eisen gesteld aan de mogelijke samenstelling van onderdelen en bronbestanden.

2.1 Beschikbaar stellen van bronbestanden

Ieder ruimtelijk instrument is opgebouwd uit een samenhangende set bronbestanden. Voor verschillende typen instrumenten is dit een andere set. Als er gebruik wordt gemaakt van objectgerichte planteksten ontstaat een andere set bronbestanden dan wanneer de teksten zonder gebruikmaking van objectgerichte planteksten beschikbaar worden gesteld. De vereiste bronbestanden per instrument zijn gegeven in Tabel 1 en Tabel 2. Deze tabellen zijn limitatief. Een ruimtelijk instrument bestaat alleen uit de genoemde verplichte en optionele bronbestanden.

Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en de verantwoordelijke minister of ministers (hierna aangeduid als bronhouder) stellen de geautoriseerde bronbestanden beschikbaar aan een ieder. Bij iedere beschikbaarstelling wordt gekozen uit één van de volgende twee opties:
Optie 1 : beschikbaar stellen met gebruikmaking van IMROPT2012, zie paragraaf 2.2;
Optie 2 : beschikbaar stellen zonder gebruikmaking van IMROPT2012, zie paragraaf 2.3.

2.2 Beschikbaar stellen met gebruikmaking van objectgerichte planteksten

In deze optie worden er objectgerichte planteksten beschikbaar gesteld conform het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening Planteksten (IMROPT2012). Dit betekent dat in ieder geval de regels, de toelichting en/of het beleids-/besluitdocument beschikbaar worden gesteld in XML formaat. Bijlagen kunnen ofwel in dit zelfde XML formaat beschikbaar worden gesteld, ofwel in separate bronbestanden. Bij gebruikmaking van objectgerichte planteksten is Tabel 1 van toepassing.

Tabel 1 Bronbestanden indien er WEL gebruik wordt gemaakt van objectgerichte planteksten
Onderdeel van het ruimtelijk instrument
Naamconventie (excl. extensie)
Bestandstype
Multipliciteit
IMRO
[idn]
GML
1
Planteksten
pt_[idn]
XML
1
Vaststellingsbesluit
vb_[idn]
HTML, XHTML of PDF
0..1
Bijlage
b_[idn]_[xxx]
HTML, XHTML of PDF
0..*
Illustratie
i_[idn]_[xxx]
JPEG, PNG of PDF
0..*
Geleideformulier
g_[idn]
XML
1

2.3 Beschikbaar stellen zonder gebruikmaking van objectgerichte planteksten

In deze optie worden de planteksten niet objectgericht beschikbaar gesteld. Er wordt derhalve geen gebruik gemaakt van IMROPT2012. Dit betekent dat de plan- of besluitregels beschikbaar worden gesteld in HTML of XHTML formaat en de toelichting en/of het beleids-/besluitdocument in HTML, XHTML of PDF formaat. In dit geval is Tabel 2 van toepassing.

Tabel 2 Bronbestanden indien er GEEN gebruik wordt gemaakt van objectgerichte planteksten
Plan : bestemmingsplan, inpassingsplan, rijksbestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan

Besluit : aanwijzingsbesluit, beheersverordening, amvb, ministeriële regeling, provinciale verordening, reactieve aanwijzing, voorbereidingsbesluit, omgevingsvergunning, exploitatieplan, gerechtelijke uitspraak

Visie : structuurvisie

Onderdeel van het ruimtelijk instrument
Naamconventie (excl. extensie)
Bestandstype
Multipliciteit
Plan
Besluit
Visie
IMRO
[idn]
GML
1
Regels
r_[idn]
HTML of XHTML
1
0..1
0
Beleids-/Besluitdocument
d_[idn]
HTML, XHTML of PDF
0
0..1
1
Toelichting
t_[idn]
HTML, XHTML of PDF
1
0..1
0..1
Vaststellingsbesluit
vb_[idn]
HTML, XHTML of PDF
0..1
Bijlage
b_[idn]_[xxx]
HTML, XHTML of PDF
0..*
Illustratie
i_[idn]_[xxx]
JPEG, PNG of PDF
0..*
Geleideformulier
g_[idn]
XML
1

Verklaring bij Tabel 1 en Tabel 2:

Bestandstype
bestandstype van het onderdeel; voor exacte bestandsformaten zie paragraaf 4.2;
[idn]
identificatienummer van het ruimtelijk instrument, zie paragraaf 4.1;
[xxx]
tekstuele extensie als onderdeel van de bestandsnaam, zie paragraaf 4.2;
Multipliciteit
1
het onderdeel komt altijd precies 1 keer voor en is daarmee dus verplicht;
0..1
het onderdeel komt 0 of 1 keer voor en is dus optioneel;
0..*
het onderdeel komt 0 of meer keer voor en is dus optioneel.

De in Tabel 1 en Tabel 2 gespecificeerde optionele onderdelen kunnen onder voorwaarde verplicht zijn. In het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening Planteksten (IMRO2012) wordt nader aangegeven wanneer dit het geval is.

3. Bestandstype

In dit hoofdstuk is aangegeven welke bestandstypen moeten worden gehanteerd. Tevens worden er in dit hoofdstuk nadere regels gesteld aan het gebruik van HTML en XHTML.

3.1 Bestandsextensies en toegestane formaten

Voor ieder onderdeel worden in Tabel 1 en Tabel 2 eisen gesteld aan de mogelijke bestandstypen. De bestandstypes met toegestane extensies en MIME types worden gegeven in Tabel 3.

Tabel 3 Toegestane extensies en MIME types
Bestandstype
Extensie
MIME type
XML
.xml
text/xml
GML
.gml
text/xml
HTML
.htm, .html
text/html
XHTML
.htm, .html, .xhtml
application/xhtml+xml
PDF
.pdf
application/pdf
JPEG
.jpeg, .jpg
image/jpeg
PNG
.png
image/png

Ten gevolge van extern beleid zijn er voor ieder van de in Tabel 3 genoemde bestandstypes veelal aanvullende specificaties van toepassing met betrekking tot de exact toegestane bestandsformaten. De specificaties zijn niet opgenomen in deze standaard, omdat deze aan wijzigingen onderhevig zijn die een andere dynamiek kunnen hebben dan de voorliggende standaard.

3.2 Gebruik van HTML en XHTML

Een aantal onderdelen van de verschillende ruimtelijke instrumenten kan beschikbaar gesteld worden in HTML of XHTML formaat. Bij het gebruik van deze formaten is een aantal aanvullende regels van kracht:

  1. het invoegen van de illustraties die onderdeel uitmaken van het ruimtelijk instrument is toegestaan. De URL van de illustratie die in het src attribuut van het <img> element wordt gespecificeerd is een relatieve URL zonder directory elementen. Dit is mogelijk omdat alle bestanden in één virtuele directory beschikbaar worden gesteld. Door het specificeren van een relatieve URL voor de <img> elementen blijft het ruimtelijk instrument bruikbaar indien het in zijn geheel in een andere raadpleegomgeving wordt getoond;
  2. het invoegen van illustraties die geen onderdeel uitmaken van het ruimtelijk instrument is niet toegestaan;
  3. gebruik van separate Cascading Style Sheets (CSS bestanden) voor de opmaak van HTML en XHTML bestanden is toegestaan. CSS bestanden maken geen onderdeel uit van het ruimtelijk instrument, maar referenties naar CSS bestanden die bij het tonen van het instrument beoogd zijn door de bronhouder kunnen zowel in <link> elementen alsook in het geleideformulier worden opgenomen (zie Hoofdstuk 5). Omdat CSS bestanden geen formeel onderdeel zijn van het instrument, zijn URL's naar CSS bestanden op andere virtuele directories dan de formele onderdelen toegestaan;
  4. de HTML en XHTML bestanden worden raadpleegbaar op overheidswebsites. Daarom zijn de opmaak en technische randvoorwaarden van deze bestanden veelal gebaseerd op internationaal erkende richtlijnen van het World Wide Web Consortium (W3C) en de richtlijnen van digitale toegankelijkheid.
  5. HTML en XHTML pagina's dienen bruikbaar te blijven wanneer CSS door een webbrowser niet ondersteund wordt. Dit betekent dat er in de pagina geen inhoud verloren mag gaan als de CSS niet wordt toegepast op de pagina.

4. Identificatienummer en bestandsnaam

Ieder ruimtelijk instrument kent een eigen identificatienummer (idn). In dit hoofdstuk is aangegeven hoe de opbouw van dit idn is. Tevens zijn in dit hoofdstuk de eisen voor de bestandsnamen van de bronbestanden vastgelegd, waarvan het idn een belangrijke basis is.

4.1 Identificatienummer

Ieder ruimtelijk instrument kent een eigen identificatienummer (idn). Het idn is beschreven door middel van een reguliere expressie, als volgt:

NL.(IMRO.[0-9]{4}.[A-Za-z0-9]{1,18}-[A-Za-z0-9]{4}

In Tabel 4 worden de onderdelen van deze reguliere expressie nader verklaard.

Tabel 4 Onderdelen van het identificatienummer
Onderdeel reg. exp.
Betekenis
NL\.(IMRO)\.
de namespace NL.IMRO. als vaste tekst.
[0-9]{4}
CBS code van de verantwoordelijke overheid. Altijd 4 cijfers, indien nodig aangevuld met voorloopnullen. Ingeval Rijk “0000”. De CBS-code van de provincie wordt voorafgegaan door 2 voorloopnegens. Ingeval deelgemeente/stadsdeel: CBS-code gemeente.
\.
Een punt .
[A-Za-z0-9]{1,18}
Minimaal 1 en maximaal 18 alfanumerieke tekens, te bepalen door de bronhouder.
-
Een liggend streepje -
[A-Za-z0-9]{4}
Vier alfanumerieke karakters voor de door de bronhouder te bepalen versiecode van het instrument binnen het desbetreffende dossier. De versiecode bestaat uit exact 4 alfanumerieke karakters. De versiecode is uniek voor alle instrumenten die met hetzelfde dossiernummer op een openbare weblocatie beschikbaar gesteld en in het Manifest aangeduid zijn.

Het gedeelte van het identificatienummer tot aan het liggend streepje wordt het dossiernummer genoemd. De reguliere expressie voor het dossiernummer is derhalve als volgt:

NL.(IMRO).[0-9]{4}.[A-Za-z0-9]{1,18}

4.2 Bestandsnaam vereisten

Voor ieder bronbestand worden in Tabel 1 en Tabel 2 eisen gesteld aan de bestandsnaam. De reguliere expressie waarmee de naam van een bestand wordt beschreven, is als volgt:

([a-z]{1,2}_)?NL.(IMRO).[0-9]{4}.[A-Za-z0-9]{1,18}-[A-Za-z0-9]{4}
(_[A-Za-z0-9.]{1,20})?.(html|htm|xhtml|xml|gml|pdf|png|jpg|jpeg)

In Tabel 5 worden de onderdelen van deze reguliere expressie nader verklaard.

Tabel 5 Onderdelen van de bestandsnaam vereisten
Onderdeel
Betekenis
([a-z]{1,2}\_)?
Het type onderdeel als één of twee letters en een underscore _ ; dit onderdeel wordt bij het GML bestand niet toegepast en is daarom optioneel; de beschrijving van de lettercodes wordt nader uitgewerkt bij de bestandsnaamconventies.
NL\.(IMRO)\.[0-9]{4}\.[A-Za-z0-9]{1,18}-[A-Za-z0-9]{4}
idn van het ruimtelijk instrument.
(_[A-Za-z0-9\.]{1,20})?
bij bijlagen en illustraties wordt het identificatienummer gevolgd door een underscore _ en daarna een nadere aanduiding van minimaal 1 en maximaal 20 alfanumerieke tekens en punten, te bepalen door de bronhouder.
\.
Een punt .
(html|htm|xhtml|xml|gml|pdf|png|jpg|jpeg)
De mogelijke bestandsextensies; de exacte relaties tussen onderdelen en bestandsformaten is nader uitgewerkt in paragraaf 2.2 (met IMROPT) en 2.3(zonder IMROPT).

5. Beschikbaar stellen

De bronbestanden van ieder ruimtelijk instrument moeten beschikbaar worden gesteld door de bronhouder. In dit hoofdstuk zijn de eisen voor deze beschikbaarstelling gegeven, inclusief inhoud en opbouw van het Manifest en geleideformulier, dat hier een onderdeel van is.

5.1 Eisen aan de beschikbaarstelling

Ieder ruimtelijk instrument dat is vastgelegd in het Manifest van een bronhouder dient door de bronhouder in zijn geheel beschikbaar te zijn gesteld. Dit betekent dat alle bronbestanden zoals genoemd in Tabel 1 en Tabel 2 beschikbaar zijn via het internet. Deze beschikbaarstelling moet voldoen aan een aantal eisen:

De bronbestanden van ieder beschikbaar gesteld ruimtelijk instrument blijven toegankelijk totdat een instrument onherroepelijk in werking is getreden. Op dat moment blijven in elk geval de actuele versie van het instrument en alle eventuele daarbij behorende reactieve aanwijzingen en gerechtelijke uitspraken beschikbaar. Als een instrument geheel vervallen is, mag het in zijn geheel worden verwijderd van internet.

5.2 Opbouw Manifest

Iedere bronhouder in Nederland stelt een Manifest beschikbaar. Het Manifest is een XML bestand dat een inhoudsopgave vormt van alle elektronisch beschikbare ruimtelijk instrumenten van de desbetreffende bronhouder. In het Manifest zijn de ruimtelijke instrumenten gerangschikt per dossiernummer. Aan ieder dossiernummer in het Manifest wordt een procedurestatus toegekend. De bronhouder houdt deze status per dossiernummer bij iedere wijziging actueel. Het Manifest is gewaarmerkt met een elektronische handtekening.

In aanvulling op het Manifest kent ieder ruimtelijk instrument een verplicht XML Geleideformulier met gedetailleerde informatie over het individueel instrument. Ook het geleideformulier is gewaarmerkt met een elektronische handtekening.

Het Manifest mag op ieder webadres (URL) beschikbaar worden gesteld. Het geleideformulier wordt beschikbaar gesteld binnen dezelfde virtuele directory als het instrument zelf.

Hoewel Manifest en geleideformulier beide een Signature element kennen, heeft dit element bij beide types documenten een andere inhoud en betekenis. In Hoofdstuk 6 wordt hier nader op ingegaan.

Het Manifest is als volgt opgebouwd:

Klasse Manifest
attribuutnaam
m
Toelichting
overheidsCode
1
CBS-code van de beleidsmatig verantwoordelijke overheid. Altijd 4 cijfers, indien nodig aangevuld met voorloopnullen. Ingeval Rijk “0000”. Ingeval provincie: CBS-code provincie met voorafgaand 2 voorloopnegens. In geval deelgemeente/stadsdeel: CBS-code gemeente.
naamOverheid
1
Naam van de voor het Manifest verantwoordelijke overheid.
datum
1
Datum waarop het huidige Manifest is gegenereerd.
dossier
1..*
Het ordenend element waarbinnen alle ruimtelijke instrumenten met een identiek dossiernummer worden geplaatst.
signature
1
het PKI-Overheid waarmerk.

Binnen ieder <Dossier> element worden de volgende gegevens opgenomen:

Klasse Dossier
attribuutnaam
m
Toelichting
id
1
het dossiernummer van het desbetreffende Dossier conform het format zoals gegeven in Hoofdstuk 4 van de STRI2012.
status
1
De actuele procedurestatus van het desbetreffende Dossier. De volgende waarden zijn mogelijk:
  • in voorbereiding
  • vastgesteld
  • geheel in werking
  • deels in werking
  • niet in werking
  • geheel onherroepelijk in werking
  • deels onherroepelijk in werking
  • vervallen
  • geconsolideerd
plan
1..*
informatie over ieder beschikbaar gesteld ruimtelijk instrument binnen het Dossier.

Bij ieder <Plan> element in het Dossier worden de volgende gegevens over het ruimtelijk instrument opgenomen:

Klasse Plan (in Manifest)
attribuutnaam
m
Toelichting
id
1
het idn van het desbetreffende ruimtelijk instrument conform het format zoals gegeven in Hoofdstuk 4 van de STRI2012.
naam
1
De naam van het ruimtelijk instrument. De waarde is gelijk aan de Naam in het IMRO GML bestand.
datum
1
De datum van het ruimtelijk instrument. De Waarde is gelijk aan de Datum in het IMRO GML bestand.
geleideFormulier
1
De URL van het geleideformulier van het ruimtelijk instrument.

De exacte opbouw van het XML Manifest is vastgelegd in een XML Schema dat naast deze standaard beschikbaar is.

5.3 Opbouw Geleideformulier

Het geleideformulier is opgebouwd zoals weergegeven met de tabellen in deze paragraaf.

Klasse Geleideformulier
attribuutnaam
m
Toelichting
overheidsCode
1
CBS-code van de beleidsmatig verantwoordelijke overheid. Altijd 4 cijfers, indien nodig aangevuld met voorloopnullen. Ingeval Rijk “0000”. Ingeval provincie: CBS-code provincie met voorafgaand 2 voorloopnegens. Ingeval deelgemeente/stadsdeel: CBS-code gemeente. De waarde is gelijk aan IMRO:overheidsCode in het IMRO GML bestand van het instrument.
naamOverheid
1
Naam van de verantwoordelijke overheid. De waarde is gelijk aan IMRO:naamOverheid in het IMRO GML bestand van het instrument. In het geval dat de IMRO:naamOverheid in het IMRO GML bestand meer dan eens voorkomt, worden de waardes in dit attribuut achter elkaar gezet, gescheiden door komma’s.
datum
1
Datum waarop het geleideformulier is gegenereerd.
plan
1
Het ordenend element waar binnen de informatie met betrekking tot een individueel ruimtelijk instrument wordt geplaatst.
signature
1
het PKI-Overheid waarmerk.

In het <Plan> element in het Geleideformulier worden de volgende gegevens over het ruimtelijk instrument opgenomen:

Klasse Plan (in GeleideFormulier)
attribuutnaam
m
Toelichting
id
1
Identificatienummer van het instrument. De waarde is gelijk aan IMRO:identificatie in het IMRO GML bestand van het instrument.
eigenschappen
1
root element voor alle eigenschappen van het instrument.
onderdelen
1
root element van alle onderdelen behorende bij het instrument.
supplementen
0..1
root element van de bij het instrument behorende supplementen.

In het <Eigenschappen> element in het Geleideformulier worden de volgende gegevens over het ruimtelijk instrument opgenomen:

Klasse Eigenschappen
attribuutnaam
m
Toelichting
naam
1
De naam van het ruimtelijk instrument. De waarde is gelijk aan de Naam in het IMRO GML bestand.
type
1
Het type instrument. De waarde is gelijk aan IMRO:typePlan in het IMRO GML bestand van het instrument.
status
1
De status van het instrument. De volgende waarden zijn mogelijk:
  • concept
  • voorontwerp
  • ontwerp
  • vastgesteld
  • geconsolideerd

De waarde is gelijk aan de status in het IMRO GML bestand.

datum
1
Dit is de datum waarop de Status in werking is getreden of in werking treedt. De waarde is gelijk aan IMRO:datum in het IMRO GML bestand van het instrument.
versieIMRO
1
Dit geeft de gebruikte versie van IMRO weer die is gebruikt bij het coderen van het instrument. De waarde is gelijk aan IMRO: verwijzingNorm(norm) in het IMRO GML bestand van het instrument.
versiePraktijkRichtlijn
1
Dit geeft de gebruikte Praktijkrichtlijn weer die is gebruikt bij het coderen van het instrument. De waarde is gelijk aan IMRO: verwijzingNorm(norm) in het IMRO GML bestand van het instrument.

In het <Onderdelen> element in het Geleideformulier wordt de volgende informatie over de beschikbaar gestelde bronbestanden opgenomen:

Klasse Onderdelen
attribuutnaam
m
Toelichting
basisUrl
1
In dit attribuut wordt de virtuele directory gespecificeerd van alle onderliggende elementen.
IMRO
1
bestandsnaam van het IMRO GML
planteksten
0..1
bestandsnaam van de XML planteksten
regels
0..1
bestandsnaam van de regels
beleidsBesluitdocument
0..1
bestandsnaam van een beleids/besluitdocument
toelichting
0..1
bestandsnaam van de toelichting
vaststellingsbesluit
0..1
bestandsnaam van het vaststellingsbesluit
bijlage
0..*
bestandsnaam van een bijlage
illustratie
0..*
bestandsnaam van een illustratie
geleideformulier
1
bestandsnaam van het XML geleideformulier

In het <Supplementen> element in het Geleideformulier worden de volgende gegevens over mogelijke supplementen opgenomen:

Klasse Supplementen
attribuutnaam
m
Toelichting
basisURL
0..1
In dit attribuut wordt de virtuele directory gespecificeerd van alle onderliggende elementen.
startPagina
0..1
Referentie naar een internetpagina over het instrument dat door de bronhouder beschikbaar is gesteld als startpunt van de verbeelding er van.
CSS
0..1
Referentie naar een Cascading Style Sheet (CSS) voor de lay-out en presentatie van planteksten. Dit is van toepassing op zowel objectgerichte planteksten die vanuit XML naar HTML zijn getransformeerd, als niet-objectgerichte planregels in HTML of XHTML.

De exacte opbouw van het XML geleideformulier is vastgelegd in een XML Schema dat naast deze standaard beschikbaar is.

5.4 Wijzigen reeds eerder gepubliceerde plannen

Ambtelijk foutherstel in een ruimtelijke plan of besluit door de bronhouder, zonder voorafgaand besluit, is het herstellen van de metadata c.q. de technische kenmerken van het ruimtelijk plan of besluit of het opheffen van inconsistenties in de planvoorraad tussen bronhouder en Ruimtelijkeplannen.nl. Het naderhand door de bronhouder aanpassen van reeds eerder gepubliceerde plannen kan en mag, indien het gaat om:

Bij gebreken aan de inhoud van het plan of besluit zal het bevoegd gezag een nieuw besluit moeten nemen of een nieuwe procedure moeten volgen.

5.5 Aanvullende specificaties

Naast de voorwaarden voor het Manifest en Geleideformulier in voorgaande paragrafen, gelden deze aanvullende specificaties:

Noot

De planstatus onherroepelijk wordt niet gebruikt in ruimtelijke plannen conform IMRO2012. De planstatus onherroepelijk is een planstatus uit het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2008 (IMRO2008).

6. Authenticiteitskenmerken

De op internet beschikbaar gestelde bronbestanden inclusief Manifest en geleideformulier moeten voorzien zijn van een waarmerk waarmee de integriteit, authenticiteit en volledigheid van de bestanden worden gewaarborgd. In dit hoofdstuk worden de normen hiervoor gegeven.

6.1 Waarmerken

In het kader van de beveiliging van de digitale ruimtelijke instrumenten, wordt een aantal concrete maatregelen getroffen:

  1. Waarmerken van een individueel ruimtelijk instrument door middel van een elektronische handtekening, zie paragraaf 6.2;
  2. Waarmerken van het Manifest van een bronhouder door middel van een elektronische handtekening, zie paragraaf 6.3;
  3. Het waarmerken gebeurt met een elektronische handtekening waarbij gebruik gemaakt wordt van certificaten van PKI-Overheid;
  4. De integriteit, authenticiteit en volledigheid van een individueel ruimtelijk instrument moet door de afnemers in de digitale verbeelding van dit instrument vastgesteld kunnen worden.

Bij het waarmerken wordt als technische standaard de W3C XML-Signature Syntax and Processing (xmldsig) standaard toegepast, met gebruikmaking van PKI-Overheid certificaten. Vanwege operationele veiligheidsaspecten is een aantal normatieve aanvullende restricties van toepassing, die door de landelijke voorziening Ruimtelijkeplannen.nl worden gehanteerd.

Voor aanvullende specificaties en organisatorische aspecten rondom elektronische handtekeningen wordt verder verwezen naar PKI-Overheid.

6.2 Authenticiteitskenmerken van een individueel instrument

De informatiebeveiliging van een individueel ruimtelijk instrument is als volgt:

  1. van ieder individueel onderdeel zoals beschreven in Tabel 1 en Tabel 2 wordt een digest berekend. Dit vormt een waarborg voor de integriteit en authenticiteit van de onderdelen en daarmee van het ruimtelijk instrument zelf;
  2. ook over de inhoud van het geleideformulier (exclusief de elektronische handtekening) wordt een digest berekend. Dit vormt de waarborg voor de volledigheid van de onderdelen die samen het ruimtelijk instrument vormen;
  3. de digests worden middels een elektronische handtekening gewaarmerkt;
  4. de elektronische handtekening wordt samen met de digests vastgelegd in een XML Signature element (xmldsig) in het geleideformulier. Het geleideformulier bevat daarmee dus alle authenticiteitinformatie over het individuele ruimtelijk instrument.

Ieder ruimtelijk instrument heeft precies één gewaarmerkt geleideformulier, waarbij de inhoud van het Signature element overeen komt met bovenstaande onderdelen.

6.3 Authenticiteitskenmerken van het Manifest

Het Manifest heeft tot doel om de totale beschikbare instrumentele voorraad van een bronhouder te beschrijven. De informatiebeveiliging van het Manifest van de bronhouder wordt als volgt geregeld:

  1. Over de inhoud van het Manifest (exclusief de elektronische handtekening) wordt een digest berekend. Dit vormt de waarborg voor de integriteit, authenticiteit en volledigheid van het Manifest;
  2. De digest wordt middels een elektronische handtekening gewaarmerkt;
  3. De elektronische handtekening wordt samen met de digest vastgelegd in een XML Signature element (xmldsig) in het Manifest.

Iedere bronhouder heeft precies één gewaarmerkt Manifest, waarbij de inhoud van het Signature element overeen komt met bovenstaande onderdelen.

7. Toegankelijkheid en raadpleegbaarheid

In dit hoofdstuk worden eisen gesteld aan de toegankelijkheid en raadpleegbaarheid van het ruimtelijk instrument.

Naast de verplichting dat de bronbestanden van ieder ruimtelijk instrument door de bronhouder elektronisch beschikbaar worden gesteld, worden er tevens eisen gesteld aan de toegankelijkheid en raadpleegbaarheid van het ruimtelijk instrument, hierna de digitale verbeelding genoemd. Deze digitale verbeelding is een interactieve raadpleegomgeving via het internet en wordt onder andere verzorgd door de landelijke voorziening Ruimtelijkeplannen.nl. Aan de digitale verbeelding wordt een aantal eisen gesteld:

  1. De digitale verbeelding ontsluit de gehele inhoud van het ruimtelijk instrument;
  2. Voor bestemmingsplannen en inpassingsplannen wordt de digitale verbeelding gemaakt volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012);
  3. Voor de verbeelding is het transportprotocol van HTTPS toegestaan conform de lijst van open standaarden van het Forum standaardisatie;
  4. Het gebruik van een beveiligde HTTPS verbinding via TLS is wettelijk verplicht door de Wet digitale overheid. Gebruik hiervoor de richtlijnen van het NCSC;
  5. Alle webpagina’s zijn zonder autorisatiemechanismen zoals inloggen beschikbaar en zijn niet afgeschermd voor gebruik door firewalls;
  6. De digitale verbeelding heeft het karakter van een overheidswebsite. Daarom zijn voor de digitale verbeelding veelal de richtlijnen van digitale toegankelijkheid van toepassing;
  7. Van iedere puntlocatie van het grondgebied van de bronhouder kan een lijst worden opgevraagd met beschikbare ruimtelijke instrumenten die op deze locatie van toepassing zijn.
Geonovum Standaard - Vastgestelde versie