WIJZIGINGEN AAN
WAS = vervallen tekst
WORDT = nieuwe tekst

Basisregistratie Ondergrond Catalogus Booronderzoek Geologische boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse

Geologische boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse Versie 3.19

Geonovum BRO Informatiemodel
Definitieve versie Consultatieversie

Deze versie:
https://docs.geostandaarden.nl/bro/cv-im-bhr-g-20240510
Laatst gepubliceerde versie:
https://docs.geostandaarden.nl/bro/bhr-g/
Laatste werkversie:
https://broprogramma.github.io/BHR-G/
Vorige versie:
https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-bhr-g-20230607
Redacteur:
Geonovum ( Geonovum )
Auteur:
Geonovum ( Geonovum )
Doe mee:
GitHub BROprogramma/BHR-G
Dien een melding in
Revisiehistorie
Contact:
Pull requests

Samenvatting

Dit document beschrijft de definitie van het booronderzoek dat vanuit het vakgebied van de geologie is uitgevoerd, met een algemene toelichting.

Status van dit document

Deze paragraaf beschrijft de status van dit document ten tijde van publicatie. Het Dit is mogelijk dat er actuelere versies van dit document bestaan. Een lijst van Geonovum publicaties en de laatste gepubliceerde versie van een consultatieversie. Commentaar over dit document zijn te vinden op kan gestuurd worden naar

1. Inleiding

1.1 Doel en doelgroep

In de basisregistratie ondergrond (BRO) wordt een aantal typen gegevens geregistreerd, de registratieobjecten.

Een catalogus is de gegevensdefinitie van een registratieobject en beschrijft welke gegevens van het object in de BRO zijn opgeslagen.Het document is bedoeld voor alle gebruikers van de BRO en moet duidelijk maken welke gegevens er precies in het systeem zitten.Aan aanleverende partijen moet het vertellen welke gegevens in de basisregistratie ondergrond moeten komen en aan welke eisen die moetenvoldoen, en aan afnemende partijen welke gegevens zij in de basisregistratie ondergrond mogen verwachten.Het document is voor een breed publiek bedoeld en de informatie moet naast precies ook begrijpelijk zijn.

1.2 Totstandkoming

Een catalogus is het resultaat van een proces van standaardisatie dat geruime tijd in beslag kan nemen. De standaardisatie is een open proces waarin de belanghebbende partijen actief betrokken worden. Het eindresultaat wordt door de wetgever vastgesteld in een ministeriële regeling.

In bepaalde gevallen is de verscheidenheid aan gegevens van een object zo groot, dat er eerst deelverzamelingen worden gedefinieerd. Het standaardisatieproces wordt dan per deelverzameling doorlopen. De deelverzamelingen worden zo gekozen dat de gegevens die in de bijbehorende catalogus worden beschreven, direct na vaststelling aan de BRO kunnen worden aangeleverd. Wanneer er deelverzamelingen worden onderscheiden, komt de catalogus van het registratieobject dus gefaseerd tot stand. Omdat inzichten in de loop van de tijd kunnen wijzigen kan het aan het eind van het hele proces nodig blijken revisies door te voeren om ongewenste verschillen tussen deelverzamelingen weg te nemen.

1.3 Beheer

Een vastgestelde catalogus (zoals op wetten.nl gepubliceerd) wordt met het daarbij horende deel van het systeem van de basisregistratie ondergrond in gebruik genomen. De eerste formeel vastgestelde catalogus (zoals op wetten.nl gepubliceerd) krijgt het versienummer 1.0. Verwacht mag worden dat er na enige tijd behoefte gaat ontstaan aan gegevens die nog niet in de catalogus zijn opgenomen.

De beheerder hanteert drie typen versies voor een wijziging van een standaard. Bijvoorbeeld: versie 2.1.0 (=X.Y.Z):

  • X-wijzigingen Deze wijzigingen veranderen de structuur van de standaard. Hierdoor zijn X-wijzigingen niet backwards compatible.
    Frequentie: maximaal 1 keer per 2 jaar.
  • Y-wijzigingen Dit zijn wijzigingen die niet de structuur veranderen. Dit kunnen bijvoorbeeld updates zijn of inhoudelijke aanpassingen aan objecten, attributen of waardelijsten of de reikwijdte van de standaard. Deze wijzigingen zijn backwards compatible.
    Frequentie: maximaal 1 keer per jaar.
  • Z-wijzigingen Dit zijn in feite oplossingen van fouten of verbeteringen van technische aard. Deze wijzigingen zijn backwards compatible.
    Frequentie: maximaal 2 keer per jaar.

In een jaar waarin een X-wijziging plaats vindt zullen er op hetzelfde registratieobject geen y-wijzigingen Y-wijzigingen plaatsvinden. Als er een X- of een Y-wijziging in een jaar aan de orde is, wordt er geen z-wijziging Z-wijziging gepland. De versie van de catalogus met inleiding (zoals hier gepubliceerd) volgt voor de normatieve stukken volledig de versie op wetten.nl. Wijzigingen aan niet normatieve teksten in dit document vallen altijd onder Z-wijzigingen en zullen maximaal 2 keer per jaar plaatsvinden.

1.4 Leeswijzer

Hoofdstuk 1 geeft het doel en de doelgroep van een catalogus.

Hoofdstuk 2 behandelt enkele algemene aspecten van het BRO-systeem en begrippen van algemene aard.

Hoofdstuk 3 plaatst het object in de gegevenssystematiek van de basisregistratie ondergrond en vertelt wat de benadering is geweest bij het opstellen van de gegevensdefinitie.

Hoofdstuk 4 is de toelichting op de gegevensdefinitie van het registratieobject die in de ministeriële regeling is opgenomen.

Hoofdstuk 5 vertelt hoe de gegevensdefinitie is opgebouwd en welke aspecten van de gegevens daarin worden beschreven.

Hoofdstuk 6 geeft de inhoud weer van het eerste artikel van de ministeriële regeling en dat is het deel waarin de definitie is opgenomen van het registratieobject, van de delen waaruit het is opgebouwd, de entiteiten, en van de eigenschappen van die delen, de attributen.

Hoofdstuk 7 geeft de inhoud weer van het tweede artikel van de ministeriële regeling en dat is het deel waarin de uitbreidbare waardelijsten staan waarnaar in hoofdstuk 6 verwezen wordt.

2. Algemene kenmerken en begrippen

Dit onderdeel is niet normatief.

2.1 Opzet van de landelijke voorziening

De landelijke voorziening van de basisregistratie ondergrond is een systeem dat een schakel vormt in een informatieketen. Aan het begin van de keten staan bestuursorganen die opdracht geven tot de productie van gegevens, of zelf gegevens produceren. Die bestuursorganen worden bronhouders genoemd. De geproduceerde gegevens worden door een dataleverancier geleverd aan de beheerder van het systeem, de registerbeheerder. De bronhouder is verantwoordelijk voor de levering van gegevens. Hij kan besluiten zelf dataleverancier te zijn of andere partijen een machtiging voor levering te verlenen. De beheerder van de landelijke voorziening van de BRO registreert de aangeleverde gegevens en levert ze voor (her)gebruik door aan allerlei afnemers.

De opzet van het systeem moet begrepen worden vanuit de verantwoordelijkheden die in de keten zijn belegd. De aangeleverde gegevens vallen onder de verantwoordelijkheid van de bronhouder en de registerbeheerder mag die gegevens niet veranderen. De registerbeheerder moet echter wel gegevens toevoegen om het systeem te kunnen beheren en hij kan gegevens toevoegen om de afnemers goed van dienst te kunnen zijn.

Bij wet is geregeld dat de basisregistratie ondergrond zo wordt opgezet dat er onderscheid bestaat tussen de gegevens die aan de registerbeheerder zijn aangeleverd en de gegevens die de registerbeheerder aan de afnemers verstrekt. Het systeem valt uiteen in twee grote deelsystemen, het register brondocumenten ondergrond en de registratieondergrond ( Figuur 1 ).

Een geheel van gegevens dat door of onder verantwoordelijkheid van een bronhouder wordt aangeleverd, wordt een brondocument genoemd. De brondocumenten worden in het register brondocumenten ondergrond opgeslagen. De gegevens uit de brondocumenten worden samen met de gegevens die de registerbeheerder toevoegt in de registratie ondergrond vastgelegd. De registratie ondergrond is het deelsysteem dat gebruikt wordt voor uitgifte.

Figuur class="fig-title"> De twee grote deelsystemen van de landelijke voorziening van de BRO.

Met deze opzet verkrijgt het systeem de nodige flexibiliteit. Zo kan een object in de registratie ondergrond gegevens bevatten die uit meer dan één brondocument afkomstig zijn en bij uitgifte kunnen gegevens van verschillende objecten met elkaar gecombineerd worden. Ook is het mogelijk met het brondocument gegevens op te slaan die alleen voor de bronhouder en de aanleverende partij van belang zijn.

De catalogus dekt alle gegevens die opgenomen zijn in de registratie ondergrond. Verreweg de meeste gegevens komen uit de brondocumenten die de dataleverancier aanlevert en een paar gegevens komen voort uit de overdracht van een brondocument aan de registerbeheerder. Aan de aangeleverde gegevens worden enkele gegevens door de registerbeheerder toegevoegd. Als een gegeven is toegevoegd door de BRO wordt dat in de beschrijving expliciet vermeld.

Alle gegevens in de registratie ondergrond worden uitgegeven, maar niet alle afnemers kunnen alle gegevens geleverd krijgen. De gegevens die niet aan alle afnemers worden uitgeleverd zijn de gegevens die alleen nodig zijn in de communicatie tussen de registerbeheerder enerzijds en de dataleveranciers en bronhouders anderzijds.

2.2 Registratieobject

Het registratieobject is dé eenheid in de data-architectuur van de basisregistratie ondergrond. Voor de registerbeheerder is het de elementaire bouwsteen van het systeem dat hij moet beheren.

Een registratieobject verwijst naar een eenheid van informatie die onder de verantwoordelijkheid van één bronhouder valt en die met een bepaald doel is of wordt gemaakt. Het is in directe of indirecte zin gedefinieerd in de ruimte en dat wil zeggen dat een registratieobject een plaats op het aardoppervlak heeft of dat het gekoppeld is aan een ander type registratieobject met een plaats op het aardoppervlak.

Een registratieobject is niet alleen in de ruimte maar ook in de tijd gedefinieerd. Het leven van een registratieobject begint op het moment dat de gegevens zijn geregistreerd en dat is zo kort mogelijk nadat de gegevens zijn geproduceerd. De levensduur van een registratieobject, en de veranderlijkheid van de gegevens verschilt van object tot object. Een grondwatermonitoringput kan tientallen jaren gebruikt worden voor het meten van grondwaterstanden en in de periode kunnen er nieuwe gegevens ontstaan. Dat betekent dat de gegevens van de put in de registratie ondergrond gedurende zijn hele levensduur bijgewerkt moeten kunnen worden. Aan de andere kant van het spectrum staan de objecten waarvan alle gegevens in een keer worden vastgelegd. Geotechnisch sondeeronderzoek is daar een voorbeeld van. Sondeeronderzoek is eenmalig onderzoek en het resultaat ervan kan al na een of enkele dagen aan de bronhouder worden overhandigd.

2.3 Registratiedomein

Registratieobjecten worden in de basisregistratie ondergrond gegroepeerd in domeinen. Vooralsnog worden zes domeinen onderscheiden:

  • bodem- en grondonderzoek
  • bodemkwaliteit milieukwaliteit
  • grondwatermonitoring
  • grondwatergebruik
  • mijnbouwwet
  • modellen.

De domeinen zijn vanuit het oogpunt van beheer van belang voor de ordening van het systeem. Daarnaast zijn zij nuttig in de communicatie met de partijen die bij de realisatie van het systeem betrokken zijn.

2.4 Kwaliteitsregime

In de basisregistratie ondergrond worden niet alleen gegevens geregistreerd die dateren van na de datum waarop de wet van kracht is geworden. Ook oudere gegevens zullen in de basisregistratie ondergrond worden opgenomen. De noodzaak daartoe ligt in de wet Wet basisregistratie ondergrond verankerd. Die schrijft voor dat de gegevens uit de eerder bestaande systemen DINO en BIS zo veel mogelijk naar de BRO moeten worden overgezet. Verder staat de wet toe dat bronhouders tot vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet historische gegevens ter registratie mogen aanbieden.

Historische gegevens kunnen niet altijd voldoen aan de strikte regels die de BRO stelt. Zo kan het voorkomen dat voor gegevens die volgens de strikte regels van de BRO verplicht zijn, geen waarde bekend is. Om de verwerking van de twee categorieën gegevens naast elkaar mogelijk te maken, worden twee kwaliteitsregimes gehanteerd. Voor de aanlevering van gegevens volgens de strikte regels geldt het IMBRO-regime. Bij de aanlevering van historische gegevens wordt geaccepteerd dat een aantal formeel verplichte gegevens geen waarde heeft. Voor deze gegevens wordt het IMBRO/A-regime gehanteerd en dat kent dus minder strikte regels.

De introductie van de twee kwaliteitsregimes geeft de bronhouder gedurende een bepaalde periode een zekere mate van vrijheid. Het kan bijvoorbeeld praktisch blijken het IMBRO/A-regime te hanteren voor gegevens die weliswaar pas na de datum waarop de wet in werking is getreden zijn geproduceerd maar die voortkomen uit opdrachten die al voor die datum zijn gegeven. Ook kan het voorkomen dat historische gegevens wel aan alle strikte voorwaarden voldoen en dan is het wenselijk de gegevens onder IMBRO-regime aan te leveren.

De periode waarin de bronhouders die vrijheid hebben wordt de transitieperiode genoemd. Over de duur van de transitieperiode zijn nog geen afspraken gemaakt. Na afloop van de transitieperiode kan alleen onder het strikte IMBRO-regime worden aangeleverd.

2.5 Formele en materiële geschiedenis

De basisregistratie ondergrond maakt deel uit van een stelsel van basisregistraties. Binnen het stelsel maakt men onderscheid tussen de materiële geschiedenis en de formele geschiedenis van een object.

Het begrip materiële geschiedenis wordt gebruikt om de veranderingen van eigenschappen van een object in de werkelijkheid aan te duiden. De materiële geschiedenis van een object wordt, voor zover relevant, in de registratie ondergrond vastgelegd. Niet alle registratieobjecten hebben een materiële geschiedenis, alleen de objecten met een levensduur, zoals de grondwatermonitoringput.

Het begrip formele geschiedenis wordt gebruikt voor de veranderingen van eigenschappen van een object in de registratie zelf. De meeste van die veranderingen gaan terug op een verandering van eigenschappen in de werkelijkheid, en de formele geschiedenis geeft aan wanneer de veranderingen in het systeem geregistreerd zijn. De formele geschiedenis kent ook gebeurtenissen die niet het gevolg zijn van een verandering in de werkelijke eigenschappen van een object. Die gebeurtenissen hebben betrekking op correcties. Het kan gebeuren dat een bronhouder erachter komt dat er een onjuiste waarde was geregistreerd en dan zorgt hij ervoor dat die verbeterd wordt. De registratie van de verbetering is een formele gebeurtenis.

Alle registratieobjecten hebben een formele geschiedenis en die wordt in de registratie ondergrond globaal vastgelegd in de registratiegeschiedenis van het object. Globaal wil zeggen dat de registratie ondergrond alleen een overzicht van de formele geschiedenis geeft. Voor de details moet het register brondocumenten ondergrond worden geraadpleegd.

Bij correctie wordt het betreffende gegeven in de registratie ondergrond overschreven en is de oude waarde van het gegeven niet meer direct beschikbaar voor de afnemers.Zou een afnemer toch willen weten wat de eerdere foute waarde was, dan moet hij het register brondocumenten ondergrond raadplegen.

2.6 Coördinaten en referentiestelsels

De registratieobjecten van de basisregistratie ondergrond zijn gedefinieerd in de ruimte en dat wil zeggen dat een object zelf een plaats op het aardoppervlak, een locatie, heeft, of dat het gekoppeld is aan een ander type registratieobject met een locatie. Afhankelijk van het type registratieobject, wordt de locatie geregistreerd als een punt, een lijn of een vlak.

De locatie is de horizontale positie van een object. Voor bepaalde objecten is het voldoende dat alleen die horizontale positie wordt vastgelegd, maar voor veel objecten is ook de verticale positie van belang.

Posities worden vastgelegd in coördinaten en die zijn gedefinieerd in een bepaald referentiestelsel.

Er zijn verschillende typen referentiestelsels. Zo spreekt men van horizontale referentiestelsels (2D), verticale referentiestelsels (1D), gecombineerde referentiestelsels (2D, 1D) en werkelijke 3D referentiestelsels. In Nederland worden de horizontale en de verticale component van een positie in een afzonderlijk stelsel uitgedrukt. Het is vandaag de dag mogelijk met gps een positie in een 3D-referentiestelsel vast te leggen, maar de wens over te stappen op het gebruik van 3D is nog door geen van de partijen die betrokken zijn bij de basisregistratie ondergrond naar voren gebracht.

2.6.1 Referentiestelsels voor de horizontale positie

In Nederland zijn traditioneel verschillende referentiestelsels voor de horizontale positie in gebruik. In 2009, bij de eerste voorbereidingen voor de totstandkoming van de basisregistratie ondergrond, is al vastgesteld dat de verscheidenheid aan referentiestelsels de basisregistratie ondergrond voor problemen stelt omdat de registratie dan niet gemakkelijk op een eenduidige manier bevraagd kan worden. In de registratie ondergrond worden namelijk zowel gegevens met een locatie op land als gegevens met een locatie op zee geregistreerd. In de toenmalige praktijk werden op land en op zee verschillende stelsels gebruikt. Op land werd RD gebruikt en op zee waren verschillende stelsels in gebruik, waarvan WGS84 de belangrijkste was.

In 2009 was ook al bekend dat de Europese kaderrichtlijn INSPIRE de lidstaten vraagt de gegevens in Europa in één referentiestelsel uit te gaan wisselen, te weten in ETRS89. Met dat in gedachten, is het besluit genomen het BRO-systeem zo in te richten dat de registratie bevraagd gaat worden in ETRS89.

Het besluit wordt ondersteund door ontwikkelingen in Nederland. Sinds 2013 wordt er door de drie belangrijkste autoriteiten in Nederland op het gebied van referentiestelsels, het Kadaster, de Dienst der Hydrografie en Rijkswaterstaat, gewerkt aan de totstandkoming van nieuwe afspraken. Die afspraken moeten in lijn zijn met Europese afspraken en leiden tot heldere en eenduidige transformatieprocedures tussen referentiestelsels. Concreet betekent dit dat in Nederland op termijn het ETRS89-stelsel als standaard zal worden gehanteerd voor het uitwisselen van geo-informatie.

Het besluit betekent niet dat de gegevens ook in ETRS89 aangeleverd moeten worden. De basisregistratie ondergrond voorziet een periode van transitie waarin de aanleverende partijen zelf bepalen wanneer zij overstappen op ETRS89. Die periode zal naar verwachting jaren duren. Om de transitie te ondersteunen hanteert de basisregistratie ondergrond de volgende spelregels:

  • Gegevens mogen in een beperkt aantal referentiestelsels worden aangeleverd (RD, WGS84 en ETRS89).
    • Voor locaties op land wordt alleen RD of ETRS89 toegestaan.
      (WGS84 is niet geschikt voor nauwkeurige toepassingen, bij wijze van uitzondering wordt binnen het domein milieukwaliteit WGS84 op land toegestaan)
    • Voor locaties op zee wordt alleen WGS84 of ETRS89 toegestaan.
  • De aangeleverde coördinaten worden in de registratie opgeslagen.
  • De aangeleverde coördinaten worden door de basisregistratie ondergrond getransformeerd naarhet ETRS89 referentiestelsel.
  • De getransformeerde coördinaten worden naast de aangeleverde coördinaten opgeslagen.
  • Bij de getransformeerde coördinaten wordt ook een identificatie van de gebruikte transformatiemethode opgeslagen.
  • Als de coördinaten in ETRS89 zijn aangeleverd, dan staat bij aangeleverde en getransformeerde positie dezelfdeinformatie. Voor de locatie worden de getransformeerde coördinaten en de aangeleverde coördinaten beideaan de afnemers verstrekt.

2.6.2 Referentiestelsels voor de verticale positie

In Nederland zijn voor verticale posities op land en zee verschillende referentiestelsels in gebruik. Op land wordt NAP gebruikt. Op zee is het in de voor de BRO relevante werkvelden gebruikelijk posities uit te drukken t.o.v. het gemiddeld zeeniveau (MSL, Mean Sea Level), maar posities t.o.v. LAT komen ook voor (Lowest Astronomical Tide). Dit laatstgenoemde stelsel wordt in de kaderrichtlijn INSPIRE genoemd als het stelsel van voorkeur voor het uitdrukken van verticale posities op zee. De basisregistratie ondergrond staat daarom op zee het gebruik van LAT naast MSL toe. Aangeleverde verticale posities worden door de BRO niet getransformeerd.

2.7 Gegevens op land en op zee

De basisregistratie ondergrond bevat gegevens over de ondergrond van Nederland en zijn zgn. Exclusieve Economische Zone (EEZ). De EEZ is het gebied op de Noordzee waar Nederland economische rechten heeft. Voor de referentiestelsels die bij aanlevering worden toegestaan, is het van belang te weten of de locatie van een object op zee of op land ligt.

Als scheidingslijn tussen land en zee wordt in de basisregistratie ondergrond de UNCLOS-basislijn gehanteerd. Het beheer van de basislijn valt onder de verantwoordelijkheid van de Dienst der Hydrografie van het ministerie van Defensie. Deze dienst voert die taak uit op basis van het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties uit 1982, dat in het Engels de United Nations Convention on the Law of the Sea (UNCLOS) heet.De basislijn is opgebouwd uit de nulmeterdieptelijn zoals weergegeven op de zeekaarten en enkele rechte basislijnen die onder meer de monding van de Westerschelde en de wateren tussen de Waddeneilanden afsluiten.

De grens tussen land en zee is veranderlijk. De Dienst der Hydrografie stelt de grens opnieuw vast wanneer daartoe voldoende aanleiding is. De BRO hanteert bij inname de meest recente versie van de UNCLOS-basislijn en controleert daarmee of de juiste referentiestelsels gebruikt worden.

Tussen het moment waarop de locatie van een object wordt bepaald en het moment waarop het gegeven in de basisregistratie ondergrond wordt vastgelegd verloopt enige tijd. In die periode kan de positie van de UNCLOS-basislijn opnieuw zijn vastgesteld, en dan ontstaat er een discrepantie die bij het aanleveren van gegevens tot problemen kan leiden. Wanneer een dergelijk probleem zich voordoet, wordt de dataleverancier gevraagd contact op te nemen met de registratiebeheerder om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

Een soortgelijk probleem doet zich voor met betrekking tot de begrenzing van Nederland, met name van het Nederlands territoir. De grenzen van Nederland worden ieder jaar op 1 januari vastgesteld door het Kadaster en vastgelegd in de basisregistratie kadaster. De BRO controleert bij inname of een object in het gebied ligt dat Nederland en zijn Exclusieve Economische Zone omvat, en hanteert daarbij de actuele grenzen. Ook bij problemen die te herleiden zijn tot een verandering in de begrenzing van Nederland, wordt de dataleverancier gevraagd contact op te nemen met de registratiebeheerder om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

Binnen het domein Mijnbouwwet wordt de scheidingslijn tussen land en zee niet bepaald door de UNCLOS-basislijn, maar door een over zee lopende lijn die is vastgelegd in een bijlage bij de Mijnbouwwet. In de registratie ondergrond wordt deze lijn aangeduid als mijnbouwgrens. Voor de referentiestelsels die bij aanlevering worden toegestaan, is het binnen het domein Mijnbouwwet van belang te weten of de locatie van een object aan landzijde of aan zeezijde van de mijnbouwgrens ligt. Waar in voorgaande paragrafen ‘op land’ en ‘op zee’ is genoemd, houdt dat binnen het domein Mijnbouwwet in: aan landzijde respectievelijk aan zeezijde van de mijnbouwgrens.

2.8 Nauwkeurigheid van meetwaarden

Voor zinvol gebruik van gegevens met een gemeten, berekende of anderszins bepaalde waarde is het noodzakelijk dat de nauwkeurigheid van die gegevens bekend is.

Het begrip nauwkeurigheid laat zich in deze context het best omschrijven als de juistheid van een gemeten of berekende waarde. In de meeste processen waarin de waarde van een gegeven wordt bepaald, kan de afwijking van de daadwerkelijke waarde slechts via een kalibratie- of statistisch proces worden verkregen. Het resultaat omvat dan niet alleen een van de mogelijke realisaties van een meetwaarde maar ook informatie over de mogelijke spreiding van de meetwaarden.

De basisregistratie ondergrond gaat ervan uit dat de producenten van gegevens de metingen en berekeningen uitvoeren binnen een stelsel van afspraken dat binnen het desbetreffende werkveld is vastgelegd. Uitgangspunt is dat ook de eisen waaraan de gegevens op het gebied van nauwkeurigheid moeten voldoen in afspraken zijn vastgelegd. Dat kunnen praktische werkafspraken zijn, maar ook afspraken die vertaald zijn naar ISO- en NEN-normen. In de catalogus wordt in beginsel verwezen naar die normen. Waar deze normen niet voorzien in afspraken over de nauwkeurigheid, stelt de basisregistratie ondergrond hieraan specifieke eisen. Deze zijn dan vermeld in de catalogus.

2.9 Authentiek gegeven

In de wet Wet basisregistratie ondergrond is een aantal gegevens expliciet als authentiek aangeduid. Dit wordt in de catalogus nader uitgewerkt; verreweg de meeste gegevens zijn authentiek.

Met de aanduiding authentiek wordt, zoals geformuleerd in de memorie van toelichting op de wet, tot uitdrukking gebracht dat:

  1. Het gegeven in samenhang met andere gegevens door een groot aantal bestuursorganen in verschillende processen wordt gebruikt en derhalve bestemd is voor informatie-uitwisseling tussen bestuursorganen;
  2. de verantwoordelijkheid voor betrouwbaarheid van het gegeven eenduidig geregeld is;
  3. het gegeven onderworpen is aan intern en extern kwaliteitsonderzoek, en
  4. het gegeven zich leent voor verplicht gebruik door bestuursorganen en eenmalige verstrekking door burgers en bedrijven aan de overheid.

In de praktijk mag een gebruiker van de gegevens ervan uitgaan dat alle gegevens correct zijn. De catalogus moet de gebruiker alle informatie geven die voor een goed begrip daarvan nodig is.Heeft een gebruiker echter gerede twijfel over de juistheid van een authentiek gegeven dan wordt verwacht dat hij de registerbeheerder daarvan op de hoogte brengt. Bestuursorganen zijn, bij gerede twijfel over de juistheid van een authentiek gegeven (of het ontbreken ervan), zelfs verplicht daarvan melding te maken.

Voor alle gegevens is aangegeven of ze authentiek zijn. Ook is voor alle gegevens aangegeven of ze aanwezig moeten zijn en een waarde moeten hebben. Dat laat zien dat er gegevens kunnen zijn die authentiek zijn maar geen waarde hoeven te hebben. Juist omdat er verplichtingen gelden t.a.v. authentieke gegevens, vraagt dit om een korte toelichting.Wanneer een authentiek gegeven geen waarde heeft moet de gebruiker ervan uitgaan dat het gegeven niet is geproduceerd. Dat geval kan zich uiteraard alleen voordoen wanneer er vrijheid van beslissen bestaat bij de bronhouder of de producent.Voor de duidelijkheid, als er wel een waarde is dan moet die ook in de BRO worden opgenomen. Bij gerede twijfel over het ontbreken van een waarde, moet een bestuursorgaan dat melden.

3. Booronderzoek

Dit onderdeel is niet normatief.

3.1 Bodem- en grondonderzoek

Booronderzoek is een van de vijf registratieobjecten in het domein bodem- en grondonderzoek.

Het gaat in dit domein om onderzoek dat erop gericht is gegevens te produceren over de opbouw en eigenschappen van bodem en ondergrond zonder dat daarvoor direct een bepaald wettelijk of beleidsmatig kader bestaat. Vaak wordt het onderzoek uitgevoerd omdat men de opbouw en de eigenschappen van de ondergrond moet kennen voor het realiseren van projecten in de grond-, weg- en waterbouw, de woning– en utiliteitsbouw, voor het onderhoud van bestaande infrastructuur, of om de geschiktheid van de ondergrond voor land- of natuurbouw of voor het realiseren van constructies in de ondergrond te onderzoeken.

Het onderzoek kan direct in het veld worden uitgevoerd, maar kan ook een combinatie van veld- en laboratoriumonderzoek zijn.

Het domein bodem- en grondonderzoek omvat vijf registratieobjecten:

  • booronderzoek
  • wandonderzoek
  • geotechnisch sondeeronderzoek
  • geo-elektrisch onderzoek
  • seismisch onderzoek

De vijf registratieobjecten staan op zichzelf en hebben eigen locaties.

Voor de wet valt het booronderzoek overigens onder het begrip verkenning. Een verkenning is in de wet gedefinieerd als een waarneming van de opbouw van de ondergrond op een punt, langs een lijn of in een vlak. Booronderzoek is een verkenning op een punt.

3.2 Boor- en wandonderzoek

In het vlakke Nederland is de ondergrond bijna overal aan het oog onttrokken. De traditionele manier om informatie over de ondergrond in te winnen is door eerst een gat te maken en vervolgens te onderzoeken wat er in het gat te zien is of wat er uit het gat is gekomen. Onderzoekstechnieken waarvoor het niet nodig is eerst een gat te maken zijn tegen het midden van de twintigste eeuw beschikbaar gekomen, maar ook vandaag de dag begint veel onderzoek nog met het maken van een gat. We maken daarbij onderscheid tussen booronderzoek en wandonderzoek.

Booronderzoek omvat de vormen van onderzoek die ermee beginnen dat de ondergrond door boren wordt ontsloten. In verreweg de meeste gevallen wordt geboord om monsters uit de ondergrond naar boven te halen en die monsters te onderzoeken. In bepaalde gevallen komt het voor dat er onderzoek gedaan wordt aan het gat dat door boren is ontstaan en dat gebeurt door een meetapparaat in het gat neer te laten.
Boren kan tot op grote diepte worden uitgevoerd en het onderzoek levert indirecte gegevens. De monsters die uit het geboorde gat naar boven worden gehaald zijn in veel gevallen geroerd en dat wil zeggen dat de oorspronkelijke opbouw van de ondergrond niet meer te herkennen is. Het steken van monsters en het maken van kernen levert ongeroerde monsters en die hebben een hogere kwaliteit, maar zijn wel duurder.

Wandonderzoek vereist dat er op de plaats van het onderzoek een verticale wand is blootgelegd die het bovenste deel van de ondergrond ontsluit. In bijna alle gevallen moet er eerst worden gegraven, omdat natuurlijke ontsluitingen nu eenmaal zeldzaam zijn in Nederland. Wel is er soms al een wand voorhanden die eerder door de mens is gemaakt, bijvoorbeeld in een groeve, aan de rand van een weg- of leidingtracé of in een slootkant.
In een wand is de opbouw van de ondergrond direct zichtbaar en de plekken waar monsters voor verder onderzoek genomen moeten worden kunnen precies worden bepaald. Wandonderzoek levert dan ook naar verhouding hoogwaardige gegevens, maar het onderzoek beperkt zich natuurlijk wel tot het bovenste deel van de ondergrond. Het prepareren van de wand kost wel veel meer tijd dan het zetten van een ondiepe boring.

3.3 Verscheidenheid aan vakgebieden

Wat voor soort informatie boor- en wandonderzoek opleveren wordt bepaald door het doel van het onderzoek. Omdat boren en graven nu eenmaal de manieren zijn om de ondergrond te ontsluiten, is er een veelheid aan doelen ontstaan en is de variatie in onderzoek groot. Die verscheidenheid vraagt om ordening. Een belangrijke factor voor het ordenen van de informatie is het vakgebied waarbinnen het onderzoek wordt uitgevoerd en dan met name de vertaling daarvan naar toepassingsgebied. Zo houdt de geotechniek zich bezig met bouwen op of in de grond, of met grond, en de cultuurtechniek met het in cultuur brengen van het land of het ervoor zorgen dat het in cultuur gehouden kan worden. In de vakgebieden bodemkunde en geologie staat boor- en wandonderzoek traditioneel in het teken van kartering of modellering, activiteiten die erop gericht zijn een kader te scheppen voor de andere vormen van onderzoek. Het vakgebied van de toegepaste geologie heeft een meer generiek karakter en wordt voor allerlei verkenningen uitgevoerd, waaronder geohydrologische verkenningen.
Deze vijf vakgebieden dekken de disciplines die voor een goede ordening van de informatie van het boor- en wandonderzoek in de basisregistratie ondergrond nodig zijn. De vijf vakgebieden dekken niet alle bestaande disciplines. Er zijn zeker drie toepassingsgebieden die buiten beschouwing worden gehouden. Dat zijn het booronderzoek dat voor mijnbouwdoeleinden wordt verricht, het archeologisch onderzoek en het onderzoek dat erop gericht is de kwaliteit van de bodem vanuit milieukundig perspectief te bepalen. Mijnbouw kent een wettelijk kader en vormt in de basisregistratie ondergrond een apart registratiedomein en daarin heeft het desbetreffende booronderzoek zijn eigen plaats. Archeologisch en milieukundig onderzoek vallen vooralsnog buiten het bereik van de basisregistratie ondergrond. Het booronderzoek in de basisregistratie ondergrond omvat alle vijf genoemde vakgebieden. Voor wandonderzoek valt alleen het bodemkundig onderzoek binnen het bereik van de basisregistratie. De onderliggende overweging is dat wandonderzoek vanuit geologie, toegepaste geologie, geotechniek of cultuurtechniek zelden wordt uitgevoerd en dat de informatie die eruit voortkomt niet op een systematische manier wordt vastgelegd.

In het vakgebied zit overigens vaak al opgesloten tot welke diepte het onderzoek reikt en of het onderzoek zich tot het land beperkt of ook op zee wordt uitgevoerd. Het vakgebied bepaalt ook welke deelonderzoeken het onderzoek kan omvatten, wat globaal het karakter is van die deelonderzoeken en welke aspecten en eigenschappen van de ondergrond er onderzocht worden, en met welke methodieken.

Noot

3.4 Begrippenkader voor boor- en wandonderzoek

Boor- en wandonderzoek levert informatie over het deel van de ondergrond dat op een bepaalde locatie is doorboord of ontsloten. Welk deel van de ondergrond dat is wordt tot op zekere hoogte bepaald door het vakgebied. Omdat er allerlei vakgebieden samenkomen in de basisregistratie ondergrond is een gemeenschappelijk begrippenkader nodig om voor iedereen duidelijk te kunnen maken over welk deel van de ondergrond het eigenlijk gaat ( Figuur 2 ).

Figuur class="fig-title"> De begrippen die in de basisregistratie ondergrond gebruikt worden voor de indeling van de ruimte.

Voor de basisregistratie omvat de ondergrond alles wat zich onder het oppervlak van de vaste aarde bevindt. Als we ons beperken tot de bovenste kilometers - het deel dat nog met boren wordt bereikt- bestaat de ondergrond van Nederland gewoonlijk uit relatief los materiaal bovenin en relatief vast materiaal onderin. In de basisregistratie ondergrond gebruiken we dat verschil om uitdrukking te geven aan de begrippen die we ook in de gewone spreektaal gebruiken grond, resp. gesteente.

Het begrip bodem wordt gebruikt voor het bovenste deel van de ondergrond en dat op een nogal losse manier. Het begrip wordt vaak strikter gedefinieerd bijvoorbeeld door het te beperken tot de bovenste 120 cm van de ondergrond of tot het deel waarin bodemvormende processen spelen, maar die striktheid is vooralsnog niet handig gebleken.

Het oppervlak dat de vaste aarde begrenst is een belangrijk element in het begrippenkader. Daar waar het oppervlak niet met water bedekt is, begint de ondergrond bij het maaiveld ( Figuur 3 ). Daar waar de aarde bedekt is met water, begint de ondergrond bij de bodem van het waterlichaam, de waterbodem . Het grensvlak fungeert als nulpunt voor de diepte. In de terminologie van de basisregistratie is het lokaal verticaal referentiepunt het punt waar een boring of wand het grensvlak snijdt. De afstand tot het referentievlak - NAP op land - wordt verschuiving genoemd ( Figuur 3 ).

Figuur class="fig-title"> Het nulpunt voor de diepte, het lokaal verticaal referentiepunt, is in een boring het punt waar de boring het maaiveld (1) of de waterbodem (2) snijdt en is in een wand het punt waar de zgn. beschrijflijn het maaiveld snijdt. Wanden worden nooit gerealiseerd onder water waar de waterbodem als nulpunt fungeert. De afstand tussen het verticaal referentiepunt en het verticaal referentievlak, NAP in dit geval, is de verschuiving.

Binnen bepaalde vakgebieden wordt in het onderzoek ook aandacht gegeven aan materiaal dat op de ondergrond ligt. In de bodemkunde en toegepaste geologie kan de laag strooisel die lokaal, met name in bossen, op het maaiveld ligt worden onderzocht (zie Figuur 2 ). In de geotechniek en geologie wordt soms de laag slib, een mengsel van water en sediment, die lokaal op de waterbodem ligt in het onderzoek meegenomen ( Figuur 3 ).

3.5 Registratieobject booronderzoek

In de basisregistratie ondergrond is booronderzoek een registratieobject en daarmee een informatieobject. Een registratieobject is een afbeelding van de werkelijkheid en niet de werkelijkheid zelf. In de werkelijkheid wordt booronderzoek bijna altijd projectmatig uitgevoerd. Een dergelijk project omvat vrijwel altijd een aantal boringen, maakt vaak weer deel uit van een project waarin ook andere technieken worden gebruikt, en strekt zich over een kleiner of groter gebied uit. Voor de basisregistratie ondergrond is het object booronderzoek altijd aan een specifieke locatie gebonden, een punt op de kaart.

Een registratieobject is de belangrijkste eenheid van informatie in de basisregistratie ondergrond. Een registratieobject bestaat uit delen (entiteiten), en de delen hebben eigenschappen (attributen). Om het booronderzoek als informatieobject te kunnen definiëren, wordt vanuit een bepaalde benadering gedacht.

In het denken over wat het object booronderzoek is en hoe de informatie van dat object moet worden gemodelleerd staat het begrip onderzoek centraal. Bij het begrip onderzoek moet men in essentie aan een activiteit, een proces of een aaneenschakeling van activiteiten of processen denken. Het onderzoek koppelt een resultaat aan een object van onderzoek en in het geval van de basisregistratie ondergrond is dat een deel van de ondergrond.
Waarom onderzoek een centrale plaats in het denken inneemt, behoeft wel enige toelichting omdat men in eerste instantie zou kunnen denken dat het resultaat van het onderzoek centraal moet staan omdat dat de informatie is waar het allemaal om draait. Inderdaad gaat het uiteindelijk om het resultaat van het onderzoek, dat is immers de informatie die men wil gebruiken. Maar de reden dat het onderzoek in de modellering centraal wordt gesteld, is dat wat een booronderzoek uniek maakt niet het resultaat of het object van onderzoek is, maar dat er op een bepaald moment onderzoek is gedaan. Het is de factor tijd die het onderzoek uniek maakt.

Omdat onderzoek een aaneenschakeling van activiteiten is, kan het resultaat door een groot aantal factoren worden beïnvloed. Hergebruik van informatie is het doel van iedere basisregistratie en om dat mogelijk te maken, moeten met het resultaat de gegevens worden vastgelegd die het onderzoek als proces beschrijven. Uitgangspunt voor de definitie is dan ook dat de gegevens over het proces voldoende informatie moeten bevatten om een gebruiker in staat te stellen te beoordelen of het resultaat geschikt is voor het doel dat hij beoogt.

Om het proces te kunnen vatten zijn de eerste vragen: waarmee begon het proces dat tot booronderzoek heeft geleid en waarmee eindigde het?
Voor de basisregistratie ondergrond begint de geschiedenis bij het uitvoeren van een opdracht tot onderzoek en eindigt de geschiedenis op het moment dat alle gegevens uit het onderzoek correct in de basisregistratie ondergrond zelf zijn vastgelegd. Gegevens over de opdracht tot het uitvoeren van booronderzoek worden niet opgenomen. Wel wordt er bij de registratie in de BRO impliciet informatie over de opdracht vastgelegd omdat gespecificeerd wordt binnen welk kader de gegevens zijn ingewonnen.

Uitvoering van de opdracht begint ermee dat de uitvoerende instantie naar een bepaalde locatie gaat om daar te gaan boren. Voorafgaand aan het boren kunnen ter plekke allerlei voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd. Het enige dat voor de registratie telt, is of die werkzaamheden van invloed zijn geweest op de toestand van de ondergrond of op de bemonstering.
Om te boren wordt bepaalde apparatuur gebruikt. Met welke apparatuur geboord wordt hangt helemaal af van het doel van het onderzoek, de beoogde einddiepte en de plaats waar geboord wordt. Het kan een eenvoudige handboor zijn, maar ook een grote boorinstallatie met allerlei randapparatuur en voorzieningen voor het opvangen van boormateriaal. Met de hand boren kost minuten, maar mechanisch boren kan ook dagen in beslag nemen.

Het feitelijk onderzoek bestaat uit een of meer deelonderzoeken: (1) het beschrijven van boormonsters, (2) het analyseren van monsters, veelal in een laboratorium, (3) het maken van foto’s van boormonsters en (4) het uitvoeren van metingen in het boorgat ( Figuur 4 ).

Figuur class="fig-title"> De deelonderzoeken van booronderzoek.

Ieder deelonderzoek levert een resultaat en de registratie is zo ingericht dat de resultaten per deelonderzoek in de registratie ondergrond kunnen worden opgenomen.

Het deelonderzoek dat bijna altijd wordt uitgevoerd is het beschrijven van de boormonsters en dat levert als resultaat een beschrijving van de opbouw van de ondergrond vanuit de invalshoek van het betreffende vakgebied. De ondergrond wordt beschreven als opgebouwd uit lagen en van die lagen worden allerlei kenmerken beschreven.
Wanneer het onderzoek ook het uitvoeren van onderzoek in het laboratorium omvat worden samenstelling of eigenschappen van het materiaal nader bepaald. Bij het uitvoeren van metingen in het boorgat vindt eigenlijk hetzelfde plaats, maar dat gebeurt met een sonde die quasi-continu metingen doet terwijl de sonde haar weg door het boorgat aflegt.

Het proces zoals beschreven geldt voor booronderzoek in het algemeen. Per vakgebied verschilt de invulling waarbij de belangrijkste verschillen vooral in de deelonderzoeken tot uitdrukking komen.

3.5.1 Standaardisatie van booronderzoek

De catalogus van booronderzoek komt gefaseerd tot stand. De achtergrond daarvan is de grote verscheidenheid aan booronderzoek. Die maakt dat het standaardisatieproces dat aan de gegevensdefinitie ten grondslag ligt, een dimensie kent die bij veel andere registratieobjecten ontbreekt. Bij booronderzoek moet de informatie namelijk niet alleen binnen een vakgebied worden gestandaardiseerd, maar ook over alle vakgebieden heen.
In de praktijk betekent dit dat er een algemeen geldend kader moet worden ontwikkeld dat voor ieder van de vakgebieden specifiek wordt ingevuld. Het lastige is dat het algemene kader pas goed kan worden neergezet wanneer de standaardisatie voor ieder van de specifieke vakgebieden is doorlopen, en dat is nog niet het geval.

3.6 Basisgegevens

In de basisregistratie ondergrond wordt, waar het om onderzoek gaat, geprobeerd een strikt onderscheid te maken tussen basisgegevens en niet-basisgegevens. Basisgegevens zijn in de kern waarnemingen en metingen die door iedere vakbekwame persoon kunnen worden gedaan. Basisgegevens zijn onderling vergelijkbaar en hebben een algemene gebruikswaarde.
De tweede categorie gegevens omvat gegevens die voortkomen uit basisgegevens. De verscheidenheid daarin is eigenlijk onbegrensd. Het kan gaan om gegevens die voortkomen uit een combinatie van gelijksoortige basisgegevens uit verschillende bronnen, om gegevens die voorkomen uit de combinatie van basisgegevens met andersoortige basisgegevens, om gegevens die voortkomen uit de combinatie van basisgegevens en bijzondere kennis en alle denkbare combinaties van combinaties. Voor deze categorie worden termen gebruikt als synthese, model en interpretatie.

Het onderscheid tussen basisgegevens en niet-basisgegevens ligt ten grondslag aan het gegevensmodel van de basisregistratie ondergrond. En dat betekent dat een registratieobject of betrekking heeft op basisgegevens of op niet-basisgegevens.

Booronderzoek heeft altijd betrekking op basisgegevens met één uitzondering. In de bodemkunde is de modellering van waterretentie- en waterdoorlatendheidskarakteristieken onlosmakelijk verbonden met het uitvoeren van standaard hydrofysische boormonsteranalyse. Om aansluiting op de praktijk te houden is die modellering in het bodemkundig booronderzoek opgenomen.

In de werkpraktijk wordt gewoonlijk geen onderscheid gemaakt tussen basisgegevens en niet-basisgegevens. De opdrachtnemer verwerkt de ingewonnen basisgegevens en levert aan de opdrachtgever een geïntegreerd resultaat dat binnen de context van een specifieke opdracht goed kan worden begrepen. Dit betekent dat de informatie die de opdrachtgever geleverd krijgt naar haar aard verschilt van de informatie in de registratie ondergrond.

4. Geologisch booronderzoek

4.1 Inleiding

De catalogus voor het geologisch booronderzoek beschrijft de gegevens die in de registratie ondergrond zijn opgenomen van het booronderzoek dat vanuit het vakgebied van de geologie is uitgevoerd. De catalogus beschrijft de algemene gegevens van dit booronderzoek samen met de gedetailleerde uitwerking van de gegevens van de boormonsterbeschrijving, en van de gegevens die voortkomen uit het analyseren van boormonsters, en kent een aantal beperkingen. De boormonsterbeschrijving omvat alleen de gegevens die onder de standaard boorbeschrijvingsmethode die binnen de Geologische Dienst Nederland wordt gebruikt worden vastgelegd en de beschrijving van gesteente is nog niet opgenomen. Verder beperkt deze versie zich tot onderzoek dat onder kwaliteitsregime IMBRO valt. Het kwaliteitsregime IMBRO/A, dat bedoeld is voor historische gegevens, beperkt zich tot de beschrijvingen die onder de standaard boorbeschrijvingsmethode (SBB), archeologische standaard boorbeschrijvingsmethode (ASB) en de NEN 5104 zijn vastgelegd. De eisen voor IMBRO/A voor andere historische gegevens, worden in een volgende versie opgenomen.

Een booronderzoek is in de basisregistratie ondergrond het geheel van gegevens dat betrekking heeft op een specifiek booronderzoek dat op een specifiek moment en op een specifieke locatie in Nederland en onder een bepaalde opdracht is uitgevoerd. Booronderzoek levert een grote verscheidenheid aan gegevens en dat vraagt om ordening van informatie. Het belangrijkste gegeven om het onderzoek in te delen is het vakgebied.
Voor de gegevens die onder de basisregistratie ondergrond vallen, wordt een indeling in vijf verschillende vakgebieden gehanteerd. Naast geologie zijn dat toegepaste geologie, bodemkunde, cultuurtechniek en geotechniek. De catalogus voor het registratieobject komt in delen tot stand. Eerst wordt voor ieder vakgebied een catalogus gemaakt. Wanneer de vijf catalogi gereed zijn wordt een nieuwe catalogus gemaakt die alle vakgebieden omvat en waarin de ongewenste verschillen zijn weggenomen. Die catalogus geeft een samenhangende beschrijving van het registratieobject booronderzoek.

4.1.1 Geologisch booronderzoek

De indeling van het booronderzoek naar vakgebied is bedoeld om categorieën van gegevens te onderscheiden zodat per categorie een catalogus kan worden gemaakt. Het ene vakgebied is breder dan het andere. De categorie die met geologisch booronderzoek wordt aangeduid is betrekkelijk smal. Het onderzoek heeft een specialistisch karakter en dekt met name de gegevens die ingewonnen worden met als doel ze te gebruiken voor het maken en verbeteren van modellen die de opbouw van de ondergrond in termen van hydrogeologische en geologische eenheden beschrijven. Dat is het typisch geologisch booronderzoek. In de praktijk wordt onderzoek dat voor andere doelen wordt uitgevoerd ook tot het geologisch booronderzoek gerekend als het qua methodiek en gegevensinhoud met dit type overeenkomt.
Het specialistische karakter van het onderzoek komt onder meer naar voren in de eigen manier van het beschrijven van boormonsters. Die beschrijving is erop gericht gegevens vast te leggen die het mogelijk maken natuurlijke eenheden te identificeren. Daartoe wordt de samenstelling van het materiaal in detail vastgelegd en er wordt bijvoorbeeld gelet op allerlei aspecten die informatie in zich dragen over de omstandigheden waaronder het materiaal is gevormd en over de herkomst en de ouderdom ervan. Dat soort gegevens is nodig voor het maken van interpretaties die weer gebruikt worden voor het maken van de modellen. De interpretaties en de modellen vallen in de systematiek van de basisregistratie niet onder het booronderzoek. Modellen vormen een apart registratiedomein en alleen bepaalde landelijke modellen worden in de basisregistratie opgenomen. De modellen waarvoor de gegevens worden ingewonnen hebben een definiërend karakter en leveren de kaders voor praktisch alle vormen van onderzoek aan de ondergrond, waaronder booronderzoek vanuit andere vakgebieden.

Geologisch booronderzoek wordt zowel op land als op zee uitgevoerd en kan tot duizenden meters diepte onder maaiveld of waterbodem reiken. Op grote diepte bestaat de ondergrond niet langer uit grond maar uit gesteente. Geologisch onderzoek richt zich vooral op de natuurlijke ondergrond, maar ook de grondlichamen die door de mens zijn neergelegd worden in het onderzoek meegenomen.

De indeling naar vakgebied heeft haar beperkingen. In de werkelijkheid komt het voor dat booronderzoek een multidisciplinair karakter heeft en vanuit een combinatie van vakgebieden wordt uitgevoerd. Wanneer het om multidisciplinair onderzoek gaat dat een combinatie is van vakgebieden die onder de reikwijdte van de basisregistratie vallen, zullen de bijzondere eisen die ervoor gelden worden vastgelegd in de catalogus die voor het booronderzoek in zijn geheel gaat gelden.
Archeologisch en milieukundig booronderzoek vallen echter buiten het bereik van de basisregistratie ondergrond. noot Wanneer geologisch onderzoek wordt gecombineerd met archeologisch of milieukundig onderzoek wordt alleen het geologische deel van het onderzoek in de basisregistratie ondergrond opgenomen. In zo’n geval wordt wel gepreciseerd dat slechts een deel van de resultaten is geregistreerd.

Noot

4.1.2 Boren

Booronderzoek omvat vormen van onderzoek die ermee beginnen dat de ondergrond door boren wordt ontsloten. Wat onder boren moet worden verstaan is in verreweg de meeste gevallen triviaal, het is het maken van een gat met behulp van een apparaat dat we een boor noemen. In de definities wordt duidelijk dat er ook andere manieren zijn om een gat in de ondergrond te maken en die worden gemakshalve toch tot het boren gerekend. Er worden echter ook gaten in de ondergrond gemaakt met afwijkende methoden die buiten het bereik van deze catalogus vallen. Dat zijn allemaal methoden die op water worden gebruikt en die tot doel hebben een hap uit de waterbodem te nemen. Apparaten die daarvoor gebruikt worden zijn bijvoorbeeld de boxcorer en de Van Veen-bodemhapper. Onderzoek dat gebaseerd is op dergelijke technieken valt helemaal buiten het bereik van de basisregistratie ondergrond en de reden daarvoor is dat de resultaten een zeer geringe waarde voor hergebruik hebben, omdat de diepte van het bemonsterde interval niet goed bepaald is en de waterbodem binnen korte tijd kan veranderen.

4.1.3 Kwaliteit van de monsters

De gegevens over de opbouw en de eigenschappen van de ondergrond die uit booronderzoek voortkomen, zijn gebaseerd op monsters die uit de ondergrond genomen zijn. Voor het hergebruik van de gegevens is het van belang te weten in welke mate de monsters waarop de waarnemingen en metingen zijn gebaseerd representatief geacht kunnen worden voor de situatie in-situ. Anders gezegd, voor hergebruik is het van belang de kwaliteit van de monsters vast te leggen.

De kwaliteit van de monsters is van een groot aantal factoren afhankelijk: hoe er geboord is, hoe de monsters genomen zijn, met wat voor apparaat, hoe de monsters boven de grond zijn behandeld, getransporteerd en opgeslagen. De gegevens over het boren, bemonsteren en de relevante specificaties van het apparaat zijn in deze catalogus opgenomen. Die gegevens bepalen het maximaal te bereiken kwaliteitsniveau. Om die kwaliteit in het verdere proces te kunnen behouden, zijn binnen het werkveld van de geotechniek procedures opgesteld en die worden ook in het geologisch werkveld gevolgd. Monsters worden ingedeeld in 5 klassen op basis van de NEN-EN-ISO 22475 en voor iedere klasse is vastgelegd hoe de monsters behandeld moeten worden vanaf het moment dat ze boven de grond zijn gekomen. De classificatie geeft aan in welke mate de oorspronkelijke toestand van de grond bewaard is gebleven. Geroerde monsters, dat wil zeggen monsters waarin de oorspronkelijke samenhang van de grond al door het boren verloren is gegaan, vormen één klasse. De andere klassen hebben betrekking op ongeroerde monsters, monsters waarin de oorspronkelijke samenhang van de grond in enige mate bewaard is gebleven. In hoeverre de kwaliteit op het moment dat de monsters worden beschreven of geanalyseerd afwijkt van de initiële kwaliteit, wordt vastgelegd als onderdeel van het onderzoek.

4.1.4 Deelonderzoeken

Geologisch booronderzoek omvat gewoonlijk drie van de vier deelonderzoeken die in booronderzoek kunnen worden onderscheiden en dat zijn de boormonsterbeschrijving , de boormonsterfotografie en, de boormonsteranalyse . Het vierde deelonderzoek, de boorgatlogging , het onderzoek waarin het boorgat wordt bemeten, wordt niet zo vaak uitgevoerd. Van de vier deelonderzoeken zijn er twee in deze versie van de catalogus opgenomen, de boormonsterbeschrijving en de boormonsteranalyse ( Figuur 5 ).
In de boormonsterbeschrijving wordt het materiaal dat uit de ondergrond naar boven is gehaald, beschreven op een manier die inzicht geeft in de opbouw van de ondergrond en de globale eigenschappen ervan. De boormonsterbeschrijving is het onderzoek dat traditioneel de grondslag levert voor (hydro)geologische modellen. In het laboratorium worden allerlei proeven uitgevoerd om de samenstelling en een grote verscheidenheid aan eigenschappen nauwkeurig te bepalen. De verscheidenheid aan bepalingen is groot en iedere bepaling vraagt een eigen definitie. Dat vergt tijd en om die reden wordt de standaardisatie van boormonsteranalyse in fasen gerealiseerd.

Deelonderzoeken
Figuur class="fig-title"> Geologisch booronderzoek in deze versie van de catalogus; boormonsterfotografie en boorgatlogging zijn nog buiten scope.

4.1.5 Methode van beschrijven

Voor 2017 hadden boormonsterbeschrijvingen in de vakgebieden geologie, toegepaste geologie en de geotechniek een gemeenschappelijke grondslag en dat was de NEN 5104. Voor de geotechniek is internationaal inmiddels een nieuwe norm van kracht geworden en in 2019 is daarvan een Nederlandse invulling gemaakt (NEN-EN-ISO 14688). De nieuwe norm is op een andere leest geschoeid dan de oude. In de beschrijving van grond onder NEN 5104 staat de samenstelling van grond centraal en in de beschrijving onder NEN-EN-ISO 14688 het gedrag van grond. Dit verschil in benadering maakt de beschrijvingen minder geschikt voor de geologen die de landelijke (hydro)geologische modellen maken. Voor dat doel moet juist de samenstelling van de grond in de beschrijving centraal staan. De geologen van de Geologische Dienst Nederland die de landelijke modellen maakt, blijven zich daarom baseren op een eigen, op de NEN 5104 gebaseerde, methode: de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB).
Met het van kracht worden van de nieuwe norm zijn de al bestaande verschillen tussen geologisch en geotechnisch booronderzoek groter geworden. Dat geldt ook voor het verschil tussen geologisch en toegepast geologisch onderzoek. Toegepast geologisch booronderzoek zal aansluiten op de NEN-EN-ISO 14688.
De SBB kent verschillende kwaliteitsniveaus en die staan voor verschillen in expertiseniveau en monsterkwaliteit. Het expertiseniveau van de beschrijver bepaalt tot in welk detail de grond wordt beschreven en de kwaliteit van de monsters bepaalt welke aspecten worden beschreven. Van geroerde monsters worden met name de samenstelling en de kleur van de grond beschreven. De beschrijving van ongeroerde monsters is gericht op het herkennen van de lagen waaruit de ondergrond is opgebouwd. Van een laag worden allerlei aspecten vastgelegd die inzicht geven in de omstandigheden waaronder de laag is gevormd. De opdracht bepaalt het kwaliteitsniveau.
In de basisregistratie ondergrond kunnen niet alleen beschrijvingen die onder SBB zijn gemaakt worden geregistreerd, maar ook oude beschrijvingen die onder de ASB of de NEN 5104 zijn gemaakt kunnen onder het kwaliteitsregime IMBRO/A worden geregistreerd. Zowel onder de ASB als de NEN 5104 worden minder gegevens vastgelegd. Daarnaast werd bij oude beschrijvingen geen strikt onderscheid gemaakt tussen gegevens die uit het beschrijven en de gegevens die uit het meten voortkomen. Met als gevolg dat niet altijd duidelijk is waarop de gegevens van een oude beschrijving berusten. Bij beschrijvingen die onder NEN 5104 tot stand zijn gekomen, zijn eventueel extra aspecten beschreven die geen onderdeel uitmaken van de procedure. Deze set booronderzoeken beslaat een breed spectrum in de mate van detail van beschrijven.

4.2 Belangrijkste entiteiten

4.2.1 Booronderzoek

Deze entiteit draagt de naam van het registratieobject zelf en bevat de gegevens die het booronderzoek identificeren en allerlei administratieve gegevens die betrekking hebben op onder meer de herkomst van het onderzoek in de registratie. Zo geeft de entiteit informatie over het doel waarvoor het onderzoek is uitgevoerd (kader inwinning), en de grondslag voor de verplichting tot aanlevering (kader aanlevering).

Booronderzoek begint eigenlijk altijd met activiteiten in het veld en die worden in bepaalde gevallen gevolgd door activiteiten binnenshuis, veelal in een laboratorium. Er is maar een geval waarin er geen werkzaamheden in het veld worden uitgevoerd en dat is wanneer booronderzoek gebruik maakt van de resultaten uit eerder veldwerk of uit veldwerk dat voor een andere opdrachtgever is uitgevoerd.noot

Noot

4.2.2 Registratiegeschiedenis

De registratiegeschiedenis van een booronderzoek geeft de essentie van de geschiedenis van het object in de registratie ondergrond, de zgn. formele geschiedenis. De registratiegeschiedenis vertelt bijvoorbeeld wanneer voor het eerst gegevens van het object zijn geregistreerd en of er na registratie correcties zijn doorgevoerd.

4.2.3 Rapportagegeschiedenis

De bronhouder beslist of hij de resultaten van een booronderzoek in delen of in hun geheel gerapporteerd wil krijgen. Wanneer een rapport dat onder de wettelijke verplichtingen valt door de bronhouder is geaccepteerd, wordt het ter registratie aan de landelijke voorziening aangeboden. De rapportagegeschiedenis geeft de essentie van het verloop van de rapportage en vormt de zgn. materiële geschiedenis van het object booronderzoek.

4.2.4 Boring

De kernactiviteit in het veld is het maken van het gat, de boring. Voor het onderzoek is het van het grootste belang de gegevens vast te leggen die van invloed zijn op de uiteindelijke resultaten van het onderzoek. Daarnaast betekent boren dat men de toestand van de ondergrond verandert. Om de gevolgen van die ingreep later te kunnen beoordelen is het van belang te weten hoe men de ondergrond heeft achtergelaten.
Aan het maken van een boorgat kunnen voorbereidende werkzaamheden zijn voorafgegaan. Het weggraven van materiaal is een bijzondere vorm van voorbereiding omdat daaruit ook gegevens over de opbouw van de ondergrond kunnen voortkomen. Wanneer het weggegraven materiaal globaal is beschreven wordt dat apart vastgelegd (Weggegraven laag) en niet als onderdeel van het deelonderzoek Boormonsterbeschrijving.
Bij het boren gebruikt men een bepaalde techniek om het apparaat dat men gekozen heeft de grond in te drijven. Bij onderzoek dat zich tot geringe diepte beperkt boort men vaak met de hand, voor ander onderzoek gebeurt dat veelal mechanisch. Tijdens het boren kan men herhaaldelijk van techniek wisselen, en voor een goed begrip van de onderzoeksresultaten is het van belang te weten welk deel van de ondergrond met welke techniek is doorboord (Geboord interval).
Het doel van het boren is dat er monsters uit de ondergrond worden gehaald. Dat kan op allerlei manieren gebeuren en tijdens het boren kan men herhaaldelijk van manier wisselen (Bemonsterd interval).
Tijdens het boren kan men constateren dat er in bepaalde intervallen sporen van verontreiniging voorkomen (Verontreinigd interval) en dat wordt dan vastgelegd om latere gebruikers te kunnen informeren.
Wanneer men ten slotte klaar is met boren kan het ontstane gat op een bepaalde manier worden afgewerkt. Dat kan weer per diepte-interval verschillen (Afgewerkt interval).

4.2.5 Bemonsteringsapparaat

In het geval men monsters gestoken of gekernd heeft worden ook specificaties vastgelegd van het apparaat dat daarvoor gebruikt is. In Figuur 6 en Figuur 7 wordt geïllustreerd wat de belangrijkste kenmerken zijn.

Bemonsteringsapparaat
Figuur class="fig-title"> Het bemonsteringsapparaat: (a) een apparaat met een haakse steekmond, (b) een apparaat waarvan de steekmond een hoek (α) maakt met de verticaal en (c) een apparaat als b maar dan voorzien van een passieve zuiger. De letter l geeft de lengte van de container aan, d 1 de doorgangsdiameter en d 2 de diameter van de steekmond. De diameter van de container is gelijk aan de doorgangsdiameter.
Bemonsteringsapparaat2
Figuur class="fig-title"> Het bemonsteringsapparaat: (a) een apparaat met een afschroefbare steekmond en een vanger en (b) eenzelfde apparaat maar dan met een variabele diameter en een container die voorzien is van een liner. De letter l geeft de lengte van de container aan, d 1 de doorgangsdiameter, d 2 de diameter van de steekmond en d 3 de diameter van de container.

4.2.6 Terreintoestand

Voor, tijdens of direct na het boren kunnen in het veld waarnemingen worden gedaan die deel uitmaken van het booronderzoek. Die waarnemingen hebben betrekking op de toestand van het terrein. Dat begrip wordt in nogal ruime zin opgevat en dekt alle gegevens die vastgelegd worden om een goed begrip te krijgen van de ruimtelijke context waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd.

4.2.7 Sliblaag

Bij boren op water kan er op de waterbodem een laag slib blijken te liggen. Wanneer dat voor het onderzoek relevant geacht is, worden enkele kenmerken daarvan vastgelegd.

4.2.8 Boormonsterbeschrijving

Boormonsterbeschrijving is het deelonderzoek dat betrekking heeft op het beschrijven van de monsters met als doel een of meer boorprofielen te maken. Een boormonsterbeschrijving onder SBB 6 versie 2022 resulteert in maximaal twee boorprofielen.
Bij historische beschrijvingen van grond die onder voorgaande versies van de SBB, de ASB of de NEN 5104 tot stand zijn gekomen, is altijd sprake van één boorprofiel.

4.2.9 Boorprofiel

Een boorprofiel is het resultaat van de boormonsterbeschrijving en beschrijft de laagopbouw van het deel van de ondergrond dat bemonsterd is.
Een boorprofiel heeft een bepaalde beschrijfkwaliteit en dat wil zeggen dat de kwaliteit van de monsters waarop de beschrijving gebaseerd is en de mate van detail in de beschrijving over het hele profiel vergelijkbaar zijn. Onder NEN 5104 heeft dat begrip eigenlijk geen onderscheidende waarde, omdat er altijd maar een profiel is. De kwaliteit daarvan wordt niet gespecificeerd omdat gewoonlijk niet meer te achterhalen is waarop de gegevens precies zijn gebaseerd. Onder de SBB heeft het begrip beschrijfkwaliteit wel onderscheidende waarde. Een geval waarin een boormonsterbeschrijving twee boorprofielen oplevert is wanneer op een bepaalde plaats een boring is gezet die op twee manieren bemonsterd is ( Figuur 8 ).

Boorprofiel
Figuur class="fig-title"> Uit een boring komen geroerde en ongeroerde monsters en in de beschrijving worden dan twee boorprofielen gemaakt. In deze versie van de catalogus is de beschrijving van gesteente overigens buiten scope.

Over het hele boortraject zijn monsters met een relatief lage kwaliteit, geroerde monsters, genomen. Daarnaast zijn van bepaalde dieptes monsters met een hoge kwaliteit, ongeroerde monsters, verkregen. Het verschil in kwaliteit is zo groot dat de monsters apart beschreven moeten worden. In het eerste geval ontstaat een continu profiel, in het tweede een discontinu profiel.

Het uitgangspunt is dat het boorprofiel alle met een bepaalde kwaliteit bemonsterde intervallen dekt en dat de bemonsterde intervallen compleet zijn beschreven. Het kan echter zijn dat dit niet gelukt is, bijvoorbeeld omdat er per ongeluk een monster verdwenen is. De intervallen die niet beschreven konden worden, worden expliciet in het profiel opgenomen (Niet-beschreven interval) en de reden waarom het niet beschreven is wordt vastgelegd.

4.2.10 Laag

De belangrijkste entiteiten in een boorprofiel zijn de lagen. Een laag bestaat uit grond of uit bijzonder materiaal, dat is materiaal dat niet als grond of gesteente wordt beschouwd (of uit gesteente, maar dat valt nog buiten het bereik van de catalogus). Een laag die uit bijzonder materiaal bestaat wordt summier beschreven, een laag die uit grond bestaat wordt uitvoerig beschreven. Een laag heeft een boven- en ondergrens en is van natuurlijke of menselijke (antropogeen) oorsprong.

Wat een laag in een geologisch boorprofiel voorstelt, hangt echter af van de kwaliteit van de monsters.
Onder NEN 5104 is niet vastgelegd op welke wijze de grenzen van lagen zijn bepaald. Ook zijn er geen beperkingen gesteld aan de laagdikte. Veiligheidshalve zou men de lagen in een boorprofiel dat is beschreven onder NEN 5104 altijd moeten beschouwen als beschrijfeenheden.
In een boorprofiel dat betrekking heeft op geroerde monsters, is de laag een bemonsteringseenheid en vertegenwoordigt iedere laag een monster. Zo’n laag wordt beschreven als een lithologisch homogeen geheel en heeft een soort grond (Grond).
In een boorprofiel dat betrekking heeft op ongeroerde monsters, is de laag idealiter een geheel dat onder bepaalde omstandigheden is gevormd, een genetische eenheid. De ideale situatie doet zich alleen voor wanneer er sprake is van een continu profiel waarin alle grenzen zichtbaar zijn. Wanneer dat niet het geval is, zoals verbeeld in Figuur 8 , is een deel van de grenzen door de bemonstering bepaald.

Lagen die genetische eenheden zijn, bestaan op allerlei schalen, maar in de beschrijfpraktijk ligt de dikte vaak in het bereik van een decimeter tot een meter. De minimale dikte is voor de beschrijving vastgesteld op 2 millimeter; een maximale dikte is niet vastgelegd.
Een laag die een genetische eenheid is, kan in andere aspecten dan de samenstelling van de grond van aangrenzende lagen verschillen en hoeft in lithologisch opzicht geen homogeen geheel te zijn. Er zijn verschillende mogelijkheden om een dergelijke laag te beschrijven.

In het meest voorkomende geval ( Figuur 9 a) is de laag een lithologisch homogeen geheel of kan de laag als zodanig worden beschreven. Zo’n laag kan structuurloos zijn of een bepaalde structuur hebben en bestaat uit een soort grond die in detail wordt beschreven. In een dergelijke laag kunnen een of enkele laagjes voorkomen die uit een afwijkende grondsoort bestaan, maar die worden alleen globaal beschreven.
In het tweede geval ( Figuur 9 b), dat overigens niet zo vaak voorkomt, is de laag een regelmatige afwisseling van dunne laagjes die uit verschillende soorten grond bestaan. Een dergelijke laag heet heterogeen gelaagd en de grond wordt per type laagje ( Laagje ) in detail beschreven.
In het derde, zeer sporadisch voorkomende geval ( Figuur 9 c) bestaat de laag uit verschillende soorten grond die grillige lichamen vormen. De structuur van een dergelijke laag wordt omschreven als onregelmatig vervormd en de grond wordt per deel ( Laagdeel ) in detail beschreven.

Lagen
Figuur class="fig-title"> De lichtgekleurde laag stelt een eenheid voor die uit een andere grondsoort bestaat dan de aangrenzende lagen. In het eerste geval (a) wordt de laag als een homogeen geheel beschreven met daarin een afwijkend laagje. In het tweede geval (b) wordt de laag beschreven als opgebouwd uit laagjes die in grondsoort verschillen. In het derde geval (c) wordt de laag beschreven als opgebouwd uit laagdelen die in grondsoort verschillen.

4.2.11 Grond

Onder SBB 6 versie 2022 wordt van grond altijd de grondsoort, de kleur, de hoeveelheid glauconiet en het al dan niet voorkomen van sporen van beworteling vastgelegd. Welke kenmerken er verder worden vastgelegd hangt af van de beschrijfkwaliteit, de kwaliteit van de monsters en de grondsoort. Om de gegevens beter bruikbaar te maken voor de geotechniek wordt naast de geologische naam van de grondsoort, ook de geotechnische naam volgens NEN-EN-ISO 14688 vastgelegd.
Wanneer de grond bestanddelen bevat die niet als een normaal onderdeel van grond gelden, wordt het voorkomen ervan beschreven (Bijzonder bestanddeel) en hetzelfde geldt voor brokjes van een andere grondsoort (Brokje). Welke kenmerken er verder worden vastgelegd hangt af van de grondsoort en de beschrijfkwaliteit, en dat laatste wil zeggen: de combinatie van expertiseniveau en kwaliteit van de monsters.
Onder NEN 5104 wordt altijd de grondsoort vastgelegd en afhankelijk van de grondsoort ook het gehalte aan grind en organische stof. Wat er verder wordt vastgelegd is onder NEN 5104 niet gespecificeerd.

4.2.12 Grindfractie

Het deel van de grond dat uit grind (minerale korrels die in grootte variëren van 2 tot 63 mm) bestaat wordt apart beschreven. Het gaat daarbij onder meer om de vorm (hoekigheid, sfericiteit), de kleur (bontheid) en de grootte van de korrels (bijv. grindmediaanklasse). Specialisten benoemen ook nog de herkomst van het grind en het soort minerale korrels (Grindbestanddeel).

4.2.13 Zandfractie

Het deel van de grond dat uit zand (minerale korrels die in grootte variëren van 0,063 tot 2 mm) bestaat wordt apart beschreven. Het gaat daarbij onder meer om de vorm (hoekigheid), de kleur (bontheid) en de grootte van de korrels (bijv. zandmediaanklasse). Specialisten benoemen ook nog de verdeling van de korrels naar kleur (Zandbestanddeel).

4.2.14 Schelpenfractie

Het deel van de grond dat uit schelpmateriaal bestaat wordt apart beschreven. In alle gevallen worden de relatieve hoeveelheden gruis, fragmenten en hele schelpen bepaald en wordt het voorkomen van een aantal kenmerkende schelpensoorten vastgelegd (Schelpenbestanddeel). Van ongeroerde monsters wordt ook het voorkomen van schelpdoubletten beschreven. Andere kenmerken worden alleen door beschrijvers met bijzondere expertise beschreven.

4.2.15 Organische fractie

Het deel van de grond dat uit organisch materiaal bestaat wordt apart beschreven. Standaard wordt benoemd of het houtige of niet-houtige plantenresten betreft. De specialisten benoemen ook de verschillende soorten plantenresten (Organisch bestanddeel). Wanneer het organisch materiaal veen bevat, wordt ook het soort veen benoemd (soort veen).

4.2.16 Afwijkend laagje, insluitsel, sedimentlens en vlek

Bij de beschrijving van grond van ongeroerde monsters wordt niet alleen op het voorkomen van brokjes van andere grondsoorten gelet. Andere grondsoorten kunnen ook voorkomen in de vorm van laagjes (Afwijkend laagje), als lenzen die sedimentair van oorsprong zijn (Sedimentlens) of als grillig verlopende lichamen die door de verstoring van dunne laagjes zijn ontstaan (Insluitsel).
Wanneer de grond gevlekt is wordt het voorkomen van de vlekken beschreven (Vlek).

4.2.17 Munsellkleur en dierlijk fossiel

Beschrijvers met een bijzondere expertise leggen het voorkomen van de fossiele resten van bepaalde dierlijke organismen (Dierlijk fossiel) vast bij de uitgebreide beschrijving. De kleur van de grond volgens de systematiek van Munsell (Munsellkleur) wordt ook bij de uitgebreide beschrijving vastgelegd.

4.2.18 Fractieverdeling

Beschrijvers met een bijzondere expertise leggen de fractieverdeling vast van grondsoorten die in een van de volgende categorieën vallen: organische gronden, schelprijke gronden, grindrijke minerale gronden en grindarme minerale gronden. Zij beschouwen de grond als een mengsel van zes fracties: organische stof, schelpmateriaal, grind, zand, silt en lutum; de laatste vier fracties bij elkaar worden de minerale fractie genoemd. De manier waarop de aandelen van de fracties worden berekend volgt uit de stapsgewijze benadering die in de driehoeksystematiek van NEN 5104 opgesloten ligt. Het resultaat van de berekening vraagt enige toelichting, omdat het totaal van de fracties niet altijd optelt tot 100 procent en omdat er voor iedere categorie eigen regels gelden.
Een voorbeeld in Figuur 10 moeten een en ander verduidelijken. Voor organische gronden geldt het totaal van de massa’s van de fracties organische stof, zand, silt en lutum als 100 procent. Het aandeel schelpmateriaal en het aandeel grind worden anders berekend. Van schelpmateriaal wordt het aandeel in het volume van de grond zonder meenemen van de organische stof geschat. Van grind wordt het aandeel in de massa van de vier minerale fracties geschat. In Figuur 10 is per categorie grond aangegeven of de fractieverdeling wordt bepaald en zo ja, hoe die wordt bepaald.

Fractieverdeling
Figuur class="fig-title"> Er worden zes categorieën grond onderscheiden. Van zeer grove minerale gronden en bijzondere gronden wordt geen fractieverdeling bepaald, van de andere wel. Per categorie grond is in kleur aangegeven welke fracties tot 100 procent optellen. Voor verdere toelichting zie de tekst.

4.2.19 Post-sedimentaire discontinuïteit

De laagopbouw kan verstoord zijn doordat discontinuïteiten de lagen doorsnijden. Wanneer de laagopbouw ondanks de verstoring nog goed te beschrijven is, worden naast de lagen ook de kenmerken van de discontinuïteit vastgelegd. De zogenaamde post-sedimentaire discontinuïteit is van menselijke (antropogeen) of natuurlijke oorsprong, zoals breuken, krimpscheuren en ijswiggen. Als door verstoring de beschrijving van de laagopbouw praktisch onmogelijk is, wordt het verstoorde interval niet beschreven. In dat geval beveelt de procedure aan een foto van het verstoorde interval te maken.

4.2.20 Boormonsteranalyse

Boormonsteranalyse is het deelonderzoek dat betrekking heeft op het doen van metingen aan boormonsters. De metingen worden in een laboratorium uitgevoerd. De catalogus dekt een deel van de bepalingen die in standaard geologisch booronderzoek uitgevoerd worden en dat zijn altijd bepalingen aan grond en bijzonder materiaal.

In standaard geologisch onderzoek worden de hydrofysische eigenschappen, eigenschappen die op de samenstelling van het materiaal betrekking hebben en de chemische eigenschappen bepaald. Van de chemische eigenschappen zijn alleen het organisch koolstofgehalte en zwavelgehalte binnen scope van deze versie van de catalogus.

4.2.21 Onderzocht interval

In de boormonsteranalyse worden aan een of meer intervallen bepalingen gedaan, de onderzochte intervallen. De kwaliteit van het monster en de beschikbare hoeveelheid materiaal bepalen in eerste instantie wat er allemaal van een interval kan worden bepaald. De beperking in hoeveelheid materiaal betekent dat bepaalde bepalingen elkaar in de praktijk uitsluiten en dat bepalingen die wel gecombineerd kunnen worden elkaar veelal in een strikte volgorde moeten opvolgen.

In sommige gevallen vereist een bepaling een niet verstoord monster. Het deel dat moet worden geanalyseerd, het proefstuk, wordt uit het monster genomen en de rest wordt beschreven. Wanneer de volledige doorsnede van het monster wordt gebruikt, blijft er een gat in het monster achter dat niet beschreven kan worden (zie Figuur 11 ). Het proefstuk gaat onbeschreven de bepaling in en het materiaal wordt na uitvoering van de bepaling beschreven door degene die de bepaling heeft uitgevoerd. De kwaliteit van het materiaal is dan ingrijpend veranderd en niet langer vergelijkbaar met dat van de niet onderzochte intervallen. Daarom wordt de beschrijving van het materiaal waaruit het proefstuk bestaat, als onderdeel van de boormonsteranalyse vastgelegd en niet opgenomen in de boormonsterbeschrijving.

Onderzocht interval
Figuur class="fig-title"> In het bovenste interval wordt een ring gestoken uit een niet verstoord boormonster en het materiaal in de ring vormt het proefstuk dat wordt onderzocht, daarnaast wordt uit hetzelfde interval materiaal genomen om te onderzoeken op andere eigenschappen; er blijft voldoende materiaal over om het materiaal op normale wijze te beschrijven.
In het middelste geval wordt alleen materiaal genomen om te onderzoeken op eigenschappen; er blijft voldoende materiaal over om het materiaal op normale wijze te beschrijven.
In het onderste interval word een ring gestoken uit een niet verstoord boormonster; er blijft onvoldoende materiaal over en het materiaal kan niet op de normale wijze worden beschreven en blijft buiten de boormonsterbeschrijving. In bepaalde gevallen worden de boven- en onderkant afgesneden, de zogenaamde afsnijdsels, en worden gebruikt voor aanvullende bepalingen.

Welke bepalingen er zijn uitgevoerd, wordt voor ieder onderzocht interval vastgelegd. Het gaat om hydrofysische eigenschappen, eigenschappen die op de samenstelling van het materiaal betrekking hebben of chemische eigenschappen.

Iedere bepaling die als onderdeel van de boormonsteranalyse wordt uitgevoerd, is aan een bepaalde procedure onderworpen en wordt volgens een bepaalde methode uitgevoerd. Wanneer er in de uitvoering keuzen worden gemaakt die voor de gebruiker van de gegevens relevant kan zijn, worden die vastgelegd. Datzelfde geldt voor de eventuele bijzonderheden die zich tijdens de uitvoering voordoen of die men na afloop constateert door het materiaal te bekijken.

4.2.22 Onderzocht materiaal

Het materiaal waaruit een proefstuk bestaat dat de volledige doorsnede van een niet verstoord boormonster omvat, wordt pas na afloop van de bepaling beschreven (zie Figuur 11 ). Het resultaat wordt apart vastgelegd en alleen de aspecten die na afloop van de bepaling nog als representatief voor het oorspronkelijk monster kunnen worden beschouwd, worden beschreven. In het uitzonderlijke geval dat het interval uit bijzonder materiaal bestaat, wordt alleen de naam van het materiaal vastgelegd.

4.2.23 Bepaling van de korrelgrootteverdeling

Voor de korrelgrootteverdeling wordt de samenstelling van het materiaal bepaald vanuit het perspectief dat grond een mengsel van minerale deeltjes van verschillende grootte is. De deeltjes worden korrels genoemd. Volgens een bepaalde methode, of combinatie van methoden, wordt het aandeel van de gekozen groottefracties in het totale mengsel bepaald. De fracties bij elkaar vormen een aaneensluitende reeks die het groottebereik volledig dekt.

Standaard wordt laserdiffractie gebruikt en wordt het materiaal kleiner dan 2 mm nader onderscheiden in standaard fracties. Wanneer het materiaal uit grind of grover materiaal bestaat wordt aan hetzelfde onderzocht een tweede bepaling van de korrelgrootteverdeling uitgevoerd om het materiaal groter dan 2 mm nader te onderscheiden in standaard fracties. Dit gebeurt door middel van droog zeven. Het materiaal kleiner dan 2 mm wordt in dit geval wat grover onderverdeeld.
Voorafgaand aan de bepaling wordt standaard organische stof verwijderd en in de meeste gevallen ook koolzure kalk. Als voorbehandeling worden in het materiaal kleiner dan 2 mm samengeklonterde korreltjes van elkaar los gemaakt (dispersie).
De metingen worden altijd omgerekend naar een percentage van de totale massa. In alle gevallen wordt in het resultaat onderscheid gemaakt tussen de fractie kleiner dan 63 µm, de fractie tussen 63 µm en 2mm en de fractie groter dan 2 mm.
De korrelgrootteverdeling wordt in eerste instantie gebruikt om het materiaal te classificeren.

4.2.24 Bepaling van het kalkgehalte

Het gehalte aan kalk wordt bepaald door het aanwezige calciumcarbonaat (koolzure kalk) op een bepaalde manier te verwijderen en het verlies aan massa te meten.
Het kalkgehalte is een basisparameter die primair gebruikt wordt om de grond te classificeren.

4.2.25 Bepaling van het organischestofgehalte

Het gehalte aan organische stof wordt bepaald door het organisch materiaal op een bepaalde manier te verwijderen en het verlies aan massa te meten. Bij de berekening van het gehalte kan het nodig zijn te corrigeren voor het verlies van water dat aan klei is gebonden (lutumcorrectie) of aan ijzeroxiden (vrij ijzercorrectie).
Het organische stofgehalte is een basisparameter die primair gebruikt wordt om de grond te classificeren.

4.2.26 Bepaling van het organisch koolstofgehalte

Het gehalte aan organisch koolstof wordt bepaald door het organisch materiaal volgens een bepaalde methode te oxideren. Het gehalte aan organisch koolstof kan worden berekend door de hoeveelheid CO2 die vrijkomt te bepalen volgens een bepaalde methode.

4.2.27 Bepaling van het zwavelgehalte

Het gehalte aan zwavel wordt bepaald door het zwavel in het materiaal volgens een bepaalde methode te oxideren. Het gehalte aan zwavel kan worden berekend door de hoeveelheid SO2 die vrijkomt te bepalen volgens een bepaalde methode.

4.2.28 Bepaling van de verzadigde waterdoorlatendheid

De waterdoorlatendheid van met waterverzadigde grond is de snelheid waarmee water door grond stroomt. Binnen geologisch booronderzoek wordt de verzadigde waterdoorlatendheid bepaald volgens de falling head methode of de aangepaste falling head methode voor minder cohesief materiaal. De standaard falling head methode wordt gebruikt voor cohesieve grond en de aangepaste falling head methode voor onvoldoende cohesief materiaal.
Bij beide methoden verzadigd men eerst het proefstuk en laat men water van een bepaalde soort (gebruikt medium) door de grond stromen, en daarvan wordt vastgelegd of de daarin aanwezige gassen eruit verwijderd zijn (water ontgast). Men laat het water meestal van boven naar onder door het proefstuk stromen. De variabelen die van invloed zijn op het resultaat worden vastgelegd (verzadigingsmethode, temperatuur, maximale gradiënt).

Het proefstuk wordt altijd met een ring uit een niet verstoord boormonster gestoken, waarbij wordt vastgelegd of de doorlatendheid verticaal is gemeten (verticaal bepaald). Bij de falling head methode kiest men in het laboratorium of de poreuze stenen in de proefstelling nat of droog moeten zijn en of de steekring een waterafstotende laag moet krijgen en legt men het proefstuk een bepaalde belasting op. Bij de aangepaste falling head methode voor onvoldoende cohesieve grond legt men geen belasting op. Het resultaat van de bepaling is de verzadigde waterdoorlatendheid bij de opgelegde belasting.

4.2.29 Bepaling van het watergehalte

Het watergehalte wordt bepaald door het in het materiaal aanwezige water op een bepaalde manier te verwijderen, het massaverlies te meten en het resultaat uit te drukken in de verhouding tussen de hoeveelheid water en de hoeveelheid droge stof. Het is van belang te weten of er voorafgaand aan de bepaling materiaal verwijderd is. Temperatuur en droogtijd zijn van belang en voor de aanwezigheid van zouten in het poriënwater wordt een bepaalde correctie doorgevoerd.
Het watergehalte is een parameter die altijd samen met andere gegevens gebruikt wordt in berekeningen.

4.2.30 Bepaling van de volumieke massa

De volumieke massa, de massa per eenheid van volume, wordt bepaald door de massa en het volume op een bepaalde manier te meten.
Het gegeven is een parameter die altijd samen met andere gegevens gebruikt wordt in berekeningen.

4.2.31 Bepaling van de droge volumieke massa

De droge volumieke massa, de massa per eenheid van volume, wordt bepaald door de massa van het droge materiaal en het volume op een bepaalde manier te meten.
Het gegeven is een basisparameter die altijd samen met andere gegevens gebruikt wordt in berekeningen.

4.2.32 Bepaling van de volumieke massa vaste delen

De volumieke massa van de vaste delen wordt bepaald door de massa en het volume van gedroogd materiaal te meten. Zo nodig wordt het materiaal vergruisd en worden de korrels van elkaar los gemaakt zodat het volume van de ruimte tussen de korrels nauwkeurig kan worden bepaald. Dat volume wordt bepaald door die ruimte met vloeistof te vullen.
Het gegeven is een basisparameter die altijd samen met andere gegevens gebruikt wordt in berekeningen.

4.3 INSPIRE

Het doel van de Europese kaderrichtlijn INSPIRE is het harmoniseren en openbaar maken van ruimtelijke gegevens van overheidsorganisaties ten behoeve van het milieubeleid. Het registratieobject booronderzoek valt wat het geologisch onderzoek betreft onder het INSPIRE-thema Geology, en om die reden moeten de gegevens in het registratieobject geschikt gemaakt worden voor uitwisseling volgens de INSPIRE-standaard. Dit wordt geïmplementeerd middels een mapping van het gegevensmodel van het Geologisch booronderzoek op het gegevensmodel van het INSPIRE-thema. De inhoud van deze mapping is geen onderdeel van deze catalogus.

5. Opbouw van de gegevensdefinitie

Dit onderdeel is niet normatief.

5.1 De gegevensdefinitie

De gegevensdefinitie vormt het hart van de catalogus en geeft een beschrijving van alle gegevens van het registratieobject. Eerst wordt de definitie van het registratieobject gegeven inclusief de plaatjes van het zgn. domeinmodel, en vervolgens de definities van de entiteiten waaruit het object is opgebouwd met de eigenschappen van die entiteiten, de attributen. De entiteiten worden op volgorde van de nummers in het domeinmodel behandeld. De volgende aspecten van de gegevens worden vastgelegd:

  • De Nederlandse naam van het gegeven.
  • Of het gegeven van het type entiteit of het type attribuut is, met in het laatste geval van welke entiteit het een attribuut is.
  • Eventueel de herkomst van het gegeven, in het uitzonderlijke geval de herkomst anders is dan de BRO.
  • De definitie van het gegeven.
  • Eventueel de herkomst van de definitie, in het uitzonderlijke geval de definitie een andere herkomst heeft dan de BRO.
  • De kardinaliteit van een attribuut, en dat geeft aan hoe vaak het attribuut voorkomt.
  • De aanduiding of een attribuut al dan niet authentiek is (juridische status).
  • De naam van het domein voor de waarden van het attribuut, met afhankelijk van het type domein nadere informatie over de waarden.
  • Eventueel de naam van het domein van het attribuut voor IMBRO/A, wanneer het uitzonderlijke geval zich voordoet dat er voor IMBRO/A een ander domein geldt dan voor IMBRO.
  • Eventueel de regels die in aanvulling op de kardinaliteit en de bepalingen van het domein gelden en door de basisregistratie ondergrond in controles zijn opgenomen, bijvoorbeeld om de consistentie van de inhoud van een brondocument vast te stellen.
  • Eventueel de regels die voor IMBRO/A gelden, wanneer het uitzonderlijke geval zich voordoet dat er voor IMBRO/A aanvullende regels gelden.
  • Eventueel de aanduiding dat de waarde van het attribuut mag ontbreken, wanneer het uitzonderlijke geval zich voordoet dat de waarde van het attribuut mag ontbreken.
  • Van attributen waarvan de waarde mag ontbreken de omschrijving van de reden waarom de waarde mag ontbreken.
  • Eventueel de aanduiding dat het gegeven wordt afgeleid door de basisregistratie ondergrond, in het uitzonderlijke geval het gegeven wordt afgeleid.
  • Eventueel een toelichting om aanvullende informatie te geven over de betekenis van het gegeven of de reden waarom het is opgenomen.
  • Van attributen van objecten met een materiële geschiedenis de aanduiding of het attribuut al dan niet een materiële geschiedenis kan hebben.

De gegevensdefinitie dekt de beide kwaliteitsregimes die worden onderscheiden, IMBRO en IMBRO/A. Het kwaliteitsregime IMBRO is leidend en bij het opstellen van de gegevensdefinitie is geprobeerd de verschillen tussen de twee regimes zo klein mogelijk te houden. Het streven is een object altijd in termen van dezelfde gegevens te beschrijven en voor IMBRO/A alleen aanvullende regels te formuleren en extra waarden toe te staan. Bij uitzondering kan het echter nodig zijn gebleken voor IMBRO/A aparte entiteiten, attributen of domeinen te definiëren.

5.2 Domeinen

Domeinen

Een domein beschrijft welke waarden mogelijk zijn voor een attribuut (zie bijv. Aantal of Code).

Sommige domeinen zijn samengesteld uit twee of meer elementen die in samenhang betekenisvol zijn. Een voorbeeld van een samengesteld domein dat in de BRO bestaat is Datuminterval. Datuminterval bestaat uit twee elementen, beide van het domein Datum (jaar, maand en dag), namelijk een begindatum en een einddatum.

Bij een attribuut kunnen ook twee of meer domeinen mogelijk zijn. Voor dit attribuut geldt dat verschillende domeinen valide zijn, er kan echter bij aanlevering van de gegevens altijd maar één van de domeinen gekozen worden.
In de gegevensdefinitie worden in dat geval een attribuut gemodelleerd waarvan het domein dat de mogelijke waarde beschrijft een keuze is tussen twee of meer domeinen. Dit maakt het mogelijk waar in het domeinmodel normaal gesproken maar één mogelijkheid bestaat, een opsomming te geven van meerdere mogelijke domeinen, waarbij altijd precies één van deze mogelijkheden wordt gebruikt. Een voorbeeld van een dergelijke keuze domein is het domein Organisatie.

De domeinen die in de gegevensdefinitie worden gebruikt worden hieronder toegelicht.

5.2.1 Aantal

Het domein Aantal wordt gebruikt voor een telbare hoeveelheid. Het is een natuurlijk getal met een bepaalde maximale lengte.
Het domein wordt volledig gespecificeerd door met de aanduiding aantal ook de maximale lengte mee te (Aantal N). Gewoonlijk wordt de waardeverzameling verder ingeperkt door een bereik te specificeren. In het domeinmodel wordt volstaan met de algemene aanduiding Aantal.

5.2.2 Code

Een code is een opeenvolging van cijfers, van letters of van cijfers en letters met een bepaalde opbouw en met een specifieke betekenis. Een code heeft gewoonlijk een betekenis die ook buiten de basisregistratie ondergrond geldt. Een code wordt uitgegeven door een verantwoordelijke instantie. Om de opbouw van een code weer te geven wordt gebruik gemaakt van de letters C en N. De letter C staat voor character (Eng.) en duidt een letter aan, de letter N staat voor number (Eng.) en duidt een cijfer aan. Een code heeft een bepaalde naam.
Het domein wordt volledig gespecificeerd door met de naam van de code ook de opbouw mee te geven. Uit de definitie van het attribuut zelf moet blijken wat de specifieke betekenis is van de code. In het domeinmodel wordt het domein aangeduid met zijn naam.

5.2.3 Gemeten waarden

Meetwaarden worden gebruikt voor grootheden. De waarde van een grootheid is een getal met een bepaalde opbouw en een bepaalde eenheid. Voor de waarde van grootheden worden twee domeinen gebruikt. Een voor een waarde waarvan de nauwkeurigheid altijd hetzelfde is (Meetwaarde) en een voor een waarde waarvan de nauwkeurigheid varieert (Meetwaarde in machten) en dat is het geval wanneer de nauwkeurigheid voor kleine getallen anders is dan de nauwkeurigheid voor grote getallen omdat een ander apparaat of methode is gebruikt.

De basisregistratie ondergrond gebruikt voor de eenheden de codes uit het UCUM (Unified Code for Units of Measure)-systeem. In bijzondere gevallen is de eenheid dimensieloos.

5.2.3.1 Meetwaarde

Het domein Meetwaarde wordt gebruikt wanneer de nauwkeurigheid van de waarde altijd hetzelfde is.
Het is een rationaal getal met een bepaalde opbouw. Het aantal cijfers voor het scheidingsteken is variabel maar begrensd. Het aantal cijfers achter het scheidingsteken ligt vast.

Het domein wordt volledig gespecificeerd door met de aanduiding meetwaarde ook de opbouw (Meetwaarde N.N) en de eenheid mee te geven. Gewoonlijk wordt de waardeverzameling verder ingeperkt door een bereik te specificeren. In het domeinmodel wordt volstaan met de algemene aanduiding Meetwaarde.

5.2.3.2 Meetwaarde in machten

Het domein Meetwaarde in machten wordt gebruikt wanneer de waarde een heel groot bereik heeft en de nauwkeurigheid voor kleine getallen anders is dan voor grote getallen. In dat geval wordt de meetwaarde uitgedrukt in machten. In de basisregistratie ondergrond wordt de meetwaarde in machten altijd uitgedrukt in een macht van tien. De notatie voor de meetwaarde in machten is (m . 10e). De m staat voor mantisse en is een meetwaarde, en de e staat voor de exponent.

De mantisse (m) is een rationaal getal met een bepaalde opbouw. Het aantal cijfers voor het scheidingsteken is in de basisregistratie ondergrond altijd 1. Het aantal cijfers achter het scheidingsteken ligt vast.
De meetwaarde wordt uitgedrukt in machten van tien (10e). De exponent (e) is in de basisregistratie ondergrond altijd een geheel getal.

Het domein wordt volledig gespecificeerd door met de aanduiding meetwaarde in machten ook de opbouw (meetwaarde 1.N in machten), de eenheid en het bereik van de machten mee te geven. Het bereik van de machten is vastgelegd in het waardebereik. De waardeverzameling wordt gewoonlijk verder ingeperkt door een bereik te specificeren. In het domeinmodel wordt volstaan met de algemene aanduiding Meetwaarde in machten.

Inname van gemeten waarden

In de praktijk is het moeilijk een meetwaarde zonder verandering van het ene systeem aan het andere door te geven. De basisregistratie ondergrond hanteert de definities binnen het systeem en bij uitgifte strikt om te borgen dat een meetwaarde zonder verandering kan worden doorgegeven.

Bij het vastleggen van eigenschappen is het niet altijd nodig getallen zo strikt te definiëren als de basisregistratie vraagt. De uitvoerders weten wel wat een getal zou moeten voorstellen en kunnen bijvoorbeeld accepteren dat een meetwaarde er een decimale nul bij krijgt of dat een getal een onbepaald aantal decimalen heeft. Om de uitvoeringspraktijk niet nodeloos te frustreren door getallen die niet aan de strikte definitie voldoen af te wijzen, hanteert de basisregistratie ondergrond bij het innemen van meetwaarden de volgende praktische regels:

  • Er zijn meer cijfers achter het scheidingsteken aanwezig dan gespecificeerd: het getal wordt afgekapt op het aantal dat in de gegevensdefinitie is gespecificeerd.
  • Er zijn minder cijfers achter het scheidingsteken aanwezig dan gespecificeerd: het getal wordt aangevuld met nullen tot het aantal dat in de gegevensdefinitie is gespecificeerd.
  • Er is geen scheidingsteken aanwezig: het scheidingsteken wordt toegevoegd en het getal wordt aangevuld met nullen tot het aantal dat in de gegevensdefinitie is gespecificeerd.
  • Het getal voor het scheidingsteken begint met een of meer nullen: de nullen worden genegeerd.
  • Er zijn meer cijfers vóór het scheidingsteken aanwezig dan gespecificeerd: de waarde wordt geweigerd.
  • Er is een scheidingsteken bij de exponent van de meetwaarde in machten aanwezig: de waarde wordt geweigerd.

5.2.4 Nummer

Het domein Nummer wordt gebruikt om de plaats in een reeks aan te geven. Het is een opeenvolging van cijfers met een bepaalde maximale lengte. Een nummer heeft geen rekenkundige betekenis, maar heeft een betekenisvolle volgorde.
Het domein wordt volledig gespecificeerd door met de aanduiding nummer ook de maximale lengte mee te geven (Nummer N). Eventueel wordt de waardeverzameling verder ingeperkt door een bereik te specificeren. In het domeinmodel wordt volstaan met de algemene aanduiding Nummer.

5.2.5 Tekst

Het domein Tekst bestaat uit een stuk tekst van een bepaalde maximale lengte. De tekst mag alleen bestaan uit de tekens die voorkomen in de MES-1 set. De MES-1 set omvat 335 tekens en wordt gebruikt binnen de landen van de Europese Unie die een Latijns schrift kennen.
Het domein wordt volledig gespecificeerd door met de aanduiding tekst ook de maximale lengte mee te (Tekst N). In het domeinmodel wordt volstaan met de algemene aanduiding Tekst.

5.2.6 Tijdstip

Voor gegevens die over tijdstippen gaan worden twee domeinen gebruikt. Een voor een tijdstip tot op de seconde nauwkeurig (DatumTijd) en een voor een tijdstip tot op de dag nauwkeurig (Datum).

In ieder domein gaat het om de datum gemeten volgens de Gregoriaanse kalender. Bij het domein DatumTijd wordt de tijd gemeten volgens UTC en moet de tijdzone worden meegegeven. UTC is de mondiaal geaccepteerde standaardtijd en de opvolger van GMT (Greenwich Mean Time); de drie letters staan voor Coordinated Universal Time. Door de tijdzone mee te geven kan lokale tijd worden omgezet naar UTC.

De opbouw van de twee domeinen volgt dezelfde conventies, conform ISO 8601. Het eerste element in de opbouw staat voor het jaar, dan volgt de maand, enz., en het laatste element staat voor de tijdzone. Om de verschillende elementen aan te geven worden letters gebruikt: jaar (J), maand (M), dag (D), uur (U), minuut (M)en seconde (S), gevolgd door de tijdzone. Het aantal letters geeft de lengte aan.

Voor de meest uitgebreide variant van de opbouw, die van DatumTijd, wordt dit JJJJ-MM-DDTUU:MM:SS+UU:MM. De T is het teken dat de datum en het tijdstip op die datum scheidt. De + is het scheidingteken tussen het tijdstip en de tijdzone. Zoals uit de opbouw blijkt wordt de tijdzone in uren en minuten gegeven. De meeste tijdzones zijn overigens uitgedrukt in gehele uren (UU:00). In Nederland geldt Centraal Europese Tijd (UTC+1:00) of Centraal Europese Zomertijd (UTC+2.00).

5.2.6.1 Datum

Het domein Datum wordt gebruikt om een datum volgens de Gregoriaanse kalender tot op de dag nauwkeurig aan te geven. De opbouw is JJJJ-MM-DD.
Bij het domein Datum is het voldoende de naam te geven, omdat de opbouw altijd hetzelfde is. Gewoonlijk wordt de waardeverzameling verder ingeperkt door een bereik te specificeren.

5.2.6.2 DatumTijd

Het domein DatumTijd wordt gebruikt om een tijdstip volgens de Gregoriaanse kalender tot op de seconde nauwkeurig aan te geven. De opbouw is JJJJ-MM-DDTUU:MM:SS+UU:MM.
Bij het domein DatumTijd is het voldoende de naam te geven, omdat de opbouw altijd hetzelfde is. Gewoonlijk wordt de waardeverzameling verder ingeperkt door een bereik te specificeren.

5.2.6.3 OnvolledigeDatum

Voor gegevens die onder het kwaliteitsregime IMBRO/A aangeleverd worden, geldt een derde domein met vier keuzemogelijkheden.

  • De datum tot op de dag nauwkeurig, met als opbouw JJJJ-MM-DD
  • De datum tot op de maand nauwkeurig, met als opbouw JJJJ-MM
  • De datum tot op het jaar nauwkeurig, met als opbouw JJJJ
  • Geen datum bekend, met als vaste waarde onbekend.

De keuze die gemaakt wordt is gebaseerd op de beschikbaarheid van gegevens. De gebruiker moet ervan uit gaan dat de informatie zo nauwkeurig mogelijk is opgenomen. Bij het domein OnvolledigeDatum is het voldoende de naam te geven, omdat de vier keuzen en de opbouw altijd hetzelfde zijn.

5.2.7 Waardelijsten

Een waardelijst is een lijst van de waarden die het attribuut mag hebben. Er zijn twee typen waardelijsten, waardelijsten die in de toekomst kunnen worden uitgebreid en waardelijsten die niet kunnen worden uitgebreid. Een waardelijst heeft een bepaalde naam en een specifieke inhoud.

5.2.7.1 Waardelijst niet-uitbreidbaar

Een niet-uitbreidbare waardelijst wordt gebruikt wanneer uitbreiding niet mogelijk is. Alle waarden van de lijst staan vast.
Bij een niet-uitbreidbare waardelijst is het voldoende de naam te geven, omdat de inhoud altijd hetzelfde is. In de basisregistratie ondergrond worden drie niet-uitbreidbare waardelijsten gebruikt.

IndicatieJaNee
Waarde
ja
nee
IndicatieJaNeeOnbekend
Waarde
ja
nee
onbekend
Kwaliteitsregime
Waarde
IMBRO
IMBRO/A
5.2.7.2 Waardelijst uitbreidbaar

Een uitbreidbare waardelijst wordt gebruikt wanneer uitbreiding mogelijk moet zijn. Iedere waarde van de lijst heeft een specifieke betekenis (omschrijving) en geldt voor een bepaald kwaliteitsregime, IMBRO en/of IMBRO/A. Eventueel worden andere aspecten van de waarde vastgelegd.
Bij een uitbreidbare waardelijst wordt de naam van de lijst geven. gegeven. De inhoud van de lijst is in een apart hoofdstuk van de gegevensdefinitie opgenomen.

5.2.8 Coördinatenpaar

Het domein Coördinatenpaar wordt gebruikt om de positie van een punt op het aardoppervlak vast te leggen. De positie wordt bepaald in een specifiek referentiestelsel en uitgedrukt in twee coördinaten. Ieder van de coördinaten heeft een meetwaarde en de notatie voor het paar is (coördinaat 1, coördinaat 2).
In de basisregistratie ondergrond worden drie referentiestelsels voor horizontale posities gebruikt. Het referentiestelsel bepaalt hoe de tweedimensionale ruimte wordt beschreven en daarmee wat de coördinaten voorstellen en wat de karakteristiek van de twee meetwaarden is.
Voor het referentiestelsel RD zijn de coördinaten cartesisch en is de notatie (x,y). De eerste coördinaat (x) heeft betrekking op de positie op een west-oost georiënteerde as, de tweede coördinaat (y) op een zuid-noord georiënteerde as. Een positie oostelijk van de oorsprong, resp. noordelijk van de oorsprong heeft een positieve waarde.
Voor WGS84 (ongeprojecteerd) en ETRS89 (ongeprojecteerd) zijn de coördinaten geografisch en is de notatie (φ,λ). De eerste coördinaat heeft betrekking op de geografische breedte, de tweede op de geografische lengte. Een positie oostelijk van de Greenwichmeridiaan, resp. noordelijk van de evenaar heeft een positieve waarde.
Bij het domein Coördinatenpaar is het voldoende de naam te geven, omdat de opbouw altijd hetzelfde is.

Coördinatenpaar voor RD (x,y)
Domein
NaamMeetwaarde 6.3
Eenheidm (meter)
Waardebereik x-7000 tot 289000
Waardebereik y289000 tot 629000
Coördinatenpaar voor WGS84 (φ,λ)
Domein
NaamMeetwaarde 2.9
Eenheid° (graden, decimaal)
Waardebereik φ51.3 tot 56
Waardebereik λ2.4 tot 6.8
Coördinatenpaar voor ETRS89 (φ,λ)
Domein
NaamMeetwaarde 2.9
Eenheid° (graden, decimaal)
Waardebereik φ50.6 tot 56
Waardebereik λ2.4 tot 7.4

5.2.9 Organisatie

Het domein Organisatie wordt gebruikt om de organisaties die een rol hebben in de basisregistratie ondergrond te identificeren. De invulling van het domein hangt af van waar de organisatie gevestigd is en voor de basisregistratie ondergrond gaat het daarbij om Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie.

In het geval de organisatie in Nederland gevestigd is, wordt het domein ingevuld met het gegeven dat een onderneming of de maatschappelijke activiteit van een rechtspersoon in het Handelsregister identificeert, het KvK-nummer. Het KvK-nummer is van het type code en de opbouw is NNNNNNNN.

Voor organisaties buiten Nederland wordt het domein ingevuld met het equivalent van het KvK-nummer in een handelsregister van een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, het EuropeesHandelsnummer. Het Europees handelsnummer, de zogenaamde EUID, is geïntroduceerd ten behoeve van de koppeling van handelsregisters. De code is gebaseerd op ISO 6523 en is opgebouwd uit een landcode, registeridentificatiecode, inschrijvingsnummer en controlegetal. De landcode is de 2-letterige code van ISO3166, de registeridentificatiecode is de identificatie van het nationale register omdat in sommige landen meerdere handelsregisters bestaan en het inschrijvingsnummer is het nummer waaronder de onderneming is ingeschreven in het betreffende register. Het controlegetal ter voorkomen van identificatiefouten wordt nog niet gebruikt. De opbouw per element is variabel en daarom is het Europees Handelsnummer in de BRO als domein Tekst 40 opgenomen.

Bij het domein Organisatie is het voldoende de naam te geven, omdat de twee keuzen en de opbouw altijd hetzelfde zijn.

5.3 Entiteiten van het type meetreeks

Een meetreeks is een type entiteit met een vaste ordening. Het wordt gebruikt om het verloop van een bepaalde eigenschap of eigenschappen vast te leggen die het gevolg is van de verandering van een bepaalde variabele, de zogenaamde onafhankelijke variabele. In de basisregistratie ondergrond is er altijd 1 onafhankelijke variabele, en dat is meestal de tijd maar kan ook een andere variabele zijn.

De meetreeks is een verzameling gemeten waarden van bepaalde eigenschappen in een bepaalde volgorde. Alle eigenschappen van de meetreeks worden volledig gespecificeerd. De eerste eigenschap is de onafhankelijke variabele op basis waarvan de metingen elkaar in oplopende volgorde opvolgen. Daarna volgen de afhankelijke variabelen.
Een meetreeks heeft een bepaalde naam. Alleen in het domeinmodel is de meetreeks aangeduid als Meetreeks.

5.4 Het domeinmodel

Het domeinmodel geeft een overzicht van de gegevens van het registratieobject en laat de onderlinge samenhang zien. Modellering van informatie kent verschillende invalshoeken. In de catalogus is het inhoudelijke perspectief gekozen omdat dat de meeste waarde heeft voor de mensen die de informatie moeten begrijpen. Een dergelijk model wordt in de basisregistratie ondergrond een domeinmodel genoemd. Uit het domeinmodel wordt een technisch model afgeleid dat meeweegt dat informatiesystemen efficiënt met elkaar moeten kunnen spreken. Voor het domeinmodel wordt de UML-notatie gebruikt. Met kennis van de gebruikte symbolen is het gemakkelijk te lezen.

Het domeinmodel kent een aantal vaste elementen die bij ieder registratieobject terugkomen. Een begrip van deze elementen vergroot de leesbaarheid van het domeinmodel en de catalogus. De elementen zijn: entiteiten, attributen, gegevensgroepen en relaties. Een entiteit is een onderscheidend geheel van eigenschappen die gezamenlijk betekenis hebben. Een entiteit heeft altijd een naam en een definitie. In het domeinmodel zijn de entiteiten te herkennen aan het begrip Objecttype.

In de entiteiten staan de namen opgesomd van de attributen, de eigenschappen van de entiteiten, met daarachter de naam van de bijbehorende waardenverzameling (domein) en de kardinaliteit. Bij attributen is de kardinaliteit alleen opgenomen wanneer die ongelijk is aan 1. Overigens moet de kardinaliteit altijd in samenhang met de regels die in de definitie van het gegeven zijn opgenomen worden begrepen. De kardinaliteit en de regels bepalen samen of een gegeven al dan niet aanwezig is. De figuren laten ook zien welke attributen alleen aan de dataleverancier en de bronhouder worden uitgeleverd. In het domeinmodel zijn de attributen te herkennen aan het begrip Attribuutsoort.

Soms zijn een aantal attributen gegroepeerd in een groep, aangeduid als gegevensgroep. Het blijven attributen van de entiteit, maar de inhoudelijke definiëring van de gegevensgroep staat elders. Gegevensgroepen kunnen bij meerdere entiteiten terugkomen.

Het domeinmodel laat daarnaast ook zien hoe entiteiten aan elkaar gerelateerd zijn. Een beschrijving van deze relatie is opgenomen bij de bron-entiteit van de relatie. Een relatie heeft altijd een richting en in de meeste gevallen loopt deze van bron naar doel. In het plaatje van een domeinmodel heeft de relatie een naam en een kardinaliteit. Om de leesbaarheid te vergroten staat de kardinaliteit bij de doelentiteit.

Bovenstaand voorbeeld is te lezen als: de entiteit Bepaling bevat één of meerdere metingen. Een meting bestaat uit een meetwaarde en meetconfiguratie-gegevens. De meetconfiguratie bestaat uit twee parameters.

5.5 Verplichte gegevens, verplichte waarden

De kardinaliteit en de regels bepalen samen of een gegevenal dan niet aanwezig is. Voor een goed begrip van degegevensdefinitie is dat nog niet zorgvuldig genoeggeformuleerd. In de praktijk van gegevensuitwisseling is hetnamelijk mogelijk een attribuut op te nemen zonder waarde.Verbijzonderd voor attributen is de juiste formulering daaromdat de kardinaliteit en de regels samen bepalen of een attribuutal dan niet aanwezig is en of een attribuut al dan niet eenwaarde heeft.

Uitgangspunt is dat een attribuut dat aanwezig is een waardeheeft. Een attribuut wordt alleen bij uitzondering zonder waardein de berichten opgenomen. Het onderstaande overzicht geeftde vier mogelijkheden die voorkomen.

  • De kardinaliteit= [1] en er is geen aanvullende regel opgenomen. Dit betekent dat het gegeven altijd aanwezig is en altijd een waarde heeft.
  • De kardinaliteit= [1] en er is een aanvullende regel opgenomen die aangeeft waarom een waarde toch mag ontbreken. Dit betekent dat het gegeven altijd aanwezig is maar bij uitzondering en om een specifieke reden geen waarde kan hebben.
  • De kardinaliteit= [0..1] en er zijn 1 of meer aanvullende regels opgenomen. Dit betekent dat de regels bepalen of het gegeven wel of niet voorkomt en bepalen of het gegeven wel of geen waarde heeft.
  • De kardinaliteit= [0..1] en er is geen aanvullende regel opgenomen. Dit betekent dat het gegeven alleen aanwezig is als het een waarde heeft.

Voor de kardinaliteiten [0..*] en [1..*] geldt in essentie hetzelfde.

6. Gegevensdefinitie

6.1 Registratieobject

NaamBooronderzoek
CodeBHR
Definitie

Het geheel van gegevens dat betrekking heeft op een booronderzoek dat vanuit een bepaaldeopdracht is uitgevoerd door op een bepaald moment op een bepaalde locatie in Nederlandof zijn Exclusieve Economische Zone een boring uit te voeren en de monsters die daarmeeuit de ondergrond zijn verkregen te beschrijven en/of te onderzoeken en/of in hetboorgat zelf metingen aan de ondergrond uit te voeren.

Populatie

De populatie booronderzoeken in de registratie ondergrond omvat alle onderzoeken metuitzondering van onderzoek dat onder het regime van de Mijnbouwwet valt en onderzoekdat met het oog op de beoordeling van de bodemmilieukwaliteit of vanuit de archeologiewordt uitgevoerd. Ieder object heeft ter identificatie een eigen BRO-ID.
De huidige gegevensdefinitie beschrijft het geologisch booronderzoek voor beschrijvingendie onder de standaard boorbeschrijvingsmethode boor beschrijvingsmethode (SBB) zijn vastgelegd en beperkt zich verder tot de boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse van grond.
Het kwaliteitsregime IMBRO/A, dat bedoeld is voor historische gegevens, beperkt zichtot de beschrijvingen die onder de standaard boorbeschrijvingsmethode, de boor Beschrijvingsmethode (SBB), archeologische standaard boorbeschrijvingsmethode en de (ASB), NEN 5104 en Berendsen en Stouthamer zijn vastgelegd.

6.2 Het domeinmodel

Diagram: Domeinmodel geologisch booronderzoek - Algemeen deel - overzicht
" width="1643"
Boormonsteranalyse Boormonsterbeschrijving Sliblaag Afgewerkt interval Verontreinigd interval Bemonsterd interval Geboord interval Weggegraven laag Boring Booronderzoek

Domeinmodel geologisch booronderzoek - Algemeen deel

Diagram: Domeinmodel geologisch booronderzoek - Boormonsterbeschrijving - overzicht
" width="1237"
Post-sedimentaire discontinuïteit Niet beschreven interval Laag Boorprofiel Boormonsterbeschrijving

Domeinmodel geologisch booronderzoek - Boormonsterbeschrijving

Diagram: Domeinmodel geologisch booronderzoek - Boormonsteranalyse - overzicht
" width="2067"
Bepaling kalkgehalte Bepaling volumieke massa vaste delen Bepaling droge volumieke massa Bepaling volumieke massa Bepaling watergehalte Bepaling verzadigde waterdoorlatendheid Bepaling organisch koolstofgehalte Bepaling organischestofgehalte Bepaling zwavelgehalte Bepaling korrelgrootteverdeling Onderzocht interval Boormonsteranalyse

Domeinmodel geologisch booronderzoek - Boormonsteranalyse

6.3 Entiteittypen en attributen

6.3.1 Booronderzoek

Diagram: Booronderzoek - detail
Terreintoestand Gestandaardiseerde locatie Aangeleverde verticale positie Aangeleverde locatie Rapportagegeschiedenis Registratiegeschiedenis Boormonsteranalyse Boormonsterbeschrijving Sliblaag Boring Booronderzoek

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens die het booronderzoek identificeren en inzicht geven in de geschiedenisvan het object voorafgaand aan opname in de registratie ondergrond.

6.3.1.1 BRO-ID
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De identificatie van een booronderzoek in de registratie ondergrond.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamRegistratieobjectcode
TypeCode
OpbouwBHRNNNNNNNNNNNN
Toelichting

De basisregistratie ondergrond kent bij registratie automatisch de juiste waarde aanhet object toe.

IdentificerendJa
6.3.1.2 bronhouder
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

Het KvK-nummer van de maatschappelijke activiteit van de publiekrechtelijke rechtspersoondie bronhouder is van de gegevens in de basisregistratie ondergrond.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamKvK-nummer
Type Code
Opbouw
Regels

De organisatie moet bekend zijn binnen de basisregistratie ondergrond als bronhoudervan booronderzoek.

Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven in het geval dedataleverancier niet de bronhouder is.

6.3.1.3 object-ID bronhouder
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De identificatie die door of voor de bronhouder is gebruikt om het object in de eigenadministratie te kunnen vinden.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamTekst 200
Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder. Hetis in de registratie opgenomen om de communicatie tussen de registerbeheerder en debronhouder of dataleverancier te vergemakkelijken.

6.3.1.4 dataleverancier
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

Het KvK-nummer van de onderneming of de maatschappelijke activiteit van de rechtspersoondie het object aan de basisregistratie ondergrond heeft aangeleverd, of het equivalentdaarvan in een handelsregister van een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamOrganisatie
Regels

De organisatie moet bekend zijn binnen de basisregistratie ondergrond als dataleveranciervan booronderzoek.

Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven. Het wordt alleenuitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

6.3.1.5 kwaliteitsregime
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De aanduiding van de kwaliteitseis waaraan de gegevens van het object voldoen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamKwaliteitsregime
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven.

6.3.1.6 kader aanlevering
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De rechtsgrond op basis waarvan, of bij afwezigheid daarvan, de activiteit naar aanleidingwaarvan, het betreffende gegeven is aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamKaderAanlevering
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

De wetgever stipuleert dat het gegeven moet zijn vastgelegd om inzicht te geven inde relatie met de taken van een bestuursorgaan. Het gegeven geeft inzicht in de maatschappelijkebetekenis van de informatie.

6.3.1.7 kader inwinning
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

Het doel waarvoor het onderzoek is uitgevoerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamKaderInwinning
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Onderzoek wordt normaliter projectmatig uitgevoerd, zelfs als het direct gebondenis aan een publieke taak. Het gegeven beschrijft het hogere doel van het project waarvoorhet onderzoek is uitgevoerd of preciseert de taak.

6.3.1.8 vakgebied
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De discipline waarbinnen het booronderzoek is uitgevoerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamVakgebied
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het vakgebied is een gegeven dat dient om een categorie van booronderzoek in de registratieondergrond te identificeren. Het gegeven bepaalt hoe het onderzoek is uitgevoerd enwelke gegevens en categorieën van gegevens vastgelegd kunnen zijn. Onder geologischonderzoek wordt geologisch specialistisch onderzoek verstaan dat nauw verbonden ismet het doel modellen die de opbouw van de ondergrond in termen van (hydro)geologischeeenheden beschrijven te maken en te verbeteren. Naast geologisch booronderzoek wordengeologisch toegepast booronderzoek, geotechnisch booronderzoek, bodemkundig booronderzoeken cultuurtechnisch booronderzoek onderscheiden.
In de uitvoeringspraktijk komt het voor dat in een booronderzoek gegevens worden vastgelegddie onder een van de vijf vakgebieden vallen en gegevens die eigenlijk in het domeinvan de milieukunde of de archeologie thuishoren. Omdat die disciplines buiten hetbereik van de basisregistratie ondergrond liggen, zijn die extra gegevens niet gedefinieerd.Geologisch booronderzoek met een dergelijk multidisciplinair karakter wordt in debasisregistratie ondergrond opgenomen maar zonder die extra gegevens. Om gebruikersduidelijk te maken dat de onderzoeksresultaten niet volledig geregistreerd zijn wordtals waarde voor het vakgebied niet de waarde geologie vermeld, maar een waarde als geologieArcheologie.

6.3.1.9 rapportagedatum onderzoek
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De datum waarop de uitvoerder van het booronderzoek alle gegevens van het booronderzoekaan de bronhouder heeft overgedragen of in het geval van historische gegevens de datumwaarop alle gegevens zijn vastgesteld.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamDatum
Naam IMBRO/AOnvolledigeDatum
Waardebereik1 januari 1877 tot heden
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut registratiestatus van de entiteit Registratiegeschiedenis gelijk is aan voltooid.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

De rapportagedatum onderzoek mag niet liggen na het tijdstip voltooiing registratie van de entiteit Registratiegeschiedenis.

Toelichting

Het gegeven is alleen aanwezig wanneer alle deelonderzoeken zijn gerapporteerd enhet onderzoek is afgesloten.
IMBRO/A Hoewel het grootste deel van de historische gegevens nog buiten het bereik van dezeversie van de catalogus vallen, is wel al met zekerheid vast te stellen dat de eerstbekende datum waarop een onderzoek kan zijn afgerond in 1877 ligt.

6.3.1.10 kaderstellende procedure
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De procedure die de uitvoering van projecten waarbinnen het booronderzoek wordt uitgevoerdreguleert en daarmee de kaders bepaalt voor de uitvoering van het booronderzoek.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamKaderstellendeProcedure
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

De procedure beschrijft de manier van werken, de passende hulpmiddelen en de eisenwaaraan de uitvoering moet voldoen. Procedures zijn in het algemeen vastgelegd ineen norm, protocol of richtlijn. Dat kan overigens een richtlijn zijn die de uitvoerdervoor zichzelf gebruikt. Het gegeven is opgenomen omdat het inzicht biedt in de kwaliteitvan het werk.

6.3.1.11 terreintoestand bepaald
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De aanduiding die aangeeft of in het onderzoek gegevens over de toestand van het terreinzijn vastgelegd die van betekenis zijn voor de beoordeling van de resultaten.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut lokaal verticaal referentiepunt van de entiteit Aangeleverde verticale positie gelijk is aan maaiveld.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens mag het attribuut ontbreken wanneer de waarde van attribuutlokaal verticaal referentiepunt gelijk is aan maaiveld.

Toelichting

IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is zelden informatieover de toestand van het terrein vastgelegd.

6.3.1.12 uitvoerder onderzoek
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

Het KvK-nummer van de onderneming of de maatschappelijke activiteit van de rechtspersoondie voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van het booronderzoek,of het equivalent daarvan in een handelsregister van een andere lidstaat van de EuropeseUnie dan Nederland.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamOrganisatie
Regels

De organisatie moet bekend zijn binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerdervan booronderzoek.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

6.3.1.13 NITG-code
Type gegevenAttribuut van Booronderzoek
Definitie

De identificatie die het booronderzoek in de registratie DINO had.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamNITGcode NITGCode
Type Code
Opbouw CNNCNNNN of CCNNNNNN
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut kwaliteitsregime gelijk is aan IMBRO.

Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en is alleen aanwezig wanneer het booronderzoekvoor opname in de BRO geregistreerd was in de registratie DINO. Het NITG-nummer De NITG-code is de algemeen gebruikte identificatie die een booronderzoek voor invoering van de basisregistratie ondergrond had. De NITG-code kan gelijk zijn aan het object-ID bronhouder. Andersdan het object-ID bronhouder wordt de NITG-code standaard uitgeleverd.
De NITG-code bestaat uit de letter B, dan volgt de aanduiding van het kaartblad (op land) of het bloknummer (op zee), en dan een volgnummer.
Het gegeven is opgenomen om historische verwijzingen naar het booronderzoek te kunnenduiden.

id="detail_attribute_Model_Booronderzoek_UUcode"> class="header-wrapper">
6.3.1.14 UU-code
Type gegeven Attribuut van Booronderzoek
Definitie

De identificatie die het booronderzoek in de registratie bij de Universiteit Utrecht had.

Juridische status Authentiek
Kardinaliteit 0..1
Domein
Naam Tekst 11
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut kwaliteitsregime gelijk is aan IMBRO .

Regels IMBRO/A

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer het attribuut NITG - code aanwezig is.

Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en is alleen aanwezig wanneer het booronderzoek voor opname in de BRO geregistreerd was in de registratie bij de Universiteit Utrecht. De code begint met de letters UU en dan volgen 9 cijfers (4 voor de aanduiding van het jaar, 2 voor de aanduiding van de groep en 3 voor het volgnummer).
Het gegeven is opgenomen om historische verwijzingen naar het booronderzoek te kunnen duiden.

6.3.1.15 registratiegeschiedenis
Type gegevenGegevensgroep van Booronderzoek
Definitie

De geschiedenis van het booronderzoek in de registratie ondergrond.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
GegevensgroeptypeRegistratiegeschiedenis
id="detail_d497772e4277"> class="header-wrapper">
6.3.1.15 6.3.1.16 rapportagegeschiedenis
Type gegevenGegevensgroep van Booronderzoek
Definitie

De geschiedenis van de rapportage van het booronderzoek aan de bronhouder.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
GegevensgroeptypeRapportagegeschiedenis
id="detail_d497772e4481"> class="header-wrapper">
6.3.1.16 6.3.1.17 aangeleverde locatie
Type gegevenGegevensgroep van Booronderzoek
Definitie

De plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak, zoals die is aangeleverd aande basisregistratie ondergrond.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
GegevensgroeptypeAangeleverde locatie
id="detail_d497772e4684"> class="header-wrapper">
6.3.1.17 6.3.1.18 aangeleverde verticale positie
Type gegevenGegevensgroep van Booronderzoek
Definitie

De positie van het beginpunt van het booronderzoek in het verticale vlak, zoals dieis aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
GegevensgroeptypeAangeleverde verticale positie
id="detail_d497772e4887"> class="header-wrapper">
6.3.1.18 6.3.1.19 gestandaardiseerde locatie
Type gegevenGegevensgroep van Booronderzoek
Definitie

De plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak zoals die door de basisregistratieondergrond is getransformeerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
GegevensgroeptypeGestandaardiseerde locatie
Toelichting

De locatie van het booronderzoek is gedefinieerd als een punt.

id="detail_d497772e5131"> class="header-wrapper">
6.3.1.19 6.3.1.20 terreintoestand
Type gegevenGegevensgroep van Booronderzoek
Definitie

De toestand van het terrein tijdens het boren.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
GegevensgroeptypeTerreintoestand
6.3.1.20 6.3.1.21 boring
Type gegevenAssociatie van Booronderzoek
Definitie

De boring die is uitgevoerd als onderdeel van het booronderzoek.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamboring
BronBooronderzoek
DoelBoring
6.3.1.21 6.3.1.22 boormonsterbeschrijving
Type gegevenAssociatie van Booronderzoek
Definitie

De boormonsterbeschrijving als deelonderzoek van het booronderzoek.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamboormonsterbeschrijving
BronBooronderzoek
DoelBoormonsterbeschrijving
6.3.1.22 6.3.1.23 boormonsteranalyse
Type gegevenAssociatie van Booronderzoek
Definitie

De boormonsteranalyse als deelonderzoek van het booronderzoek.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamboormonsteranalyse
BronBooronderzoek
DoelBoormonsteranalyse
6.3.1.23 6.3.1.24 sliblaag
Type gegevenAssociatie van Booronderzoek
Definitie

De beschrijving van de sliblaag als onderdeel van het booronderzoek.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamsliblaag
BronBooronderzoek
DoelSliblaag

6.3.2 Registratiegeschiedenis

Diagram: Registratiegeschiedenis - detail
Registratiegeschiedenis

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens die de geschiedenis van het object in de registratie ondergrond markeren.

Toelichting

De gegevens staan niet in een brondocument, maar worden automatisch door de basisregistratieondergrond gegenereerd.

6.3.2.1 tijdstip registratie object
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De datum en het tijdstip waarop voor het eerst gegevens van het object in de registratieondergrond zijn opgenomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamDatumTijd
6.3.2.2 registratiestatus
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De actuele fase van registratie waarin het object zich bevindt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamRegistratiestatus
TypeWaardelijst uitbreidbaar
6.3.2.3 tijdstip laatste aanvulling
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De datum en het tijdstip waarop de laatste aanvulling op de gegevens in de registratieondergrond is doorgevoerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamDatumTijd
Toelichting

Het gegeven is alleen aanwezig wanneer na de registratie van een eerste deelonderzoekeen ander deelonderzoek is vastgelegd.

6.3.2.4 tijdstip voltooiing registratie
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De datum en het tijdstip waarop alle gegevens van het object in de registratie ondergrondzijn opgenomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamDatumTijd
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut registratiestatus gelijk is aan voltooid.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Toelichting

Het gegeven is alleen aanwezig als alle aan te leveren gegevens zijn geregistreerd.Na dit tijdstip kunnen geen nieuwe gegevens meer ter registratie worden aangeboden.Wel kunnen fouten in de registratie worden verbeterd.

6.3.2.5 gecorrigeerd
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De aanduiding die aangeeft of er een verbetering in de gegevens van het object inde registratie ondergrond heeft plaatsgevonden.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
6.3.2.6 tijdstip laatste correctie
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De datum en het tijdstip waarop de laatste verbetering in de gegevens van het objectis doorgevoerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamDatumTijd
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut gecorrigeerd gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.2.7 in onderzoek
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het object door de registerbeheerder in onderzoek isgenomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

Wanneer een object in onderzoek is genomen betekent dit dat er bij de registerbeheerdergerede twijfel bestaat over de juistheid van de geregistreerde gegevens en dat ereen onderzoek is gestart om vast te stellen wat de juiste gegevens zijn. Normalitergaat hieraan een melding van derden vooraf.

6.3.2.8 in onderzoek sinds
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De datum en het tijdstip waarop de registerbeheerder het object in onderzoek heeftgenomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamDatumTijd
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut in onderzoek gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.2.9 uit registratie genomen
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de gegevens van het object door de registerbeheerderuit registratie zijn genomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

Wanneer de registerbeheerder een object uit registratie heeft genomen, zijn de gegevensniet langer beschikbaar voor andere afnemers dan bronhouder en dataleverancier.
De registerbeheerder zal een object alleen bij hoge uitzondering uit registratie nemenen alleen na akkoord van de bronhouder. Aan de beslissing gaat een proces van zorgvuldigeafweging vooraf en dat komt tot uitdrukking in de regel dat een object slechts eenkeer uit registratie kan worden genomen.

6.3.2.10 tijdstip uit registratie genomen
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De datum en het tijdstip waarop het object uit registratie is genomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamDatumTijd
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut uit registratie genomen gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.2.11 weer in registratie genomen
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het object in de registratie ondergrond is opgenomen,nadat het eerder uit registratie was genomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

De registerbeheerder kan een object eenmalig uit registratie nemen, en die actie kanhij eenmalig ongedaan maken. Ook hiervoor geldt dat akkoord van de bronhouder vereistis.

6.3.2.12 tijdstip weer in registratie genomen
Type gegevenAttribuut van Registratiegeschiedenis
Definitie

De datum en het tijdstip waarop het object in de registratie ondergrond is opgenomen,nadat het uit registratie was genomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamDatumTijd
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut weer in registratie genomen gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.3 Rapportagegeschiedenis

Diagram: Rapportagegeschiedenis - detail
Gebeurtenis Rapportagegeschiedenis

Type gegevenEntiteit
Definitie

Het geheel van gebeurtenissen dat beschrijft wanneer rapporten van het onderzoek aande bronhouder zijn overgedragen.

Toelichting

De gegevens staan niet in een brondocument, maar worden automatisch door de basisregistratieondergrond gegenereerd.
De resultaten van het booronderzoek worden in een keer of in delen gerapporteerd.Wanneer een deelrapport dat onder de wettelijke verplichtingen valt door de bronhouderis geaccepteerd, wordt het ter registratie aan de landelijke voorziening aangeboden.De rapportagegeschiedenis geeft de essentie van het verloop van de rapportage en vormtde zgn. materiële geschiedenis van het registratieobject booronderzoek.

id="detail_d497772e7738"> class="header-wrapper">
6.3.3.1 gebeurtenis
Type gegevenGegevensgroep van Rapportagegeschiedenis
Definitie

De overdracht van een rapport van het onderzoek aan de bronhouder.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1..*
GegevensgroeptypeGebeurtenis

6.3.4 Gebeurtenis

Diagram: Gebeurtenis - detail
Gebeurtenis

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens die beschrijven wanneer een rapport van het onderzoek aan de bronhouderis overgedragen.

6.3.4.1 datum
Type gegevenAttribuut van Gebeurtenis
Definitie

De datum waarop de gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamDatum
Naam IMBRO/AOnvolledigeDatum
Waardebereik1 januari 1877 tot heden
Regels

De datum mag niet liggen na het tijdstip registratie object van de entiteit Registratiegeschiedenis.

Is afgeleidJa
Toelichting

De basisregistratie ondergrond leidt bij het registreren de juiste waarde af uit degegevens in het brondocument. De datum is gelijk aan de rapportagedatum van het deelonderzoekof de deelonderzoeken die worden overgedragen.

6.3.4.2 naam
Type gegevenAttribuut van Gebeurtenis
Definitie

De benaming van de gebeurtenis.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamNaamGebeurtenis
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven staat niet in een brondocument, maar wordt automatisch door de basisregistratieondergrond gegenereerd.

6.3.5 Aangeleverde locatie

Diagram: Aangeleverde locatie - detail
Aangeleverde locatie

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens over de plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak, zoals die zijnaangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

Toelichting

De locatie van booronderzoek is gedefinieerd als een punt.

6.3.5.1 coördinaten
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde locatie
Definitie

De coördinaten die zijn aangeleverd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamCoördinatenpaar
Regels

De locatie moet liggen in Nederland of zijn Exclusieve Economische Zone.

6.3.5.2 referentiestelsel
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde locatie
Definitie

Het referentiestelsel van de aangeleverde coördinaten.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamReferentiestelsel
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels

De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan ETRS89 of RD wanneer de locatie aan de landzijde van de UNCLOS-basislijn ligt.
De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan ETRS89 of WGS84 wanneer de locatie aan de zeezijde van de UNCLOS-basislijn ligt.

6.3.5.3 datum locatiebepaling
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde locatie
Definitie

De datum waarop de plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak is bepaald.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamDatum
Naam IMBRO/AOnvolledigeDatum
Waardebereik1 januari 1877 tot heden
Regels

De datum locatiebepaling mag niet liggen na het tijdstip registratie object van de entiteit Registratiegeschiedenis.

6.3.5.4 methode locatiebepaling
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde locatie
Definitie

De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de plaats van het booronderzoek ophet aardoppervlak.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMethodeLocatiebepaling
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de plaats van het booronderzoekop het aardoppervlak is bepaald.

6.3.5.5 uitvoerder locatiebepaling
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde locatie
Definitie

Het KvK-nummer van de onderneming of de maatschappelijke activiteit van de rechtspersoondie voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de plaatsbepaling,of het equivalent daarvan in een handelsregister van een andere lidstaat van de EuropeseUnie dan Nederland.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamOrganisatie
Regels

De organisatie moet bekend zijn binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerdervan booronderzoek.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

6.3.6 Aangeleverde verticale positie

Diagram: Aangeleverde verticale positie - detail
Aangeleverde verticale positie

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens over de positie van het beginpunt van het booronderzoek in het verticalevlak, zoals aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

6.3.6.1 lokaal verticaal referentiepunt
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde verticale positie
Definitie

Het punt dat in het booronderzoek is gebruikt als nulpunt voor de diepte.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamLokaalVerticaalReferentiepunt
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels

De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan waterbodem wanneer de locatie aan de zeezijde van de UNCLOS-basislijn ligt.

Toelichting

Het domein bevat begrippen die naar een oppervlak verwijzen. Het lokaal verticaalreferentiepunt geldt als het punt waar het onderzoek aan de ondergrond begonnen is.De laag slib die plaatselijk op de waterbodem ligt, wordt niet tot de ondergrond gerekenden ligt boven het lokaal verticaal referentiepunt.

6.3.6.2 verschuiving
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde verticale positie
Definitie

De verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt t.o.v. het verticaalreferentievlak.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.3
Eenheidm (meter)
Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

Toelichting

De waarde kan positief of negatief zijn. Als de waarde positief is, ligt het lokaalverticaal referentiepunt boven het verticaal referentievlak. Met behulp van de verschuivingkan een diepte omgerekend worden naar een positie ten opzichte van het verticaal referentievlak.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht kan de verschuivingniet bepaald zijn.

6.3.6.3 waterdiepte
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde verticale positie
Definitie

De positie van de waterbodem ten opzichte van het wateroppervlak op het moment vanverticale positiebepaling.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde3.3
Eenheidm (meter)
Waardebereik0 tot 100
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut lokaal verticaal referentiepunt gelijk is aan waterbodem.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens mag het attribuut ontbreken wanneer de waarde van het attribuutlokaal verticaal referentiepunt gelijk is aan waterbodem.

Toelichting

Het gegeven geldt op het moment van verticale positiebepaling. Er wordt geen rekeninggehouden met de veranderlijkheid die het gevolg is van getijden. Het gegeven heeftvooral betekenis op land. Het geeft extra informatie over de omstandigheden op plaatsenop land waar de waterdiepte veranderlijk is, bijvoorbeeld in uiterwaarden. De waterdieptemoet beschouwd worden als indicatief.

6.3.6.4 verticaal referentievlak
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde verticale positie
Definitie

Het referentieniveau voor de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamVerticaalReferentievlak
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels

De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan NAP wanneer de locatie aan de landzijde van de UNCLOS-basislijn ligt.
De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan LAT of MSL wanneer de locatie aan de zeezijde van de UNCLOS-lijn ligt.

6.3.6.5 datum verticale positiebepaling
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde verticale positie
Definitie

De datum waarop de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt is bepaald.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamDatum
Naam IMBRO/AOnvolledigeDatum
Waardebereik1 januari 1877 tot heden
Regels

De datum verticale positiebepaling mag niet liggen na het tijdstip registratie object van de entiteit Registratiegeschiedenis.

Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuutverschuiving ontbreekt.

Toelichting

Het gegeven is van belang in verband met mogelijke veranderingen in de positie vanhet maaiveld of de waterbodem.In het geval de positie is bepaald op basis van het AHN geldt als datum 1 januarivan het jaar waarin de gebruikte versie van het AHN voor het gebied waarin de locatieligt, is vastgesteld.

6.3.6.6 methode verticale positiebepaling
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde verticale positie
Definitie

De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de verticale positie van het lokaalverticaal referentiepunt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMethodeVerticalePositiebepaling
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens moet de waarde van het attribuut gelijk zijn aan geen wanneer de waarde van het attribuut verschuiving ontbreekt.

Toelichting

Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de verticale positie is bepaald.

6.3.6.7 uitvoerder verticale positiebepaling
Type gegevenAttribuut van Aangeleverde verticale positie
Definitie

Het KvK-nummer van de onderneming of de maatschappelijke activiteit van de rechtspersoondie voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de bepalingvan de verticale positie, of het equivalent daarvan in een handelsregister van eenandere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamOrganisatie
Regels

De organisatie moet bekend zijn binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerdervan booronderzoek.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

6.3.7 Gestandaardiseerde locatie

Diagram: Gestandaardiseerde locatie - detail
Gestandaardiseerde locatie

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens over de plaats van het registratieobject op het aardoppervlak zoals diedoor de basisregistratie ondergrond zijn getransformeerd.

Toelichting

De gegevens staan niet in een brondocument. De gestandaardiseerde locatie wordt doorde basisregistratie ondergrond berekend ten behoeve van afnemers. Het maakt het mogelijkalle gegevens in de registratie ondergrond in een en hetzelfde referentiestelsel teontsluiten.

6.3.7.1 coördinaten
Type gegevenAttribuut van Gestandaardiseerde locatie
Definitie

De coördinaten in het standaard referentiestelsel.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamCoördinatenpaar
Is afgeleidJa
6.3.7.2 referentiestelsel
Type gegevenAttribuut van Gestandaardiseerde locatie
Definitie

Het referentiestelsel van de gestandaardiseerde coördinaten.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamReferentiestelsel
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het standaard referentiestelsel is ETRS89 (European Terrestrial Reference System 1989).

6.3.7.3 coördinaattransformatie
Type gegevenAttribuut van Gestandaardiseerde locatie
Definitie

De methode die de basisregistratie ondergrond heeft gebruikt voor het omzetten vande aangeleverde coördinaten.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
Naam Coördinaattransformatie
Type Waardelijst uitbreidbaar

6.3.8 Terreintoestand

Diagram: Terreintoestand - detail
Terreintoestand

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens over de toestand van het terrein tijdens het boren die relevant zijn voorhet onderzoek.

Regels

De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut terreintoestand bepaald van de entiteit Booronderzoek gelijk is aan ja.
De entiteit mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Ten minste één van de volgende attributen moet aanwezig zijn: bodemgebruik, ligging op grondlichaam, landschapselement, hydrologische omstandigheid, actueel proces of tijdelijke verandering.

6.3.8.1 bodemgebruik
Type gegevenAttribuut van Terreintoestand
Definitie

Het doel waarvoor de bodem waarop de locatie van het booronderzoek ligt in gebruikis.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamBodemgebruik
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Bij bodemgebruik wordt onderscheid gemaakt tussen bodemgebruik in landelijk gebieden dat is agrarisch gebruik en natuur, en bodemgebruik in niet-landelijk (stedelijk)gebied.

6.3.8.2 ligging op grondlichaam
Type gegevenAttribuut van Terreintoestand
Definitie

De omschrijving van de plaats van de boring op een grondlichaam.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamLiggingOpGrondlichaam
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Wanneer door mensen een grondlichaam als een dijk of wal op het aardoppervlak is neergelegd,is een nadere precisering van de plaats op het grondlichaam relevant, omdat die deeigenschappen van de ondergrond beïnvloedt.

6.3.8.3 landschapselement
Type gegevenAttribuut van Terreintoestand
Definitie

De omschrijving van een onderdeel van het landschap dat de vorm van het landschapter plaatse van het onderzoek preciseert.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamLandschapselement
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

De vorm van het landschap is in veel gevallen al volledig vastgelegd in de geomorfologischekaart. Bij uitzondering of voor bepaalde doeleinden is voor een goed begrip van deopbouw van de bodem meer detailinformatie nodig over het landschap waar het terreinin ligt.

6.3.8.4 hydrologische omstandigheid
Type gegevenAttribuut van Terreintoestand
Definitie

De karakterisering van de vochtigheid van het terrein vanuit het oogpunt van plantengroei.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamHydrologischeOmstandigheid
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het is van belang te weten hoe vochtig het deel van de bodem is waarin de plantenwortelen en of het om zoet of zout water gaat.

6.3.8.5 actueel proces
Type gegevenAttribuut van Terreintoestand
Definitie

De naam van een exogeen proces dat in het terrein zichtbaar actief is.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamActueelProces
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Er kunnen processen in het gebied spelen die het landschap, de positie van het maaivelden de opbouw van de bodem in korte tijd kunnen veranderen. In korte tijd betekentbinnen enkele uren of enkele dagen.

6.3.8.6 tijdelijke verandering
Type gegevenAttribuut van Terreintoestand
Definitie

Een tijdelijke verandering in de gegeven toestand van het terrein.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamTijdelijkeVerandering
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het is goede praktijk dat de uitvoerder van het booronderzoek bijzonderheden overde toestand van het terrein zoals hij die aantreft vastlegt. Omdat niet alle veranderingenvoor hem zichtbaar zullen zijn, wordt ervan uitgegaan dat de opdrachtgever de uitvoerderinformeert over de omstandigheden die voor het onderzoek van belang zijn.

6.3.9 Boring

Diagram: Boring - detail
Afgewerkt interval Verontreinigd interval Bemonsterd interval Geboord interval Weggegraven laag Boring

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens over het geheel van activiteiten, voor zover relevant voor het onderzoek,dat tot doel heeft door boren een gat in de ondergrond te maken om monsters uit deondergrond te nemen en/of metingen aan de ondergrond te doen.

6.3.9.1 startdatum boring
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De datum waarop het boren is begonnen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamDatum
Naam IMBRO/AOnvolledigeDatum
Waardebereik1 januari 1605 tot heden
Regels

De startdatum boring mag niet liggen na het tijdstip registratie object van de entiteit Registratiegeschiedenis.

Toelichting

IMBRO/A ]Hoewel Hoewel een groot deel historische gegevens nog buiten het bereik van deze versie van de catalogus vallen, is wel al met zekerheid vast te stellen dat de oudst bekendedatum van boren in 1605 ligt.

6.3.9.2 einddatum boring
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De datum waarop het boren is beëindigd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamDatum
Naam IMBRO/AOnvolledigeDatum
Waardebereik1 januari 1605 tot heden
Regels

De einddatum boring mag niet liggen na het tijdstip registratie object van de entiteit Registratiegeschiedenis.
De einddatum boring mag niet liggen voor de startdatum boring.

Toelichting

IMBRO/A Hoewel een groot deel historische gegevens nog buiten het bereik van deze versievan de catalogus vallen, is wel al met zekerheid vast te stellen dat de oudst bekendedatum van boren in 1605 ligt.

6.3.9.3 voorbereiding
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De voorbereidende werkzaamheden die binnen het onderzoek voorafgaand aan het borenzijn uitgevoerd en de eigenschappen van de ondergrond kunnen beïnvloeden.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamVoorbereiding
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

Toelichting

IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is zelden vastgelegdwelke voorbereidende werkzaamheden zijn uitgevoerd.

6.3.9.4 einddiepte voorbereiding
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De diepte tot waar de voorbereidende werkzaamheden reiken.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde2.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik0 tot 30
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut voorbereiding gelijk is aan geen.
Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens mag het attribuut ook niet aanwezig zijn wanneer de waarde vanhet attribuut voorbereiding ontbreekt.

6.3.9.5 traject weggegraven
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het bovenste deel van de ondergrond voorafgaand aan,eventueel na onderbreking van, het boren is weggegraven.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

Wanneer het bovenste deel van de ondergrond wordt weggegraven hangt het van de aardvan de opdracht en de situatie ter plaatse af wat er in het onderzoek met de weggegravenondergrond gebeurt. Het kan zijn dat de grond zonder verder te beschrijven wordt verwijderd,het kan zijn dat de grond ter plekke informeel wordt beschreven en het kan zijn datde grond ter plekke formeel wordt beschreven. In het laatste geval wordt het beschrijvenbeschouwd als onderdeel van het deelonderzoek boormonsterbeschrijving en wordt deinformatie vastgelegd als ware het traject geboord. In het tweede geval wordt hetbeschrijven als een op zichzelf staande activiteit beschouwd waarvan het resultaatsummier wordt vastgelegd als weggegraven lagen. In het eerste geval wordt er geeninformatie vastgelegd. Wanneer de grond wordt beschreven voor geologisch booronderzoekwordt deze vrijwel altijd formeel beschreven.
In het geval het bovenste deel van de ondergrond uit asfalt bestaat en deze laag nietkan worden weggegraven, maar door middel van kernen wordt verwijderd, wordt het verwijderenvan het asfalt beschouwd als weggraven. Het verwijderde materiaal wordt als weggegravenlaag vastgelegd, of verder niet beschreven.

6.3.9.6 einddiepte graven
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De diepte tot waar het materiaal uit de ondergrond is weggegraven.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde2.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik0 tot 30
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut traject weggegraven gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.9.7 gesteente aangeboord
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het gesteente is aangeboord en is bemonsterd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

Wanneer de ondergrond niet uit grond maar uit gesteente bestaat, worden in het onderzoekandere gegevens vastgelegd dan gewoonlijk het geval is.

In deze versie van de catalogus is het beschrijven van gesteente niet opgenomen.

6.3.9.8 boorprocedure
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De procedure die aangeeft onder welke afspraken het boren is uitgevoerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1..2
Domein
NaamBoorprocedure
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

De procedure beschrijft de manier van werken, de passende hulpmiddelen en de eisenwaaraan de uitvoering moet voldoen. Procedures zijn in het algemeen vastgelegd ineen norm, protocol of richtlijn. Dat kan overigens een richtlijn zijn die de uitvoerdervoor zichzelf gebruikt. Het gegeven is opgenomen omdat het inzicht biedt in de kwaliteitvan het werk. Het gebruik van procedures varieert van vakgebied tot vakgebied.
Voor handboren en mechanisch boren bestaan aparte procedures, die allebei worden vastgelegd.

6.3.9.9 einddiepte boren
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De diepte waarop het boren is geëindigd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Toelichting

IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is de einddieptein bijna alle gevallen afgeleid uit de boormonsterbeschrijving.

6.3.9.10 stopcriterium
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De reden waarom de uitvoerder van de boring met boren is opgehouden.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamStopcriteriumVeld
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven geeft aan of het beoogde einddoel is gehaald of dat het boren is gestoptomdat er bepaalde problemen waren. De aard van het eventuele probleem kan informatiegeven over de opbouw van de ondergrond.

6.3.9.11 tijdelijke verbuizing aangebracht
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De aanduiding die aangeeft of tijdens het boren verbuizing in het boorgat is aangebracht.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut boortechniek van de entiteit Geboord interval in ten minste één van de geboorde intervallen gelijk is aan handDraaien, mechanischDraaienOnverbuisd, mechanischGrijpen, mechanischSpuitenOnverbuisd of mechanischSpuitenDraaien.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens mag het attribuut ontbreken wanneer de waarde van het attribuutboortechniek van de entiteit Geboord interval in ten minste één van de geboorde intervallen gelijk is aan handDraaien, mechanischDraaienOnverbuisd, mechanischGrijpen, mechanischSpuitenOnverbuisd of mechanischSpuitenDraaien.

Toelichting

Bij bepaalde boortechnieken, de zgn. onverbuisde technieken, is tijdens het borensprake van een geheel of gedeeltelijk open gat. Het kan nodig zijn het boren te onderbrekenen tijdelijk verbuizing aan te brengen om het geboorde gat in stand te houden zodatmen verder kan boren. De verbuizing kan van invloed zijn op de bemonstering en hettijdens het boren doen van metingen.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenzelden vastgelegd.

6.3.9.12 einddiepte tijdelijke verbuizing
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De diepte tot waar tijdelijke verbuizing is aangebracht.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde3.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut tijdelijke verbuizing aangebracht gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.9.13 spoelingtoeslag gebruikt
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De aanduiding die aangeeft of tijdens het boren spoeling met toeslag is gebruikt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
Naam IMBRO/AIndicatieJaNeeOnbekend
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut boortechniek van de entiteit Geboord interval in ten minste één van de geboorde intervallen gelijk is aan mechanischDraaienOnverbuisd, mechanischGrijpen, mechanischSpuitenOnverbuisd of mechanischSpuitenDraaien.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Naast de IMBRO waarden moet het attribuut ook aanwezig zijn wanneer de waarde vanhet attribuut boortechniek van de entiteit Geboord interval in ten minste één van de geboorde intervallen gelijk is aan mechanischDraaienOnverbuisdDeelsDrukkenHameren.

Toelichting

Bij bepaalde boortechnieken, de zgn. onverbuisde technieken, is tijdens het borensprake van een geheel of gedeeltelijk open gat. Het kan nodig zijn tijdens het borenspoeling te gebruiken om in het gat voldoende tegendruk op te bouwen. In dat gevalvoegt men een bepaalde toeslag toe aan het werkwater om een vloeistof met voldoendemassa samen te stellen.
In de toekomst zal spoeling mogelijk ook gebruikt gaan worden bij andere boortechnieken.

6.3.9.14 spoelingtoeslag
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De specificatie van het materiaal dat aan het werkwater is toegevoegd om de spoelingvoldoende massa te geven.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamSpoelingtoeslag
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut spoeling gebruikt gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.9.15 grondwaterstand
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De diepte in het gat tot waar het grondwater na de uitvoering van de werkzaamhedenreikt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde3.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut lokaal verticaal referentiepunt van de entiteit Aangeleverde verticale positie gelijk is aan waterbodem.

Toelichting

Het is goede praktijk de grondwaterstand te bepalen, maar aan een eventueel ontbrekenvan het gegeven kan geen bijzondere betekenis worden gegeven.

Het gegeven wordt pas vastgelegd wanneer de uitvoerder van oordeel is dat de grondwaterstandzich weer hersteld heeft; de diepte moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.9.16 bemonsteringsprocedure
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De procedure die aangeeft onder welke afspraken het bemonsteren is uitgevoerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamBemonsteringsprocedure
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

De procedure beschrijft de manier van werken, de passende hulpmiddelen en de eisenwaaraan de uitvoering moet voldoen. Procedures zijn in het algemeen vastgelegd ineen norm, protocol of richtlijn. Dat kan overigens een richtlijn zijn die de uitvoerdervoor zichzelf gebruikt. Het gegeven is opgenomen omdat het inzicht biedt in de kwaliteitvan het werk.

Het gebruik van procedures varieert van vakgebied tot vakgebied.

6.3.9.17 einddiepte bemonstering
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De diepte tot waar is bemonsterd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels

De waarde van het attribuut mag niet groter zijn dan de waarde van het attribuut einddiepte boren.

Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

Toelichting

IMBRO/A Het gegeven heeft onder meer als doel de samenhang van de informatie te borgen. Onderzoekonder IMBRO/A vertoont te weinig samenhang om dit gegeven betekenis te laten hebben.Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenzelden vastgelegd.

6.3.9.18 ondergrond verontreinigd
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De aanduiding die aangeeft of er tijdens het boren verontreiniging van de ondergrondis geconstateerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

Toelichting

Het gegeven geeft aan of de eigenschappen van de ondergrond onbedoeld door de mensveranderd zijn. Het gegeven heeft betrekking op een waarneming en krijgt alleen dewaarde ja, wanneer de uitvoerder geconstateerd heeft dat de ondergrond verontreinigd is.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenzelden vastgelegd.

6.3.9.19 gat afgewerkt
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het gat na afloop van de boor- en eventuele graafwerkzaamhedenis afgewerkt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
Naam IMBRO/AIndicatieJaNeeOnbekend
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

De afwerking geeft inzicht in hoe de ondergrond is achtergelaten na afloop van dewerkzaamheden in het veld.

6.3.9.20 uitvoerder boring
Type gegevenAttribuut van Boring
Definitie

Het KvK-nummer van de onderneming of de maatschappelijke activiteit van de rechtspersoondie voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de boringen het eventueel leveren van monsters, of het equivalent daarvan in een handelsregistervan een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamOrganisatie
Regels

De organisatie moet bekend zijn binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerdervan booronderzoek.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

6.3.9.21 weggegraven laag
Type gegevenAssociatie van Boring
Definitie

De summiere beschrijving van een laag die is weggegraven als voorbereiding op hetboren.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..*
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamweggegraven laag
BronBoring
DoelWeggegraven laag
6.3.9.22 geboord interval
Type gegevenAssociatie van Boring
Definitie

Het geboorde interval van de boring.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1..*
Relatiesoort naamheeft
Relatierol naamgeboord interval
BronBoring
DoelGeboord interval
6.3.9.23 bemonsterd interval
Type gegevenAssociatie van Boring
Definitie

Het bemonsterde interval van de boring.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1..*
Relatiesoort naamheeft
Relatierol naambemonsterd interval
BronBoring
DoelBemonsterd interval
6.3.9.24 verontreinigd interval
Type gegevenAssociatie van Boring
Definitie

De identificatie van het verontreinigd interval geconstateerd tijdens het boren.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..*
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamverontreinigd interval
BronBoring
DoelVerontreinigd interval
6.3.9.25 afgewerkt interval
Type gegevenAssociatie van Boring
Definitie

Het afgewerkte interval van de boring.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..*
Relatiesoort naamheeft
Relatierol naamafgewerkt interval
BronBoring
DoelAfgewerkt interval

6.3.10 Weggegraven laag

Diagram: Weggegraven laag - detail
Weggegraven laag

Type gegevenEntiteit
Definitie

Een deel van de weggegraven ondergrond dat summier als laag is beschreven.

Toelichting

Het gegeven is aanwezig wanneer in het onderzoek is vastgesteld dat het voldoendeis het weggegraven deel van de ondergrond summier te beschrijven. Het weggegraventraject wordt in zijn geheel en als een opeenvolging van lagen beschreven en dat wilzeggen dat de lagen precies op elkaar aansluiten. De weggegraven lagen staan los vanhet boorprofiel.

6.3.10.1 bovengrens
Type gegevenAttribuut van Weggegraven laag
Definitie

De diepte van de bovenkant van de laag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde2.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik0 tot 30
Regels

De bovengrens van de bovenste weggegraven laag moet gelijk zijn aan 0.
De weggegraven lagen moeten precies op elkaar aansluiten.

6.3.10.2 ondergrens
Type gegevenAttribuut van Weggegraven laag
Definitie

De diepte van de onderkant van de laag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde2.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik0 tot 30
Regels

De ondergrens moet groter zijn dan de bovengrens van de weggegraven laag.
De ondergrens van de onderste weggegraven laag moet gelijk zijn aan de waarde van het attribuuteinddiepte graven van de entiteit Boring.

6.3.10.3 weggegraven materiaal
Type gegevenAttribuut van Weggegraven laag
Definitie

De omschrijving van het materiaal waaruit de weggegraven laag bestaat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamWeggegravenMateriaal
TypeWaardelijst uitbreidbaar

6.3.11 Geboord interval

Diagram: Geboord interval - detail
Geboord interval

Type gegevenEntiteit
Definitie

Het diepte-interval dat met een bepaalde boortechniek en een bepaalde diameter isgeboord.

Toelichting

Op een en dezelfde diepte kunnen verschillende boortechnieken gebruikt worden. Erkan bijvoorbeeld eerst mechanisch gedrukt worden waarbij monsters op diepte wordenuitgestoken, waarna het interval wordt uitgeboord door mechanisch te draaien. Ookkan op een en dezelfde diepte een bepaalde boortechniek herhaaldelijk worden toegepast,waarbij de diameter steeds toeneemt. Als gevolg kunnen geboorde intervallen overlappen.

6.3.11.1 begindiepte
Type gegevenAttribuut van Geboord interval
Definitie

De diepte waarop begonnen is met een bepaalde boortechniek een gat met een bepaaldediameter te maken.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.2 4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels

De begindiepte van het bovenste geboord interval moet gelijk zijn aan 0 wanneer de waarde van het attribuut traject weggegraven van de entiteit Boring gelijk is aan nee.
De begindiepte van het bovenste geboord interval moet groter zijn dan 0 wanneer de waarde van het attribuut traject weggegraven van de entiteit Boring gelijk is aan ja.

Toelichting

Normaliter is de begindiepte van het bovenste geboord interval gelijk aan 0. Wanneermateriaal is weggegraven en deze niet of summier is beschreven is de waarde groterdan 0.

6.3.11.2 einddiepte
Type gegevenAttribuut van Geboord interval
Definitie

De diepte waarop gestopt is met een bepaalde boortechniek een gat met een bepaaldediameter te maken.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.2 4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels

De einddiepte moet groter zijn dan de begindiepte van het geboord interval.
De einddiepte van het onderste geboord interval moet gelijk zijn aan de waarde van het attribuuteinddiepte boren van de entiteit Boring.

6.3.11.3 boortechniek
Type gegevenAttribuut van Geboord interval
Definitie

De techniek die gebruikt is om over een bepaald diepte-interval een gat met een bepaaldediameter in de ondergrond te maken.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamBoortechniek
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Bij de classificatie van boortechnieken wordt gekeken naar de manier waarop het gebruikteapparaat de grond in is gedreven.

6.3.11.4 geboorde diameter
Type gegevenAttribuut van Geboord interval
Definitie

De diameter van het geboorde gat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde4.0
Eenheidmm (millimeter)
Waardebereik20 tot 3000
Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

Toelichting

Het gaat om de diameter van het gat dat door boren is ontstaan. Het uiteindelijk gatkan groter zijn doordat de wand afbrokkelt of gedeeltelijk instort.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht kan de geboordediameter niet bekend zijn.

6.3.12 Bemonsterd interval

Diagram: Bemonsterd interval - detail
Bemonsteringsapparaat Bemonsterd interval

Type gegevenEntiteit
Definitie

Een diepte-interval dat volgens een bepaalde bemonsteringsmethode en afhankelijk vande methode met een bepaald apparaat is bemonsterd.

Toelichting

In het geval het bovenste deel van de ondergrond is weggegraven en in het onderzoekis vastgesteld dat het net zo beschreven moet worden als de monsters uit de geboordeintervallen, wordt het weggegraven deel als een bemonsterd interval beschreven.

6.3.12.1 begindiepte
Type gegevenAttribuut van Bemonsterd interval
Definitie

De diepte waarop het bemonsterde interval begint.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.2 4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
6.3.12.2 einddiepte
Type gegevenAttribuut van Bemonsterd interval
Definitie

De diepte waarop het bemonsterde interval eindigt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.2 4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels

De einddiepte moet groter zijn dan de begindiepte van het bemonsterd interval.
De einddiepte van het onderste bemonsterd interval mag niet groter zijn dan de waarde van het attribuuteinddiepte boren van de entiteit Boring.

6.3.12.3 voorbehandeling
Type gegevenAttribuut van Bemonsterd interval
Definitie

De werkzaamheden die tijdens het boren zijn uitgevoerd om een bepaald diepte-intervalte prepareren ten behoeve van de bemonstering.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamVoorbehandeling
TypeWaardelijst uitbreidbaar
6.3.12.4 bemonsteringsmethode
Type gegevenAttribuut van Bemonsterd interval
Definitie

De manier waarop de monsters uit de ondergrond zijn genomen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamBemonsteringsmethode
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Bij de classificatie van bemonsteren wordt gekeken naar de manier waarop het materiaaluit de ondergrond naar boven is gehaald.

6.3.12.5 bemonsteringskwaliteit
Type gegevenAttribuut van Bemonsterd interval
Definitie

De aanduiding die aangeeft wat de beoogde monsterkwaliteit is geweest.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamBemonsteringskwaliteit
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Idealiter zou men de ondergrond altijd in-situ willen onderzoeken, maar in de praktijkonderzoekt men monsters uit de ondergrond en dat betekent dat er onvermijdelijk sprakeis van een zekere mate van verstoring. De mate van verstoring wordt primair bepaalddoor de keuze van boortechniek, bemonsteringsmethode en bemonsteringsapparaat. Omdatook de samenstelling van de grond van invloed is, kan het nodig blijken de keuze aante passen als de grondsoort anders blijkt te zijn dan gedacht.
De bemonsteringskwaliteit geeft aan binnen welke grenzen de primaire mate van verstoringligt. Er wordt in de norm NEN-EN-ISO 22475 een indeling in vijf klassen gehanteerden voor iedere klasse is vastgelegd hoe de monsters behandeld moeten worden wanneerzij eenmaal boven de grond zijn gekomen. De laagste eisen gelden voor monsters waarvande samenhang al volledig is verstoord wanneer ze boven de grond komen. In de dagelijksespraak worden die monsters geroerde monsters genoemd. De vier andere klassen beschrijven de eisen die gelden voor het behandelenvan ongeroerde monsters.
De reden het gegeven vast te leggen is dat niet alle in het veld genomen monstersaltijd als onderdeel van het booronderzoek worden geanalyseerd.

6.3.12.6 georienteerd gestoken
Type gegevenAttribuut van Bemonsterd interval
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de oriëntatie van het monster is vastgelegd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut bemonsteringsmethode gelijk is aan opDiepteUitsteken.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens mag het attribuut ontbreken wanneer de waarde van het attribuutbemonsteringsmethode gelijk is aan opDiepteUitsteken.

Toelichting

Voor bepaalde vormen van boormonsteranalyse is het nodig de bemonstering zo uit tevoeren dat de oriëntatie van de structuur van de ondergrond behouden blijft.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenzelden vastgelegd.

id="detail_d497772e21660"> class="header-wrapper">
6.3.12.7 bemonsteringsapparaat
Type gegevenGegevensgroep van Bemonsterd interval
Definitie

Het apparaat dat gebruikt is voor het steken of kernen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
GegevensgroeptypeBemonsteringsapparaat

6.3.13 Bemonsteringsapparaat

Diagram: Bemonsteringsapparaat - detail
Bemonsteringsapparaat

Type gegevenEntiteit
Definitie

De specificaties van het apparaat dat gebruikt is voor het steken of kernen.

Regels

De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut bemonsteringsmethode van de entiteit Bemonsterd interval gelijk is aan opDiepteKernen of opDiepteUitsteken.
De entiteit mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens mag de entiteit ontbreken wanneer de waarde van het attribuutbemonsteringsmethode gelijk is aan opDiepteKernen of opDiepteUitsteken.

Toelichting

Wanneer er geroerde monsters zijn genomen geeft de methode van bemonstering voldoendeinformatie over de kwaliteit van de monsters, maar wanneer de bemonstering erop gerichtis ongeroerde monsters van relatief hoge kwaliteit te nemen, is het van belang ookde specificaties van het gebruikte apparaat vast te leggen.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht zijn zeldenspecificaties van het bemonsteringsapparaat vastgelegd.

6.3.13.1 apparaattype
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

Het apparaat dat gebruikt is voor het nemen van kernen en steekmonsters getypeerdnaar de onderdelen die de kwaliteit van de bemonstering beïnvloeden.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamApparaattype
TypeWaardelijst uitbreidbaar
6.3.13.2 containerdiameter
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De inwendige diameter van het deel van het apparaat waarin het monster wordt opgevangen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde3.0
Eenheidmm (millimeter)
Waardebereik30 tot 410
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan guts.
Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.13.3 containerlengte
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De lengte van het deel van het apparaat waarin het monster wordt opgevangen.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde2.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik0.05 tot 40
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan guts.
Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.13.4 doorgangsdiameter
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De kleinste diameter van de doorgang voor het monster aan de onderzijde van het apparaat,bij volledig openstaande vanger.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde3.0
Eenheidmm (millimeter)
Waardebereik20 tot 400
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan guts.
Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.13.5 kous gebruikt
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het deel van het apparaat waarin het monster wordt opgevangenvan binnen bekleed is met een kous.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan guts.
Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.13.6 haakse steekmond
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het apparaat een haakse steekmond heeft.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan steekbus, steekbusDLDS of steekbusMetLiner.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.13.7 steekmondapex
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De hoek die de snijrand maakt met de lengteas van het apparaat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde2.0
Eenheid° (graden)
Waardebereik5 tot 45
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut haakse steekmond gelijk is aan nee.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.13.8 steekmonddiameter
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De grootste uitwendige diameter van de steekmond.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde3.0
Eenheidmm (millimeter)
Waardebereik50 tot 510
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan steekbus, steekbusDLDS of steekbusMetLiner.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.13.9 steunvloeistof gebruikt
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De aanduiding die aangeeft of er in een core-barrel of steekbus een vloeistof is gebruiktom de bemonstering te vergemakkelijken.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan corebarrelSingleTube, corebarrelDoubleTube, corebarrelTripleTube of steekbus.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Toelichting

Een steunvloeistof verlaagt de wrijving in het apparaat tijdens bemonstering en zorgtvoor horizontale stabiliteit na bemonstering. Wanneer het apparaat een Begemann-steekbusis, wordt altijd een steunvloeistof gebruikt. Bij andere typen steekapparaten is datnooit het geval.

6.3.13.10 voorzien van vanger
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het apparaat voorzien is van een onderdeel dat moetvoorkomen dat het monster uit het apparaat valt; het onderdeel wordt een monster-of een kernvanger genoemd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan guts.
Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.13.11 voorzien van zuiger
Type gegevenAttribuut van Bemonsteringsapparaat
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het apparaat aan de bovenzijde voorzien is van een passievezuiger.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut apparaattype gelijk is aan guts.
Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Toelichting

Een zuiger dient om de bemonstering te vergemakkelijken en helpt het monster in hetapparaat te houden en beperkt het risico op verstoring. De zuiger staat tijdens monsternameop een vaste positie.

6.3.14 Verontreinigd interval

Diagram: Verontreinigd interval - detail
Verontreinigd interval

Type gegevenEntiteit
Definitie

Een diepte-interval dat is verontreinigd.

Regels

De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut ondergrond verontreinigd van de entiteit Boring gelijk is aan ja.
De entiteit mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

De verontreinigde intervallen mogen elkaar niet overlappen.

Toelichting

Het gegeven wordt vastgelegd omdat het in de boormonsteranalyse belangrijk is te wetenop welke diepte de eigenschappen van de ondergrond onbedoeld door de mens veranderdzijn.

6.3.14.1 begindiepte
Type gegevenAttribuut van Verontreinigd interval
Definitie

De diepte vanaf waar de verontreiniging is geconstateerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.2 4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
6.3.14.2 einddiepte
Type gegevenAttribuut van Verontreinigd interval
Definitie

De diepte tot waar de verontreiniging is geconstateerd.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.2 4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels

De einddiepte moet groter zijn dan de begindiepte van het verontreinigd interval.
De einddiepte van het onderste verontreinigd interval mag niet groter zijn dan de waarde van hetattribuut einddiepte boren van de entiteit Boring.

6.3.15 Afgewerkt interval

Diagram: Afgewerkt interval - detail
Afgewerkt interval

Type gegevenEntiteit
Definitie

Een diepte-interval dat na het boren op een bepaalde manier is afgewerkt.

Regels

De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut gat afgewerkt van de entiteit Boring gelijk is aan ja.
De entiteit mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Toelichting

Het gegeven wordt vastgelegd omdat het belangrijk is te weten hoe de ondergrond isachtergelaten. Dat belang komt bijvoorbeeld naar voren wanneer zich ergens problemenvoordoen die verband kunnen houden met eerdere ingrepen in de ondergrond.

6.3.15.1 begindiepte
Type gegevenAttribuut van Afgewerkt interval
Definitie

De diepte vanaf waar het gat op een bepaalde manier is afgewerkt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.2 4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
6.3.15.2 einddiepte
Type gegevenAttribuut van Afgewerkt interval
Definitie

De diepte tot waar het gat op een bepaalde manier is afgewerkt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde3.2 4.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
6.3.15.3 permanente verbuizing aanwezig
Type gegevenAttribuut van Afgewerkt interval
Definitie

De aanduiding die aangeeft of er na het voltooien van de werkzaamheden buizen in deondergrond zijn achtergelaten die de wand van het geboorde gat afsluiten.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

Toelichting

De wand van het geboorde gat kan over bepaalde trajecten worden verbuisd, maar erkunnen ook per ongeluk buizen in het gat zijn achtergebleven. Redenen om het gat verbuisdachter te laten zijn bijvoorbeeld voorkomen dat in de ondergrond al aanwezige verontreinigingzich kan verspreiden, of beschermen van het boorgat en de daarin aanwezige constructiestegen instorting of corrosie.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is zelden informatieover permanente verbuizing vastgelegd.

6.3.15.4 diameter permanente verbuizing
Type gegevenAttribuut van Afgewerkt interval
Definitie

De buitendiameter van de permanente verbuizing.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde4.0
Eenheidmm (millimeter)
Waardebereik50 tot 1200
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut permanente verbuizing aanwezig gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.15.5 materiaal permanente verbuizing
Type gegevenAttribuut van Afgewerkt interval
Definitie

Het materiaal waaruit de op de gegeven diepte achtergebleven buizen bestaan.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamBuismateriaal
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut permanente verbuizing aanwezig gelijk is aan ja.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

6.3.15.6 aanvulmateriaal
Type gegevenAttribuut van Afgewerkt interval
Definitie

Het materiaal waarmee de ruimte die door het boren op een bepaalde diepte in de ondergrondis ontstaan geheel of gedeeltelijk is opgevuld.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamAanvulmateriaal
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het is goede praktijk het boorgat zo achter te laten dat de opbouw van de ondergrondvoor wat betreft het waterkerend en waterdoorlatend vermogen zo goed mogelijk is hersteld.De materialen zijn in categorieën geplaatst die in dat aspect inzicht geven.

6.3.15.7 aanvulmateriaal gewassen
Type gegevenAttribuut van Afgewerkt interval
Definitie

De aanduiding die in het geval zand of grind gebruikt is als aanvulmateriaal aangeeftof de fijne grond is uitgespoeld.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut aanvulmateriaal gelijk is aan zand, zandGrof, zandMiddelgrof, zandMiddelgrofGrof, grind, grindZand, grindZandGrof of grindZandOngezeefd.
Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens mag het attribuut ontbreken wanneer de waarde van het attribuutaanvulmateriaal gelijk is aan zand, zandGrof, zandMiddelgrof, zandMiddelgrofGrof, grind, grindZand, grindZandGrof of grindZandOngezeefd.

Toelichting

IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenzelden vastgelegd.

6.3.15.8 aanvulmateriaal met certificaat
Type gegevenAttribuut van Afgewerkt interval
Definitie

De aanduiding die aangeeft of het aanvulmateriaal een productcertificaat heeft.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut aanvulmateriaal gelijk is aan geen, verwijderdMateriaal of wegverhardingsmateriaal.
Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens mag het attribuut ontbreken wanneer de waarde van het attribuutaanvulmateriaal niet gelijk is aan geen, verwijderdMateriaal of wegverhardingsmateriaal.

Toelichting

De huidige certificaten zijn de productcertificaten voor zand en grind voor drinkwaterproductieen voor filterzand voor milieukundig grondwateronderzoek.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenzelden vastgelegd.

6.3.16 Sliblaag

Diagram: Sliblaag - detail
Sliblaag

Type gegevenEntiteit
Definitie

Het interval op de overgang tussen water en bodem waarin het materiaal uit een mengselvan water en grond bestaat dat te slap is om het grond te noemen.

Regels

De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut lokaal verticaal referentiepunt van de entiteit Aangeleverde verticale positie gelijk is aan maaiveld.

Toelichting

Bij boren op water is op sommige plaatsen niet direct duidelijk waar de waterbodembegint doordat water en ondergrond geleidelijk in elkaar overgaan.
Het overgangsbereik wordt de sliblaag genoemd. Het materiaal waaruit de sliblaag bestaatis zo slap dat het tussen de vingers doorloopt. Bij belasting vloeit het materiaalweg. Het materiaal wordt slib genoemd, maar opgemerkt wordt dat die term ook gebruiktwordt voor andere materialen, bijvoorbeeld voor het restproduct van baggerwerkzaamheden.De dikte van de sliblaag kan zelden nauwkeurig worden bepaald en datzelfde geldt voorde positie van de waterbodem.
Het gegeven is aanwezig wanneer in het onderzoek gegevens over de sliblaag zijn vastgelegd.

6.3.16.1 dikte
Type gegevenAttribuut van Sliblaag
Definitie

De dikte van de sliblaag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde2.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik0 tot 20
6.3.16.2 kleur
Type gegevenAttribuut van Sliblaag
Definitie

De kleur van de sliblaag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamKleur
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

Toelichting

IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht kan de kleurniet bepaald zijn.

6.3.16.3 methode positiebepaling bovenkant
Type gegevenAttribuut van Sliblaag
Definitie

De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de bovenkant van de sliblaag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMethodePositiebepalingSliblaag
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

Toelichting

De dikte van de sliblaag wordt bepaald door de bovenkant en de onderkant van de laagten opzichte van het wateroppervlak te bepalen. In veel gevallen wordt voor de positiebepalingvan de bovenkant een andere methode gebruikt dan voor de positiebepaling van de onderkant.Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de dikte van de sliblaag isbepaald.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is zelden vastgelegdhoe de bovenkant en de onderkant van de sliblaag is bepaald.

6.3.16.4 methode positiebepaling onderkant
Type gegevenAttribuut van Sliblaag
Definitie

De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de onderkant van de sliblaag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMethodePositiebepalingSliblaag
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Mogelijk geen waardeJa
Reden geen waarde

Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken.

6.3.17 Boormonsterbeschrijving

Diagram: Boormonsterbeschrijving - detail
Boorprofiel Boormonsterbeschrijving

Type gegevenEntiteit
Definitie

Het deel van het booronderzoek dat betrekking heeft op het beschrijven van de monstersen het verwerken van de resultaten tot een samenvattende beschrijving van de opbouwvan de ondergrond.

6.3.17.1 rapportagedatum beschrijving
Type gegevenAttribuut van Boormonsterbeschrijving
Definitie

De datum waarop de uitvoerder van de beschrijving alle gegevens van de boormonsterbeschrijvingaan de bronhouder heeft overgedragen, of in het geval van historische gegevens dedatum waarop alle gegevens zijn vastgesteld.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamDatum
Naam IMBRO/AOnvolledigeDatum
Waardebereik1 januari 1877 tot heden
Toelichting

IMBRO/A Hoewel het grootste deel van de historische gegevens nog buiten het bereik van dezeversie van de catalogus vallen, is wel al met zekerheid vast te stellen dat de eerstbekende datum waarop een onderzoek kan zijn afgerond in 1877 ligt.

6.3.17.2 beschrijfprocedure
Type gegevenAttribuut van Boormonsterbeschrijving
Definitie

De procedure die aangeeft onder welke afspraken de monsters zijn beschreven.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamBeschrijfprocedure
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

De procedure beschrijft volgens welk stelsel van afspraken de monsters beschrevenzijn en welke aspecten worden beschreven. Procedures zijn in het algemeen vastgelegdin een norm, protocol of richtlijn. Dat kan overigens een richtlijn zijn die de uitvoerdervoor zichzelf gebruikt. Het gegeven is opgenomen omdat het inzicht biedt in de kwaliteitvan het werk. Het gebruik van procedures varieert van vakgebied tot vakgebied en voorgrond gelden andere afspraken dan voor gesteente.
Voor booronderzoek dat onder kwaliteitsregime IMBRO valt, is de boormonsterbeschrijvingaltijd onder de Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 tot stand gekomen.
IMBRO/A Een geologische boormonsterbeschrijving die voor de invoering van de Standaard BoorBeschrijvingsmethode 6 tot stand is gekomen, valt per definitie onder booronderzoekmet kwaliteitsregime IMBRO/A.
Bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen, zijn eventueel extra aspecten beschreven die geen onderdeel uitmaken van de NEN 5104. Het is niet bekend volgens welke procedure deze aspecten zijn beschreven.

6.3.17.3 hulpmiddel
Type gegevenAttribuut van Boormonsterbeschrijving
Definitie

Een extra hulpmiddel dat voor het beschrijven van de monsters is gebruikt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamHulpmiddel
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven wordt alleen vastgelegd bij de uitgebreide beschrijving en alleen wanneerer in aanvulling op de procedure extra hulpmiddelen zijn gebruikt. De hulpmiddelenworden gebruikt om eigenschappen van de zandfractie op een meer betrouwbare wijzete bepalen.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht zijn de hulpmiddelenniet methodisch vastgelegd, en worden om die reden onder IMBRO/A expliciet vastgelegd.
Bij archiefgegevens zijn de gebruikte hulpmiddelen niet altijd en niet volledig vastgelegd.Aan het eventueel ontbreken van het gegeven kan geen bijzondere betekenis worden gegeven.

6.3.17.4 uitvoerder beschrijving
Type gegevenAttribuut van Boormonsterbeschrijving
Definitie

Het KvK-nummer van de onderneming of de maatschappelijke activiteit van de rechtspersoondie voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de boormonsterbeschrijving,of het equivalent daarvan in een handelsregister van een andere lidstaat van de EuropeseUnie dan Nederland.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamOrganisatie
Regels

De organisatie moet bekend zijn binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerdervan booronderzoek.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

6.3.17.5 boorprofiel
Type gegevenAssociatie van Boormonsterbeschrijving
Definitie

Het boorprofiel als resultaat van de boormonsterbeschrijving.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1..2
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamboorprofiel
BronBoormonsterbeschrijving
DoelBoorprofiel

6.3.18 Boorprofiel

Diagram: Boorprofiel - detail
Post-sedimentaire discontinuïteit Niet beschreven interval Laag Boorprofiel

Type gegevenEntiteit
Definitie

De opbouw van de ondergrond beschreven in een mate van detail die past bij de kwaliteitvan de monsters.

Toelichting

Het resultaat van de boormonsterbeschrijving omvat een of twee boorprofielen. Wanneerer twee profielen zijn, verschillen die onderling in kwaliteit en dat wil zeggen inde mate van detail waarin de ondergrond is beschreven. Boorprofielen kunnen elkaargedeeltelijk overlappen en dat betekent dat er in het betreffende diepte-intervalop twee verschillende manieren bemonsterd is en de respectieve monsters een anderebeschrijfkwaliteit vergen. Overlap treedt alleen op in geboorde trajecten. Wanneereen bepaald traject zowel geboord als weggegraven is, worden de monsters die uit hetweggraven traject zijn voortgekomen genegeerd. Een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104, de ASB of onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen heeft altijd maar één profiel.

6.3.18.1 beschrijfkwaliteit
Type gegevenAttribuut van Boorprofiel
Definitie

De aanduiding voor de mate van detail waarmee de opbouw van de ondergrond in het boorprofielis beschreven.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamBeschrijfkwaliteit
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels

De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd wanneer de waarde van het attribuut beschrijfprocedure van de entiteit Boormonsterbeschrijving gelijk is aan GDN_SBB6v2022 , en dat is onder IMBRO altijd het geval.

Regels IMBRO/A
  • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief wanneer de waarde van het attribuut beschrijfprocedure van de entiteit Boormonsterbeschrijving gelijk is GDN_SBB4v1995, GDN_SBB5v1999, GDN_SBB5.1v2000, GDN_SBB5.2v2005 of GDN_SBB5.3v2008.
  • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan archeologischStandaardArchief wanneer de waarde van het attribuut beschrijfprocedure van de entiteit Boormonsterbeschrijving gelijk is SIKB_ASB1.1v2008.
  • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan geologischNEN5104Archief wanneer de waarde van het attribuut beschrijfprocedure van de entiteit Boormonsterbeschrijving gelijk is NEN5104plusOnbekend.
  • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan fysischGeografischStandaardArchief wanneer de waarde van het attribuut beschrijfprocedure van de entiteit Boormonsterbeschrijving gelijk is UU_BerendsenStouthamerV2001 .
Toelichting

Het gegeven geeft de mate van detail van de beschrijving aan en of de monsters waaropde beschrijving is gebaseerd al dan niet van een hoge kwaliteit zijn. Voor wat betreftdat laatste is het criterium of de bemonstering tot doel heeft gehad om monsters uitde ondergrond naar boven te halen waarvan de gelaagdheid intact is gebleven op hetmoment van beschrijven, oftewel ongeroerde monstername.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht heeft het begripbeschrijfkwaliteit alleen onderscheidende waarde in de mate van detail van de beschrijving.Om die reden is voor archiefgegevens het gegeven kwaliteit beschreven monsters opgenomen.
Onder NEN 5104 5104, ASB en Berendsen en Stouthamer heeft het begrip beschrijfkwaliteit ook geen onderscheidende waarde in de mate van detail van de beschrijving. De waarde geologischNEN5104Archief beslaat een breed spectrum, van zeer summiere beschrijvingen tot uitgebreide beschrijvingen.

6.3.18.2 kwaliteit beschreven monsters
Type gegevenAttribuut van Boorprofiel
Definitie

De aanduiding die aangeeft wat de kwaliteit van de boormonsters waarop de beschrijvingis gebaseerd, is geweest.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamKwaliteitBeschrevenMonsters
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
Toelichting

IMBRO/A Het criterium is of de bemonstering tot doel heeft gehad om monsters uit de ondergrondnaar boven te halen waarvan de gelaagdheid intact is gebleven op het moment van beschrijven,oftewel ongeroerde monstername.
Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht zijn geen specifiekeeisen gesteld aan de beschrijving van ongeroerde monsters en is de kwaliteit van debeschreven monsters achteraf bepaald op basis van de boortechniek en bemonsteringsmethode.Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A.

6.3.18.3 continu bemonsterd
Type gegevenAttribuut van Boorprofiel
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de bemonstering tot doel heeft gehad het hele trajectin de ondergrond met een bepaalde kwaliteit te bemonsteren, opdat het boorprofielhet dieptebereik volledig kan dekken.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
Naam IMBRO/AIndicatieJaNeeOnbekend
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven vormt voor booronderzoek dat onder kwaliteitsregime IMBRO valt, een brugtussen bemonstering en beschrijving. Wanneer de boring, eventueel inclusief het weggegraventraject, van maaiveld tot einddiepte is bemonsterd en de monsters voldoende in kwaliteitovereenstemmen, kan de ondergrond over het gehele traject worden beschreven als eenaaneensluitende opeenvolging van lagen. Het is goede praktijk dat bij geroerde monstershet gehele traject is bemonsterd en beschreven. Door omstandigheden kan het voorkomendat bepaalde intervallen niet beschreven worden. Bij continue bemonstering is hetboorprofiel in dat geval een aaneensluitende opvolging van lagen en niet-beschrevenintervallen.
IMBRO/A Voor booronderzoek dat onder IMBRO/A valt is de samenhang niet zo goed geborgd. Eenboormonsterbeschrijving die voor de invoering van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode6 tot stand is gekomen en is aangeleverd in het kader van archiefoverdracht heeftéén boorprofiel. Het gehele traject wordt beschouwd als continu bemonsterd (waardeis ja) en beschreven als een aaneensluitende opvolging van lagen en eventueel niet-beschrevenintervallen.

6.3.18.4 beschrijflocatie
Type gegevenAttribuut van Boorprofiel
Definitie

De plek waar de beschrijving waarop het boorprofiel is gebaseerd is gemaakt.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamBeschrijflocatie
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het is bij mechanische boortechnieken gebruikelijk in het veld alleen de geroerdemonsters te beschrijven en de ongeroerde monsters in het laboratorium. Beschrijvenin het veld heeft als nadeel dat de omstandigheden niet ideaal zijn, bijvoorbeeldvanwege het weer, maar als voordeel dat de monsters veldvochtig zijn en niet verstoorddoor de handelingen die nodig zijn om de monsters in het laboratorium te krijgen.De nadelen van een beschrijving in het veld wegen zwaarder dan de voordelen wanneereen hoge kwaliteit monsters vereist is. Om die monsters zonder kwaliteitsverlies vanuithet veld aan het laboratorium over te dragen worden de procedures gevolgd die voorhet vakgebied geotechniek zijn opgesteld. De procedures laten de uitvoerder vrij tebesluiten alle monsters in het lab te beschrijven.

6.3.18.5 beschreven materiaal
Type gegevenAttribuut van Boorprofiel
Definitie

De omschrijving van het materiaal dat is beschreven in het profiel.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamBeschrevenMateriaal
TypeWaardelijst uitbreidbaar
6.3.18.6 monstervochtigheid
Type gegevenAttribuut van Boorprofiel
Definitie

De vochtigheidstoestand van het materiaal op het moment van beschrijven.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMonstervochtigheid
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven is bedoeld voor grondmonsters die in het laboratorium zijn beschreven,omdat die vocht kunnen hebben verloren.

6.3.18.7 gemiddeld hoogste grondwaterstand
Type gegevenAttribuut van Boorprofiel
Definitie

De gemiddeld hoogste grondwaterstand bepaald in het profiel.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde2.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels
  • De waarde van het attribuut mag niet groter zijn dan de waarde van het attribuut einddiepte boren van de entiteit Boring.
Toelichting

De diepte van het niveau wordt geschat op basis van aspecten als kleur, de aanwezigheidvan ijzervlekken of concreties. De terreintoestand en het al dan niet aanwezig zijnvan bepaalde planten kunnen bijdragen aan de bepaling. Het kan voorkomen dat de gemiddeldhoogste grondwaterstand niet is waargenomen. Gewoonlijk betekent dit ook dat de hoogstegrondwaterstand niet is bereikt maar in bijzondere gevallen, zoals wanneer de grondrecent is opgebracht, kan het zijn dat de stand van het grondwater nog niet tot waarneembareveranderingen in de grond heeft geleid. Het kan ook voorkomen dat het interval waarinde gemiddeld hoogste grondwaterstand zich bevindt niet is beschreven of niet is bemonsterd.Wanneer het gegeven niet is waargenomen ontbreekt het gegeven.
IMBRO/A Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven.

6.3.18.8 gemiddeld laagste grondwaterstand
Type gegevenAttribuut van Boorprofiel
Definitie

De gemiddelde laagste grondwaterstand bepaald in het profiel.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde2.2
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels
  • De waarde van het attribuut mag niet kleiner zijn dan de waarde van het attribuutgemiddeld hoogste grondwaterstand.
  • De waarde van het attribuut mag niet groter zijn dan de waarde van het attribuut einddiepte boren van de entiteit Boring.
Toelichting

De diepte van het niveau wordt geschat op basis van aspecten als kleur, de aanwezigheidvan ijzervlekken of concreties. De terreintoestand en het al dan niet aanwezig zijnvan bepaalde planten kunnen bijdragen aan de bepaling. Het kan voorkomen dat de gemiddeldlaagste grondwaterstand niet is waargenomen. Gewoonlijk betekent dit ook dat de laagstegrondwaterstand niet is bereikt maar in bijzondere gevallen, zoals wanneer de grondrecent is opgebracht, kan het zijn dat de stand van het grondwater nog niet tot waarneembareveranderingen in de grond heeft geleid. Het kan ook voorkomen dat het interval waarinde gemiddeld laagste grondwaterstand zich bevindt niet is beschreven of niet is bemonsterd.Wanneer het gegeven niet is waargenomen ontbreekt het gegeven.
IMBRO/A Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven.

6.3.18.9 laag
Type gegevenAssociatie van Boorprofiel
Definitie

De laag als onderdeel van het boorprofiel.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1..*
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamlaag
BronBoorprofiel
DoelLaag
6.3.18.10 niet beschreven interval
Type gegevenAssociatie van Boorprofiel
Definitie

Het interval dat niet is beschreven als onderdeel van het boorprofiel.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..*
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naamniet beschreven interval
BronBoorprofiel
DoelNiet beschreven interval
6.3.18.11 post-sedimentaire discontinuïteit
Type gegevenAssociatie van Boorprofiel
Definitie

De post-sedimentaire discontinuïteit als onderdeel van het boorprofiel.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..*
Relatiesoort naambestaat uit
Relatierol naampost-sedimentaire discontinuïteit
BronBoorprofiel
DoelPost-sedimentaire discontinuïteit

6.3.19 Laag

Diagram: Laag - detail
Grond Laagje Archeologisch bestanddeel Laagdeel Laag

Type gegevenEntiteit
Definitie

Een interval in het boorprofiel dat als een laag met een bepaalde inhoud beschrevenis.

Regels

Exact één van de volgende gegevens moet aanwezig zijn: het attribuut bijzonder materiaal, de entiteit Laagdeel, de entiteit Laagje of de entiteit Grond.

Toelichting

De ondergrond wordt beschouwd als opgebouwd uit lagen en dat zijn homogene eenhedendie zich vooral in horizontale richting uitstrekken en in verticale richting duidelijkbegrensd zijn. Een laag bestaat in deze versie van de catalogus uit grond of uit bijzondermateriaal; lagen die uit gesteente bestaan vallen buiten het bereik.

Het criterium op basis waarvan een laag in een boorprofiel wordt begrensd varieert.In een boorprofiel dat het resultaat is van de beschrijving van geroerde monsters,vallen de grenzen samen met grenzen tussen monsters en is de laag een beschrijfeenheid.In een boorprofiel dat het resultaat is van de beschrijving van ongeroerde monsters,markeren de grenzen veranderingen in materiaal of structuur en is de laag een genetischeeenheid, een eenheid die op een bepaalde manier is ontstaan. Lagen aan of nabij maaiveld,kunnen gevormd zijn door de mens, en heten dan antropogeen. Niet-antropogene lagenzijn gewoonlijk lagen waarvan het materiaal onder gelijke omstandigheden is afgezet.Een uitzondering daarop zijn lagen die gedefinieerd zijn op grond van structuur diena afzetting van het materiaal is ontstaan; die lagen heten post-sedimentair.

6.3.19.1 bovengrens
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De diepte van de bovenkant van de laag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde4.3
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels
  • De lagen en niet-beschreven intervallen van een Boorprofiel moeten precies op elkaaraansluiten wanneer de waarde van het attribuut continu bemonsterd van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan ja.
  • De lagen en niet-beschreven intervallen van een Boorprofiel mogen elkaar niet overlappenwanneer de waarde van het attribuut continu bemonsterd van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan nee.
6.3.19.2 bepaling bovengrens
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De manier waarop de bovengrens van de laag is bepaald, met in het geval de grens opeen in de monsters waargenomen verandering is gebaseerd een aanduiding van hoe scherpde grens is.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamGrensbepaling
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Wanneer de bovengrens samenvalt met het maaiveld of de waterbodem, geldt die als waargenomen.

6.3.19.3 ondergrens
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De diepte van de onderkant van de laag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde4.3
Eenheidm (meter)
Waardebereik vanaf 0
Regels
  • De ondergrens moet groter zijn dan de bovengrens van de laag.
  • De ondergrens van de onderste laag mag niet groter zijn dan de waarde van het attribuut einddiepte bemonstering van de entiteit Boring.
Regels IMBRO/A

De ondergrens van de onderste laag mag niet groter zijn dan de waarde van het attribuut einddiepte boren van de entiteit Boring wanneer de waarde van het attribuut einddiepte bemonstering van de entiteit Boring ontbreekt.

6.3.19.4 bepaling ondergrens
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De manier waarop de ondergrens van de laag is bepaald, met in het geval de grens opeen in de monsters waargenomen verandering is gebaseerd een aanduiding van hoe scherpde grens is.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamGrensbepaling
TypeWaardelijst uitbreidbaar
6.3.19.5 antropogeen
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de laag bestaat uit materiaal dat door de mens is neergelegdof uit natuurlijke grond waarvan de samenhang door de mens volledig is verstoord.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamIndicatieJaNee
Naam IMBRO/AIndicatieJaNeeOnbekend
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven heeft betrekking op een waarneming en krijgt alleen de waarde ja, wanneer de beschrijver geconstateerd heeft dat de laag antropogeen is.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet expliciet vastgelegd. Het gegeven heeft alleen de waarde ja gekregen wanneer dat kon worden afgeleid. Bij archiefgegevens zijn antropogene lagendie uit natuurlijk grond bestaan vaak minder uitgebreid beschreven.

6.3.19.6 type ingreep
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De omschrijving van de wijze waarop een antropogene laag is ontstaan.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamTypeIngreep
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut antropogeen niet gelijk is aan ja.
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd en de waarde van het attribuut antropogeen gelijk is aan ja.
Toelichting

Menselijk ingrijpen leidt tot veranderingen in de samenstelling en de eigenschappenvan de ondergrond. Het is van belang het menselijk ingrijpen te typeren om ten minsteeen globaal beeld te geven van de aard van de verandering.
Bij het beschrijven van geroerde monsters, wordt het gegeven alleen vastgelegd wanneerde waarde bepaald kan worden. De uitvoerder beoordeelt zelf wanneer dat het gevalis.

6.3.19.7 bijzonder materiaal
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De naam van het materiaal waaruit een laag waarvan de inhoud niet als grond of gesteentewordt beschouwd, bestaat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamBijzonderMateriaal
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Een laag bestaat uit bijzonder materiaal wanneer meer dan de helft van het volumeuit bijzonder materiaal bestaat. Dat materiaal kan zowel natuurlijk als antropogeenvan aard zijn. Een laag die uit bijzonder materiaal bestaat wordt minder uitgebreidbeschreven dan een laag die uit grond of gesteente bestaat.

6.3.19.8 post-sedimentair
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de laag die niet-antropogeen is een eenheid is die gedefinieerdis op grond van structuur die na afzetting van het materiaal is ontstaan.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer het attribuut bijzonder materiaal aanwezig is.
  • Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
Toelichting

Na afzetting kan de laagopbouw van sedimenten veranderen door processen die op degrond inwerken. Het gegeven geeft aan of door het optreden van een dergelijk veranderingeen interval is ontstaan dat als een aparte laag wordt onderscheiden.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd.

6.3.19.9 horizontcode
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De code van de horizont waarvan de laag deel uitmaakt volgens de Nederlandse bodemkundigeclassificatie.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamHorizontcode
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer het attribuut bijzonder materiaal aanwezig is.
Toelichting

Een laag kan deel uitmaken van een bodemhorizont of daarmee samenvallen. Het gegevenwordt alleen vastgelegd wanneer dat in de context van het onderzoek relevant is.

6.3.19.10 beworteld
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de laag wortels of resten van wortels bevat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
Naam IMBRO/AIndicatieJaNeeOnbekend
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer het attribuut bijzonder materiaal aanwezig is.
  • Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Toelichting

Het kan hier gaan om levende zowel als dode wortels.

6.3.19.11 menselijk spoor
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

Een verstoring van de opbouw van de laag die herkend wordt als het gevolg van de aanwezigheidvan de mens.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMenselijkSpoor
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut antropogeen gelijk is aan ja.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
Toelichting

Het gegeven geeft, in het geval de opbouw van een laag enigszins is verstoord doorde aanwezigheid van de mens, wat de aard van de verstoring is. Het gaat om de verstoringvan natuurlijke lagen, omdat het gegeven alleen in dat geval toegevoegde waarde heeft.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het gegevenniet vastgelegd.

6.3.19.12 genetische typering
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De typering van de eenheid naar wording, voor zover dat voor een goed begrip relevantis.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamGenetischeTypering
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven wordt alleen vastgelegd wanneer een laag onder bepaalde omstandighedenis gevormd. Het kan gebruikers direct inzicht geven in de plaats van de eenheid ineen geologisch model. Het gegeven heeft eerder een interpretatief dan een beschrijvendkarakter, maar het niveau van interpretatie is zo globaal dat iedere beschrijver inhet vakgebied geacht wordt over de noodzakelijke kennis te beschikken. Ook zijn dezegegevens het beste direct bij de beschrijving van boormonsters vast te leggen in plaatsvan achteraf op basis van alleen de boormonsterbeschrijving.Bij de standaard beschrijving wordt een kortere lijst gebruikt dan bij de uitgebreidebeschrijving.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het gegevenniet altijd vastgelegd.

6.3.19.13 interne structuur intact
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de interne opbouw van de laag intact is.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer het attribuut bijzonder materiaal niet aanwezig is en de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Toelichting

Het gegeven heeft alleen betekenis als het om natuurlijke lagen gaat. Het al dan nietintact zijn bepaalt of gegevens over de interne opbouw van een laag voorhanden zijnen dat soort gegevens geeft nadere informatie over het ontstaan van de laag.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd.

6.3.19.14 gebioturbeerd
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de laag vergraven is door organismen die in het milieuvan afzetting leefden.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut interne structuur intact gelijk is aan ja en de waarde van het attribuut post-sedimentair gelijk is aan nee.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Regels IMBRO/A
  • Voor IMBRO/A gegevens mag het attribuut aanwezig zijn wanneer het attribuut interne structuur intact ontbreekt en het attribuut post-sedimentair ontbreekt.
Toelichting

Het gegeven kan gebruikers inzicht geven in de omstandigheden waaronder de laag isgevormd.

6.3.19.15 scheefstaand
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de laag scheef staat, terwijl die oorspronkelijk wel(sub-)horizontaal is afgezet.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut interne structuur intact gelijk is aan ja.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Toelichting

Lagen in de ondergrond liggen niet altijd horizontaal. Onder bepaalde omstandighedenworden lagen onder een hoek afgezet en na afzetting kunnen lagen zijn scheefgestelddoordat ze onder druk zijn komen te staan. Het gegeven moet in die context wordenbegrepen.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd.

6.3.19.16 structuur
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

De interne opbouw van een laag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..3
Domein
NaamStructuur
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut interne structuur intact gelijk is aan ja.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Regels IMBRO/A
  • Voor IMBRO/A gegevens mag het attribuut aanwezig zijn wanneer het attribuut interne structuur intact ontbreekt.
Toelichting

Het gegeven geeft inzicht in de omstandigheden waaronder de laag is gevormd. In hetgeval van sedimentaire lagen wordt de interne opbouw bepaald door de processen dietot afzetting hebben geleid. In het geval van post-sedimentaire lagen zijn processendie vanaf het aardoppervlak op de grond inwerken bepalend.

6.3.19.17 verticale trend
Type gegevenAttribuut van Laag
Definitie

Een in de laag waarneembare geleidelijke verticale verandering in de grootte van dekorrels en daarmee vergelijkbare elementen of de samenstelling van het materiaal.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..3
Domein
NaamVerticaleTrend
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut interne structuur intact gelijk is aan ja en de waarde van het attribuut post-sedimentair gelijk is aan nee.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Regels IMBRO/A
  • Voor IMBRO/A gegevens mag het attribuut aanwezig zijn wanneer het attribuut interne structuur intact ontbreekt en het attribuut post-sedimentair ontbreekt.
Toelichting

Het gegeven geeft inzicht in de omstandigheden waaronder de laag is gevormd.
IMBRO/A Bij archiefgegevens is naast de geleidelijke verticale verandering ook een afwijkingaan de bovenkant of onderkant van de laag in de grootte van de korrels en daarmeevergelijkbare elementen of de samenstelling van het materiaal als verticale trendvastgelegd.

id="detail_d497772e35042"> class="header-wrapper">
6.3.19.18 archeologisch bestanddeel
Type gegevenGegevensgroep van Laag
Definitie

Een deel van de grond dat niet tot de bijzondere bestanddelen wordt gerekend en herkendwordt als de rest van een door de mens gemaakt voorwerp of als een spoor van menselijkeactiviteit.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit0..5
GegevensgroeptypeArcheologisch bestanddeel
id="detail_d497772e35227"> class="header-wrapper">
6.3.19.19 laagdeel
Type gegevenGegevensgroep van Laag
Definitie

Van een laag die niet uit lagen bestaat die in grondsoort verschillen, maar uit anders,meer grillig, gevormde delen die in grondsoort verschillen, een deel dat uit dezelfdegrondsoort bestaat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..4
GegevensgroeptypeLaagdeel
id="detail_d497772e35412"> class="header-wrapper">
6.3.19.20 laagje
Type gegevenGegevensgroep van Laag
Definitie

Van een laag die een min of meer regelmatige afwisseling van grondsoorten omvat, hetdeel dat uit laagjes van dezelfde grondsoort bestaat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..4
GegevensgroeptypeLaagje
id="detail_d497772e35597"> class="header-wrapper">
6.3.19.21 grond
Type gegevenGegevensgroep van Laag
Definitie

De grond waar de laag uit bestaat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
GegevensgroeptypeGrond

6.3.20 Archeologisch bestanddeel

Diagram: Archeologisch bestanddeel - detail
Archeologisch bestanddeel

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens over een deel van de grond dat niet tot de bijzondere bestanddelen wordtgerekend en herkend wordt als de rest van een door de mens gemaakt voorwerp of alseen spoor van menselijke activiteit.

Toelichting

De procedure schrijft voor dat de beschrijver onderscheid probeert te maken tussenantropogene bestanddelen die wel en antropogene bestanddelen die geen betekenis hebbenvanuit een archeologisch perspectief. Wanneer ongeroerde monsters archeologisch interessantebestanddelen bevatten kan dat gebruikt als criterium voor het bepalen van laaggrenzen.Omdat een precieze duiding van wat archeologische betekenis heeft niet binnen de expertisevan geologische beschrijvers valt, zijn de gegevens niet authentiek.
IMBRO/A Het beschrijven van archeologische bestanddelen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen.

6.3.20.1 soort bestanddeel
Type gegevenAttribuut van Archeologisch bestanddeel
Definitie

Een categorie van bestanddelen die vanuit archeologisch oogpunt interessant is.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamSoortArcheologischBestanddeel
TypeWaardelijst uitbreidbaar
6.3.20.2 percentageklasse
Type gegevenAttribuut van Archeologisch bestanddeel
Definitie

Het procentuele aandeel in het volume van de grond, uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamVolumePercentageklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
Toelichting

IMBRO/A Het beschrijven van archeologische bestanddelen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer archeologische bestanddelen 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd.

6.3.20.3 archiefklasse
Type gegevenAttribuut van Archeologisch bestanddeel
Definitie

Het aandeel in de grond, uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusNiet-authentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamArchiefklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
Het beschrijven van archeologische bestanddelen maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer archeologische bestanddelen 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.21 Laagdeel

Diagram: Laagdeel - detail
Grond Laagdeel

Type gegevenEntiteit
Definitie

Van een laag die niet uit lagen bestaat die in grondsoort verschillen, maar uit anders,meer grillig, gevormde delen die in grondsoort verschillen, de gegevens over een deeldat uit dezelfde grondsoort bestaat.

Regels
  • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer het attribuut bijzonder materiaal aanwezig is.
  • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut interne structuur intact niet gelijk is aan ja.
Toelichting

Sommige lagen worden door syn- of post-sedimentaire processen dermate verstoord datze niet goed als laag of lagen beschreven kunnen worden. Voorbeelden zijn sterk gekryoturbeerdeof doorgraven intervallen waarin twee of meer soorten grond een grillige samenhangvertonen. Ook zeer grillige inspoelingslagen kunnen op deze wijze in twee of meerlaagdelen beschreven worden.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht zijn onregelmatigvervormde lagen niet als laagdelen beschreven en is dit gegeven niet vastgelegd.

6.3.21.1 laagaandeel
Type gegevenAttribuut van Laagdeel
Definitie

Het aandeel in het volume van de laag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamMeetwaarde2.0
Eenheid% (procent)
Waardebereik vanaf 0
Regels
  • De som van de laagaandelen moet gelijk zijn aan 100.
Toelichting

Het aandeel wordt geschat.

id="detail_d497772e37045"> class="header-wrapper">
6.3.21.2 grond
Type gegevenGegevensgroep van Laagdeel
Definitie

De grond waar het laagdeel uit bestaat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
GegevensgroeptypeGrond

6.3.22 Laagje

Diagram: Laagje - detail
Grond Laagje

Type gegevenEntiteit
Definitie

Van een laag die een min of meer regelmatige afwisseling van grondsoorten omvat, degegevens over het deel dat uit laagjes van dezelfde grondsoort bestaat.

Regels
  • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer het attribuut bijzonder materiaal aanwezig is.
  • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischUitgebreidGeroerd.
  • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut interne structuur intact gelijk is aan nee.
  • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en het attribuut interne structuur intact ontbreekt.
Regels IMBRO/A
  • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief.
Toelichting

Wanneer een laag is beschreven als een afwisseling van twee of meer laagjes die in grondsoort van elkaar verschillen, geeft dat aan dat de laag is gevormd in een milieu van afzetting waarin de omstandigheden met regelmaat veranderen, zoals in een getijdegebied.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht zijn van de heterogeen gelaagde lagen die als laagjes zijn beschreven twee typen laagjes beschreven.Het laagje met het kleinste aandeel is vaak minder uitgebreid beschreven.
Het beschrijven van laagjes maakt geen onderdeel uit van de Archeologische StandaardBoorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) de laagjes zijn beschreven.

6.3.22.1 laagaandeel
Type gegevenAttribuut van Laagje
Definitie

Het aandeel in het volume van de laag.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamMeetwaarde2.0
Eenheid% (procent)
Waardebereik vanaf 0
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd, of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
  • De som van de laagaandelen moet gelijk zijn aan 100.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
  • Voor IMBRO/A-gegevens mag de som van de laagaandelen niet groter zijn dan 100 wanneerde waarde van het attribuut laagaandeel in ten minste één van de laagjes ontbreekt.
Toelichting

Het aandeel wordt geschat.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelbijna altijd uitgedrukt in een klasse (laagaandeelklasse of laagaandeelklasse archief wanneer niet bekend is hoe het aandeel is bepaald) en niet als meetwaarde.

6.3.22.2 laagaandeelklasse
Type gegevenAttribuut van Laagje
Definitie

Het aandeel in het volume van de laag, uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamLaagaandeelklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en het attribuut laagaandeel ontbreekt.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en het attribuut laagaandeel aanwezig is.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A. Bij een boormonsterbeschrijving die onderSBB (beschrijfkwaliteit de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief ) tot stand is gekomen, is het aandeel uitgedrukt in een klasse ( laagaandeelklasse ) of als meetwaarde ( laagaandeel ).
Het beschrijven van laagjes maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer laagjes 5104 en Berendsen en Stouthamer. Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de laagaandeelklasse archief in plaats van de laagaandeelklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.22.3 laagaandeelklasse archief
Type gegevenAttribuut van Laagje
Definitie

Het aandeel in de laag, uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamArchiefklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is bepaald. Dat is het geval wanneer het beschrijven van laagjesgeen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekend is onderwelke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
Het beschrijven van laagjes maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer laagjes 5104 en Berendsen en Stouthamer. Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de laagaandeelklasse archief in plaats van de laagaandeelklasse vastgelegd. Het aandeel moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.22.4 laagdikteklasse
Type gegevenAttribuut van Laagje
Definitie

De voor het laagje kenmerkende dikte, uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamLaagdikteklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels IMBRO/A
  • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan ergDunGelamineerd , dunGelamineerd , dikGelamineerd , ergDunGelaagd en dunGelaagd wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
Toelichting

IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is een andereindeling gehanteerd.

6.3.22.5 genetische typering
Type gegevenAttribuut van Laagje
Definitie

De typering van de eenheid naar wording, voor zover dat voor een goed begrip relevantis.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamGenetischeTypering
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

Het gegeven wordt alleen vastgelegd wanneer een laag onder bepaalde omstandighedenis gevormd. Het kan gebruikers direct inzicht geven in de plaats van de eenheid ineen geologisch model. Het gegeven heeft eerder een interpretatief dan een beschrijvendkarakter, maar het niveau van interpretatie is zo globaal dat iedere beschrijver inhet vakgebied geacht wordt over de noodzakelijke kennis te beschikken. Ook zijn dezegegevens het beste direct bij de beschrijving van boormonsters vast te leggen in plaatsvan achteraf op basis van alleen de boormonsterbeschrijving.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is de genetischetypering meestal vastgelegd op het niveau van de Laag.

id="detail_d497772e38727"> class="header-wrapper">
6.3.22.6 grond
Type gegevenGegevensgroep van Laagje
Definitie

De grond waar het laagje uit bestaat.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
GegevensgroeptypeGrond

6.3.23 Grond

Diagram: Grond - detail
Fractieverdeling Dierlijk fossiel Sedimentlens Insluitsel Vlek Munsellkleur Organische fractie Schelpenfractie Zandfractie Brokje Afwijkend laagje Bijzonder bestanddeel Grindfractie Grond

Type gegevenEntiteit
Definitie

De gegevens over de grond waar de eenheid uit bestaat.

6.3.23.1 geologische grondsoort
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

De naam van de grondsoort vanuit geologisch perspectief.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamGeologischeGrondsoort
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Identificerend gegevenWaarde
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
  • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan keienNietGespecificeerd , keitjesNietGespecificeerd , grindNietGespecificeerd , schelpen , siltigeSchelpen , zwakZandigeSchelpen , matigZandigeSchelpen , sterkZandigeSchelpen , uiterstZandigeSchelpen , schelpenNietGespecificeerd , veenNietGespecificeerd , bruinkoolNietGespecificeerd , detritusNietGespecificeerd , gyttjaNietGespecificeerd , kleiNietGespecificeerd , leemNietGespecificeerd , zandNietGespecificeerd , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd .
Toelichting

Voor de geoloog staat bij het benoemen van de grondsoort de samenstelling van hetmateriaal centraal. De gebruikte classificatie is een in de Standaard Boor BeschrijvingsmethodeSBB 6 beschreven uitbreiding van de driehoeksystematiek die de basis vormt van detot 2019 algemeen gebruikte norm NEN 5104.
IMBRO/A Voor de invoering van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 werden schelprijkegronden op een andere manier geclassificeerd (geologische grondsoort schelpen); het aandeel schelpen werd bepaald zonder het schelpgruis (stukjes schelp kleinerdan 2 mm) mee te nemen.
Vanaf Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 worden schelprijke gronden geclassificeerdop basis van het aandeel schelpmateriaal, inclusief het schelpgruis.
Bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen is de grondsoortvolgens NEN 5104 geclassificeerd. In dat geval is de grondsoort NEN5104 in plaats van de geologische grondsoort vastgelegd. Bij een boormonsterbeschrijving die onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen is de grondsoort volgens Berendsen en Stouthamer geclassificeerd ( grondsoort Berendsen en Stouthamer) . De geologische grondsoort is achteraf afgeleid om de gegevens beter bruikbaar te maken voor toepassing in de geologie.

6.3.23.2 geotechnische grondsoort
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

De naam van de grondsoort vanuit geotechnisch perspectief.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamGeotechnischeGrondsoort
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut geologische beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan keien , keienMetGrind , keienMetZand , keienMetSilt , keienMetKlei , keitjes , keitjesMetGrind , keitjesMetZand , keitjesMetSilt of keitjesMetKlei of gelijk is aan een waarde uit de categorie schelprijke grindrijke minerale grond , organische grond of bijzondere grindarme minerale grond is. . Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan blokken of gelijk is aan een waarde uit de categorie schelprijke grond of bijzondere grond .
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
Toelichting

De namen van grondsoorten zijn het resultaat van de afspraken die zijn vastgelegdin de beschrijfprocedure NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020 nl en zijn bepaaldvolgens het stroomschema opgenomen in NEN 8990:2020 nl. Het gegeven wordt vastgelegdom de gegevens beter bruikbaar te maken voor toepassing in de geotechniek. Voor degeotechnicus staat bij het benoemen van de grondsoort niet de samenstelling, maarhet gedrag centraal.
Schelprijke gronden, vulkanisch as, diatomiet, dy, ijzeroer, kalkgyttja (bijzonderegronden) en blokken worden vanuit geotechnisch perspectief niet als grondsoort benoemt.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais dit gegeven niet vastgelegd.

6.3.23.3 grondsoort NEN5104
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

De naam van de grondsoort volgens de systematiek die gebaseerd is op NEN 5104.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamGrondsoortNEN5104
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens die zijn beschrevenonder NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief).
De lijst met grondsoorten is gebaseerd op de classificatie volgens NEN 5104, maaris uitgebreid om beter aan te sluiten bij de geologische praktijk. Grondsoorten diein eerste instantie als veen geclassificeerd zouden moeten worden, worden nader gespecificeerd(veen, bruinkool, detritus, dy en gyttja). Schelpen (groter dan 2 mm) zijn volgensNEN 5104 onderdeel van de grindfractie, en schelpgruis (kleiner dan 2 mm) onderdeelvan de zandfractie. Voor aansluiting met de geologische praktijk is de grondsoortSchelpen toegevoegd. Tot slot zijn grondsoorten toegevoegd waarvan de bijmengselsniet zijn bepaald.
In de omschrijving is een beschrijving van de grondsoort opgenomen. Voor de classificatieen precieze definitie wordt verwezen naar de norm NEN 5104.

6.3.23.4 grondsoort Berendsen en Stouthamer
Type gegeven Attribuut van Grond
Definitie

De naam van de grondsoort volgens de systematiek die is beschreven in Berendsen en Stouthamer.

Juridische status Authentiek
Kardinaliteit 0..1
Domein
Naam GrondsoortBerendsenStouthamer
Type Waardelijst uitbreidbaar
Identificerend gegeven Waarde
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens die zijn beschreven onder Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . De lijst met grondsoorten is gebaseerd op de classificatie volgens Berendsen en Stouthamer (Universiteit Utrecht). Deze is gebaseerd op de classificaties van Verbraeck (Rijks Geologische Dienst) en van De Bakker en Schelling (StiBoKa). Bij de waarden is een beschrijving van de grondsoort opgenomen. Voor de classificatie en precieze definitie wordt verwezen naar de Berendsen en Stouthamer.

6.3.23.4 6.3.23.5 grindgehalteklasse
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het gehalte aan grind uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamGrindgehalteklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie schelprijke grond , organische grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond is.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie zeer grove grond of grindrijke minerale grond .
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie schelprijke grond , organische grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond is.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie zeer grove grond of grindrijke minerale grond .
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 niet gelijk is aan blokken , keienNietGespecificeerd , keitjesNietGespecificeerd , grindNietGespecificeerd , siltigGrind , zandigGrind , zwakZandigGrind , matigZandigGrind , sterkZandigGrind of uiterstZandigGrind.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 gelijk is aan blokken , keienNietGespecificeerd , keitjesNietGespecificeerd , grindNietGespecificeerd , siltigGrind , zandigGrind , zwakZandigGrind , matigZandigGrind , sterkZandigGrind of uiterstZandigGrind. Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer gelijk is aan een waarde uit de categorie schelprijke grond , organische grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond is. Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief , en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer gelijk is aan een waarde uit de categorie zeer grove grond of grindrijke minerale grond . De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan ietsGrindhoudendVerbraeck, matigGrindhoudendVerbraeck of sterkGrindhoudendVerbraeck wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief . De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan zwakGrindig, matigGrindig, sterkGrindig of grindig wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief .
Toelichting

Het gehalte aan grind wordt altijd geschat. Het gegeven wordt apart vastgelegd wanneerhet gehalte minder is dan 30 % (grindarme grond). Daarboven bepaalt het gehalte denaam van de grondsoort.
IMBRO/A Bij een boormonsterbeschrijving die onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen is een andere indeling gehanteerd en wordt het gegeven apart vastgelegd wanneer het gehalte minder is dan 50 % (in plaats van 30 %). Daarboven bepaalt het gehalte de naam van de grondsoort. Volgens NEN 5104 en Berendsen en Stouthamer worden schelpen (fragmenten en hele schelpen) beschreven als onderdeel van de grindfractie. Wanneer de grindfractie is beschreven bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of onder Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief en fysischGeografischStandaardArchief ) tot stand is gekomen zal dit in de praktijk meestal alleen grind zijn.

6.3.23.5 6.3.23.6 glimmergehalteklasse
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het aandeel glimmer in het volume van de grond, uitgedrukt in een percentageklasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamGlimmergehalteklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief archeologischStandaardArchief, fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief.
Toelichting

IMBRO/A Het beschrijven van glimmers maakt geen onderdeel uit van de Archeologische StandaardBoorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgenswelke procedure) het aandeel is bepaald, bepaald en wordt de glimmergehalteklasse archief in plaats van de glimmergehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.23.6 6.3.23.7 glimmergehalteklasse archief
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het aandeel glimmer in de grond, uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamArchiefklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, fysischGeografischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
  • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
Het beschrijven van glimmers maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedure NEN 5104. Wanneer glimmers Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. bepaald en wordt de glimmergehalteklasse archief in plaats van de glimmergehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.23.7 6.3.23.8 organischestofgehalteklasse
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het gehalte aan organische stof uitgedrukt in een klasse volgens NEN-EN-ISO 14688-1.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamOrganischestofgehalteklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut geotechnischegrondsoort gelijk is aan detritus, zwakZandigeDetritus, sterkZandigeDetritus, siltigeDetritus, kleiigeDetritus, humus, zwakZandigeHumus, sterkZandigeHumus, siltigeHumus, kleiigeHumus, veen, zwakZandigVeen, sterkZandigVeen, siltigVeen, kleiigVeen, bruinkool of gyttja.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer het attribuut geotechnische grondsoort ontbreekt.
  • Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
Regels IMBRO/A

Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

Toelichting

Het aandeel organische stof wordt volgens NEN-EN-ISO 14688-1 bepaald op basis vanwaarneembare en voelbare eigenschappen. De organischestofgehalteklasse wordt nietbepaald als de grond is geclassificeerd als organische grond en de primaire fractieuit veen, humus, detritus, bruinkool of gyttja bestaat.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd.

6.3.23.8 6.3.23.9 organischestofgehalteklasse NEN5104
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het gehalte aan organisch materiaal volgens NEN 5104 uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamOrganischestofgehalteklasseNEN5104
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , schelprijke gr o nd, grindarme minerale grond of bijzondere grond .
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie organische grond .
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , schelprijke gr o nd, grindarme minerale grond of bijzondere grond .
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie organische grond .
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut grondsoort NEN 5104 niet gelijk is aan veenNietGespecificeerd, mineraalrijkVeen, mineraalarmVeen, kleiigVeen, zwakKleiigVeen, sterkKleiigVeen, zandigVeen, zwakZandigVeen, sterkZandigVeen, bruinkoolNietGespecificeerd, mineraalrijkeBruinkool, mineraalarmeBruinkool, kleiigeBruinkool, zwakKleiigeBruinkool, sterkKleiigeBruinkool, zandigeBruinkool, zwakZandigeBruinkool, sterkZandigeBruinkool, detritusNietGespecificeerd, mineraalrijkeDetritus, mineraalarmeDetritus, kleiigeDetritus, zwakKleiigeDetritus, sterkKleiigeDetritus, zandigeDetritus, zwakZandigeDetritus, sterkZandigeDetritus, gyttjaNietGespecificeerd, mineraalrijkeGyttja, mineraalarmeGyttja, kleiigeGyttja, zwakKleiigeGyttja, sterkKleiigeGyttja, zandigeGyttja, zwakZandigeGyttja, sterkZandigeGyttja of dy.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut grondsoort NEN 5104 gelijk is aan veenNietGespecificeerd, mineraalrijkVeen, mineraalarmVeen, kleiigVeen, zwakKleiigVeen, sterkKleiigVeen, zandigVeen, zwakZandigVeen, sterkZandigVeen, bruinkoolNietGespecificeerd, mineraalrijkeBruinkool, mineraalarmeBruinkool, kleiigeBruinkool, zwakKleiigeBruinkool, sterkKleiigeBruinkool, zandigeBruinkool, zwakZandigeBruinkool, sterkZandigeBruinkool, detritusNietGespecificeerd, mineraalrijkeDetritus, mineraalarmeDetritus, kleiigeDetritus, zwakKleiigeDetritus, sterkKleiigeDetritus, zandigeDetritus, zwakZandigeDetritus, sterkZandigeDetritus, gyttjaNietGespecificeerd, mineraalrijkeGyttja, mineraalarmeGyttja, kleiigeGyttja, zwakKleiigeGyttja, sterkKleiigeGyttja, zandigeGyttja, zwakZandigeGyttja, sterkZandigeGyttja of dy.
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief , en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer gelijk is aan een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , schelprijke gr o nd, grindarme minerale grond of bijzondere grond .
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief , en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer gelijk is aan een waarde uit de categorie organische grond .
Toelichting

In de NEN 5104 classificatie wordt het begrip organische stof gebruikt, maar opgemerkt wordt dat de term is gedefinieerd als organisch materiaal.Het gehalte aan organisch materiaal wordt altijd geschat. Het gegeven wordt apartvastgelegd wanneer het gehalte onder een bepaald percentage ligt. Daarboven bepaalthet gehalte de naam van de grondsoort.
De NEN 5104 classificatie wordt ook toegepast in de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd , geologischUitgebreidOngeroerd , geologischStandaardArchief en geologischUitgebreidArchief ), de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ) en de beschrijfprocedure Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ).

6.3.23.9 6.3.23.10 schelpmateriaalgehalteklasse
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het aandeel schelpmateriaal in het volume van de grond, uitgedrukt in een percentageklasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamVolumePercentageklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de geologische grondsoort een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , organische grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond is.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de geologische grondsoort een waarde uit de categorie schelprijke grond is.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de geologische grondsoort een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , organische grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond is.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de geologische grondsoort een waarde uit de categorie schelprijke grond is.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
Toelichting

Schelpmateriaal bestaat uit gruis, fragmenten en hele schelpen. Het gegeven wordtniet vastgelegd wanneer de naam van de grondsoort al duidelijk maakt dat de grondschelpmateriaal bevat.
IMBRO/A Het beschrijven van schelpen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer het aandeel schelpen is 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de schelpmateriaalgehalteklasse archief in plaats van de schelpmateriaalgehalteklasse vastgelegd.

6.3.23.10 6.3.23.11 schelpmateriaalgehalteklasse archief
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het aandeel schelpmateriaal in de grond, uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamArchiefklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 is niet gelijk aan schelpenNietGespecificeerd , siltigeSchelpen , zandigeSchelpen , zwakZandigeSchelpen , matigZandigeSchelpen , sterkZandigeSchelpen of uiterstZandigeSchelpen . De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
Toelichting

IMBRO/A Het is niet bekend of het schelpmateriaal inclusief of exclusief schelpgruis betreft.Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
Het beschrijven van schelpen maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer schelpen 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. bepaald en wordt de schelpmateriaalgehalteklasse archief in plaats van de schelpmateriaalgehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.23.11 6.3.23.12 zeer grove fractie gehalteklasse
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het aandeel korrels die groter zijn dan 63 millimeter in de massa van de grond, uitgedruktin een percentageklasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..2
Domein
NaamZeerGroveFractieGehalteklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief.
Toelichting

Bij zeer grove gronden maakt de naam van de grondsoort al duidelijk dat de grond zeergrof materiaal bevat en wordt alleen de tweede fractie vastgelegd.
In het geval er geen zeer grof materiaal in de opgeboorde grond aanwezig is wordtde waarde geenZeerGroveFractie vastgelegd.
IMBRO/A Het beschrijven van de zeer grove fractie maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer de zeer grove fractie is 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de zeer grove fractie gehalteklasse archief in plaats van de zeer grove fractie gehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.23.12 6.3.23.13 zeer grove fractie gehalteklasse archief
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het aandeel korrels die groter zijn dan 63 millimeter in de grond, uitgedrukt in eenklasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..2
Domein
NaamZeerGroveFractieGehalteklasseArchief
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen. Het beschrijven van zeer grof materiaal maakt geen onderdeel uit van de procedureNEN 5104. Wanneer de zeer grove fractie is 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. bepaald en wordt de zeer grove fractie gehalteklasse archief in plaats van de zeer grove fractie gehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.23.13 6.3.23.14 glauconietgehalteklasse
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het deel van het volume van de grond dat uit glauconiet bestaat, uitgedrukt in eenpercentageklasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamVolumePercentageklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief.
Toelichting

IMBRO/A Het beschrijven van glauconiet maakt geen onderdeel uit van de Archeologische StandaardBoorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgenswelke procedure) het aandeel is bepaald en wordt de glaucietgehalteklasse archief in plaats van de glaucietgehalteklasse vastgelegd.

6.3.23.14 6.3.23.15 glauconietgehalteklasse archief
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het deel van de grond dat uit glauconiet bestaat, uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamArchiefklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, fysischGeografischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
  • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
Toelichting

IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
Het beschrijven van glauconiet maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer glauconiet is 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. bepaald en wordt de glaucietgehalteklasse archief in plaats van de glaucietgehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

6.3.23.15 6.3.23.16 kalkgehalteklasse
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

Het gehalte aan koolzure kalk uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamKalkgehalteklasse
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan kalkloos , zwakKalkhoudend , kalkhoudend of kalkrijk , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd .
Regels IMBRO/A
  • De waarde van het attribuut mag niet moet gelijk zijn aan kalkloos kalkloosNEN5104 , zwakKalkhoudend kalkarmNEN5104 , kalkhoudend kalkrijkNEN5104 , en kalkAandeelOnbekend of kalkrijk onbekend , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
  • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan geenKalkBerendsenStouthamer , en dat is onder IMBRO/A altijd weinigKalkBerendsenStouthamer veelKalkBerendsenStouthamer of onbekend , wanneer de waarde van het geval. attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief .
Toelichting

Het kalkgehalte wordt geschat naar de mate van opbruisen met verdund zoutzuur (10% HCl). Het gegeven wordt altijd vastgelegd, ook wanneer de grond uit schelpmateriaalof kalk bestaat.
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais een andere indeling gehanteerd.

6.3.23.16 6.3.23.17 kleur
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

De kleur van de grond.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit1
Domein
NaamKleur
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Toelichting

De kleur wordt beschreven aan de hand van drie aspecten, dat zijn de hoofdkleur, tweedekleur en intensiteit. Het bepalen van kleur kent een zekere mate van subjectiviteitwanneer dat gebeurt zonder gebruik te maken van hulpmiddelen en dat is het geval bijde standaardmanier van beschrijven. Bij de uitgebreide manier wordt gebruikt gemaaktvan een kleurenkaart. Om de namen van kleuren een meer objectieve basis te geven,is de vertaling naar de codes van de Munsell kleurenkaarten voor grond en gesteenteopgenomen in de waardelijst (Munsell Soil Color Chart en Munsell Rock Color Chart).
IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht zijn de tweedekleur en intensiteit vaak niet beschreven, en is er geen gebruik gemaakt van een kleurenkaart.In enkele gevallen gaat het om een combinatie van twee kleuren.

6.3.23.17 6.3.23.18 gevlekt
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

De aanduiding die aangeeft of de grond vlekken vertoont.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamIndicatieJaNee
TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischUitgebreidGeroerd.
Toelichting

Het voorkomen van vlekken is een aanwijzing voor verandering van de chemische samenstellingvan de grond na afzetting van het sediment.

6.3.23.18 6.3.23.19 consistentie fijne grond
Type gegevenAttribuut van Grond
Definitie

De stijfheid van fijne grond uitgedrukt in een klasse.

Juridische statusAuthentiek
Kardinaliteit0..1
Domein
NaamConsistentieFijneGrond
TypeWaardelijst uitbreidbaar
Regels
  • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan zwakSiltigeKlei , matigSiltigeKlei , sterkSiltigeKlei , uiterstSiltigeKlei , zwakZandigeKlei , matigZandigeKlei , sterkZandigeKlei , zwakZandigeLeem of sterkZandigeLeem . Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort niet gelijk is aan zwakSiltigeKlei , matigSiltigeKlei , sterkSiltigeKlei , uiterstSiltigeKlei , zwakZandigeKlei , matigZandigeKlei , sterkZandigeKlei , zwakZandigeLeem of sterkZandigeLeem .
Regels IMBRO/A
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort niet gelijk is aan zwakSiltigeKlei , matigSiltigeKlei , sterkSiltigeKlei , uiterstSiltigeKlei , zwakZandigeKlei , matigZandigeKlei , sterkZandigeKlei , zwakZandigeLeem of sterkZandigeLeem .
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 niet gelijk is aan kleiNietGespecificeerd , siltigeKlei , zwakSiltigeKlei , matigSiltigeKlei , sterkSiltigeKlei , uiterstSiltigeKlei , zandigeKlei , zwakZandigeKlei , matigZandigeKlei , sterkZandigeKlei , leemNietGespecificeerd , zwakZandigeLeem of sterkZandigeLeem .
  • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel
      gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief , en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer niet gelijk is aan lichteKlei , lichteZandigeLeem , matigZwareKlei , zandigeLeem , zeerZwareKlei , zwareZandigeLeem , venigeKlei , lichteSiltigeLeem , siltigeLeem of zwareSiltigeLeem .
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan zeerSlap , slap , stevig , stijf en zeerStijf wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
  • Toelichting

    Bij het beschrijven van geroerde monsters, wordt het gegeven alleen vastgelegd wanneerde waarde bepaald kan worden. De uitvoerder beoordeelt zelf wanneer dat het gevalis.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais een andere indeling gehanteerd.

    6.3.23.19 6.3.23.20 consistentie organische grond
    Type gegevenAttribuut van Grond
    Definitie

    De stijfheid van organische grond uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamConsistentieOrganischeGrond
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd en de geologische grondsoort een waarde uit de categorie organische grond is. Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de geologische grondsoort een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , schelprijke grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond is.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de geologische grondsoort een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , schelprijke grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond is.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 niet gelijk is aan veenNietGespecificeerd , mineraalrijkVeen, mineraalarmVeen , kleiigVeen , zwakKleiigVeen , sterkKleiigVeen , zandigVeen , zwakZandigVeen , sterkZandigVeen , bruinkoolNietGespecificeerd , mineraalarmeBruinkool , kleiigeBruinkool , zwakKleiigeBruinkool , sterkKleiigeBruinkool , zandigeBruinkool , zwakZandigeBruinkool , sterkZandigeBruinkool , detritusNietGespecificeerd , mineraalarmeDetritus , kleiigeDetritus , zwakKleiigeDetritus , sterkKleiigeDetritus , zandigeDetritus , zwakZandigeDetritus , sterkZandigeDetritus , gyttjaNietGespecificeerd , mineraalarmeGyttja , kleiigeGyttja , zwakKleiigeGyttja , sterkKleiigeGyttja , zandigeGyttja , zwakZandigeGyttja , sterkZandigeGyttja of dy .
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief , en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , schelprijke grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond is.
    Toelichting

    Bruinkool heeft altijd de waarde vast. Bij het beschrijven van geroerde monsters, wordt het gegeven alleen vastgelegd wanneerde waarde bepaald kan worden. De uitvoerder beoordeelt zelf wanneer dat het gevalis.

    6.3.23.20 6.3.23.21 sedimentair fenomeen
    Type gegevenAttribuut van Grond
    Definitie

    Een verschijnsel dat specifieke informatie geeft over de omstandigheden waaronderde laag is gevormd.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamSedimentairFenomeen
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischUitgebreidGeroerd.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    Het gegeven wordt alleen vastgelegd bij de beschrijving van ongeroerde monsters.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd.

    6.3.23.21 6.3.23.22 textuur organische grond
    Type gegevenAttribuut van Grond
    Definitie

    De mate van vezeligheid van organische grond uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamTextuurOrganischeGrond
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort niet gelijk is aan mineraalarmVeen , zwakKleiigVeen , sterkKleiigVeen , zwakZandigVeen , sterkZandigVeen , mineraalarmeDetritus , zwakKleiigeDetritus , sterkKleiigeDetritus , zwakZandigeDetritus of sterkZandigeDetritus .
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort niet gelijk is aan mineraalarmVeen , zwakKleiigVeen , sterkKleiigVeen , zwakZandigVeen , sterkZandigVeen , mineraalarmeDetritus , zwakKleiigeDetritus , sterkKleiigeDetritus , zwakZandigeDetritus of sterkZandigeDetritus .
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 niet gelijk is aan veenNietGespecificeerd , mineraalrijkVeen, mineraalrijkVeen, mineraalarmVeen , kleiigVeen , zwakKleiigVeen , sterkKleiigVeen , zandigVeen , zwakZandigVeen , sterkZandigVeen , detritusNietGespecificeerd , mineraalrijkeDetritus , mineraalarmeDetritus , kleiigeDetritus , zwakKleiigeDetritus , sterkKleiigeDetritus , zandigeDetritus , zwakZandigeDetritus of sterkZandigeDetritus.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief, en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer niet gelijk is aan mineraalarmVeen , kleiigVeen of zandigVeen.
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan amorf , pseudoVezelig , pseudoVezeligFijn , pseudoVezeligGrof , vezelig , vezeligFijn en vezeligGrof , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    De textuur wordt bepaald voor veen en detritus. Bruinkool bestaat uit een vast mengselvan vezels en amorfe massa en gyttja is per definitie amorf. Bij het beschrijven vanveen en detritus, wordt het gegeven alleen vastgelegd wanneer de waarde bepaald kanworden. De uitvoerder beoordeelt zelf wanneer dat het geval is.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais het gegeven niet altijd vastgelegd, en is een andere indeling gehanteerd.

    id="detail_d497772e46396"> class="header-wrapper">
    6.3.23.22 6.3.23.23 bijzonder bestanddeel
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    De gegevens over het bestanddeel van de grond dat uit materiaal bestaat dat van natureniet of niet algemeen voorkomt, of dat een verbijzondering is van een algemeen voorkomendbestanddeel van grond.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..*
    GegevensgroeptypeBijzonder bestanddeel
    id="detail_d497772e46581"> class="header-wrapper">
    6.3.23.23 6.3.23.24 afwijkend laagje
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Van een laag die in hoofdzaak uit een bepaalde grondsoort bestaat maar waarin eenof meer laagjes van een ander natuurlijk materiaal voorkomen, een deel dat uit laagjesvan een ander materiaal en met een bepaalde dikte bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..4
    GegevensgroeptypeAfwijkend laagje
    id="detail_d497772e46766"> class="header-wrapper">
    6.3.23.24 6.3.23.25 brokje
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Een voorkomen in grond van brokjes van een afwijkende grondsoort.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..3
    GegevensgroeptypeBrokje
    id="detail_d497772e46951"> class="header-wrapper">
    6.3.23.25 6.3.23.26 grindfractie
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Het deel van de grond dat uit grind bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeGrindfractie
    id="detail_d497772e47136"> class="header-wrapper">
    6.3.23.26 6.3.23.27 zandfractie
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Het deel van de grond dat uit zand bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeZandfractie
    id="detail_d497772e47321"> class="header-wrapper">
    6.3.23.27 6.3.23.28 schelpenfractie
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Het deel van de grond dat uit schelpmateriaal bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeSchelpenfractie
    id="detail_d497772e47506"> class="header-wrapper">
    6.3.23.28 6.3.23.29 schelpenfractie archief
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Het deel van de grond dat uit schelpmateriaal bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeSchelpenfractie archief
    id="detail_d497772e47691"> class="header-wrapper">
    6.3.23.29 6.3.23.30 organische fractie
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Het deel van de grond dat uit organisch materiaal bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeOrganische fractie
    id="detail_d497772e47876"> class="header-wrapper">
    6.3.23.30 6.3.23.31 munsellkleur
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    De kleur volgens het Munsell-systeem.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeMunsellkleur
    id="detail_d497772e48061"> class="header-wrapper">
    6.3.23.31 6.3.23.32 vlek
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    De gegevens van de vlekken die een bepaalde kleur hebben.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..3
    GegevensgroeptypeVlek
    id="detail_d497772e48246"> class="header-wrapper">
    6.3.23.32 6.3.23.33 insluitsel
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Een of meer geïsoleerde, veelal grillig gevormde en onduidelijk begrensde voorkomensvan een afwijkende grondsoort die herkend worden als ontstaan uit vervorming van eerderafgezet sediment.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..3
    GegevensgroeptypeInsluitsel
    id="detail_d497772e48432"> class="header-wrapper">
    6.3.23.33 6.3.23.34 sedimentlens
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Een of meer geïsoleerde, duidelijk begrensde, lensvormige voorkomens van een afwijkendegrondsoort, die herkend worden als in deeltjes afgezet.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..4
    GegevensgroeptypeSedimentlens
    id="detail_d497772e48617"> class="header-wrapper">
    6.3.23.34 6.3.23.35 dierlijk fossiel
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    Een voorkomen van een bepaalde categorie van fossiele overblijfselen van dieren.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..*
    GegevensgroeptypeDierlijk fossiel
    id="detail_d497772e48802"> class="header-wrapper">
    6.3.23.35 6.3.23.36 fractieverdeling
    Type gegevenGegevensgroep van Grond
    Definitie

    De samenstelling van de grond beschreven volgens de driehoeksystematiek als een mengselvan organische stof, schelpmateriaal en vier minerale fracties, te weten grind, zand,silt en lutum.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeFractieverdeling

    6.3.24 Bijzonder bestanddeel

    Diagram: Bijzonder bestanddeel - detail
    Bijzonder bestanddeel

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een deel van de grond dat uit materiaal bestaat dat van nature nietof niet algemeen voorkomt, of dat een verbijzondering is van een algemeen voorkomendbestanddeel van grond.

    Toelichting

    Het ontbreken van het gegeven betekent dat er geen bijzondere bestanddelen aanwezigzijn.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het gegevenbij de standaard beschrijving (beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief ), bij niet altijd vastgelegd. Bij de uitgebreide beschrijving van natuurlijke homogene grondlagen volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief geologischUitgebreidArchief ), bij ) betekent het ontbreken van het gegeven dat er geen brokjes aanwezig zijn. Bij de beschrijving volgens NEN 5104 (beschrijfkwaliteit andere beschrijfkwaliteiten ( archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief en geologischStandaardArchief ) en bij de beschrijving van antropogene grondlagen en heterogeen gelaagde lagen die als laagjes zijn beschreven niet altijd vastgelegd. In deze gevallen beschreven, kan geen bijzondere betekenis worden gegeven aan het eventueel ontbreken van het gegeven. Bij de beschrijving volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ) is een kortere lijst gebruikt dan bij de beschrijving volgens de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief en geologischUitgebreidArchief ).

    6.3.24.1 soort bestanddeel
    Type gegevenAttribuut van Bijzonder bestanddeel
    Definitie

    De naam van het bijzondere bestanddeel.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamSoortBijzonderBestanddeel
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Toelichting

    Bij de standaard beschrijving wordt een kortere lijst gebruikt dan bij de uitgebreidebeschrijving.

    6.3.24.2 percentageklasse
    Type gegevenAttribuut van Bijzonder bestanddeel
    Definitie

    Het procentuele aandeel in het volume van de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    IMBRO/A Wanneer bijzondere bestanddelen zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving dieonder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) of bij een beschrijving die onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd.

    6.3.24.3 archiefklasse
    Type gegevenAttribuut van Bijzonder bestanddeel
    Definitie

    Het aandeel in het volume van de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Wanneer bijzondere bestanddelen zijn vastgelegdbij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief en fysischGeografischStandaardArchief ), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.25 Afwijkend laagje

    Diagram: Afwijkend laagje - detail
    Afwijkend laagje

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    Van een laag die in hoofdzaak uit een bepaalde grondsoort bestaat maar waarin eenof meer laagjes van een ander natuurlijk materiaal voorkomen, de gegevens over eendeel dat uit laagjes van een ander materiaal en met een bepaalde dikte bestaat.

    Regels
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischUitgebreidGeroerd.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut kwaliteit beschreven monsters gelijk is aan geroerd.
    Toelichting

    Het gegeven wordt alleen vastgelegd bij de beschrijving van ongeroerde monsters. Eenafwijkend laagje verschilt altijd qua grondsoort van de laag. Afwijkende laagjes verschillenonderling in grondsoort, in laagdikte of in beide.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht zijn afwijkendelaagjes niet altijd vastgelegd. Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevenskan geen bijzondere betekenis worden gegeven.

    6.3.25.1 soort grond
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    Het soort grond waaruit de eenheid bestaat, grof getypeerd.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamSoortGrond
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.25.2 soort gesteente
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    Het soort gesteente waaruit de eenheid bestaat, grof getypeerd.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamSoortGesteente
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer het attribuut soort grond ontbreekt.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
    6.3.25.3 laagaandeel
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    Het aandeel in het volume van de laag.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik vanaf 0
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd, of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaard archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    Het aandeel wordt geschat.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelbijna altijd uitgedrukt in een klasse (laagaandeelklasse of laagaandeelklasse archief wanneer niet bekend is hoe het aandeel is bepaald) en niet als meetwaarde.

    6.3.25.4 laagaandeelklasse
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    Het aandeel in het volume van de laag, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamLaagaandeelklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en het attribuut laagaandeel ontbreekt.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en het attribuut laagaandeel aanwezig is.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A. Bij een boormonsterbeschrijving die onderSBB (beschrijfkwaliteit de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief ) tot stand is gekomen, is het aandeel uitgedrukt in een klasse ( laagaandeelklasse ) of als meetwaarde ( laagaandeel ). Bij een boormonsterbeschrijving die onder ASB (beschrijfkwaliteit de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ) tot stand is gekomen, is het aandeel uitgedrukt in een klasse ( laagaandeelklasse ).
    Het beschrijven van afwijkende laagjes maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer afwijkende laagjes 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de laagaandeelklasse archief in plaats van de laagaandeelklasse vastgelegd.

    6.3.25.5 laagaandeelklasse archief
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    Het aandeel in de laag, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteitvan de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is bepaald. Dat is het geval wanneer het beschrijven van laagjesgeen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekend is onderwelke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van afwijkende laagjes maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer laagjes 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de laagaandeelklasse archief in plaats van de laagaandeelklasse vastgelegd. Het aandeel moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.25.6 laagdikteklasse
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    De voor het laagje kenmerkende dikte, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamLaagdikteklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan ergDunGelamineerd , dunGelamineerd , dikGelamineerd , ergDunGelaagd en dunGelaagd wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is een andereindeling gehanteerd.

    6.3.25.7 kleur
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    De kleur van het materiaal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamKleur
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief, fysischGeografischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    De kleur wordt vastgelegd wanneer het een onderscheidend kenmerk is.
    IMBRO/A Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven.

    6.3.25.8 genetische typering
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    De typering van de eenheid naar wording, voor zover dat voor een goed begrip relevantis.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamGenetischeTypering
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Toelichting

    Het gegeven wordt alleen vastgelegd wanneer een laag onder bepaalde omstandighedenis gevormd. Het kan gebruikers direct inzicht geven in de plaats van de eenheid ineen geologisch model. Het gegeven heeft eerder een interpretatief dan een beschrijvendkarakter, maar het niveau van interpretatie is zo globaal dat iedere beschrijver inhet vakgebied geacht wordt over de noodzakelijke kennis te beschikken. Ook zijn dezegegevens het beste direct bij de beschrijving van boormonsters vast te leggen in plaatsvan achteraf op basis van alleen de boormonsterbeschrijving.

    6.3.25.9 verkit
    Type gegevenAttribuut van Afwijkend laagje
    Definitie

    De aanduiding die aangeeft of het materiaal verkit is.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamIndicatieJaNee
    TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
    Toelichting

    Het gegeven wordt alleen vastgelegd wanneer dat in de context van het onderzoek relevantis.

    6.3.26 Brokje

    Diagram: Brokje - detail
    Brokje

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een voorkomen in grond van brokjes van een afwijkende grondsoort.

    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    Hoe het voorkomen van brokjes van afwijkende grondsoorten moet worden geïnterpreteerdhangt af van de kwaliteit van de beschreven monsters. Wanneer het om ongeroerde monstersgaat, mag men ervan uitgaan dat het een in-situ eigenschap van de grond is en datde brokjes als zodanig getransporteerd en afgezet zijn. In geroerde monsters zal hetvoorkomen van brokjes eerder de expressie zijn van vermenging van lagen die in samenstellingvan de grond verschillen.
    Het ontbreken van het gegeven betekent dat er geen brokjes aanwezig zijn.
    IMBRO/A Het beschrijven van brokjes maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) de brokjes zijn beschreven.
    Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het gegeven bij de standaard beschrijving (beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief ), bij niet altijd vastgelegd. Bij de uitgebreide beschrijving van natuurlijke homogene grondlagen volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief geologischUitgebreidArchief ), bij ) betekent het ontbreken van het gegeven dat er geen brokjes aanwezig zijn. Bij de beschrijving volgens NEN 5104 (beschrijfkwaliteit andere beschrijfkwaliteiten ( archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief en geologischStandaardArchief ) en bij de beschrijving van antropogene grondlagen en heterogeen gelaagde lagen die als laagjes zijn beschreven niet altijd vastgelegd. In deze gevallen beschreven, kan geen bijzondere betekenis worden gegeven aan het eventueel ontbreken van het gegeven.
    Bij de beschrijving volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ) zijn alleen de zand-, klei- en veenbrokjes beschreven.

    6.3.26.1 soort grond
    Type gegevenAttribuut van Brokje
    Definitie

    Het soort grond waaruit de eenheid bestaat, grof getypeerd.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamSoortGrond
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.26.2 grootteklasse
    Type gegevenAttribuut van Brokje
    Definitie

    De grootte van een brokje uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamGrootteklasseBrokje
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
    Toelichting

    In geroerde monsters zijn de afmetingen van brokjes van geen betekenis, in ongeroerdemonsters kunnen zij voor de expert van betekenis zijn bij het bepalen van de omstandighedenwaaronder de laag is gevormd.
    De grootte van een brokje wordt bepaald aan de hand van de een-na-langste as.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd.

    6.3.26.3 percentageklasse
    Type gegevenAttribuut van Brokje
    Definitie

    Het procentuele aandeel in het volume van de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van brokjes maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure NEN5104. Wanneer brokjes zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd.

    6.3.26.4 archiefklasse
    Type gegevenAttribuut van Brokje
    Definitie

    Het aandeel in het volume van de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.Het beschrijven van brokjes maakt geen onderdeel uit van de procedure NEN 5104. Wanneerbrokjes zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot standis gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.26.5 kleur
    Type gegevenAttribuut van Brokje
    Definitie

    De kleur van het materiaal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamKleur
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    6.3.26.6 genetische typering
    Type gegevenAttribuut van Brokje
    Definitie

    De typering van de eenheid naar wording, voor zover dat voor een goed begrip relevantis.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamGenetischeTypering
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.26.7 verkit
    Type gegevenAttribuut van Brokje
    Definitie

    De aanduiding die aangeeft of het materiaal verkit is.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamIndicatieJaNee
    TypeWaardelijst niet uitbreidbaar

    6.3.27 Grindfractie

    Diagram: Grindfractie - detail
    Grindbestanddeel Grindfractie

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over het deel van de grond dat uit grind bestaat.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond gelijk is aan keienMetGrind, keitjesMetGrind, siltigGrind, zwakZandigGrind, matigZandigGrind, sterkZandigGrind of uiterstZandigGrind.
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut grindgehalteklasse van de entiteit Grond gelijk is aan zwakGrindig, matigGrindig of sterkGrindig.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond gelijk is aan blokken, keien, keienMetZand, keienMetSilt, keienMetKlei, keitjes, keitjesMetZand, keitjesMetSilt, keitjesMetKlei, asVulkanisch, diatomiet, dy, ijzeroer of kalkgyttja.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut grindgehalteklasse van de entiteit Grond gelijk is aan nietGrindig.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond gelijk is aan siltigGrind, zwakZandigGrind, matigZandigGrind, sterkZandigGrind of uiterstZandigGrind, en de waarde van het attribuut antropogeen van de entiteit Laag gelijk is aan nee of onbekend, en de entiteit Laagje niet aanwezig is.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond gelijk is aan blokken, keienNietGespecificeerd, keien, keienMetZand, keienMetSilt, keienMetKlei, keitjesNietGespecificeerd, keitjes, keitjesMetZand, keitjesMetSilt, keitjesMetKlei, asVulkanisch, diatomiet, dy, ijzeroer of kalkgyttja.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 van de entiteit Grond gelijk is aan blokken , keien keienNietGespecificeerd en of keitjes keitjesNietGespecificeerd .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief en de waarde van het attribuut grindgehalteklasse van de entiteit Grond gelijk is aan nietGrindig of onbekend.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief en de waarde van het attribuut grindgehalteklasse van de entiteit Grond gelijk is aan nietGrindig, grindig, zwakGrindig, matigGrindig,sterkGrindig of onbekend.
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief , en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer van de entiteit Grond gelijk is aan zwakZandigGrind , matigZandigGrind , sterkZandigGrind of grindNietGespecificeerd .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief, en de waarde van het attribuut grindgehalteklasse van de entiteit Grond gelijk is aan nietGrindig of onbekend .
    Toelichting

    De grindfractie wordt vastgelegd bij grind en bij grindhoudende gronden.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais de grindfractie niet altijd vastgelegd, en zelden volledig beschreven. Bij eenboormonsterbeschrijving die onder SBB (beschrijfkwaliteit de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief ) tot stand is gekomen, kan de grindfractie ontbreken bij keienMetGrind , keitjesMetGrind , grindNietGespecificieerd , bij grindhoudende lagen (grindgehalteklasse grindig , zwakGrindig , matigGrindig of sterkGrindig ), bij antropogene grondlagen en bij heterogeen gelaagde lagen die als laagjes zijn beschreven.
    Bij een boormonsterbeschrijving die onder beschrijfprocedure NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) tot stand is gekomen, kan de grindfractie ontbreken. Volgens NEN 5104 worden schelpen (fragmenten en hele schelpen) beschreven als onderdeel van de grindfractie. Wanneer de grindfractie is beschreven bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen zal dit in de praktijk meestal alleen grind zijn.
    Bij een boormonsterbeschrijving die onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode(ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief) tot stand is gekomen is de grindfractie eventueel alleen bij beschreven bij grinden(en niet bij grindhoudende lagen). Onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) ASB is alleen de grindmediaan(klasse) vastgelegd.
    Bij een boormonsterbeschrijving die onder Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ) tot stand is gekomen is de grindfractie altijd beschreven bij grinden, en eventueel bij grindhoudende lagen. Onder Berendsen en Stouthamer is alleen de grindmediaan(klasse) vastgelegd.
    Volgens de beschrijfprocedures NEN 5104 en Berendsen en Stouthamer worden schelpen (fragmenten en hele schelpen) gerekend tot de grindfractie. In de praktijk geldt voor boormonsterbeschrijvingen die onder NEN 5104 en Berendsen en Stouthamer tot stand zijn gekomen, dat de beschreven grindfractie meestal alleen daadwerkelijk grind betreft.

    6.3.27.1 grindmediaanklasse
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    De mediane korrelgrootte in de massa van de grindfractie, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamGrindmediaanklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Identificerend gegevenWaarde
    Regels
    • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan fijn , middelgrof en grof , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd .
    Regels IMBRO/A
    • De waarde van het attribuut mag niet moet gelijk zijn aan fijn fijnNEN5104 , middelgrof matigGrofNEN5104 , zeerGrofNEN5104 en of grof onbekend , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan a archeologischStandaardArchief rcheologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
    • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan zeerFijnVerbraeck, fijnVerbraeck, grofVerbraeck of onbekend , en dat is onder IMBRO/A altijd wanneer de waarde van het geval. attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is een andereindeling gehanteerd.

    6.3.27.2 hoekigheid
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    De hoekigheid van de gemiddelde korrel uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamHoekigheid
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief . of fysischGeografischStandaardArchief.
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    De indeling is naar Powers, 1953 en Hillen & Kruse, 1981. Het gegeven geeft inzichtin het afzettingsmilieu en de herkomst van het materiaal.
    IMBRO/A Het beschrijven van de hoekigheid van de korrel maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) de hoekigheid is bepaald.

    6.3.27.3 fijn grind gehalteklasse
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    Het aandeel fijn grind in de massa van de grindfractie, uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMassaPercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief of fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    IMBRO/A Het gegeven is onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) en onder Berendsen en Stouthamer, niet vastgelegd.

    6.3.27.4 matig grof grind gehalteklasse
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    Het aandeel matig grof grind in de massa van de grindfractie, uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMassaPercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief of fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    IMBRO/A Het gegeven is onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) en onder Berendsen en Stouthamer, niet vastgelegd.

    6.3.27.5 zeer grof grind gehalteklasse
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    Het aandeel zeer grof grind in de massa van de grindfractie, uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMassaPercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief . of fysischGeografischStandaardArchief.
    Toelichting

    IMBRO/A Het gegeven is onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) en onder Berendsen en Stouthamer, niet vastgelegd.

    6.3.27.6 windkanters aanwezig
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    De aanduiding die aangeeft of windkanters voorkomen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamIndicatieJaNee
    Naam IMBRO/AIndicatieJaNeeOnbekend
    TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief of fysischGeografischStandaardArchief .
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    Windkanters zijn grinden die gedurende lange tijd zijn blootgesteld aan winderosieen daardoor een zeer herkenbare hoekige vorm hebben gekregen. Dit is onafhankelijkvan het soort grind, en indicatief voor koude klimatologische omstandigheden. Vaakzijn windkanters gepatineerd.
    IMBRO/A De aanduiding van windkanters maakt geen onderdeel uit van de Archeologische StandaardBoorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen.

    6.3.27.7 sfericiteit
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    De mate van bolrondheid van de gemiddelde korrel ingedeeld op grond van de verhoudingtussen de drie dimensies.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamSfericiteit
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais dit gegeven niet vastgelegd.

    6.3.27.8 bontheid
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    Het aandeel kleurige korrels in het volume van de grindfractie, uitgedrukt in eenpercentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamBontheid
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief of fysischGeografischStandaardArchief .
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    Kleurige korrels zijn doorschijnend, wit, licht- tot donkergrijs of zwart.
    IMBRO/A Het beschrijven van de bontheid van de korrels maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). ) en Berendsen en Stouthamer. Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) de bontheid is bepaald en zijn de niet nader gedefinieerde waarden nietBontArchief , matigBontArchief en zeerBontArchief gebruikt.

    6.3.27.9 geschatte mediaan
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    De geschatte mediane korrelgrootte in de massa van de grindfractie.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheidmm (millimeter)
    Waardebereik2 tot 63
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    6.3.27.10 grindherkomst
    Type gegevenAttribuut van Grindfractie
    Definitie

    De omschrijving van het systeem dat het grind heeft aangevoerd.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamGrindherkomst
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief of fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is zelden informatieover de herkomst van het grind vastgelegd. Het gegeven is onder de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) en onder Berendsen en Stouthamer, niet vastgelegd.

    id="detail_d497772e56633"> class="header-wrapper">
    6.3.27.11 grindbestanddeel
    Type gegevenGegevensgroep van Grindfractie
    Definitie

    Een deel van het grind dat uit korrels van een bepaalde categorie bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..*
    GegevensgroeptypeGrindbestanddeel

    6.3.28 Grindbestanddeel

    Diagram: Grindbestanddeel - detail
    Grindbestanddeel

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een deel van het grind dat uit korrels van een bepaalde categoriebestaat.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief.
    Toelichting

    IMBRO/A Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven. Het gegeven is onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode(ASB) niet vastgelegd.

    6.3.28.1 soort grind
    Type gegevenAttribuut van Grindbestanddeel
    Definitie

    De op basis van gesteente of mineraal onderscheiden categorie grindkorrels.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamSoortGrind
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Toelichting

    De samenstelling van de grindfractie wordt bij uitgebreide beschrijvingen in detailbeschreven. Bij standaardbeschrijvingen wordt gewoonlijk een kortere lijst gebruikten worden bepaalde categorieën niet onderverdeeld. Het staat de uitvoerder echtervrij bij standaardbeschrijvingen dezelfde lijst te gebruiken als bij uitgebreide beschrijvingen.

    6.3.28.2 fractieaandeel
    Type gegevenAttribuut van Grindbestanddeel
    Definitie

    Het aandeel in de massa van de fractie, uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMassaPercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief of fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van grindbestanddelen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer grindbestanddelen 5104 en Berendsen en Stouthamer. Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), ) of Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ) tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt het de fractieaandeel archief in plaats van het de fractieaandeel vastgelegd.

    6.3.28.3 fractieaandeel archief
    Type gegevenAttribuut van Grindbestanddeel
    Definitie

    Het aandeel in de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusNiet-authentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief of fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van grindbestanddelen maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer grindbestanddelen 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), ) of Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ) tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt het de fractieaandeel archief in plaats van het de fractieaandeel vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.29 Zandfractie

    Diagram: Zandfractie - detail
    Zandbestanddeel Zandfractie

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over het deel van de grond dat uit zand bestaat.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO/A IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond gelijk is aan keienMetZand , keitjesMetZand , zand , kleiigZand , zwakSiltigZand , matigSiltigZand , sterkSiltigZand of uiterstSiltigZand .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO/A IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond niet gelijk is aan keienMetZand , keitjesMetZand , zand , kleiigZand , zwakSiltigZand , matigSiltigZand , sterkSiltigZand of uiterstSiltigZand .
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond gelijk is aan zand, kleiigZand, zwakSiltigZand, matigSiltigZand, sterkSiltigZand of uiterstSiltigZand, en de waarde van het attribuut antropogeen van de entiteit Laag gelijk is aan nee of onbekend, en de entiteit Laagje niet aanwezig is.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond niet gelijk is aan zandNietGespecificeerd, zand, kleiigZand, zwakSiltigZand, matigSiltigZand, sterkSiltigZand of uiterstSiltigZand.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 van de entiteit Grond niet gelijk is aan zandNietGespecificeerd, kleiigZand, siltigZand, zwakSiltigZand, matigSiltigZand, sterkSiltigZand of uiterstSiltigZand.
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan
      fysischGeografischStandaardArchief en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer van de entiteit Grond gelijk is aan leemarmZand , zwakLemigZand , lemigZand , sterkLemigZand , zeerSterkLemigZand , venigZand of zandNietGespecificeerd .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan
      fysischGeografischStandaardArchief en de waarde van het attribuut grondsoort Berendsen en Stouthamer van de entiteit Grond niet gelijk is aan leemarmZand , zwakLemigZand , lemigZand , sterkLemigZand , zeerSterkLemigZand , venigZand of zandNietGespecificeerd .
    Toelichting

    De zandfractie wordt vastgelegd bij zand en bij keien en keitjes met zand.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais de zandfractie niet altijd vastgelegd, en zelden volledig beschreven. Bij een boormonsterbeschrijving die onder SBB (beschrijfkwaliteit de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief ) tot stand is gekomen, kan de zandfractie ontbreken bij keienMetZand , keitjesMetZand , zandNietGespecificieerd , bij antropogene grondlagen en bij heterogeen gelaagde lagen die als laagjes zijn beschreven. Bij een boormonsterbeschrijvingen die onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ) of tot stand is gekomen, kan de zandfractie ontbreken. Bij beschrijvingen volgens de ASB is alleen de zandmediaan(klasse) vastgelegd. Bij een boormonsterbeschrijvingen die onder beschrijfprocedure NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) tot stand is gekomen, kan de zandfractie ook ontbreken. Bij beschrijvingen volgens ontbreken bij zand en is de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) zandfractie niet vasgelegd bij keien en keitjes met zand. Bij een boormonsterbeschrijvingen die onder beschrijfprocedure Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ) is alleen de zandmediaan(klasse) vastgelegd. zandfractie niet vasgelegd bij keien en keitjes met zand.
    Bij beschrijvingen die onder NEN 5104 of onder Berendsen en Stouthamer tot stand zijn gekomen behoort schelpengruis tot de zandfractie.

    6.3.29.1 donkere mineralen gehalteklasse
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    Het aandeel donkere mineralen in het volume van de zandfractie, uitgedrukt in eenpercentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief archeologischStandaardArchief, fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    Donkere mineralen zijn (bijna) zwart met soms een groenige waas, mat tot glanzend,niet transparant en lijken qua korrelvorm vaak op glauconietkorrels. Een groot deelvan deze mineralen zijn verweerde glauconietkorrels, waardoor ze hun groenige uiterlijkverloren hebben en zwart zijn geworden. Ze onderscheiden zich van de zwarte zandkorrelsdie als Zandbestanddeel worden vastgelegd.
    IMBRO/A Bij een boormonsterbeschrijving die is aangeleverd onder IMBRO/A en tot is gekomenonder SBB (beschrijfkwaliteit de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief ), is het aandeel geschat in het volume van de grond.
    Het beschrijven van de donkere mineralen maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en maakt geen onderdeel uit niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). Wanneer donkere mineralen ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen, gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de donkere mineralen gehalteklasse archief in plaats van de donkere mineralen gehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.29.2 donkere mineralen gehalteklasse archief
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    Het aandeel donkere mineralen in de zandfractie, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, fysischGeografischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van de donkere mineralen in de zandfractie maakt geen onderdeel uit van de procedure Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ) en niet van de beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer donkere mineralen 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. bepaald en wordt de donkere mineralen gehalteklasse archief in plaats van de donkere mineralen gehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.29.3 hoekigheid
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    De hoekigheid van de gemiddelde korrel uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamHoekigheid
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief.
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief of fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    De indeling is naar Powers, 1953 en Hillen & Kruse, 1981. Het gegeven geeft inzichtin het afzettingsmilieu en de herkomst van het materiaal.
    IMBRO/A Het beschrijven van de hoekigheid van de korrel maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen.

    6.3.29.4 zandmediaanklasse
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    De mediane korrelgrootte in de massa van de zandfractie, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamZandmediaanklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan fijn63tot105um , fijn105tot150um , fijn150tot200um , middelgrof200tot300um , middelgrof300tot420um , middelgrof420tot630um en grof630tot2000um , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd .
    Regels IMBRO/A
    • De waarde van het attribuut mag niet moet gelijk zijn aan fijn63tot105um uiterstFijnNEN5104 , fijn105tot150um zeerFijnNEN5104 , fijn150tot200um matigFijnNEN5104 , middelgrof200tot300um matigGrofNEN5104 , middelgrof300tot420um zeerGrofNEN5104 , middelgrof420tot630um uiterstGrofNEN5104 en of grof630tot2000um onbekend , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
    • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan uiterstFijnVerbraeck , en dat is onder IMBRO/A altijd zeerFijnVerbraeck , matigFijnVerbraeck , matigGrofVerbraeck , grofTotZeerGrofVerbraeck of onbekend wanneer de waarde van het geval. attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is een andereindeling gehanteerd.

    6.3.29.5 zandspreiding
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    De mate van variatie in de grootte van de zandkorrels uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamZandspreiding
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief.
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is een andereindeling gehanteerd. Het gegeven is onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode(ASB) niet vastgelegd.

    6.3.29.6 bontheid
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    Het aandeel kleurige korrels in het volume van de zandfractie, uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamBontheid
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief.
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief of fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    Kleurige korrels zijn doorschijnend, wit, licht- tot donkergrijs of zwart.
    IMBRO/A Het beschrijven van de bontheid van de korrels maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen. In dat geval zijn de niet nader gedefinieerde waarden nietBontArchief , matigBontArchief en zeerBontArchief gebruikt.

    6.3.29.7 gehalteklasse afwijkend grof
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    Het aandeel korrels die groter zijn dan 1 millimeter in het volume van de zandfractie,uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    In de zandfractie kunnen korrels voorkomen die veel grover zijn dan de rest. Wanneerdie grove korrels minder dan 30 % van de zandfractie uitmaken, wordt het gehalte hiergegeven; de grove korrels liggen dan verspreid in een matrix van veel fijnere korrels.Wanneer de grove korrels meer dan 30 % van de zandfractie uitmaken, wordt dat doorhet gegeven zandspreiding gedekt en krijgt het de waarde tweetoppig.
    IMBRO/A Het beschrijven van de hoeveelheid afwijkend grove korrels maakt geen onderdeel uitvan de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode - ASB (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en maakt geen onderdeel uit niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). Wanneer het gehalte afwijkend grove korrels is ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen, gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de gehalteklasse afwijkend grof archief in plaats van de gehalteklasse afwijkend grof vastgelegd.

    6.3.29.8 gehalteklasse afwijkend grof archief
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    Het aandeel korrels die groter zijn dan 1 millimeter in de zandfractie, uitgedruktin een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, fysischGeografischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van de hoeveelheid afwijkend grove korrels maakt geen onderdeel uitvan de procedure Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ) en niet van de beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer het gehalte afwijkend grove korrels is 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. bepaald en wordt de gehalteklasse afwijkend grof archief in plaats van de gehalteklasse afwijkend grof vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.29.9 granuulgehalteklasse
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    Het aandeel korrels met een diameter rond de 2 millimeter in het volume van de zandfractie,uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief archeologischStandaardArchief, fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief.
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A. Vanaf Standaard Boor Beschrijvingsmethode6 worden zandkorrels die groter zijn dan 1 millimeter vast gelegd als gehalteklasse afwijkend grof.
    Bij een boormonsterbeschrijving die is aangeleverd onder IMBRO/A en tot is gekomenonder SBB (beschrijfkwaliteit de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief ), is het aandeel in de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.
    Het beschrijven van granuul maakt geen onderdeel uit van de Archeologische StandaardBoorbeschrijvingsmethode - ASB (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en maakt geen onderdeel uit niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Wanneer granuul is Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen, gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de granuulgehalteklasse archief in plaats van de granuulgehalteklasse vastgelegd.

    6.3.29.10 granuulgehalteklasse archief
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    Het aandeel korrels met een diameter rond de 2 millimeter in het volume van de zandfractie,uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief .
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van granuul maakt geen onderdeel uit van de Archeologische StandaardBoorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgenswelke procedure) granuul het aandeel is beschreven. bepaald en wordt de granuulgehalteklasse archief in plaats van de granuulgehalteklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.29.11 geschatte mediaan
    Type gegevenAttribuut van Zandfractie
    Definitie

    De geschatte mediane korrelgrootte in de massa van de zandfractie.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde4.0
    Eenheidµm (micrometer)
    Waardebereik63 tot 2000
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    id="detail_d497772e61551"> class="header-wrapper">
    6.3.29.12 zandbestanddeel
    Type gegevenGegevensgroep van Zandfractie
    Definitie

    Een deel van het zand dat uit korrels van een bepaalde categorie bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..*
    GegevensgroeptypeZandbestanddeel

    6.3.30 Zandbestanddeel

    Diagram: Zandbestanddeel - detail
    Zandbestanddeel

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een deel van het zand dat uit korrels van een bepaalde categoriebestaat.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief.
    Toelichting

    IMBRO/A Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven. Witte en transparante korrels werden zelden vastgelegd.Het gegeven is onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) nietvastgelegd.

    6.3.30.1 korrelkleur
    Type gegevenAttribuut van Zandbestanddeel
    Definitie

    De op basis van kleur onderscheiden categorie zandkorrels.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamKorrelkleur
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.30.2 percentageklasse
    Type gegevenAttribuut van Zandbestanddeel
    Definitie

    Het procentuele aandeel in het volume van de zandfractie, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.
    Het beschrijven van zandbestanddelen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer zandbestanddelen 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of onder Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd.

    6.3.30.3 archiefklasse
    Type gegevenAttribuut van Zandbestanddeel
    Definitie

    Het aandeel in de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusNiet-authentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van zandbestanddelen maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer zandbestanddelen 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.31 Schelpenfractie

    Diagram: Schelpenfractie - detail
    Schelpenbestanddeel Schelpenfractie

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over het deel van de grond dat uit schelpmateriaal bestaat.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO/A IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie schelprijke grond .
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO/A IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut schelpmateriaalgehalteklasse van de entiteit Grond gelijk is aan spoorTot1 , weinig1tot10 of veel10tot30 .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO/A IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut geologische grondsoort gelijk is aan een waarde uit de categorie zeer grove grond , grindrijke minerale grond , organische grond , grindarme minerale grond of bijzondere grond .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd , geologischStandaardOngeroerd , geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd (dat is onder IMBRO/A IMBRO altijd het geval), en de waarde van het attribuut schelpmateriaalgehalteklasse van de entiteit Grond gelijk is aan geen .
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is niet gelijk aan een waarde uit de categorie zeer grove grond, grindrijke minerale grond, organische grond, grindarme minerale grond of bijzondere grond.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologieStandaardArchief archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief en de waarde van het attribuut schelpmateriaalgehalteklasse van de entiteit Grond is gelijk aan geen of onbekend.
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais de schelpenfractie niet altijd en niet altijd volledig vastgelegd. Bij een boormonsterbeschrijvingdie onder SBB (beschrijfkwaliteit de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief ) tot stand is gekomen, kan de schelpenfractie ontbreken.
    Het beschrijven van de schelpenfractie maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgenswelke procedure) de schelpenfractie is beschreven, en wordt de Schelpenfractie archief in plaats van de Schelpenfractie vastgelegd.

    6.3.31.1 gehalteklasse gruis
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    Het aandeel schelpmateriaal dat uit gruis bestaat in het volume van de schelpenfractie,uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Toelichting

    Gruis zijn stukjes schelp die kleiner zijn dan 2 millimeter.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond. Bij archiefgegevens ishet aandeel gruis soms uitgedrukt in een klasse schelpresten (gehalteklasse resten) die bestaat uit schelpgruis en schelpfragmenten. Alleen in dat geval ontbreekt hetgegeven.

    6.3.31.2 gehalteklasse fragmenten
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    Het aandeel schelpmateriaal dat uit fragmenten bestaat in het volume van de schelpenfractie,uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en het attribuut gehalteklasse gruis aanwezig is.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en het attribuut gehalteklasse gruis ontbreekt.
    Toelichting

    Fragmenten zijn stukjes schelp die groter zijn dan of gelijk aan 2 millimeter.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond. Bij archiefgegevens ishet aandeel fragmenten soms uitgedrukt in een klasse schelpresten (gehalteklasse resten) die bestaat uit schelpgruis en schelpfragmenten. Alleen in dat geval ontbreekt hetgegeven.

    6.3.31.3 gehalteklasse resten
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    Het aandeel schelpmateriaal dat uit gruis en fragmenten bestaat in het volume vande schelpenfractie, uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en het attribuut gehalteklasse gruis ontbreekt.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en het attribuut gehalteklasse gruis aanwezig is.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A. Voor gegevens die zijn aangeleverd inhet kader van archiefoverdracht is het aandeel schelpfragmenten en het aandeel schelpgruissoms uitgedrukt in een klasse schelpresten. Bij archiefgegevens is het aandeel inde praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.31.4 gehalteklasse heel
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    Het aandeel schelpmateriaal dat uit hele schelpen bestaat in het volume van de schelpenfractie,uitgedrukt in een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.31.5 doubletten
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    De aanduiding die aangeeft of er tweekleppige schelpen voorkomen die nog een geheelvormen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamIndicatieJaNee
    TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischUitgebreidGeroerd.
    Toelichting

    Doubletten, tweekleppige schelpen waarvan de twee helften nog aan elkaar zitten, vallenbij transport snel uiteen. De aanwezigheid van doubletten is daarom een indicatievoor beperkte verplaatsing van de schelpresten.

    6.3.31.6 gehalteklasse dikwandig
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    Het aandeel schelpen met een dikke wand in het volume van de schelpenfractie, uitgedruktin een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    Regels IMBRO/A
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    Schelpen of schelpfragmenten kunnen dikwandig (2 millimeter of dikker) of dunwandig(dunner dan 1 millimeter) zijn. Het gegeven geeft informatie over de omstandighedenwaaronder het sediment is gevormd.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.31.7 gehalteklasse dunwandig
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    Het aandeel schelpen met een dunne wand in het volume van de schelpenfractie, uitgedruktin een percentageklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    Toelichting

    Schelpen of schelpfragmenten kunnen dikwandig (2 millimeter of dikker) of dunwandig(dunner dan 1 millimeter) zijn. Het gegeven geeft informatie over de omstandighedenwaaronder het sediment is gevormd.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.31.8 in-situ
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    De aanduiding die aangeeft of er schelpen voorkomen in levenspositie.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamIndicatieJaNee
    TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
    Toelichting

    Het gegeven geeft nadere informatie over de omstandigheden waaronder de laag is gevormd.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd.

    6.3.31.9 mate van verwering
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie
    Definitie

    De mate van chemische verwering uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMateVerwering
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    id="detail_d497772e65237"> class="header-wrapper">
    6.3.31.10 schelpenbestanddeel
    Type gegevenGegevensgroep van Schelpenfractie
    Definitie

    Een deel van het schelpmateriaal dat herkend wordt als bestaand uit de resten vaneen bepaalde categorie schelpen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..*
    GegevensgroeptypeSchelpenbestanddeel

    6.3.32 Schelpenfractie archief

    Diagram: Schelpenfractie archief - detail
    Schelpenbestanddeel Schelpenfractie archief

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over het deel van de grond dat uit schelpmateriaal bestaat.

    Regels
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    • Tenminste één van de attributen of de gegevensgroep schelpenbestanddeel moet aanwezig zijn.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologieStandaardArchief, archeologischStandaardArchief, fysischGeografischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 van de entiteit Grond is niet gelijk aan schelpenNietGespecificeerd, siltigeSchelpen, zandigeSchelpen, zwakZandigeSchelpen, matigZandigeSchelpen, sterkZandigeSchelpen of uiterstZandigeSchelpen.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief en de waarde van het attribuut schelpmateriaalgehalteklasse archief van de entiteit Grond is gelijk aan geen of onbekend.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe de fractie is beschreven. Dat is het geval wanneer het beschrijven van de fractiegeen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekend is onderwelke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van schelpenfractie maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer de 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). De schelpenfractie is kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) de fractie is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de Schelpenfractie archief in plaats van de Schelpenfractie vastgelegd. De beschrijving moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.32.1 gehalteklasse gruis
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie archief
    Definitie

    Het aandeel schelpmateriaal dat uit gruis bestaat, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    Toelichting

    IMBRO/A Gruis zijn stukjes schelp die kleiner zijn dan 2 millimeter. Het beschrijven vande schelpenfractie maakt geen onderdeel uit van de procedure NEN 5104. Wanneer dehoeveelheid schelpgruis is vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN5104 tot stand is gekomen beschrijfkwaliteit (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), niet bekend hoe het aandeel is bepaald. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.
    Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.32.2 gehalteklasse fragmenten
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie archief
    Definitie

    Het aandeel schelpmateriaal dat uit fragmenten bestaat, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    Toelichting

    IMBRO/A Fragmenten zijn stukjes schelp die groter zijn dan 2 millimeter. Het beschrijvenvan de schelpenfractie maakt geen onderdeel uit van de procedure NEN 5104. Wanneerde hoeveelheid schelpfragmenten is vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving dieonder NEN 5104 tot stand is gekomen beschrijfkwaliteit (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), niet bekend hoe het aandeel is bepaald. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.
    Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.32.3 gehalteklasse resten
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie archief
    Definitie

    Het aandeel schelpmateriaal dat uit gruis en fragmenten bestaat, uitgedrukt in eenklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van de schelpenfractie maakt geen onderdeel uit van de procedureNEN 5104. Wanneer de hoeveelheid schelpresten is vastgelegd bij een boormonsterbeschrijvingdie onder NEN 5104 tot stand is gekomen beschrijfkwaliteit (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), niet bekend hoe het aandeel is bepaald. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.
    Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.32.4 gehalteklasse heel
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie archief
    Definitie

    Het aandeel schelpmateriaal dat uit hele schelpen bestaat, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van de schelpenfractie maakt geen onderdeel uit van de procedureNEN 5104. Wanneer de hoeveelheid hele schelpen is vastgelegd bij een boormonsterbeschrijvingdie onder NEN 5104 tot stand is gekomen beschrijfkwaliteit (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), niet bekend hoe het aandeel is bepaald. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.
    Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.32.5 doubletten
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie archief
    Definitie

    De aanduiding die aangeeft of er tweekleppige schelpen voorkomen die nog een geheelvormen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamIndicatieJaNee
    TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
    Toelichting

    IMBRO/A Doubletten, tweekleppige schelpen waarvan de twee helften nog aan elkaar zitten,vallen bij transport snel uiteen. De aanwezigheid van doubletten is daarom een indicatievoor beperkte verplaatsing van de schelpresten.

    6.3.32.6 gehalteklasse dikwandig
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie archief
    Definitie

    Het aandeel schelpen met een dikke wand, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    Toelichting

    IMBRO/A Schelpen of schelpfragmenten kunnen dikwandig (2 millimeter of dikker) of dunwandig(dunner dan 1 millimeter) zijn. Het gegeven geeft informatie over de omstandighedenwaaronder het sediment is gevormd.
    Het beschrijven van de schelpenfractie maakt geen onderdeel uit van de procedure NEN5104. Wanneer de hoeveelheid dikwandige schelpen is vastgelegd bij een boormonsterbeschrijvingdie onder NEN 5104 tot stand is gekomen beschrijfkwaliteit (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), niet bekend hoe het aandeel is bepaald. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.
    Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.32.7 gehalteklasse dunwandig
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie archief
    Definitie

    Het aandeel schelpen met een dunne wand, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    Toelichting

    IMBRO/A Schelpen of schelpfragmenten kunnen dikwandig (2 millimeter of dikker) of dunwandig(dunner dan 1 millimeter) zijn. Het gegeven geeft informatie over de omstandighedenwaaronder het sediment is gevormd.
    Het beschrijven van de schelpenfractie maakt geen onderdeel uit van de procedure NEN5104. Wanneer de hoeveelheid dunwandige schelpen is vastgelegd bij een boormonsterbeschrijvingdie onder NEN 5104 tot stand is gekomen beschrijfkwaliteit (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), niet bekend hoe het aandeel is bepaald. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.
    Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeelin de praktijk meestal geschat in het volume van de grond.

    6.3.32.8 mate van verwering
    Type gegevenAttribuut van Schelpenfractie archief
    Definitie

    De mate van chemische verwering uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMateVerwering
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en dat is onder IMBRO/A altijd het geval.

    id="detail_d497772e67404"> class="header-wrapper">
    6.3.32.9 schelpenbestanddeel
    Type gegevenGegevensgroep van Schelpenfractie archief
    Definitie

    Een deel van het schelpmateriaal dat herkend wordt als bestaand uit de resten vaneen bepaalde categorie schelpen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..*
    GegevensgroeptypeSchelpenbestanddeel

    6.3.33 Schelpenbestanddeel

    Diagram: Schelpenbestanddeel - detail
    Schelpenbestanddeel

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een deel van het schelpmateriaal dat herkend wordt als bestaand uitde resten van een bepaalde categorie schelpen.

    Toelichting

    De samenstelling van de schelpenfractie wordt beschreven door de tien meest karakteristieketaxa te benoemen en per taxon het procentuele aandeel in dat geheel, de associatie,vast te leggen. Het ontbreken van het gegeven betekent dat het materiaal zo sterkis gefragmenteerd dat determinatie niet mogelijk is.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het schelpenaandeelniet altijd en niet altijd volledig vastgelegd. Aan het eventueel ontbreken van hetgegeven bij archiefgegevens kan geen bijzondere betekenis worden gegeven.

    6.3.33.1 soort schelp
    Type gegevenAttribuut van Schelpenbestanddeel
    Definitie

    De taxonomische naam van de categorie schelpen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamSoortSchelp
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Toelichting

    De categorie kan betrekking hebben op een soort of subsoort, maar ook op een geslachtof een hiërarchisch hogere taxonomische eenheid.
    Bij de standaard beschrijving wordt een veel kortere lijst gebruikt dan bij de uitgebreidebeschrijving.

    6.3.33.2 associatieaandeel
    Type gegevenAttribuut van Schelpenbestanddeel
    Definitie

    Het aandeel in de associatie.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde3.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 100
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    Het aandeel wordt bepaald door het aantal herkenbare fragmenten en hele exemplarente tellen. De associatie wordt samengesteld uit de in de lijst opgenomen categorieën.De lijst die voor de beschrijfkwaliteiten geologischStandaardGeroerd en geologischStandaardOngeroerd wordt gebruikt is veel korter dan die voor geologischUitgebreidGeroerd en geologischUitgebreidOngeroerd.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is het aandeeluitgedrukt in een klasse (associatieaandeelklasse of associatieaandeelklasse archief) en niet als meetwaarde, en om die reden is dit gegeven niet vastgelegd.

    6.3.33.3 associatieaandeelklasse
    Type gegevenAttribuut van Schelpenbestanddeel
    Definitie

    Het aandeel in de associatie, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamAssociatieaandeelklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A.
    Het beschrijven van schelpenbestanddelen maakt geen onderdeel uit van de procedureNEN 5104. Wanneer schelpenbestanddelen zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijvingdie onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de associatieaandeelklasse archief in plaats van de associatieaandeelklasse vastgelegd.

    6.3.33.4 associatieaandeelklasse archief
    Type gegevenAttribuut van Schelpenbestanddeel
    Definitie

    Het aandeel in de associatie, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van schelpenbestanddelen maakt geen onderdeel uit van de procedureNEN 5104. Wanneer schelpenbestanddelen zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijvingdie onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de associatieaandeelklasse archief in plaats van de associatieaandeelklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.34 Organische fractie

    Diagram: Organische fractie - detail
    Organisch bestanddeel Organische fractie

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over het deel van de grond dat uit organisch materiaal bestaat.

    Regels
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut organischestofgehalteklasseNEN5104 van de entiteit Grond gelijk is aan nietHumeus.
    • Ten minste één van de volgende gegevens moet aanwezig zijn: soort veen of Organisch bestanddeel .
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut organischestofgehalteklasseNEN5104 van de entiteit Grond gelijk is aan onbekend.
    Toelichting

    De organische fractie wordt vastgelegd bij organische en bij humeuze gronden.
    Wanneer het organische materiaal geen duidelijke plantenstructuur meer heeft omdathet al grotendeels is verteerd is het veelal niet mogelijk de organische fractie tebeschrijven. In dat geval ontbreekt het gegeven. Dit geldt ook bij de beschrijvingvan monsters waarvan de samenhang van de grond te veel is verstoord (geroerde monsters).
    IMBRO/A Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven.

    6.3.34.1 soort veen
    Type gegevenAttribuut van Organische fractie
    Definitie

    Een nadere typering van het als veen omschreven bestanddeel van grond.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamSoortVeen
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Toelichting

    Het gegeven heeft eerder een interpretatief dan een beschrijvend karakter, maar hetniveau van interpretatie is zo globaal dat iedere beschrijver in het vakgebied geachtwordt over de noodzakelijke kennis te beschikken.Het gegeven wordt alleen vastgelegd wanneer de waarde bepaald kan worden. De uitvoerderbeoordeelt zelf wanneer dat het geval is.

    id="detail_d497772e69341"> class="header-wrapper">
    6.3.34.2 organisch bestanddeel
    Type gegevenGegevensgroep van Organische fractie
    Definitie

    Een deel van het organisch materiaal dat uit de resten van een bepaalde categorieplanten bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..*
    GegevensgroeptypeOrganisch bestanddeel

    6.3.35 Organisch bestanddeel

    Diagram: Organisch bestanddeel - detail
    Organisch bestanddeel

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een deel van het organisch materiaal dat uit de resten van een bepaaldecategorie planten bestaat.

    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief.
    Toelichting

    De samenstelling van het veen beschreven voor zover die uit determineerbare plantenrestenbestaat.
    Bij de standaard beschrijving wordt alleen vastgelegd of de plantenresten houtig ofniet-houtig zijn. In het geval er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen houtigen niet-houtig omdat de plantenresten al grotendeels zijn verteerd, wordt de waardedetritus vastgelegd. Bij de uitgebreide beschrijving wordt een langere lijst gebruikt danbij de standaard beschrijving.
    IMBRO/A Het gegeven is onder beschrijven van organische bestanddelen maakt geen onderdeel uit van de de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) en niet vastgelegd. van beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen.

    6.3.35.1 soort plantenrest
    Type gegevenAttribuut van Organisch bestanddeel
    Definitie

    De categorie plantenresten.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamSoortPlantenrest
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.35.2 percentageklasse
    Type gegevenAttribuut van Organisch bestanddeel
    Definitie

    Het procentuele aandeel in het volume van de organische fractie, uitgedrukt in eenklasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van organische bestanddelen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het beschrijven van organische bestanddelen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd.

    6.3.35.3 archiefklasse
    Type gegevenAttribuut van Organisch bestanddeel
    Definitie

    Het aandeel in de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusNiet-authentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief of geologischNEN5104Archief .
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van organische bestanddelen maakt geen onderdeel uit van de procedure beschrijfprocedures NEN 5104. Wanneer organische bestanddelen 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of Berendsen en Stouthamer tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ), gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) het aandeel is bepaald. In dat geval bepaald en wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.36 Munsellkleur

    Diagram: Munsellkleur - detail
    Munsellkleur

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens die de kleur volgens het Munsell-systeem beschrijven.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidOngeroerd en geologischUitgebreidGeroerd.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd en of geologischStandaardGeroerd .
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    Het Munsell-systeem baseert zich op een bij benadering bolvormige kleurenruimte enclassificeert kleur aan de hand van drie aspecten. Dat zijn in het Engels hue (hoofdkleur),chroma (zuiverheid) en value (witheid). De hue geeft de plaats van de kleur op eencirkel die de kleuren van de regenboog beschrijft. De chroma geeft de zuiverheid vande kleur en is de afstand in het horizontale vlak van de plaats op de cirkel tot hetmiddelpunt, en de value geeft de mate van witheid en wordt bepaald langs de verticaleas. De systematiek is ontworpen door Albert H. Munsell en dateert uit het begin vande 20ste eeuw. Sinds de jaren 1930 is het bij het United States Department of Agriculture(USDA) als standaard in gebruik. In de jaren 1980 is het geleidelijk in gebruik genomenin geologische beschrijvingen in Nederland, met name in onderzoek op zee. Sinds eindjaren 1990 wordt het systeem bij de Geologische Dienst Nederland standaard gebruiktbij het maken van een uitgebreide beschrijving van ongeroerde monsters en vanaf StandaardBoor Beschrijvingsmethode 6 ook bij het maken van een uitgebreide beschrijving vangeroerde monsters. De meeste codes komen uit het systeem dat de kleur van grond beschrijft;waar dat systeem niet toereikend is voor het beschrijven van grond in de ondergrondvan Nederland, worden codes gebruikt uit het systeem voor gesteente.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais de Munsellkleur niet altijd vastgelegd. Bij vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder SBB (beschrijfkwaliteit de Standaard Boor Beschrijvingsmethode (SBB, beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief ) of onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ) tot stand is gekomen is gekomen. Het beschrijven van de Munsellkleur niet altijd vastgelegd. kleur volgens het Munsell-systeem maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) de Munsellkleur is bepaald.

    6.3.36.1 munsell hoofdkleur
    Type gegevenAttribuut van Munsellkleur
    Definitie

    De kleur uitgedrukt in de code die de plaats op de kleurcirkel aangeeft.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMunsellHoofdkleur
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Toelichting

    De munsell hoofdkleur is een samengesteld gegeven: een of meer letters geven de globaleplaats op de cirkel, een getal geeft een nadere precisering van de plaats.

    6.3.36.2 munsell witheid
    Type gegevenAttribuut van Munsellkleur
    Definitie

    De mate van witheid uitgedrukt in een getal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMunsellWitheid
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.36.3 munsell zuiverheid
    Type gegevenAttribuut van Munsellkleur
    Definitie

    De mate van zuiverheid uitgedrukt in een getal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMunsellZuiverheid
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut munsell hoofdkleur gelijk is aan N.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn in alle andere gevallen.

    6.3.37 Vlek

    Diagram: Vlek - detail
    Vlek

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens van de vlekken die een bepaalde kleur hebben.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut gevlekt van de entiteit Grond gelijk is aan ja.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn in alle andere gevallen.
    Toelichting

    Het voorkomen van vlekken is een aanwijzing voor verandering van de chemische samenstellingof gesteldheid van de grond na afzetting van het sediment.

    6.3.37.1 kleur
    Type gegevenAttribuut van Vlek
    Definitie

    De kleur van de vlekken.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamVlekkleur
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.37.2 bedekkingsgraad
    Type gegevenAttribuut van Vlek
    Definitie

    Het deel van het oppervlak dat door de vlekken in beslag wordt genomen, uitgedruktin een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamBedekkingsgraadVlek
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A
    • De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan weinigTot2 , matig2tot20 en veel20tot50 , wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , fysischGeografischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is een andereindeling gehanteerd.

    6.3.37.3 in banden
    Type gegevenAttribuut van Vlek
    Definitie

    De aanduiding die aangeeft of de vlekken in banden voorkomen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamIndicatieJaNee
    Naam IMBRO/AIndicatieJaNeeOnbekend
    TypeWaardelijst niet uitbreidbaar

    6.3.38 Insluitsel

    Diagram: Insluitsel - detail
    Insluitsel

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een of meer geïsoleerde, veelal grillig gevormde en onduidelijk begrensdevoorkomens van een afwijkende grondsoort die herkend worden als ontstaan uit vervormingvan eerder afgezet sediment.

    Regels
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischUitgebreidGeroerd.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief of fysischGeografischStandaardArchief .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut kwaliteit beschreven monsters gelijk is aan geroerd.
    Toelichting

    Het gegeven wordt alleen vastgelegd bij de beschrijving van ongeroerde monsters. Insluitselsvariëren in grootte van enkele millimeters tot enkele decimeters.
    IMBRO/A Het beschrijven van insluitsels maakt geen onderdeel uit van de Archeologische StandaardBoorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgenswelke procedure) de insluitsels zijn beschreven. De beschrijving moet beschouwd worden als indicatief.
    Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven.

    6.3.38.1 soort grond
    Type gegevenAttribuut van Insluitsel
    Definitie

    Het soort grond waaruit de eenheid bestaat, grof getypeerd.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamSoortGrond
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.38.2 percentageklasse
    Type gegevenAttribuut van Insluitsel
    Definitie

    Het procentuele aandeel in het volume van de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van insluitsels maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedureNEN 5104. Wanneer insluitsels zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving dieonder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd.

    6.3.38.3 archiefklasse
    Type gegevenAttribuut van Insluitsel
    Definitie

    Het aandeel in de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusNiet-authentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van insluitsels maakt geen onderdeel uit van de procedure NEN 5104.Wanneer insluitsels zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.38.4 kleur
    Type gegevenAttribuut van Insluitsel
    Definitie

    De kleur van het materiaal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamKleur
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    6.3.38.5 genetische typering
    Type gegevenAttribuut van Insluitsel
    Definitie

    De typering van de eenheid naar wording, voor zover dat voor een goed begrip relevantis.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamGenetischeTypering
    TypeWaardelijst uitbreidbaar

    6.3.39 Sedimentlens

    Diagram: Sedimentlens - detail
    Sedimentlens

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een of meer geïsoleerde, duidelijk begrensde, lensvormige voorkomensvan een afwijkende grondsoort, die herkend worden als in deeltjes afgezet.

    Regels
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischUitgebreidGeroerd.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief . of fysischGeografischStandaardArchief.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut kwaliteit beschreven monsters gelijk is aan geroerd.
    Toelichting

    Het gegeven wordt alleen vastgelegd bij de beschrijving van ongeroerde monsters. Lenzenvariëren in grootte van enkele millimeters tot enkele centimeters. Er is voor gekozende lensvormige voorkomens van fijnkorrelig materiaal en zand die typisch zijn voorflaser- en linsengelaagdheid niet als Sedimentlens te beschrijven maar als een sedimentairestructuur.
    IMBRO/A Het beschrijven van sedimentlenzen maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgenswelke procedure) de sedimentlenzen zijn beschreven.
    Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven.

    6.3.39.1 soort grond
    Type gegevenAttribuut van Sedimentlens
    Definitie

    Het soort grond waaruit de eenheid bestaat.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamSoortGrond
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.39.2 percentageklasse
    Type gegevenAttribuut van Sedimentlens
    Definitie

    Het procentuele aandeel in het volume van de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardOngeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van sedimentlenzen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedureNEN 5104. Wanneer sedimentlenzen zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving dieonder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd.

    6.3.39.3 archiefklasse
    Type gegevenAttribuut van Sedimentlens
    Definitie

    Het aandeel in de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusNiet-authentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van sedimentlenzen maakt geen onderdeel uit van de procedure NEN 5104.Wanneer sedimentlenzen zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.39.4 kleur
    Type gegevenAttribuut van Sedimentlens
    Definitie

    De kleur van het materiaal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamKleur
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels IMBRO/A

    De waarde van het attribuut mag niet gelijk zijn aan onbekend wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .

    6.3.39.5 genetische typering
    Type gegevenAttribuut van Sedimentlens
    Definitie

    De typering van de eenheid naar wording, voor zover dat voor een goed begrip relevantis.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamGenetischeTypering
    TypeWaardelijst uitbreidbaar

    6.3.40 Dierlijk fossiel

    Diagram: Dierlijk fossiel - detail
    Dierlijk fossiel

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens over een voorkomen van een bepaalde categorie van fossiele overblijfselenvan dieren.

    Regels
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief . of fysischGeografischStandaardArchief.
    Toelichting

    Het gegeven wordt alleen vastgelegd bij de uitgebreide beschrijving.
    IMBRO/A Het beschrijven van dierlijke fossielen maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (beschrijfkwaliteit (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief ). ) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief) . Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgenswelke procedure) de dierlijke fossielen zijn beschreven.
    Aan het eventueel ontbreken van het gegeven bij archiefgegevens kan geen bijzonderebetekenis worden gegeven.

    6.3.40.1 soort dierfossiel
    Type gegevenAttribuut van Dierlijk fossiel
    Definitie

    Een categorie van fossiele overblijfselen van dieren.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamSoortDierfossiel
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    6.3.40.2 percentageklasse
    Type gegevenAttribuut van Dierlijk fossiel
    Definitie

    Het procentuele aandeel in het volume van de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamVolumePercentageklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Het beschrijven van dierlijke fossielen maakt geen onderdeel uit van de beschrijfprocedureNEN 5104. Wanneer dierlijke fossielen zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijvingdie onder NEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd.

    6.3.40.3 archiefklasse
    Type gegevenAttribuut van Dierlijk fossiel
    Definitie

    Het aandeel in de grond, uitgedrukt in een klasse.

    Juridische statusNiet-authentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamArchiefklasse
    TypeWaardelijst uitbreidbaar
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd, geologischStandaardOngeroerd, geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief.
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief.
    Toelichting

    IMBRO/A Dit gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A, en alleen bij gegevens waarvan niet bekendis hoe het aandeel is uitgedrukt. Dat is het geval wanneer het beschrijven van hetbestanddeel geen onderdeel uit maakt van de beschrijfprocedure of wanneer niet bekendis onder welke beschrijfprocedure de boormonsterbeschrijving tot stand is gekomen.
    Het beschrijven van dierlijke fossielen geen onderdeel uit van de procedure NEN 5104.Wanneer dierlijke fossielen zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onderNEN 5104 tot stand is gekomen (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief), is niet bekend hoe het aandeel is bepaald. In dat geval wordt de archiefklasse in plaats van de percentageklasse vastgelegd. De hoeveelheid moet beschouwd worden als indicatief.

    6.3.41 Fractieverdeling

    Diagram: Fractieverdeling - detail
    Verdeling fijne fractie schelprijke grond archief Verdeling fijne fractie grindarme minerale grond Verdeling fijne fractie organische grond Verdeling fijne fractie grindrijke minerale grond Verdeling fijne fractie schelprijke grond Fractieverdeling

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De gegevens die de samenstelling van de grond beschrijven volgens de driehoeksystematiekals een mengsel van organische stof, schelpmateriaal en vier minerale fracties, teweten grind, zand, silt en lutum.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond gelijk is aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond, schelprijke grond, organische grond of grindarme minerale grond.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischStandaardGeroerd of geologischStandaardOngeroerd.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond een waarde is uit de categorie zeer grove grond of bijzondere grond .
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidArchief en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond gelijk is aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond, schelprijke grond, organische grond of grindarme minerale grond, en de waarde van het attribuut antropogeen van de entiteit Laag gelijk is aan nee of onbekend, en de entiteit Laagje niet aanwezig is.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond een waarde is uit de categorie zeer grove grond of bijzondere grond .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 gelijk is aan blokken , keienNietGespecificeerd , keitjesNietGespecificeerd , grondNietGespecificeerd , grondNietGespecificeerdZandig , grondNietGespecificeerdKleiig of grondNietGespecificeerdSiltig .
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan fysischGeografischStandaardArchief .
    Toelichting

    In de geologische boormonsterbeschrijving worden zes categorieën grond onderscheiden:zeer grove minerale gronden, grindrijke minerale gronden, schelprijke gronden, organischegronden, grindarme minerale gronden en een restcategorie met bijzondere gronden. Grondis bijna altijd een mengsel van fracties die wat betreft materiaal of korrelgroottevan elkaar verschillen. Het mengsel wordt nader beschreven, behalve als het om decategorieën zeer grove minerale gronden en bijzondere gronden gaat. Dat gebeurt doorde grond te beschouwen als een mengsel van zes fracties en dat zijn grind, zand, silt,lutum, schelpmateriaal en organische stof. Van ieder van de fracties wordt door expertshet aandeel geschat. Over welk totaal het aandeel wordt bepaald verschilt per categorieen soms per fractie.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht onder IMBRO/Ais de fractieverdeling altijd vastgelegd bij de uitgebreide beschrijving (beschrijfkwaliteitgeologischUitgebreidArchief), alleen bij antropogene grondlagen en heterogeen gelaagde lagen die als laagjeszijn beschreven kan dit gegeven ontbreken. De fractieverdeling is niet altijd en nietaltijd volledig vastgelegd bij de standaard beschrijving (beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief).Het beschrijven van de fractieverdeling maakt geen onderdeel uit van de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief ), ) en niet van de beschrijfprocedure beschrijfprocedures NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief geologischNEN5104Archief) en Berendsen en Stouthamer (beschrijfkwaliteit fysischGeografischStandaardArchief ). Het gegeven kan eventueel als extra aspect zijn vastgelegd bij een boormonsterbeschrijving die onder NEN 5104 of de ASB tot stand is gekomen. In dat geval is niet bekend hoe (volgens welke procedure) de fractieverdeling is bepaald.

    6.3.41.1 fractieverdeling volledig
    Type gegevenAttribuut van Fractieverdeling
    Definitie

    De aanduiding die aangeeft of de fractieverdeling volledig is.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamIndicatieJaNee
    TypeWaardelijst niet uitbreidbaar
    Regels
    • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan ja wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • De waarde van het attribuut moet gelijk zijn aan ja wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut antropogeen van de entiteit Laag is gelijk aan nee of onbekend, en de entiteit Laagje is niet aanwezig.
    Toelichting

    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is de fractieverdelingaltijd volledig beschreven bij de uitgebreide beschrijving (beschrijfkwaliteit geologischUitgebreidArchief). Alleen bij antropogene grondlagen en heterogeen gelaagde lagen die als laagjeszijn beschreven kan de fractieverdeling onvolledig zijn. Bij de standaard beschrijving(beschrijfkwaliteit geologischStandaardArchief) en bij beschrijvingen die onder de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode(ASB, beschrijfkwaliteit archeologischStandaardArchief) en de beschrijfprocedure NEN 5104 (beschrijfkwaliteit geologischNEN5104Archief) tot stand zijn gekomen, is de fractieverdeling niet altijd volledig beschreven.

    6.3.41.2 geschat massa-aandeel organische stof
    Type gegevenAttribuut van Fractieverdeling
    Definitie

    Het geschatte aandeel organisch materiaal in de massa van de grond onder uitsluitingvan de fracties schelpmateriaal en grind.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde3.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 100
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    Toelichting

    Het gegeven wordt bepaald van alle gronden waarvan de fractieverdeling wordt beschreven.
    In de Standaard Boorbeschrijvingsmethode Boor Beschrijvingsmethode (SBB) wordt het begrip organische stof gebruikt, maar opgemerkt wordt dat de term is gedefinieerd als organisch materiaal.

    6.3.41.3 geschat massa-aandeel schelpmateriaal
    Type gegevenAttribuut van Fractieverdeling
    Definitie

    Het geschatte aandeel schelpmateriaal in de massa van de grond onder uitsluiting vande fracties organische stof en grind.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde3.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 100
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    Schelpmateriaal bestaat uit gruis, fragmenten en hele schelpen. Het gegeven werd voorde invoering van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 systematisch vastgelegd.Het gegeven past eigenlijk niet in de systematiek die voor het vastleggen van de fractieverdelingvolgens de Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 wordt gehanteerd, maar kan door deuitvoerder vastgelegd worden om de aansluiting op oudere methodes te borgen.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd. Voor de invoering van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 werdhet aandeel schelpen (fragmenten en hele schelpen) vastgelegd.

    6.3.41.4 geschat volumeaandeel schelpmateriaal
    Type gegevenAttribuut van Fractieverdeling
    Definitie

    Het geschatte aandeel schelpmateriaal in het volume van de grond onder uitsluitingvan de fractie organische stof.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde3.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 100
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en dat is onder IMBRO altijd het geval. .
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en dat is onder IMBRO/A altijd het geval.
    Toelichting

    Schelpmateriaal bestaat uit gruis, fragmenten en hele schelpen. Het gegeven wordtbepaald van alle gronden waarvan de fractieverdeling wordt beschreven.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is dit gegevenniet vastgelegd.

    6.3.41.5 geschat massa-aandeel schelpen
    Type gegevenAttribuut van Fractieverdeling
    Definitie

    Het geschatte aandeel schelpen in de massa van de grond onder uitsluiting van de fractiesorganische stof en grind.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde3.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 100
    Regels
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd .
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het geval. attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    Toelichting

    IMBRO/A Schelpen bestaan uit fragmenten en hele schelpen. Het gegeven komt alleen voor onderIMBRO/A. Vanaf Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 wordt het aandeel schelpmateriaal(gruis, fragmenten en hele schelpen) vastgelegd.

    6.3.41.6 geschat massa-aandeel grind
    Type gegevenAttribuut van Fractieverdeling
    Definitie

    Het geschatte aandeel grind in de massa van de vier minerale fracties.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde3.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 100
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond, organische grond of grindarme minerale grond.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie schelprijke grond.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief geologischUitgebreidArchief. ,
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    Toelichting

    Voor minerale en organische gronden wordt de massa van de vier minerale fracties op100 % gesteld. Voor schelprijke gronden wordt het aandeel grind anders bepaald.
    IMBRO/A Voor schelprijke gronden die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdrachtis dit gegeven wel vastgelegd. Voor de invoering van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode6 werd de fractieverdeling van schelprijke gronden op een andere manier bepaald.

    6.3.41.7 geschat volumeaandeel grind
    Type gegevenAttribuut van Fractieverdeling
    Definitie

    Het geschat aandeel grind in het volume van de vijf fracties die in schelprijke grondworden onderscheiden te weten de vier minerale fracties plus het schelpmateriaal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    Regels
    • Het attribuut moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie schelprijke grond.
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond, organische grond of grindarme minerale grond.
    Regels IMBRO/A
    • Het attribuut mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief , geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    Schelprijke gronden zijn gronden die voor ten minste dertig procent uit schelpmateriaalbestaan. Voor de fractieverdeling van schelprijke gronden wordt de bijdrage van organischestof aan het mengsel genegeerd, en het geheel van de minerale fracties plus schelpmateriaalop honderd procent gesteld.
    IMBRO/A Voor de invoering van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 werd de fractieverdelingvan schelprijke gronden op een andere manier bepaald. Voor gegevens die zijn aangeleverdin het kader van archiefoverdracht is dit gegeven niet vastgelegd.

    id="detail_d497772e77632"> class="header-wrapper">
    6.3.41.8 verdeling fijne fractie grindrijke minerale grond
    Type gegevenGegevensgroep van Fractieverdeling
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van grindrijke mineralegrond.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeVerdeling fijne fractie grindrijke minerale grond
    id="detail_d497772e77817"> class="header-wrapper">
    6.3.41.9 verdeling fijne fractie schelprijke grond
    Type gegevenGegevensgroep van Fractieverdeling
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van schelprijke grond.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeVerdeling fijne fractie schelprijke grond
    id="detail_d497772e78002"> class="header-wrapper">
    6.3.41.10 verdeling fijne fractie schelprijke grond archief
    Type gegevenGegevensgroep van Fractieverdeling
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van schelprijke grond.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeVerdeling fijne fractie schelprijke grond archief
    id="detail_d497772e78187"> class="header-wrapper">
    6.3.41.11 verdeling fijne fractie organische grond
    Type gegevenGegevensgroep van Fractieverdeling
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van organische grond.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeVerdeling fijne fractie organische grond
    id="detail_d497772e78372"> class="header-wrapper">
    6.3.41.12 verdeling fijne fractie grindarme minerale grond
    Type gegevenGegevensgroep van Fractieverdeling
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van grindarme mineralegrond.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit0..1
    GegevensgroeptypeVerdeling fijne fractie grindarme minerale grond

    6.3.42 Verdeling fijne fractie grindrijke minerale grond

    Diagram: Verdeling fijne fractie grindige minerale grond - detail
    Verdeling fijne fractie grindrijke minerale grond

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van grindrijke mineralegrond.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie schelprijke grond, organische grond of grindarme minerale grond.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en het geschat massa-aandeel grind van de entiteit Fractieverdeling moet gelijk zijn aan 100 wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan ja, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond is.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort is gelijk aan een waarde uit de categorie schelprijke grond, organische grond of grindarme minerale grond.
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoortNEN5104 gelijk is aan grindNietGespecificeerd, siltigGrind, zandigGrind, zwakZandigGrind, matigZandigGrind, sterkZandigGrind of uiterstZandigGrind.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 niet gelijk is aan grindNietGespecificeerd, siltigGrind, zandigGrind, zwakZandigGrind, matigZandigGrind, sterkZandigGrind of uiterstZandigGrind.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en het geschat massa-aandeel grind van de entiteit Fractieverdeling mag niet groter zijn dan 100 wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan nee.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en het geschat massa-aandeel grind van de entiteit Fractieverdeling moet groter zijn dan 0 wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan nee.
    Toelichting

    De fijne fractie van het minerale bestanddeel van grond omvat de zand-, silt en lutumfracties.Van grindrijke grond worden de aandelen in de massa geschat en wordt het geheel vande vier minerale fracties op 100 % gesteld. Omdat grindrijke minerale grond voor tenminste 30 % uit grind bestaat, bedraagt de bijdrage van de fijne fracties altijd minderdan 70 %.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is de fractieverdelingniet altijd volledig vastgelegd.

    6.3.42.1 geschat massa-aandeel zand
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie grindrijke minerale grond
    Definitie

    Het geschat aandeel zand in de massa van het geheel van vier minerale fracties, teweten grind, zand, silt en lutum.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.42.2 geschat massa-aandeel silt
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie grindrijke minerale grond
    Definitie

    Het geschat aandeel silt in de massa van het geheel van vier minerale fracties, teweten grind, zand, silt en lutum.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.42.3 geschat massa-aandeel lutum
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie grindrijke minerale grond
    Definitie

    Het geschat aandeel lutum in de massa van het geheel van vier minerale fracties, teweten grind, zand, silt en lutum.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.43 Verdeling fijne fractie schelprijke grond

    Diagram: Verdeling fijne fractie schelprijke grond - detail
    Verdeling fijne fractie schelprijke grond

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van schelprijke grond.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie schelprijke grond.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond, organische grond of grindarme minerale grond.
    • De som van het geschat volumeaandeel zand, geschat volumeaandeel silt, geschat volumeaandeel lutum en geschat volumeaandeel schelpmateriaal van de entiteit Fractieverdeling en geschat volumeaandeel grind van de entiteit Fractieverdeling moet gelijk zijn aan 100 wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan ja, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief , geologischNEN5104Archief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief , en dat is onder IMBRO/A altijd het geval. .
    Toelichting

    De fijne fractie van het minerale bestanddeel van grond omvat de zand-, silt en lutumfracties.Van schelprijke gronden worden de aandelen in het volume geschat en wordt het geheelvan de minerale fracties plus schelpmateriaal op 100 % gesteld.
    IMBRO/A Voor de invoering van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode 6 werd de fractieverdelingvan schelprijke gronden op een andere manier bepaald. Voor gegevens die zijn aangeleverdin het kader van archiefoverdracht is dit gegeven niet vastgelegd.

    6.3.43.1 geschat volumeaandeel zand
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie schelprijke grond
    Definitie

    Het geschat aandeel zand in het volume van de vijf fracties die in schelprijke grondworden onderscheiden te weten lutum, silt, zand, grind en schelpmateriaal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    6.3.43.2 geschat volumeaandeel silt
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie schelprijke grond
    Definitie

    Het geschat aandeel silt in het volume van de vijf fracties die in schelprijke grondworden onderscheiden te weten lutum, silt, zand, grind en schelpmateriaal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    6.3.43.3 geschat volumeaandeel lutum
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie schelprijke grond
    Definitie

    Het geschat aandeel lutum in het volume van de vijf fracties die in schelprijke grondworden onderscheiden te weten lutum, silt, zand, grind en schelpmateriaal.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70

    6.3.44 Verdeling fijne fractie schelprijke grond archief

    Diagram: Archiefverdeling fijne fractie schelprijke grond - detail
    Verdeling fijne fractie schelprijke grond archief

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van schelprijke grond.

    Regels
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort is gelijk aan een waarde uit de categorie schelprijke grond is.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond, organische grond of grindarme minerale grond.
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoortNEN5104 gelijk is aan schelpenNietGespecificeerd, siltigeSchelpen, zandigeSchelpen, zwakZandigeSchelpen, matigZandigeSchelpen, sterkZandigeSchelpen of uiterstZandigeSchelpen.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 niet gelijk is aan schelpenNietGespecificeerd, siltigeSchelpen, zandigeSchelpen, zwakZandigeSchelpen, matigZandigeSchelpen, sterkZandigeSchelpen of uiterstZandigeSchelpen.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en geschat massa-aandeel schelpen van de entiteit Fractieverdeling en geschat massa-aandeel grind van de entiteit Fractieverdeling moet gelijk zijn aan 100 wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan ja.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en geschat massa-aandeel schelpen van de entiteit Fractieverdeling en geschat massa-aandeel grind van de entiteit Fractieverdeling mag niet groter zijn dan 100 wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan nee.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en geschat massa-aandeel schelpen van de entiteit Fractieverdeling en geschat massa-aandeel grind van de entiteit Fractieverdeling moet groter zijn dan 0 wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan nee.
    Toelichting

    IMBRO/A Het gegeven komt alleen voor onder IMBRO/A. Vanaf Standaard Boor Beschrijvingsmethode6 wordt de fractieverdeling van schelprijke gronden op een andere manier bepaald.
    De fijne fractie van het minerale bestanddeel van grond omvat de zand-, silt en lutumfracties.Van schelprijke gronden werden in het verleden de aandelen in de massa geschat enwordt het geheel van de minerale fracties plus schelpen op 100 % gesteld.

    6.3.44.1 geschat massa-aandeel zand
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie schelprijke grond archief
    Definitie

    Het geschat aandeel zand in de massa van het geheel van de vier fracties, lutum, silt,zand en schelpen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.44.2 geschat massa-aandeel silt
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie schelprijke grond archief
    Definitie

    Het geschat aandeel silt in de massa van het geheel van de vier fracties, lutum, silt,zand en schelpen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.44.3 geschat massa-aandeel lutum
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie schelprijke grond archief
    Definitie

    Het geschat aandeel lutum in de massa van het geheel van de vier fracties, lutum,silt, zand en schelpen.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.45 Verdeling fijne fractie organische grond

    Diagram: Verdeling fijne fractie organische grond - detail
    Verdeling fijne fractie organische grond

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van organische grond.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie organische grond.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond, schelprijke grond of grindarme minerale grond.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en het geschat massa-aandeel organische stof van de entiteit Fractieverdeling moet gelijk zijn aan 100, wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan ja, en dat is onder IMBRO altijd het geval.
    Regels IMBRO/A
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort is gelijk aan een waarde uit de categorie organische grond is.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan archeologischStandaardArchief, geologischStandaardArchief of geologischUitgebreidArchief, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond, schelprijkegrond of grindarme minerale grond.
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoortNEN5104 gelijk is aan veenNietGespecificeerd, mineraalrijkVeen, mineraalarmVeen, kleiigVeen, zwakKleiigVeen, sterkKleiigVeen, zandigVeen, zwakZandigVeen, sterkZandigVeen, bruinkoolNietGespecificeerd, mineraalrijkeBruinkool, mineraalarmeBruinkool, kleiigeBruinkool, zwakKleiigeBruinkool, sterkKleiigeBruinkool, zandigeBruinkool, zwakZandigeBruinkool, sterkZandigeBruinkool, detritusNietGespecificeerd, mineraalrijkeDetritus, mineraalarmeDetritus, kleiigeDetritus, zwakKleiigeDetritus, sterkKleiigeDetritus, zandigeDetritus, zwakZandigeDetritus, sterkZandigeDetritus, gyttjaNietGespecificeerd, mineraalrijkeGyttja, mineraalarmeGyttja, kleiigeGyttja, zwakKleiigeGyttja, sterkKleiigeGyttja, zandigeGyttja, zwakZandigeGyttja, sterkZandigeGyttja of dy.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischNEN5104Archief, en de waarde van het attribuut grondsoort NEN5104 niet gelijk is aan veenNietGespecificeerd, mineraalrijkVeen, mineraalarmVeen, kleiigVeen, zwakKleiigVeen, sterkKleiigVeen, zandigVeen, zwakZandigVeen, sterkZandigVeen, bruinkoolNietGespecificeerd, mineraalrijkeBruinkool, mineraalarmeBruinkool, kleiigeBruinkool, zwakKleiigeBruinkool, sterkKleiigeBruinkool, zandigeBruinkool, zwakZandigeBruinkool, sterkZandigeBruinkool, detritusNietGespecificeerd, mineraalrijkeDetritus, mineraalarmeDetritus, kleiigeDetritus, zwakKleiigeDetritus, sterkKleiigeDetritus, zandigeDetritus, zwakZandigeDetritus, sterkZandigeDetritus, gyttjaNietGespecificeerd, mineraalrijkeGyttja, mineraalarmeGyttja, kleiigeGyttja, zwakKleiigeGyttja, sterkKleiigeGyttja, zandigeGyttja, zwakZandigeGyttja, sterkZandigeGyttja of dy.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en het geschat massa-aandeel organische stof van de entiteit Fractieverdeling mag niet groter zijn dan 100, wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan nee.
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt, geschat massa-aandeel lutum en het geschat massa-aandeel organische stof van de entiteit Fractieverdeling moet groter zijn dan 0, wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig van de entiteit Fractieverdeling gelijk is aan nee.
    Toelichting

    De fijne fractie van het minerale bestanddeel van grond omvat de zand-, silt en lutumfracties.Van organische grond worden de aandelen in de massa geschat en wordt het geheel vande drie fijne minerale fracties plus organische stof op 100 % gesteld.
    IMBRO/A Voor gegevens die zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht is de fractieverdelingniet altijd volledig vastgelegd.

    6.3.45.1 geschat massa-aandeel zand
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie organische grond
    Definitie

    Het geschat aandeel zand in de massa van het geheel van de drie fijne minerale fractiesplus organische stof.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 85
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.45.2 geschat massa-aandeel silt
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie organische grond
    Definitie

    Het geschat aandeel silt in de massa van het geheel van de drie fijne minerale fractiesplus organische stof.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 85
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.45.3 geschat massa-aandeel lutum
    Type gegevenAttribuut van Verdeling fijne fractie organische grond
    Definitie

    Het geschat aandeel lutum in de massa van het geheel van de drie fijne minerale fractiesplus organische stof.

    Juridische statusAuthentiek
    Kardinaliteit1
    Domein
    NaamMeetwaarde2.0
    Eenheid% (procent)
    Waardebereik0 tot 70
    Regels IMBRO/A
    • De waarde moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling volledig gelijk is aan ja .
    Mogelijk geen waardeJa
    Reden geen waarde

    Voor IMBRO/A-gegevens mag de waarde ontbreken wanneer de waarde van het attribuut fractieverdeling niet volledig gelijk is aan nee . is.

    6.3.46 Verdeling fijne fractie grindarme minerale grond

    Diagram: Verdeling fijne fractie niet-grindige minerale grond - detail
    Verdeling fijne fractie grindarme minerale grond

    Type gegevenEntiteit
    Definitie

    De samenstelling van de fijne fractie van het minerale deel van grindarme mineralegrond.

    Regels
    • De entiteit moet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd, en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie grindarme minerale grond.
    • De entiteit mag niet aanwezig zijn wanneer de waarde van het attribuut beschrijfkwaliteit van de entiteit Boorprofiel gelijk is aan geologischUitgebreidGeroerd of geologischUitgebreidOngeroerd , en de waarde van het attribuut geologische grondsoort van de entiteit Grond is gelijk aan een waarde uit de categorie grindrijke minerale grond , schelprijke grond of organische minerale grond .
    • De som van het geschat massa-aandeel zand, geschat massa-aandeel silt en geschat massa-aandeel lutum moet gelijk zijn aan 100, wanneer de waarde van het attr