Praktijkrichtlijnen Standaarden Omgevingswet v0.98.1-beta

Geonovum Praktijkrichtlijn
Vastgestelde versie

Deze versie:
https://docs.geostandaarden.nl/tpod/def-pr-pso-20190801/
Laatst gepubliceerde versie:
https://docs.geostandaarden.nl/tpod/pso/
Laatste werkversie:
https://geonovum.github.io/Praktijkrichtlijnen-Standaarden-Omgevingswet/
Redacteur:
PR33, Geonovum
Auteurs:
Nadine van Dun, Geonovum
Lindy Heesters, Geonovum
Mira de Ree, Geonovum
Britt van Waveren, Geonovum
Doe mee:
GitHub Geonovum/Praktijkrichtlijnen-Standaarden-Omgevingswet
Dien een melding in
Revisiehistorie
Pull requests
Rechtenbeleid:

Status van dit document

Deze paragraaf beschrijft de status van dit document ten tijde van publicatie. Het is mogelijk dat er actuelere versies van dit document bestaan. Een lijst van Geonovum publicaties en de laatste gepubliceerde versie van dit document zijn te vinden op https://www.geonovum.nl/geo-standaarden/alle-standaarden.

Dit is de definitieve versie van de praktijkrichtlijn. Wijzigingen naar aanleiding van consultaties zijn doorgevoerd. Een praktijkrichtlijn is een product dat informatie geeft, vaak met een technisch karakter, dat nodig is voor het toepassen van een standaard. Een praktijkrichtlijn hoort altijd bij een standaard/norm.

Versie 0.98.1-beta ten behoeve van DSO-oplevering PI11 dd. 01-08-2019

1. Wegwijzer door de praktijkrichtlijnen STOP/TPOD

1.1 Introductie STOP/TPOD standaarden

De Omgevingswet bundelt en moderniseert wetten voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water in één wet. Alle informatie over wat er ergens wel en niet mag, moet straks ook digitaal te vinden en bevragen zijn.

Voor de betrokken overheidsinstanties betekent dit dat zij hun Omgevingswetbesluiten digitaal beschikbaar moeten maken. De standaarden bieden daarvoor het sjabloon of “model”. De modellen bieden een vaste structuur die ervoor zorgt dat iedereen de inhoud van besluiten kan bekijken en bevragen.

De Omgevingswet biedt veel beleidsvrijheid. Als bevoegd gezag wil je dat jouw regels, visies en besluiten goed en duidelijk overkomen. Maar je wilt ook dat de omgevingswetbesluiten praktisch te beheren zijn. Kennis van de standaarden kan je hierbij helpen.

Deze website wijst je vanuit verschillende invalshoeken de weg naar belangrijke, praktische onderwerpen in de STOP/TPOD standaarden. In onderstaande introductie, lichten we kort de modellen en hun samenhang toe.

1.2 Waar staan de afkortingen STOP en TPOD voor?

Er is één generieke standaard ontwikkeld voor alle overheidspublicaties: de Standaard Officiële Overheidspublicaties, ofwel STOP. Deze standaard ondersteunt de functies opstellen, vaststellen, bekendmaken en beschikbaar stellen van officiële publicaties via een landelijke voorziening.

Aanvullend op de STOP standaard zijn er Toepassingsprofielen voor Omgevingsdocumenten (TPOD). Een TPOD definieert de specifieke toepassing van de STOP voor Omgevingswetbesluiten. Het toepassingsprofiel beschrijft:

De STOP/TPOD standaarden hebben dus vooral betrekking op het digitaal goed overbrengen van de inhoud van besluiten.

Binnen het digitale stelsel van de Omgevingswet zijn dit niet de enige standaarden. Er zijn ook nog standaarden voor de vragenbomen in het Omgevingsloket en voor het indienen en ontvangen van vergunningsaanvragen. Op aan de slag met de Omgevingswet staan alle standaarden beschreven.

1.3 Modulaire opbouw

Om de technische complexiteit te verminderen en de nieuwe opzet beter te laten aansluiten bij bestaande standaarden is door het DSO programma besloten om een modulaire structuur voor de STOP in te voeren. Dit houdt in dat alle informatie van een OW-besluit niet meer in één groot bestand wordt aangeleverd, maar terecht komt in verschillende bestanden met elk een eigen functie.

Een voorbeeld hiervan is dat voor de bekendmaking van de Omgevingsregeling (0.98bèta) de geometrieën van een geografisch informatieobject geen onderdeel meer zijn van het bestand waarin ook de tekst staat, maar worden opgeslagen in een los GML bestand.

Deze manier van opbouwen heeft weer verschillende nieuwe vragen opgeleverd voor het ontwerp van de Standaard Officiële Publicaties (STOP), bijvoorbeeld:

De modulaire structuur heeft vooral consequenties voor de techniek (LVBB, DSO-LV, validaties, software om OW-besluiten te creëeren) en niet zozeer op de inhoud van de OW-besluiten.

Er volgt nog een beschrijving van de modules voor:

Deze zullen nog opgeleverd worden als onderdeel van de v0.98-kern versie van de STOP. Tevens heeft ook de informatieaansluiting met het CIMOW met toestanden van regelingen uit de STOP de aandacht en wordt verder uitgewerkt.

1.4 Waar zorgen de standaarden voor?

De STOP/TPOD standaarden maken het mogelijk om informatie te kunnen vinden en te kunnen koppelen, bijvoorbeeld de juridische regel en het gebied waarop de regel van toepassing is, het werkingsgebied. Ze maken het mogelijk om instanties automatisch te informeren over wijzigingen van een OW-besluit. En ze zorgen ervoor dat een besluit met de bijbehorende locatie-informatie én de toelichting op het besluit, digitaal te raadplegen is op verschillende systemen en met verschillende applicaties.

De afspraken die zijn gemaakt om dit alles te laten functioneren, zijn vastgelegd in de modellen van de standaard: het informatiemodel, het berichtenmodel en het presentatiemodel.

1.5 Standaard Toepasbare Regels

Naast de STOP/TPOD zijn er nog andere standaarden die van toepassing zijn voor het OW-besluit, zoals bijvoorbeeld de Standaard toepasbare regels (STTR) en het bijbehorende Informatiemodel toepasbare regels (IMTR). Deze standaarden helpen aanvragers bij het Omgevingsloket. De standaarden helpen om juridische regels begrijpelijk te maken in de vorm van vragenbomen. Het Bestuursakkoord Implementatie Omgevingswet verplicht het regelgevend bestuursorgaan de STTR te gebruiken voor het leveren van toepasbare regels aan het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO).

Deze standaard heeft raakvlakken met de STOP/TPOD op het gebied van activiteiten (zie hiervoor het onderwerp annoteren) en werkingsgebieden.

1.6 Met wat voor typen modellen heb je te maken?

Om het digitale gegevensverkeer in al haar facetten te stroomlijnen, kom je binnen het omgevingswetdomein drie groepen standaarden tegen: informatiemodellen, berichtenmodel en presentatiemodel (weergave).

Informatiemodellen

Bij het informatiemodel gaat het om WAT er wordt uitgewisseld. Dat zijn voor de OW-besluiten dus alle gegevens die horen bij het besluit, inclusief geo-informatie, informatie uit de basisregistratie en dus alle kenmerken die helpen bij het zoeken en vinden van besluiten in DSO. Er zijn informatiemodellen voor de officiële publicaties (IMOP), voor de verschillende toepassingsprofielen (TPOD/IMOW) en er zijn ook conceptuele informatiemodellen: CIMOP en CIMOW. Die laatsten beschrijven de grammatica die de informatiemodellen voor officiële publicaties en toepassingsprofielen in het omgevingswetdomein gebruiken.

Berichtenmodel

Bij het berichtenmodel gaat het om HOE er wordt uitgewisseld. Het berichtenmodel regelt bijvoorbeeld dat andere bevoegde gezagen automatisch op de hoogte kunnen worden gesteld van wijzigingen in een bepaald OW-besluit.

Presentatiemodel

Het presentatiemodel zorgt ervoor dat het mogelijk is om door alle koppelingen van ingevoerde gegevens zowel een kaart als de bijbehorende regeltekst ZICHTBAAR TE MAKEN die duidelijk en ondubbelzinnig LEESBAAR is voor de eindgebruiker.

1.7 Wat zijn belangrijke onderwerpen om te verkennen voor wie omgevingswetbesluiten opstelt en vastlegt?

Voor wie met het opstellen en vastleggen van omgevingsbesluiten aan de slag gaat, zijn de volgende onderwerpen zeer de moeite waard om in te duiken.

2. Inhoudelijke aspecten omgevingsplan

2.1 Inhoudelijke aspecten

De TPOD is in feite een schakel tussen de juridische (inhoudelijke) bepalingen in de Omgevingswet en de technische specificaties voor het ontwikkelen van software ten behoeve van de afzonderlijke OW-besluiten. In hoofdstuk 2 van de TPOD staan o.a. overzichten met betrekking tot de inhoud van het OW-besluit die het kan en mag bevatten. Daarnaast geeft het aan, op basis van de Omgevingswet, of er sprake is van overgangsrecht en of er andere regels of besluiten zijn die kunnen leiden tot wijzigingen in het OW-besluit (meervoudig bronhouderschap). Ook beschrijft het hoe het OW-besluit omgaat met de bruidsschat.

De hiervoor genoemde inhoudelijke aspecten vormen een deel van de uitgangspunten voor het modelleren van het OW-besluit. De TPOD vertaalt dit naar informatiekundige specificaties.

Naast de TPOD is er ook aanvullende informatie beschikbaar, veelal in de vorm van een handreiking of een modelleringsrichtlijn. Hierin staat voor het specifieke OW-besluit welke inhoudelijke richtlijnen of afspraken er nog meer gemaakt worden. Tot slot is er nog meer informatie te vinden over het OW-besluit op de website van Informatiepunt Omgevingswet (aandeslagmetdeomgevingswet.nl). Zie voor al deze aanvullende informatie de uitstapjes aan de rechterzijde.

3. Besluitonderdelen en tekstmodel omgevingsplan

3.1 Besluitonderdelen en tekstmodel

Het OW-besluit bestaat uit minimaal twee besluitonderdelen, eventueel kan daar een derde aan worden toegevoegd. De TPOD beschrijft in paragraaf 4.1 welke inhoud in welk besluitonderdeel thuis hoort.

Om de tekst van de besluitonderdelen ook machineleesbaar te maken is in het IMOP-tekstmodel aangegeven welke tekststructuren er mogelijk zijn. Dit zijn respectievelijk de artikelstructuur en de vrijetekststructuur. Het tekstmodel geldt voor alle officiële overheidspublicaties, waaronder straks bijvoorbeeld ook voor publicaties van de belastingdienst. De TPOD schrijft voor ieder besluitonderdeel voor welke tekststructuur gebruikt moet worden, zie daarvoor de paragrafen 5.1, 5.2 en 5.3.

3.2 Tekststructuren

Het onderstaand figuur is een conceptuele weergave van de tekststructuren. Links de artikelstructuur met artikelen en leden met inhoud. Te zien is dat wanneer een artikel leden bevat, de inhoud in het lid voorkomt. Indien het artikel inhoud bevat, zoals in artikel 1.2, is het niet mogelijk om in dat artikel ook leden te plaatsen. Het rechtergedeelte van het figuur geeft de vrijetekststructuur weer, waarin de divisies inhoud bevatten. Inhoud kan alléén voorkomen in een divisie.

Artikelstructuur en vrijetekststructuur

3.3 Besluitonderdelen en hun tekststructuur

In onderstaand figuur is per besluitonderdeel en de bijlages daarvan conceptueel aangegeven welke tekststructuur van toepassing is. Let daarbij vooral op de kleur van de balkjes; oranje voor artikelstructuur en groen voor vrijetekststructuur. Ook zijn er onderdelen uitgegrijsd, omdat deze niet verplicht zijn.

Besluitonderdelen en hun tekststructuur

3.4 Besluitonderdelen, tekststructuren en tekst- of structuurelementen

Onderstaande tabel geeft nogmaals aan welke tekststructuur van toepassing is bij welk besluitonderdeel en voegt daaraan toe welke tekst- en of structuurelementen daarbij toegepast kunnen worden. In paragraaf 5.2.1.2 van de TPOD is aangegeven in welke hiërarchie de tekst- en structuurelementen mogen voorkomen wat betreft de artikelstructuur. In paragraaf 5.3.2 is dit aangegeven voor de vrijetekststructuur. In de kolom toelichting zijn enkele zaken daaruit overgenomen, voor de volledige informatie moet de TPOD geraadpleegd worden. De verwachting is dat een groot deel door de software automatisch wordt gewaarborgd.

Overzicht van besluitonderdelen en hun bijbehorende tekststructuren en tekst- of structuurelementen

(Besluit) Onderdeel Tekststructuur Tekstelementen / structuurelementen Toelichting
Deel één: motivering vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Bijlage bij deel één (facultatief)  vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Deel twee: regels artikelstructuur Hoofdstuk*, Titel, Afdeling, Paragraaf, Subparagraaf, Subsubparagraaf, Artikel\, Lid* * hoofdstuk en artikel komen verplicht minimaal één keer voor alléén artikel en lid bevatten inhoud. Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst zijn de inhoud.
Bijlage bij deel twee (facultatief)  vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Deel drie: motivering (facultatief) vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Bijlage bij deel drie (facultatief) vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie

3.5 Casco

Zoals aangegeven in bovenstaande geven het IMOP-tekstmodel en de TPOD aan hoe het OW-besluit gestructureerd moet worden qua besluitonderdelen en tekststructuren (incl. het gebruik van tekst- en structuurelementen). Het gaat niet om de inhoudelijke structurering, hiervoor geeft het Casco van de VNG handvatten.

3.6 Tekst- en structuurelementen

Zoals hiervoor aangegeven structureren tekst- en structuurelementen het OW-besluit. Met uitzondering van alinea, figuur, lijst en tabel kunnen alle tekst- en structuurelementen voorzien worden van een Kop. De TPOD schrijft in paragraaf 5.2.2 en 5.3.2 voor hoe iedere Kop eruit moet zien. Het gaat dan om het label, nummer en opschrift.
Daarnaast schrijft de TPOD voor dat de Inhoud (alinea, figuur, lijst en tabel) alléén voor mag komen in Artikel en Lid in de artikelstructuur en in Divisie in de vrijetekststructuur.

3.7 Functioneel verbeelden

Het presentatiemodel schrijft voor hoe deze koppen er vervolgens uit moeten zien. Hierin bepaald het principe van ‘functioneel presenteren’ hoe de tekst verbeeld wordt.

Lees hierover meer op de pagina Presenteren omgevingsplan - functioneel presenteren van artikelstructuur.

3.8 Standaardindeling

Het bevoegd gezag is in grote mate vrij om naar eigen inzicht het OW-besluit in te delen. De TPOD schrijft in paragraaf 5.2.2.2 en 5.4, 5.5 en 5.6 voor welke eisen er aan de inhoudsopgave gesteld worden. Zo is er altijd een hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Daarnaast is er een eis dat alle begrippen gegroepeerd worden in ‘begripsbepalingen’ ofwel in één artikel in hoofdstuk 1, ofwel in één bijlage. Hetzelfde geldt voor meet- en rekenregels. Deze moeten gegroepeerd worden in de ‘meet- en rekenbepalingen’ in één artikel in hoofdstuk 1 of in de bijlage. Dit zorgt ervoor dat ze altijd vindbaar zijn en het draagt bij aan de eenduidigheid van alle regels. Tot slot bevat de TPOD de eis van een bijlage met daarin alle noemers en identificatiecodes.

4. Regels omgevingsplan

4.1 Opbouw van de regels 

Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om diverse soorten regels op te stellen over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Om de regels in het Digitale Stelsel Omgevingswet te laten landen is in de STOP/TPOD uitgewerkt hoe deze zowel mens- als machineleesbaar worden gemaakt.

Over het algemeen kan gezegd worden dat de regels uit regeltekst bestaat die aangeeft ‘wat’ er geldt. Daarnaast heeft een regeltekst een werkingsgebied die aangeeft ‘waar’ dit geldt. Tot slot kan een regeltekst voorzien worden van extra informatie die aangeeft ‘waarover’ de regeltekst gaat, door middel van annoteren.

Om de regels in het Digitale Stelsel Omgevingswet te laten landen bestaan deze uit verschillende onderdelen:

Onderdelen van regels

In dit deel van de wegwijzer lees je meer over deze onderdelen van de regels.

4.2 Regeltekst en juridische regel

Zoals rechtsboven in 2. Besluitonderdelen en tekstmodel is uitgewerkt, bestaat een OW-besluit uit tekst- en structuurelementen. Binnen de tekst- en structuurelementen zijn informatiekundige elementen aangewezen waaraan informatie gekoppeld kan worden. In OW-besluiten met een artikelstructuur (zoals dit OW-besluit) is dit de regeltekst. Regeltekst is de kleinste zelfstandige eenheid van (een of meer) bij elkaar horende juridische regels: een artikel of lid. De regeltekst is in een tekst concreet aan te wijzen. Meer informatie over regeltekst vind je in paragraaf 6.4.1 van de TPOD.

Een juridische regel is de beschrijving van een regel met juridische werkingskracht. Het beschrijft welke regel er juridisch geldig is. Een juridische regel is altijd onderdeel van een regeltekst. Een regeltekst kan een of meerdere juridische regels bevatten. Een juridische regel is een conceptuele constructie die noodzakelijk is om verschillende onderdelen van een regeltekst een eigen locatie te kunnen geven. Meer over het begrip locatie lees je verderop in deze pagina.

Meer informatie over de juridische regel vind je in paragraaf 6.4.2 van de TPOD.

Conceptuele weergave van de juridische regels en regeltekst

Bij bevraging in bijvoorbeeld DSO-LV zal altijd de volledige regeltekst als resultaat worden weergegeven en niet de individuele juridische regel.

Om de regels te kunnen bevragen op de kaart in DSO-LV moet er een werkingsgebied gekoppeld worden aan de regeltekst. Het koppelen van een werkingsgebied aan de regeltekst is verplicht. Verderop in deze pagina vind je uitleg over werkingsgebieden.

Verder is het mogelijk om de regeltekst te annoteren. Annoteren is noodzakelijk om het bevragen van de regels in DSO-LV mogelijk te maken. Ook is het annoteren noodzakelijk om de regels op een betekenisvolle manier te verbeelden op de kaart in DSO-LV. Meer informatie over annoteren in relatie tot presenteren vind je in paragraaf 7.1 van [het Presentatiemodel].

4.3 Attributen van regeltekst

Aan een regeltekst moet dus een werkingsgebied gekoppeld worden en de regeltekst kan ook geannoteerd worden. Daarnaast heeft regeltekst een aantal attributen die zijn afgeleid van de juridische regel. Dit zijn de attributen regelkwalificatie, thema en onderwerp.

De attributen thema en onderwerp zijn optioneel en mogen zo vaak voorkomen als gewenst. Deze attributen geven aan wat het thema en/of onderwerp is van de juridische regels. Binnen een regeltekst mogen juridische regels voorkomen met meerdere thema’s en/of onderwerpen. Meer informatie over de attributen thema en onderwerp vind je in paragraaf 6.4.2.3 en 6.4.2.4 van de TPOD.

Met het attribuut regelkwalificatie wordt vastgelegd tot welke soort regel de juridische regel behoort en voor wie de regel bedoeld is. De regelkwalificatie zegt iets over de regel en niet over het inhoudelijke aspect waar de regel over gaat. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen instructieregels, omgevingswaarderegels en regels voor iedereen.

Een regeltekst mag maar één regelkwalificatie hebben. Dat betekent concreet dat alle juridische regels binnen één regeltekst dezelfde regelkwalificatie moeten hebben. Bij de inhoudelijke opstelling van een regeltekst moet hier rekening mee gehouden worden.

Meer informatie over de attributen van juridische regels en regeltekst vind je in paragraaf 6.4.1 en 6.4.2 van de TPOD.

Meer informatie over het attribuut regelkwalificatie vind je in paragraaf 6.4.3 van de TPOD.

4.4 De termen locatie en werkingsgebied

De termen locatie en werkingsgebied worden momenteel wel eens door elkaar gebruikt. Dit onderwerp bevat de informatie over het werkingsgebied en de locatie, de samenhang ertussen en de daarbij behorende begrippen, zoals juridische regel, locatieaanwijzing en geografisch informatieobject.

Het doel is om inzicht te bieden in de betekenis van deze termen. Hiertoe worden de verschillende begrippen toegelicht een paar voorbeelden uitgewerkt. Dit geeft inzicht in de globale werking ervan en is niet volledig in detailinformatie. Daarvoor word je verwezen naar IMOW en de TPOD.

4.5 Locatie en werkingsgebied in context

Om de termen locatie en werkingsgebied en hun onderlinge relatie goed te kunnen duiden is een toelichting nodig op begrippen die met deze twee termen van doen hebben. In de onderstaande figuur zijn deze begrippen in vereenvoudigde weergave met elkaar in verband gebracht.

Conceptuele weergave van locatie en werkingsgebied en de relatie met andere relevante begrippen

In de gepresenteerde samenhang van de begrippen wordt duidelijk dat een locatie op twee manieren kan worden ‘aangeroepen’:

Om de betekenis van locatie en werkingsgebied goed te kunnen duiden worden in de volgende delen de definitie en toepassing van de begrippen beschreven en worden hun onderlinge relaties aan de hand van voorbeelden nader toegelicht.

4.6 Locatie

Definitie

Een locatie legt de geometrische afbakening van het werkingsgebied van een regeltekst vast en geeft aan waar een juridische regel en/of inhoudelijke annotatie van toepassing is.

Toepassing

Het begrip locatie is voor zowel STOP als voor OW een belangrijk begrip. De locaties in OW-besluiten worden voor een officiële publicatie vastgelegd in een geografisch informatieobject. Daarbij houdt het voor STOP op en wordt locatie in het IMOW verder gemodelleerd.

In het IMOW is gekozen voor de naam locatie, omdat het om de locatie zelf gaat en niet alleen over de rol die locatie speelt in relatie tot een regeltekst, zijnde het werkingsgebied van het artikel of lid. De locatie wordt immers ook gebruikt en beschouwd vanuit een juridische regel of annotaties zoals activiteit, functie, beperkingengebied of normwaarde. Deze rol van locatie wordt de locatieaanduiding genoemd.

Locatie bevat meestal een gebied of een groep van gebieden (gebiedengroep), maar kan ook een punt of een lijn respectievelijk een puntengroep of een lijnengroep zijn. Elk van deze entiteiten bevat een geometrie.

4.7 Werkingsgebied

Definitie

Het werkingsgebied geeft de geometrische afbakening aan waar een regeltekst (dus een artikel of een lid) zijn werking heeft.

Toepassing

Een werkingsgebied geeft informatiekundig de relatie weer tussen een regeltekst met juridische regel(s) en een locatie in de fysieke leefomgeving. Daarom is er in STOP/TPOD altijd sprake van een verplichte relatie van de regeltekst naar een werkingsgebied.

Een regeltekst heeft een attribuut ‘werkingsgebied’ dat een verwijzing is naar een (of meer) locatie(s), zijnde de optelling van de locaties vanuit alle juridische regels die samen de regeltekst vormen.

Op deze wijze hebben juridische regels die in de regeltekst zijn opgenomen werkingskracht in het werkingsgebied van de regeltekst. In de DSO-viewer en de LVBB kunnen met een klik op de kaart ook de regelteksten worden gevonden die werking hebben op die locatie en vice versa.

4.8 Locatieaanduiding

Definitie

Een locatieaanduiding is een toewijzing van juridische regels en/of annotaties aan specifieke locaties in de fysieke leefomgeving of het gehele grondgebied van een bevoegd gezag.

Toepassing

Juridische regels gaan onder andere over een activiteit, een beperkingengebied, een functie, een omgevingswaarde of een omgevingsnorm. De koppeling van een juridische regel aan een locatie wordt gelegd met behulp van een verwijzing. Deze verwijzing wordt een locatieaanduiding genoemd. Vanuit dit oogpunt is de locatie geen werkingsgebied, maar fungeren deze locaties wel als werkingsgebied voor de regeltekst.

4.9 Onderlinge relatie werkingsgebied en regeltekst

De standaard vereist dat een werkingsgebied aan een regeltekst gekoppeld wordt. Regeltekst bevat altijd ten minste één juridische regel, maar kan ook meerdere juridische regels bevatten. Een juridische regel kan ook naar een specifieke locatie in de fysieke leefomgeving verwijzen.

De locatie of locaties die betrekking hebben op het werkingsgebied van regeltekst worden vastgelegd door een verwijzing naar een geografisch informatieobject.

Een informatieobject in STOP/TPOD is een zelfstandige entiteit voor het opslaan en via internet ontsluiten van informatie die onderdeel van een besluit is, maar niet op een voor de mens leesbare manier in de tekst van dat besluit kan worden weergegeven. Het geografisch informatieobject is een informatieobject met ten minste één geometrie. Naast geometrie kan een geografisch informatieobject ook waarden bevatten, zoals waarden voor omgevingsnormen.

De verwijzing naar het geografisch informatieobject komt tot stand door in de juridische regel de noemer van het geografisch informatieobject (en dus ook van de locatie) op te nemen. Deze noemer is een tekstuele aanduiding van de gegevensset, waaruit een lezer kan begrijpen waar het geografisch informatieobject (de locatie) betrekking op heeft.

Een (geografisch) informatieobject kan door meerdere regelingen en/of besluiten worden gebruikt. Door in de tekst van het besluit naar het informatieobject te verwijzen krijgt het informatieobject juridische status en wordt het onderdeel van het besluit. Met de noemer en de unieke identificatie kan de verwijzing vanuit de tekst gerealiseerd worden, waardoor het geografisch informatieobject een juridische status krijgt.

In onderstaand voorbeeld bevat een regeltekst één juridische regel met één werkingsgebied, dat informatiekundig één locatie is. In zo’n geval kan de regeltekst bijvoorbeeld als volgt luiden:

Ter plaatste van het gebied van de functie Bedrijf categorie 2 mogen de locatie en de daarop voorkomende bouwwerken worden gebruikt voor het [naam activiteit].

In dit voorbeeld is de locatie ‘Bedrijf categorie 2’. De verwijzing vanuit de juridische regel, door middel van de noemer, naar de locatie maakt dat in dit voorbeeld het gebied van de functie Bedrijf categorie 2 het werkingsgebied is van de regeltekst.

De locatie ‘Bedrijf categorie 2’ wordt vastgelegd in een geografisch informatieobject met de noemer ‘Bedrijf categorie 2’.

Verwijzing vanuit de juridische regel, door middel van de noemer, naar de locatie, maakt dat het gebied van de functie Bedrijfcategorie 2 het werkingsgebied is van de regeltekst

Door op een machineleesbare manier een verwijzing te maken van een regeltekst naar een locatie, is het mogelijk om via de kaart te bevragen welke juridische regels op een bepaalde locatie van toepassing zijn. Zo is de locatie ‘Bedrijf categorie 2’ het werkingsgebied van de regeltekst. Daarnaast is het door middel van het annoteren van activiteiten in relatie tot deze locatie mogelijk om aan de slag te gaan met toepasbare regels.

4.10 Onderlinge relatie locatieaanduiding en juridische regel

Juridische regels gelden voor een bepaalde specifieke locatie(s) in de fysieke leefomgeving, of voor een heel grondgebied van een bevoegd gezag. De juridische regels verwijzen naar deze locaties (=geometrische afbakening). We noemen deze verwijzing de locatieaanduiding.

Inhoudelijke annotaties zoals activiteit, beperkingengebied, functie, omgevingsnorm en omgevingswaarde kunnen onderdeel zijn van een juridische regel. Ook de toewijzing van een locatie aan deze inhoudelijke annotaties noemen we de locatieaanduiding.

De toewijzing van een locatie aan een activiteit, beperkingengebied, functie, omgevingsnorm en/of omgevingswaarde heeft een sterke relatie met de locatieaanduiding van de juridische regel die het werkingsgebied definieert. In principe geldt dat de locatie van een inhoudelijke annotatie gelijk moet zijn aan de locatieaanduiding van de regel, en gelegen moet zijn binnen het werkingsgebied van de regeltekst waarin de juridische regel is opgenomen.

Informatiekundig worden juridische regel en locatie als twee aparte objecten gezien. Dit maakt het mogelijk om dezelfde locatie te gebruiken in verschillende regels en in bijvoorbeeld verschillende activiteiten, mits bewust dezelfde locatie wordt bedoeld. Als de locatie wijzigt, bijvoorbeeld als de geometrie verandert of een nieuw gebied wordt toegevoegd, dan wijzigt de juridische regel op zichzelf zelf niet. De juridische regel bevat immers alleen een verwijzing naar een locatie. Wanneer deze twee objecten in samenhang met elkaar wijzigen, wijzigt de locatie uiteraard wel.

Het is ook mogelijk om juist aparte locaties te gebruiken die een gelijke geometrische afbakening kennen. Dit kan nodig zijn wanneer de geometrische afbakening van een juridische regel juist niet mee mag veranderen als de locatie hiervan moet wijzigen vanuit een andere juridische regel.

Zo kunnen er bijvoorbeeld vijf verschillende juridische regels tegelijkertijd geldig zijn, op evenzoveel geometrisch afgebakende locaties, waarbij de locaties exact dezelfde geometrie hebben en geïnspireerd zijn op exact dezelfde fysieke locatie. Toch is er dan juridisch gezien sprake van vijf verschillende locaties.

4.11 Regeltekst bevat meerdere juridische regels en meerdere locaties

In onderstaande figuur is in lid 1 sprake van een regeltekst die één juridische regel met één locatie (‘Centrumgebied’) bevat.

Conceptuele weergave van regelteksten met bijbehorende geografische informatieobjecten en werkingsgebieden

In lid 3 is een voorbeeld uitgewerkt van een regeltekst die meerdere juridische regels bevat met meerdere locaties. In zo’n geval kan de regeltekst bijvoorbeeld als volgt luiden:

In het centrumgebied en in het stationsgebied is het toegestaan om zonder vergunning of melding een horeca-inrichting te exploiteren.

In dit voorbeeld zijn er twee locaties en derhalve twee geografische informatieobjecten die bij de bekendmaking c.q. publicatie vastgelegd en aangeleverd worden: 'het centrumgebied' en 'het stationsgebied'.

De twee locaties tezamen vormen het werkingsgebied van de regeltekst, want het werkingsgebied van de regeltekst is dan de optelling van de locaties van alle juridische regels die samen de regeltekst vormen. Het werkingsgebied van de regeltekst van lid 3 is dus het ‘Centrumgebied’ én ‘Stationsgebied’ gezamenlijk.

4.12 Werkingsgebied zonder noemer in de juridische regel

Wanneer er op een andere plek in het omgevingsdocument een locatie benoemd is (met een noemer en een unieke identificatie), kan het voorkomen dat dit niet in de regeltekst herhaald wordt. Het is dan mogelijk om, door middel van de software, alsnog de regeltekst te koppelen aan het gewenste werkingsgebied. De regeltekst blijft daarmee bevraagbaar via de kaart op dat werkingsgebied, zonder dat de lezer van de regeltekst in dat specifieke stuk regeltekst kan zien dat het gekoppeld is. De lezer zal het weten doordat het in dat hoofdstuk of artikel wel beschreven is.

In onderstaande figuur is in lid 2 een voorbeeld geïllustreerd van een regeltekst waarbij niet expliciet een locatie is benoemd.

Conceptuele weergave van werkingsgebied zonder noemer in de juridische regel

De standaard vereist dat een werkingsgebied aan een regeltekst gekoppeld wordt. Dat hoeft niet te betekenen dat een mens dat altijd handmatig hoeft te doen. De software kan die taak gemakkelijker maken, bijvoorbeeld door werkingsgebieden aan grotere delen van de tekst te koppelen (mits dat juridisch juist is). In dit voorbeeld heeft de software de regeltekst aan het werkingsgebied van voorgaande regeltekst gekoppeld. In dit voorbeeld is dat het 'Centrumgebied' uit lid 1.

Het werkingsgebied geeft de geometrische afbakening aan waar een regeltekst zijn juridische werking heeft. Het is wel aan de lezer van de regeltekst om te interpreteren waar, binnen deze geometrische afbakening, de regeltekst wel en niet zijn werking heeft.

4.13 Interpretatie waar binnen het werkingsgebied de regeltekst zijn juridische werking heeft

Een regeltekst kan bijvoorbeeld als volgt luiden:

In de stad Amersfoort mag binnen een afstand van 300 meter rondom een school of kinderopvanglocatie geen coffeeshop worden gevestigd.

Het werkingsgebied kan dan geometrisch worden afgebakend met de grens van de stad Amersfoort. Het wil echter niet zeggen dat nergens in Amersfoort een coffeeshop mag worden gevestigd. Dat kan volgens deze regel wel, mits buiten de afstand van 300 meter van een school of kinderopvanglocatie.

Het is aan de lezer om de inhoud van de regeltekst te interpreteren.

4.14 Het begrip annoteren

Onder annoteren verstaan we het toevoegen of markeren van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen. Een markering heet een annotatie.

4.15 Het doel van annoteren

Annoteren maakt het mogelijk dat de tekst uit een regeling of besluit machineleesbaar wordt. Het zorgt er voor dat het besluit of de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat werkingsgebieden en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren helpt ook bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met werkingsgebieden. De bij het annoteren toegevoegde gegevens worden niet direct in de lopende, voor de mens leesbare, tekst weergegeven. De annotaties zijn wel zichtbaar in het machineleesbare bestand.

Annotaties zijn op vrijwel alle objecten of tekstelementen mogelijk. Ze helpen om regels op hun eigenschappen te vinden wanneer zoektermen worden gebruikt. Ze helpen ook om regels op hun eigenschappen te kunnen presenteren.

IMOW beschrijft vanuit een informatiekundige blik alle objecten die van belang zijn voor het annoteren en het opstellen van OW-besluiten en niet in de laatste plaats ten behoeve van de informatieverschaffing in DSO-LV.

Het gaat om de volgende IMOW-objecten:

In de TPOD wordt in detail toegelicht hoe je kunt annoteren met IMOW-objecten. Meer informatie hierover vind je in paragraaf 6.4 van de TPOD.

4.16 Waarom annoteren?

STOP en IMOW maken het mogelijk om een regeltekst een werkingsgebied te geven door een verwijzing naar de locatie van de regeltekst op te nemen. Een computer weet dan dat beide bij elkaar horen, maar kan geen verdere betekenis aan die relatie geven. Ook kan het werkingsgebied niet voor een mens betekenisvol op een kaart weergegeven worden.

Dit kan wel met het mechanisme van annoteren: het toevoegen van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen die die besluiten en regelingen machineleesbaar maken. Annoteren zorgt er voor dat het besluit of de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat werkingsgebieden en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren kan ook helpen bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met werkingsgebieden. Voor het annoteren van OW-besluiten gebruikt TPOD de IMOW-objecten.

Annoteren is niet verplicht, maar wel noodzakelijk om het afgesproken dienstverleningsniveau van het DSO-LV te bereiken. Ieder bevoegd gezag kan zelf bepalen wanneer het digitaal optimaal is. Dit hangt af van het ambitieniveau, de beschikbare capaciteit voor het opstellen van het OW-besluit en de beschikbare capaciteit voor het beheer.

Annotatie-schaal van juridisch minimum tot digitaal optimaal

In welke mate er geannoteerd wordt is dus een afweging die per bevoegd gezag gemaakt dient te worden.

4.17 Toepassen van annoteren

In het IMOP is vastgelegd welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot annoteren. In de TPOD is vervolgens gespecificeerd van welke annotatie mogelijkheden er gebruik gemaakt kan of moet worden volgens IMOW. In onderstaande tabel is voor de annotaties uitgewerkt welke van toepassing zijn in welke OW-besluiten. Een kleine leeswijzer:

Groen=Van toepassing

Rood=Niet van toepassing

Annotatiemogelijkheden per OW-besluit

In de TPOD van het specifieke OW-besluit is in elke paragraaf 6.4 nader uitgewerkt wat deze annotaties omvatten. Het is niet de bedoeling om in deze praktijkrichtlijn volledig alle annotaties uit te werken, maar om meer uitwerking te geven aan hoe die annotaties in de praktijk gaan werken.

Een regeltekst kun je annoteren op een van bovenstaande annotaties. Ook deze bevatten weer eigen typen en attributen. Wordt de regeltekst niet geannoteerd dan is deze als regel ook niet vindbaar of gekwalificeerd. Zie onderstaande figuren voor een schematische weergave.

Annoteren regeltekst

In elke TPOD van de afzonderlijke OW-besluiten is aangegeven of de annotaties in het OW-besluit kunnen voorkomen. Daarnaast is aangegeven welke regels er gelden voor het gebruik van de annotatie.

4.18 Waardelijsten

Bij veel annotaties hoort een lijst vooraf gedefinieerde waarden die de annotatie kan aannemen (aan kan worden toegekend). De waarden staan niet in de objectencatalogus, maar in een waardelijst. Om de uniformiteit te bevorderen worden zoveel mogelijk eenduidige begrippen gebruikt. Daar waar de waarden voor verschillende OW-besluiten gelijk zijn, worden ze onderling afgestemd.

Waardelijsten zijn er in twee vormen:

5. Presenteren omgevingsplan

5.1 Het Presentatiemodel

Een OW-besluit dient begrijpelijk te zijn voor mensen. Daarom dienen OW-besluiten niet alleen machineleesbaar te worden aangeboden, maar ook op een voor de mens te interpreteren wijze. Uitgangspunt is dat de tekst, de bijbehorende locaties en de waarden die verschillende locaties hebben, zo overzichtelijk mogelijk worden gepresenteerd dat de raadpleger ze correct kan interpreteren.

Het presentatiemodel beschrijft de richtlijnen ten aanzien van het presenteren van OW-besluiten. Het gaat in op het presenteren van tekst en het presenteren van geografische informatieobjecten.

Lees hier het Presentatiemodel.

5.2 Principes van het functioneel presenteren

Het presentatiemodel wil grote complexiteit voorkomen ten aanzien van het presenteren van OW-besluiten en wil de nodige flexibiliteit bieden in vormgeving. Daarom wordt het principe van functioneel presenteren gehanteerd.

Volgens het principe van functioneel presenteren worden er functionele eisen gesteld aan wát er weergegeven moet worden, maar het stelt geen eisen aan de exacte opmaakstijl zoals de exacte corpsgrootte van een lettertype of de kleur van een gebied in de kaart. Er is een scheiding tussen de functionele aanduiding (wat wordt er gepresenteerd?) en de stijl van het symbool, zoals de concrete kleurwaarden en mate van transparantie.

In de geest van de Omgevingswet is er bewust voor gekozen om bevoegde gezagen enige vrijheid te bieden ten aanzien van hoe zij hun OW-besluiten en regelingen presenteren. De exacte wijze van presenteren is afhankelijk van welke boodschap het bevoegd gezag precies wilt overbrengen. Dit is mede afhankelijk van het medium waarin het OW-besluit wordt getoond.

Voor de bekendmaking en publicatie van een OW-besluit kan het mogelijk zijn dat een bevoegd gezag bepaalde elementen in een OW-besluit wilt benadrukken om een bepaalde boodschap over te brengen, terwijl in de DSO-viewer de vergelijkbaarheid tussen bepaalde locaties en regels misschien belangrijker is. Het presentatiemodel biedt bevoegde gezagen daarom enige vrijheid om zelf keuzes te maken met betrekking tot de presentatie van een OW-besluit.

Meer informatie over de functionele presentatie van tekst vind je in paragraaf 4.4.1 van het Presentatiemodel.

Meer informatie over de functionele presentatie in kaartbeeld vind je in Hoofdstuk 7 van het Presentatiemodel.

5.3 Verschijningsvormen van een OW-besluit

Het presentatiemodel maakt de inhoud van de digitale informatie uit juridische OW-besluiten, die worden opgeslagen in xml-bestanden, toegankelijk en leesbaar voor de gebruiker. Er zijn verschillende vormen waarop de inhoud van een OW-besluit wordt weergegeven. Deze zijn beschreven in onderstaande figuur.

Overzicht van de verschillende vormen waarop een OW-besluit wordt weergegeven

Meer informatie over de verschijningsvormen van een OW-besluit vind je in Hoofdstuk 2 van het Presentatiemodel.

Het presentatiemodel beschrijft alle generieke onderdelen die nodig zijn voor het presenteren van vaststellingsbesluiten en wijzigingsbesluiten van een OW-besluit. Er zijn ook onderdelen die alleen van toepassing zijn op wijzigingsbesluiten. Deze onderdelen worden separaat toegelicht.

5.4 Presenteren van een besluit

Een besluit bestaat uit de verschillende besluitonderdelen (regelteksten of teksten met een vrijetekststructuur), inclusief de verwijzing naar (geografische) informatieobjecten.

Informatieobjecten in een OW-besluit dienen in de mensleesbare weergave van het besluit opgenomen te worden zodat duidelijk is welke informatie als onderdeel van het besluit is vastgesteld. Het presentatiemodel legt de verbinding tussen het informatieobject en het besluit door de noemer van het informatieobject in de tekst op te nemen. Op deze wijze wordt het informatieobject onderdeel van het juridische besluit.

Onderstaande figuur geeft conceptueel weer hoe vanuit het juridische besluit verwezen wordt naar het informatieobject.

Mensleesbare noemers en verwijzingen naar geografische informatieobjecten in de tekst van het besluit

Meer informatie over de presentatie van het besluit vind je in Hoofdstuk 4 van het Presentatiemodel.

Er bestaat ook een serviceproduct van het besluit/bekendmaking. Een service product van het besluit/bekendmaking is een verrijkte webversie van het besluit. Hier kan extra context aan zijn toegevoegd waardoor de inhoud van het besluit op diverse manieren raadpleegbaar en bevraagbaar is. Het is toegankelijker, maar niet authentiek.

Meer informatie over de presentatie van het serviceproduct van het besluit/bekendmaking vind je in Hoofdstuk 5 van het Presentatiemodel.

5.5 Presenteren van een regeling

De geconsolideerde regeling vormt de basis voor de weergave van de regeling in de LVBB en van het OW-besluit dat in de DSO-viewer te raadplegen is. De geconsolideerde versie van het OW-besluit bestaat uit de tekst, de bijbehorende werkingsgebieden en geografische informatieobjecten.

Het verschil tussen de LVBB en de DSO-viewer is dat de LVBB document georiënteerd is, terwijl de DSO-viewer geconsolideerde informatie laat zien over de interbestuurlijke documenten heen en in combinatie met de ruimtelijke plannen.

Onderstaande figuur toont een conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de LVBB.

Conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de LVBB

Onderstaande figuur toont een conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de DSO-viewer.

Conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de DSO-viewer

Voor de teksten in de LVBB en de DSO-viewer is het principe van functioneel presenteren van tekst van toepassing. In de paragraaf Presenteren van tekst wordt dit beschreven.

Voor de geografische informatieobjecten geldt ook het principe van functioneel presenteren. Welke symbolisatiemethode hierbij toegepast kan worden, wordt beschreven in de paragraaf Presentatie in kaartbeeld. De keuze die hierin gemaakt wordt zal afhankelijk zijn van het medium waarin de regeling geraadpleegd wordt en van de boodschap die een bevoegd gezag wil overbrengen.

Meer informatie over het presenteren van regelingen vind je in Hoofdstuk 6 van het Presentatiemodel.

5.6 Presenteren van tekst

Voor het presenteren van tekst gaat het presentatiemodel uit van het principe van functioneel presenteren. Dit houdt in dat het presentatiemodel functionele eisen stelt aan wát er weergegeven moet worden, maar niet voorschrijft welke exacte opmaakstijl moet worden gebruikt. De stijl van presenteren staat los van het besluit. Dat maakt het flexibel. Dezelfde informatie kan in verschillende media in een andere kleur of font weergegeven worden.

De functionele weergaveregels gaan uit van een bepaalde hiërarchische structuur in een tekst. Deze hiërarchische structuur is bepalend voor de hoe de tekst gepresenteerd kan worden. De koppen en teksten moeten een relatieve grootte hebben die past bij de hiërarchische structuur van de tekst.

Zie onderstaande figuur voor een conceptuele weergave van het principe van functioneel presenteren van tekst.

Principe van functioneel presenteren van tekst

Voor meer informatie over functioneel presenteren van tekst verwijzen we je naar paragraaf 4.4.1 van het Presentatiemodel.

5.7 Tekstpresentatie van teksten met een artikelstructuur

Voor teksten met een artikelstructuur is het kenmerkend dat de regeltekst een artikelsgewijze opbouw heeft.

De TPOD van het OW-besluit beschrijft in paragraaf 5.2 de specificatie van de artikelstructuur. In deze specificatie is beschreven welke tekstelementen zijn toegestaan in het OW-besluit en in welke hiërarchische volgorde deze dienen te staan.

De verschillende tekstelementen moeten worden voorzien van een Kop. Een Kop bevat de volgende Kop-elementen:

In paragraaf 5.2 van de TPOD is gespecificeerd welke regels er gelden voor de in dit OW-besluit voorkomende Koppen.

In welke font en corpsgrootte de Kop opgemaakt wordt mag zelf bepaald worden, zolang het principe van functionele tekstpresentatie wordt toegepast. De TPOD van het OW-besluit legt de hiërarchische volgorde van de tekstelementen vast. Deze volgorde wordt uitgedrukt in relatieve groottes ten opzichte van het kleinste element en dient ook gehanteerd te worden bij de opmaak van tekst (corpsgrootte van het lettertype) die aan een raadpleger wordt getoond. De kop moet dus een relatieve grootte hebben die past bij de hiërarchische opbouw van de tekst.

Principe van functionele tekstpresentatie van tekst met een artikelstructuur

5.8 Tekstpresentatie van teksten met een vrijetekststructuur

Bij de vrijetekststructuur zijn vormvereisten tot een minimum beperkt, zodat bestuursorganen flexibel zijn om het instrument zoveel mogelijk naar eigen inzicht vorm te geven.

In een volgende versie wordt nader uitgewerkt welke richtlijnen er gelden voor de presentatie van teksten met een vrijetekststructuur.

5.9 Presentatie in kaartbeeld: annoteren – symboliseren – presenteren

Voor de functionele presentatie in kaartbeeld is het annoteren van de regeltekst belangrijk. De volgende inhoudelijke annotaties zijn gekoppeld aan een locatie en kunnen daarom gebruikt worden om een geometrie te verbeelden:

In het presentatiemodel worden deze inhoudelijke annotaties en hun attribuut groep gebruikt om te bepalen met welke symboliek (kleur/arcering) een locatie in een kaartbeeld wordt weergegeven. Het principe hiervoor is generiek en kan toegepast worden op alle bovenstaande annotaties.

Bovenstaande annotaties hebben een attribuut groep. Het attribuut groep wordt gebruikt om de annotatie te verbinden aan een symbool waarmee de locatie vervolgens verbeeld wordt op de kaart.

Dit principe kan het best toegelicht worden aan de hand van het voorbeeld in onderstaande afbeelding.

Conceptuele verbeelding van het principe annoteren - symboliseren - presenteren

In bovenstaand voorbeeld zie je een regeltekst waaraan een locatie is gekoppeld: gebied A. Ook is in de regeltekst de activiteit geannoteerd: een uitrit aanleggen. Bij het annoteren van de activiteit kan ook een activiteitengroep gekozen worden, in dit geval: uitwegactiviteit. De activiteitengroep staat in de symbolisatietabel waaraan een symbolisatie is gekoppeld, deze symbolisatie wordt op de kaart als verbeelding van de activiteit getoond.

De waarde van het attribuut groep van de annotatie bepaalt dus de symbolisatie waarmee de locatie wordt verbeeld op de kaart.

Ditzelfde principe kan ook toegepast worden op de annotaties gebiedsaanwijzing (functie en beperkingengebied), omgevingswaarde en omgevingsnorm. Bij deze annotaties zijn respectievelijk functiegroep, beperkingengebiedgroep, omgevingswaardegroep en omgevingsnormgroep bepalend voor de symbolisatie waarmee een locatie wordt verbeeld op de kaart.

Met welke exacte symboliek een locatie in een kaartbeeld wordt getoond is afhankelijk van de symbolisatiemethode die wordt toegepast.

Het presentatiemodel biedt 4 verschillende mogelijkheden voor presenteren op de kaart.

  1. Een default symbool.

  2. Symbolisatie op basis van een afgesproken standaard symbolisatie.

  3. Een eigen symbolisatie die afwijkt van de standaard symbolisatie.

  4. Een symbolisatie specifiek bedoeld voor een kaartviewer, afwijkend van bovenstaande symbolisatie.

Een uitleg over de 4 symbolisatiemethoden met voorbeelden vind je in paragraaf 4.2 van het Presentatiemodel.

5.10 De keuze voor een bepaalde symbolisatiemethode

Het is mogelijk om afhankelijk van de boodschap die je wilt overbrengen met het kaartbeeld te kiezen voor een symbolisatiemethode die daar het beste bij past. Het is goed voor te stellen dat de wijze waarop je een kaartbeeld wilt tonen in de LVBB, anders is dan in de DSO-viewer.

In de LVBB kan bijvoorbeeld één besluit bekend gemaakt worden, dan wil je het kaartbeeld op een manier tonen die goed laat zien wat er in het besluit is vastgesteld. Deze symbolisatie in het kaartbeeld hoeft niet gelijk te zijn aan de symbolisatie in het kaartbeeld in de DSO-viewer. In de DSO-viewer kunnen regelingen interbestuurlijk en interregionaal getoond worden op de kaart. In dat geval heeft de standaardsymbolisatie misschien de voorkeur, zodat de gebruiker de verschillende regelingen en locaties makkelijker kan vergelijken. Om de standaardsymbolisatie te faciliteren is er ook een symbolisatiebibliotheek in het presentatiemodel opgenomen.

De symbolenbibliotheek is zeer uitgebreid om een ruim pallet aan kleuren en vormen te kunnen gebruiken bij de visualisatie van een geografisch informatieobject. Het is niet mogelijk om in de symbolenbibliotheek symbolen toe te voegen. Een bevoegd gezag kan wel kiezen voor een ander symbool dan het standaardsymbool. Als dat gewenst is kan de afwijkende symbolisatie of specifieke symbolisatie toegepast worden.

Voor ruimtelijke plannen gelden de RO-standaarden en de daarmee samenhangende verbeelding. Het presentatiemodel STOP/TPOD is hier niet op van toepassing. De symbolisatiebibliotheek in het presentatiemodel sluit wel zo veel mogelijk aan op de verbeelding van ruimtelijke plannen.

Voor de symbolenbibliotheek wordt verwezen naar Symbolisatiebibliotheek_STOP_v0.98 beta.xlsx en SLD_Symbolenbibliotheek_STOP_v0.98 beta.xml

De kleur zoals voorgesteld in de symbolisatiebibliotheek is ondersteunend bedoeld. Bij het raadplegen van de kaart zal de gebruiker de kaartviewer interactief moeten gebruiken (bijvoorbeeld door bepaalde kaartlagen aan of uit te zetten) om de juiste conclusies te kunnen trekken.

6. Muteren en consolideren omgevingsplan

6.1 Metadata

De metadata zijn noodzakelijk voor bekendmaken en consolideren van o.a. besluiten (Borging via de Bekendmakingswet BkW). Dit is het juridisch minimumniveau waarop bevoegde gezagen dienen te annoteren.

De metadata zijn verplicht om een besluit te kunnen publiceren, bekend te maken en te consolideren.

Het betreft hoofdzakelijk de metadata van het OW-besluit. Metadata zijn de kenmerken die een besluit of regeling als geheel beschrijven en zijn noodzakelijk om een besluit in de ‘Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen’ (LVBB) te kunnen verwerken en in de regeling te kunnen consolideren.

Metadata hebben hun herkomst deels in STOP en deels in TPOD. Het toevoegen van metadata is verplicht. Dit komt de vindbaarheid van besluiten op de LVBB ten goede.

Er is een aantal metadata die onderdeel zijn van het OW-besluit en dus alleen door een besluit van het bevoegd gezag gewijzigd kunnen worden, bijvoorbeeld de naam van een besluit. De overige metadata zijn geen onderdeel van het OW-besluit, maar worden gebruikt voor de regeling. Deze kunnen gewijzigd worden zonder dat het bevoegd gezag daarover een besluit neemt. Een deel vult de planapplicatie zelf in en een deel zal expliciet door de opsteller moeten worden ingevuld.

Voorbeeld van metadata

De metadata worden ingevuld via de software van bevoegd gezag om een OW-besluit te produceren en bekendmaken.

6.2 De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen

De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB) biedt alle functionaliteiten om besluiten te ontvangen, valideren, bekendmaken, consolideren en beschikbaar stellen als besluit en geconsolideerde versie (regeling). De LVBB wordt ontwikkeld in het kader van de Omgevingswet, maar de ambitie is deze voor alle wet- en regelgeving van Nederland in te zetten. De LVBB is een e-overheidsbouwsteen. Omgevingswetbesluiten die overheden publiceren, komen via deze landelijke voorziening ook in het Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke Voorziening (DSO-LV).

6.3 Het proces muteren & consolideren

Muteren en consolideren betreft het wijzigen en geautomatiseerd samenstellen van de toestanden van de regeling. Dit gebeurd op basis van consolidatie informatie die in een besluit of mutatie ligt besloten, zoals bijvoorbeeld de datum waarop het besluit in werking treedt. Bij het aanpassen van een OW-besluit, door middel van een wijzigingsbesluit, wordt er gesproken over muteren. Het consolideren is het samenvoegen van het initiële besluit en de daarop volgende wijzingsbesluiten, met als resultaat een doorlopende versie van het OW-besluit. Dit is de geconsolideerde versie.

6.4 De stappen voor het wijzigen van een besluit

Het wijzigen van een OW-besluit begint bij het vinden van het geldende besluit. Deze staat in ieder geval op de LVBB als juridische waarheid, maar kan ook in de software worden opgeslagen. Je kunt deze met een nieuwe versie aanmaken en bewerken.

Weergave hoe daadwerkelijk een OW-besluit gewijzigd wordt binnen de Omgevingswet

Bevoegd gezag maakt op basis van een eerder bekendgemaakte versie een nieuwe versie waarin de beoogde wijzigingen zijn aangebracht. Betreft het een nieuwe regeling, dan maken medewerkers de initiële versie. Dit is het startpunt in de afbeelding hierboven.

Een nieuwe versie van het besluit is nodig om later te kunnen tijdreizen en aan te wijzen welke besluiten zijn genomen in een bepaalde versie. De laatste versie wordt in de eerste instantie bewerkt tot een nieuwe geconsolideerde versie.

Het bevoegd gezag moet een formeel besluit nemen over de wijziging. De beschrijving van de wijzigingen wordt door software bepaald; de medewerkers vullen dat aan met bijvoorbeeld een motivatie voor het wijzigen van de regeling.

Na goedkeuring zal het besluit ter bekendmaking aan de LVBB worden verstuurd. Onderdeel van het bericht is de mutatie zoals door IMOP wordt beschreven.

6.5 De stappen voor het wijzigen van een werkingsgebied van een besluit

In de afbeelding hieronder staat een vorige versie van een OW-besluit in de software: Was. De volgende stap is om een gewijzigde versie van het besluit te maken. Hier worden in de software wijzigingen aangebracht. Dit kan een wijziging zijn aan de gehele regeling of slechts een annotatie die men als extra service voor de vindbaarheid of het opvragen van toepasbare regels toevoegt. Muteren betekent kort gezegd toevoegen, verwijderen of wijzigen van het besluit. In het vorige besluit hierboven wordt een kopie gemaakt met een nieuwe versie.

Oude/vorige versie van een OW-besluit

Er wordt een deel van het gebied verwijderd in de afbeelding hieronder in het gebied. Dat betekent dat ook het werkingsgebied van deze activiteiten gewijzigd moet worden.

De software bepaalt het verschil tussen het oude en het nieuwe (gewijzigde) besluit. Het verschil gaat als bericht naar de LVBB voor bekendmaking waar de wijzigingen vervolgens ook opgenomen worden.

De LVBB verwerkt het verschil tussen de twee besluiten en maakt een nieuwe geconsolideerde versie van het OW-besluit. Het verschil heet ook wel de delta.

Wijziging van een OW-besluit

In de afbeelding hieronder zijn de locaties die niet meer van toepassing zijn, geschrapt. De geometrie is aan de rechterkant in zijn geheel verwijderd, omdat er geen werkingsgebied meer van toepassing is op deze set aan besluiten.

Het nieuwe (gewijzigde) OW-besluit

Als onderdeel van de validatie van een besluit zal de LVBB de geconsolideerde regeling samenstellen. De LVBB voert geen consolidatie uit maar gebruikt de informatie uit de mutatie om de versie van de regeling samen te stellen.

Als dit niet mogelijk is, of als de geconsolideerde regeling niet aan de gestelde eisen voldoet (zoals vermeld in de STOP standaard en in het toepassingsprofiel voor de regeling), dan wordt het besluit als niet valide beschouwd en kan het niet bekendgemaakt worden.

De LVBB zorgt ervoor dat het besluit bekendgemaakt wordt. Pas na bekendmaking van het besluit kan de inhoud ervan (en de nieuwe toestand van de geconsolideerde regeling) in werking treden. De LVBB zorgt er ook voor dat zowel het besluit als de regeling verder verspreid worden. Zo zijn de omgevingsdocumenten na de bekendmaking beschikbaar voor het DSO.

Deze wijziging wordt ook verspreid richting het digitaal stelsel Omgevingswet, bijvoorbeeld naar alle wettenbanken, het Omgevingsloket en DSO-LV. Zij halen hier informatie op.

Na validatie en registratie van het besluit, dus nog vóór de bekendmaking, zal via het aanleverkoppelvlak een notificatie verstuurd worden aan bevoegd gezagen die (mede)bronhouder zijn van het besluit en/of de resulterende regelingen dat nieuwe versies beschikbaar zijn. Ze krijgen een terugkoppeling en validatie terug richting de eigen software.

De besluiten en regelingen zijn ook op te halen. In principe worden er afspraken gemaakt, waarin staat wie er naast de bronhouder nog mag muteren.

6.6 De stappen voor het wijzigen van tekst van een besluit

Voor een mutatie in de tekst van een besluit werkt het op gelijke wijze, zoals met de activiteiten en de bijbehorende werkingsgebieden in het voorbeeld hierboven. Alleen is er mogelijk geen mutatie zichtbaar in de werkingsgebieden, maar slechts in de inhoud, ofwel de tekst.

Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat bevoegd gezag een artikel 2 wil aanpassen. Er staat slechts beschreven dat "Auto's 2 uur mogen parkeren in vlakken die blauw omlijnd zijn", maar men is tot het nieuwe inzicht gekomen dat dit ook geldt voor motoren.

In besluit 1 wordt daarom ook de aanpassing gemaakt dat "auto's en motoren 2 uur mogen parkeren in vlakken die blauw omlijnd zijn". In de tekst is het groen gemarkeerde deel toegevoegd.

Dan wordt er nog een aanpassing aan het artikel gemaakt. "Auto's mogen 4 uur parkeren in de vakken die groen omlijnd zijn". Deze wijziging wordt meegenomen in besluit 2.

Dit is een separaat besluit wat apart genomen is. Dan worden uiteindelijk de twee besluiten samengevoegd en ontstaat er een geconsolideerde versie. Hierbij is alle aangepaste tekst uit meerdere besluiten meegenomen in het nieuwe artikel 2.

Hierbij dient aangetekend te worden dat het uiteraard handiger is om de besluiten zelf al samen te voegen en dan pas aan te merken als geconsolideerde versie van artikel 2. Het moet maar net in de tekst passen en het scheelt veel verschilberekeningen.

6.7 Was-wordt berichten

De mutaties aan artikel 2 worden vervolgens meegenomen als een WAS-WORDT-bericht naar de Landelijke voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB). De was is het huidige besluit en de wordt is het nieuwe besluit. Het verschil hier is de zogenoemde delta. Er gaat een bericht uit gestuurd naar de (LVBB) dat artikel 2 gewijzigd is. Vervolgens worden deze wijzigingen goedgekeurd en het oude artikel 2 verdwijnt uit het geconsolideerde plan en de gewijzigde versie wordt daarin geschoven.

Was: Auto's mogen maximaal 2 uur parkeren in vakken die blauw omlijnd zijn.

Verschil: Groen gemarkeerde tekst

Wordt: Auto's en motoren mogen maximaal 2 uur parkeren in vakken die blauw omlijnd zijn en 4 uur in vakken die groen omlijnd zijn.

Mutaties van regels, werkingsgebieden en annotaties worden via WAS-WORDT-mutaties (ook al bekend in de wereld van de BGT) aangeleverd en in de LVBB geconsolideerd.

Een WAS-WORDT-mutatie beschrijft de wijziging van de ene naar de andere versie van de regeling.

Elke wijzigbare component (ofwel: tekst, informatieobject, annotatie) bestaat uit individueel adresseerbare objecten. De mutatie geeft aan:

Alleen voor de juridische componenten (tekst, informatieobjecten) ook voor de gewijzigde objecten:

Was

Huidige werkingsgebieden en regel Artikel 3.9

Uitsluitingen: Alleen laagbouw toegestaan

Verschil/delta

splitsen werkingsgebieden en wijziging regel Artikel 3.9

Uitsluitingen: Bouwen hoger dan 50 m niet toegestaan

Wordt

1 werkingsgebied aangepast en 1 werkingsgebied verwijderd en gewijzigd Artikel 3.9 Uitsluitingen: Bouwen hoger dan 50 m is niet toegestaan.

Het borgen van juridische onveranderlijkheid vereist dat de aangeleverde WAS-WORDT-mutaties volgens dezelfde principes zijn gemaakt als de principes die gebruikt worden om ze te verwerken in de LVBB.

Voor een bevoegd gezag is de stapeling van besluiten de regeling, en zijn de uitgeschreven versies na een wijziging een serviceproduct voor de gebruiker.

Samenvattend wordt er eerst een nieuwe versie van een reeds geconsolideerde regeling opgesteld. Er wordt door bevoegd gezag bepaald welke wijzigingen er hebben plaatsgevonden middels een wijzigingsartikel. Ook worden meteen de verschilweergaven van de bijlagen vastgelegd. Daarna wordt een besluit vastgesteld bij het bevoegd gezag. Hierna wordt het besluit bekendgemaakt. Dit gebeurt nog steeds via de reeds bekende Officiële Bekendmakingen.

Website Officiële Bekendmakingen

Dan kan het omgevingsbesluit gepubliceerd worden met behulp van WAS-WORDT-mutaties en een bijgevoegd bericht op de LVBB. Als het bericht goedgekeurd wordt door het digitale loket dan wordt het nieuwe omgevingsbesluit geconsolideerd met de voorgaande versie. Hiermee wordt meteen de onveranderlijkheid en beschikbaarheid geborgd van het besluit en de bijgevoegde informatieobjecten.

Ook voor werkingsgebieden geldt een was-wordt variant, zoals eerder ook al beschreven bij stappen voor het wijzigen van een werkingsgebied van een OW-besluit.

Was-wordt voor werkingsgebieden (geo-informatieobjecten)

6.8 Berichtenverkeer tussen de bronhouder en de LVBB

In het Informatiemodel vindt de gebruiker wat er wordt uitgewisseld.

In het Berichtenmodel vindt de gebruiker hoe er wordt uitgewisseld

Via het Presentatiemodel wordt een kaartbeeld, duidelijk leesbaar voor de eindgebruiker, getoond.

Praktisch betekent dit dat uitwisselen van automatisch berichtenverkeer loopt via het systeem van de bronhouder welke koppelt met systeem van de LVBB. Er is geen handmatige upload of download van berichten of leveringen. Er wordt gewerkt via het clean order principe. Dat betekent dat in een bericht een duidelijke opdracht voor verwerking meegegeven wordt.

6.9 Componenten voor het berichtenverkeer

Een regeling, of versie daarvan, bestaat uit verschillende componenten, zoals:

Niet elke component wordt in elke mutatie gewijzigd en is soms het wijzigen ook toegestaan zonder besluit.

Het doel van consolideren is het vereenvoudigen van het proces. Er is minder handwerk noodzakelijk en tegelijkertijd meer automatisering van het hele proces. De informatie uit het besluit is direct bruikbaar voor de geconsolideerde regeling.

Waar hierbij rekening mee gehouden dient te worden, zijn de volgende zaken:

6.10 Publicatie en bekendmaking van een officiële publicatie

De software van het bevoegd gezag gebruikt de publicatieservice om een officiële publicatie bekend te maken of te publiceren. Daartoe stuurt het een opdracht naar het Aanleverkoppelvlak. De opdracht bestaat in het algemeen uit twee delen. Het eerste deel beschrijft wat de LVBB moet doen en bevat de gegevens daarvoor; dit deel is specifiek voor het Aanleverkoppelvlak van de LVBB en wordt in dit document beschreven. Als de opdracht een officiële publicatie betreft is het tweede deel de officiële publicatie; deze is (in XML) gemodelleerd volgens de STOP standaard die in de hele keten geldt en wordt hier buiten beschouwing gelaten.

De LVBB zal na het afronden van de verschillende stappen een verslag sturen. De stappen zijn:

  1. Valideren van de officiële publicatie. Dit is gelijk aan het uitvoeren van de validatie service.

  2. Registreren van de officiële publicatie. Via software bevoegd gezag en het aanleverkoppelvlak op de LVBB. Er komt een publicatieverslag (na registratie) en een validatieverslag (na publicatie)

  3. Publiceren/bekendmaken van het besluit. De LVBB zorgt ervoor dat het besluit bekendgemaakt wordt op het gevraagde moment en dat de overige systemen die op de LVBB zijn aangesloten op dat moment over het besluit beschikken. Vanaf dat moment zijn de resulterende geconsolideerde regelingen beschikbaar via LVBB en via de overige systemen, waarnaar alle informative verder gegeven wordt. Als het om technische redenen niet mogelijk is de bekendmaking of publicatie op het gevraagde moment uit te voeren, zal dat in het publicatieverslag aangegeven worden.

Als het technisch mogelijk is, zal het besluit altijd bekendgemaakt worden, ook als het samenstellen of valideren van de geconsolideerde regeling niet mogelijk is.

7. Conformiteitsregels en valideren omgevingsplan

7.1 Validatie- en conformiteitsregels 

Validatie- en conformiteitsregels  zijn criteria waaraan software moet voldoen welke gebruik maakt van de STOP/ TPOD standaard. 

Het doel van validatie- en conformiteitsregels is om de digitale verwerking en publicatie van besluiten te waarborgen. De regels waaraan geconformeerd moet worden, kunnen betrekking hebben op: 

De meeste van de validatie- en conformiteitsregels vinden hun oorsprong in de documentatie van de standaard. Het is dan ook belangrijk om de validatie- en conformiteitsregels in de standaard expliciet te identificeren. De lijst van validatie- en conformiteitsregels kan daarna gegenereerd worden. De lijst is daarmee een afgeleid product. Mogelijk zijn er validatie- en conformiteitsregels die niet in de standaard geduid kunnen worden, bijvoorbeeld omdat ze over procesafspraken gaan die betrekking hebben op de implementatie. In dat geval worden deze extra aan de lijst toegevoegd. 

Meer informatie over de lijst met validatie- en conformiteitsregels vind je hier.

7.2 Categorisatie van validatie- en conformiteitsregels 

Validatie- en conformiteitsregels kunnen worden geclassificeerd als: 

8. Inhoudelijke aspecten omgevingsverordening

8.1 Inhoudelijke aspecten

De TPOD is in feite een schakel tussen de juridische (inhoudelijke) bepalingen in de Omgevingswet en de technische specificaties voor het ontwikkelen van software ten behoeve van de afzonderlijke OW-besluiten. In hoofdstuk 2 van de TPOD staan o.a. overzichten met betrekking tot de inhoud van het OW-besluit die het kan en mag bevatten. Daarnaast geeft het aan, op basis van de Omgevingswet, of er sprake is van overgangsrecht en of er andere regels of besluiten zijn die kunnen leiden tot wijzigingen in het OW-besluit (meervoudig bronhouderschap). Ook beschrijft het hoe het OW-besluit omgaat met de bruidsschat.

De hiervoor genoemde inhoudelijke aspecten vormen een deel van de uitgangspunten voor het modelleren van het OW-besluit. De TPOD vertaalt dit naar informatiekundige specificaties.

Naast de TPOD is er ook aanvullende informatie beschikbaar, veelal in de vorm van een handreiking of een modelleringsrichtlijn. Hierin staat voor het specifieke OW-besluit welke inhoudelijke richtlijnen of afspraken er nog meer gemaakt worden. Tot slot is er nog meer informatie te vinden over het OW-besluit op de website van Informatiepunt Omgevingswet (aandeslagmetdeomgevingswet.nl). Zie voor al deze aanvullende informatie de uitstapjes aan de rechterzijde.

9. Besluitonderdelen en tekstmodel omgevingsverordening

9.1 Besluitonderdelen en tekstmodel

Het OW-besluit bestaat uit minimaal twee besluitonderdelen, eventueel kan daar een derde aan worden toegevoegd. De TPOD beschrijft in paragraaf 4.1 welke inhoud in welk besluitonderdeel thuis hoort.

Om de tekst van de besluitonderdelen ook machineleesbaar te maken is in het IMOP-tekstmodel aangegeven welke tekststructuren er mogelijk zijn. Dit zijn respectievelijk de artikelstructuur en de vrijetekststructuur. Het tekstmodel geldt voor alle officiële overheidspublicaties, waaronder straks bijvoorbeeld ook voor publicaties van de belastingdienst. De TPOD schrijft voor ieder besluitonderdeel voor welke tekststructuur gebruikt moet worden, zie daarvoor de paragrafen 5.1, 5.2 en 5.3.

9.2 Tekststructuren

Het onderstaand figuur is een conceptuele weergave van de tekststructuren. Links de artikelstructuur met artikelen en leden met inhoud. Te zien is dat wanneer een artikel leden bevat, de inhoud in het lid voorkomt. Indien het artikel inhoud bevat, zoals in artikel 1.2, is het niet mogelijk om in dat artikel ook leden te plaatsen. Het rechtergedeelte van het figuur geeft de vrijetekststructuur weer, waarin de divisies inhoud bevatten. Inhoud kan alléén voorkomen in een divisie.

Artikelstructuur en vrijetekststructuur

9.3 Besluitonderdelen en hun tekststructuur

In onderstaand figuur is per besluitonderdeel en de bijlages daarvan conceptueel aangegeven welke tekststructuur van toepassing is. Let daarbij vooral op de kleur van de balkjes; oranje voor artikelstructuur en groen voor vrijetekststructuur. Ook zijn er onderdelen uitgegrijsd, omdat deze niet verplicht zijn.

Besluitonderdelen en hun tekststructuur

9.4 Besluitonderdelen, tekststructuren en tekst- of structuurelementen

Onderstaande tabel geeft nogmaals aan welke tekststructuur van toepassing is bij welk besluitonderdeel en voegt daaraan toe welke tekst- en of structuurelementen daarbij toegepast kunnen worden. In paragraaf 5.2.1.2 van de TPOD is aangegeven in welke hiërarchie de tekst- en structuurelementen mogen voorkomen wat betreft de artikelstructuur. In paragraaf 5.3.2 is dit aangegeven voor de vrijetekststructuur. In de kolom toelichting zijn enkele zaken daaruit overgenomen, voor de volledige informatie moet de TPOD geraadpleegd worden. De verwachting is dat een groot deel door de software automatisch wordt gewaarborgd.

Overzicht van besluitonderdelen en hun bijbehorende tekststructuren en tekst- of structuurelementen

(Besluit) Onderdeel Tekststructuur Tekstelementen / structuurelementen Toelichting
Deel één: motivering vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Bijlage bij deel één (facultatief)  vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Deel twee: regels artikelstructuur Hoofdstuk*, Titel, Afdeling, Paragraaf, Subparagraaf, Subsubparagraaf, Artikel\, Lid* * hoofdstuk en artikel komen verplicht minimaal één keer voor alléén artikel en lid bevatten inhoud. Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst zijn de inhoud.
Bijlage bij deel twee (facultatief)  vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Deel drie: motivering (facultatief) vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Bijlage bij deel drie (facultatief) vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie

9.5 Handreiking omgevingsverordening 2.0

Voorgaande informatie en meer wordt ook behandeld in de handreiking. Vooral de toelichtende tekst in de handreiking omgevingsverordening 2.0 paragraaf 2.7.2 op pagina 39 geeft inzicht in hoe de tekststructuur eruit zou kunnen zien. Deze is gemaakt door het Inter Provinciaal Overleg (IPO) en afgestemd met alle provincies.

9.6 Tekst- en structuurelementen

Zoals hiervoor aangegeven structureren tekst- en structuurelementen het OW-besluit. Met uitzondering van alinea, figuur, lijst en tabel kunnen alle tekst- en structuurelementen voorzien worden van een Kop. De TPOD schrijft in paragraaf 5.2.2 en 5.3.2 voor hoe iedere Kop eruit moet zien. Het gaat dan om het label, nummer en opschrift.
Daarnaast schrijft de TPOD voor dat de Inhoud (alinea, figuur, lijst en tabel) alléén voor mag komen in Artikel en Lid in de artikelstructuur en in Divisie in de vrijetekststructuur.

9.7 Functioneel verbeelden

Ook in de Handreiking Omgevingsverordening 2.0 wordt hier een voorbeeld uitwerking voor gemaakt. Zie hiervoor paragraaf 2.7.2 en dan specifiek op pagina 40.

Het presentatiemodel schrijft voor hoe deze koppen er vervolgens uit moeten zien. Hierin bepaald het principe van ‘functioneel presenteren’ hoe de tekst verbeeld wordt.

Lees hierover meer op de pagina Presenteren omgevingsverordening - functioneel presenteren van artikelstructuur.

9.8 Standaardindeling

Het bevoegd gezag is in grote mate vrij om naar eigen inzicht het OW-besluit in te delen. De TPOD schrijft in paragraaf 5.2.2.2 en 5.4, 5.5 en 5.6 voor welke eisen er aan de inhoudsopgave gesteld worden. Zo is er altijd een hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Daarnaast is er een eis dat alle begrippen gegroepeerd worden in ‘begripsbepalingen’ ofwel in één artikel in hoofdstuk 1, ofwel in één bijlage. Hetzelfde geldt voor meet- en rekenregels. Deze moeten gegroepeerd worden in de ‘meet- en rekenbepalingen’ in één artikel in hoofdstuk 1 of in de bijlage. Dit zorgt ervoor dat ze altijd vindbaar zijn en het draagt bij aan de eenduidigheid van alle regels. Tot slot bevat de TPOD de eis van een bijlage met daarin alle noemers en identificatiecodes.

10. Regels omgevingsverordening

10.1 Opbouw van de regels 

Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om diverse soorten regels op te stellen over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Om de regels in het Digitale Stelsel Omgevingswet te laten landen is in de STOP/TPOD uitgewerkt hoe deze zowel mens- als machineleesbaar worden gemaakt.

Over het algemeen kan gezegd worden dat de regels uit regeltekst bestaat die aangeeft ‘wat’ er geldt. Daarnaast heeft een regeltekst een werkingsgebied die aangeeft ‘waar’ dit geldt. Tot slot kan een regeltekst voorzien worden van extra informatie die aangeeft ‘waarover’ de regeltekst gaat, door middel van annoteren.

Om de regels in het Digitale Stelsel Omgevingswet te laten landen bestaan deze uit verschillende onderdelen:

Onderdelen van regels

In dit deel van de wegwijzer lees je meer over deze onderdelen van de regels.

10.2 Regeltekst en juridische regel

Zoals rechtsboven in 2. Besluitonderdelen en tekstmodel is uitgewerkt, bestaat een OW-besluit uit tekst- en structuurelementen. Binnen de tekst- en structuurelementen zijn informatiekundige elementen aangewezen waaraan informatie gekoppeld kan worden. In OW-besluiten met een artikelstructuur (zoals dit OW-besluit) is dit de regeltekst. Regeltekst is de kleinste zelfstandige eenheid van (een of meer) bij elkaar horende juridische regels: een artikel of lid. De regeltekst is in een tekst concreet aan te wijzen. Meer informatie over regeltekst vind je in paragraaf 6.4.1 van de TPOD.

Een juridische regel is de beschrijving van een regel met juridische werkingskracht. Het beschrijft welke regel er juridisch geldig is. Een juridische regel is altijd onderdeel van een regeltekst. Een regeltekst kan een of meerdere juridische regels bevatten. Een juridische regel is een conceptuele constructie die noodzakelijk is om verschillende onderdelen van een regeltekst een eigen locatie te kunnen geven. Meer over het begrip locatie lees je verderop in deze pagina.

Meer informatie over de juridische regel vind je in paragraaf 6.4.2 van de TPOD.

Conceptuele weergave van de juridische regels en regeltekst

Bij bevraging in bijvoorbeeld DSO-LV zal altijd de volledige regeltekst als resultaat worden weergegeven en niet de individuele juridische regel.

Om de regels te kunnen bevragen op de kaart in DSO-LV moet er een werkingsgebied gekoppeld worden aan de regeltekst. Het koppelen van een werkingsgebied aan de regeltekst is verplicht. Verderop in deze pagina vind je uitleg over werkingsgebieden.

Verder is het mogelijk om de regeltekst te annoteren. Annoteren is noodzakelijk om het bevragen van de regels in DSO-LV mogelijk te maken. Ook is het annoteren noodzakelijk om de regels op een betekenisvolle manier te verbeelden op de kaart in DSO-LV. Meer informatie over annoteren in relatie tot presenteren vind je in paragraaf 7.1 van [het Presentatiemodel].

10.3 Attributen van regeltekst

Aan een regeltekst moet dus een werkingsgebied gekoppeld worden en de regeltekst kan ook geannoteerd worden. Daarnaast heeft regeltekst een aantal attributen die zijn afgeleid van de juridische regel. Dit zijn de attributen regelkwalificatie, thema en onderwerp.

De attributen thema en onderwerp zijn optioneel en mogen zo vaak voorkomen als gewenst. Deze attributen geven aan wat het thema en/of onderwerp is van de juridische regels. Binnen een regeltekst mogen juridische regels voorkomen met meerdere thema’s en/of onderwerpen. Meer informatie over de attributen thema en onderwerp vind je in paragraaf 6.4.2.3 en 6.4.2.4 van de TPOD.

Met het attribuut regelkwalificatie wordt vastgelegd tot welke soort regel de juridische regel behoort en voor wie de regel bedoeld is. De regelkwalificatie zegt iets over de regel en niet over het inhoudelijke aspect waar de regel over gaat. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen instructieregels, omgevingswaarderegels en regels voor iedereen.

Een regeltekst mag maar één regelkwalificatie hebben. Dat betekent concreet dat alle juridische regels binnen één regeltekst dezelfde regelkwalificatie moeten hebben. Bij de inhoudelijke opstelling van een regeltekst moet hier rekening mee gehouden worden.

Meer informatie over de attributen van juridische regels en regeltekst vind je in paragraaf 6.4.1 en 6.4.2 van de TPOD.

Meer informatie over het attribuut regelkwalificatie vind je in paragraaf 6.4.3 van de TPOD.

10.4 De termen locatie en werkingsgebied

De termen locatie en werkingsgebied worden momenteel wel eens door elkaar gebruikt. Dit onderwerp bevat de informatie over het werkingsgebied en de locatie, de samenhang ertussen en de daarbij behorende begrippen, zoals juridische regel, locatieaanwijzing en geografisch informatieobject.

Het doel is om inzicht te bieden in de betekenis van deze termen. Hiertoe worden de verschillende begrippen toegelicht een paar voorbeelden uitgewerkt. Dit geeft inzicht in de globale werking ervan en is niet volledig in detailinformatie. Daarvoor word je verwezen naar IMOW en de TPOD.

10.5 Locatie en werkingsgebied in context

Om de termen locatie en werkingsgebied en hun onderlinge relatie goed te kunnen duiden is een toelichting nodig op begrippen die met deze twee termen van doen hebben. In de onderstaande figuur zijn deze begrippen in vereenvoudigde weergave met elkaar in verband gebracht.

Conceptuele weergave van locatie en werkingsgebied en de relatie met andere relevante begrippen

In de gepresenteerde samenhang van de begrippen wordt duidelijk dat een locatie op twee manieren kan worden ‘aangeroepen’:

Om de betekenis van locatie en werkingsgebied goed te kunnen duiden worden in de volgende delen de definitie en toepassing van de begrippen beschreven en worden hun onderlinge relaties aan de hand van voorbeelden nader toegelicht.

10.6 Locatie

Definitie

Een locatie legt de geometrische afbakening van het werkingsgebied van een regeltekst vast en geeft aan waar een juridische regel en/of inhoudelijke annotatie van toepassing is.

Toepassing

Het begrip locatie is voor zowel STOP als voor OW een belangrijk begrip. De locaties in OW-besluiten worden voor een officiële publicatie vastgelegd in een geografisch informatieobject. Daarbij houdt het voor STOP op en wordt locatie in het IMOW verder gemodelleerd.

In het IMOW is gekozen voor de naam locatie, omdat het om de locatie zelf gaat en niet alleen over de rol die locatie speelt in relatie tot een regeltekst, zijnde het werkingsgebied van het artikel of lid. De locatie wordt immers ook gebruikt en beschouwd vanuit een juridische regel of annotaties zoals activiteit, functie, beperkingengebied of normwaarde. Deze rol van locatie wordt de locatieaanduiding genoemd.

Locatie bevat meestal een gebied of een groep van gebieden (gebiedengroep), maar kan ook een punt of een lijn respectievelijk een puntengroep of een lijnengroep zijn. Elk van deze entiteiten bevat een geometrie.

10.7 Werkingsgebied

Definitie

Het werkingsgebied geeft de geometrische afbakening aan waar een regeltekst (dus een artikel of een lid) zijn werking heeft.

Toepassing

Een werkingsgebied geeft informatiekundig de relatie weer tussen een regeltekst met juridische regel(s) en een locatie in de fysieke leefomgeving. Daarom is er in STOP/TPOD altijd sprake van een verplichte relatie van de regeltekst naar een werkingsgebied.

Een regeltekst heeft een attribuut ‘werkingsgebied’ dat een verwijzing is naar een (of meer) locatie(s), zijnde de optelling van de locaties vanuit alle juridische regels die samen de regeltekst vormen.

Op deze wijze hebben juridische regels die in de regeltekst zijn opgenomen werkingskracht in het werkingsgebied van de regeltekst. In de DSO-viewer en de LVBB kunnen met een klik op de kaart ook de regelteksten worden gevonden die werking hebben op die locatie en vice versa.

10.8 Locatieaanduiding

Definitie

Een locatieaanduiding is een toewijzing van juridische regels en/of annotaties aan specifieke locaties in de fysieke leefomgeving of het gehele grondgebied van een bevoegd gezag.

Toepassing

Juridische regels gaan onder andere over een activiteit, een beperkingengebied, een functie, een omgevingswaarde of een omgevingsnorm. De koppeling van een juridische regel aan een locatie wordt gelegd met behulp van een verwijzing. Deze verwijzing wordt een locatieaanduiding genoemd. Vanuit dit oogpunt is de locatie geen werkingsgebied, maar fungeren deze locaties wel als werkingsgebied voor de regeltekst.

10.9 Onderlinge relatie werkingsgebied en regeltekst

De standaard vereist dat een werkingsgebied aan een regeltekst gekoppeld wordt. Regeltekst bevat altijd ten minste één juridische regel, maar kan ook meerdere juridische regels bevatten. Een juridische regel kan ook naar een specifieke locatie in de fysieke leefomgeving verwijzen.

De locatie of locaties die betrekking hebben op het werkingsgebied van regeltekst worden vastgelegd door een verwijzing naar een geografisch informatieobject.

Een informatieobject in STOP/TPOD is een zelfstandige entiteit voor het opslaan en via internet ontsluiten van informatie die onderdeel van een besluit is, maar niet op een voor de mens leesbare manier in de tekst van dat besluit kan worden weergegeven. Het geografisch informatieobject is een informatieobject met ten minste één geometrie. Naast geometrie kan een geografisch informatieobject ook waarden bevatten, zoals waarden voor omgevingsnormen.

De verwijzing naar het geografisch informatieobject komt tot stand door in de juridische regel de noemer van het geografisch informatieobject (en dus ook van de locatie) op te nemen. Deze noemer is een tekstuele aanduiding van de gegevensset, waaruit een lezer kan begrijpen waar het geografisch informatieobject (de locatie) betrekking op heeft.

Een (geografisch) informatieobject kan door meerdere regelingen en/of besluiten worden gebruikt. Door in de tekst van het besluit naar het informatieobject te verwijzen krijgt het informatieobject juridische status en wordt het onderdeel van het besluit. Met de noemer en de unieke identificatie kan de verwijzing vanuit de tekst gerealiseerd worden, waardoor het geografisch informatieobject een juridische status krijgt.

In onderstaand voorbeeld bevat een regeltekst één juridische regel met één werkingsgebied, dat informatiekundig één locatie is. In zo’n geval kan de regeltekst bijvoorbeeld als volgt luiden:

Ter plaatste van het gebied van de functie Bedrijf categorie 2 mogen de locatie en de daarop voorkomende bouwwerken worden gebruikt voor het [naam activiteit].

In dit voorbeeld is de locatie ‘Bedrijf categorie 2’. De verwijzing vanuit de juridische regel, door middel van de noemer, naar de locatie maakt dat in dit voorbeeld het gebied van de functie Bedrijf categorie 2 het werkingsgebied is van de regeltekst.

De locatie ‘Bedrijf categorie 2’ wordt vastgelegd in een geografisch informatieobject met de noemer ‘Bedrijf categorie 2’.

Verwijzing vanuit de juridische regel, door middel van de noemer, naar de locatie, maakt dat het gebied van de functie Bedrijfcategorie 2 het werkingsgebied is van de regeltekst

Door op een machineleesbare manier een verwijzing te maken van een regeltekst naar een locatie, is het mogelijk om via de kaart te bevragen welke juridische regels op een bepaalde locatie van toepassing zijn. Zo is de locatie ‘Bedrijf categorie 2’ het werkingsgebied van de regeltekst. Daarnaast is het door middel van het annoteren van activiteiten in relatie tot deze locatie mogelijk om aan de slag te gaan met toepasbare regels.

10.10 Onderlinge relatie locatieaanduiding en juridische regel

Juridische regels gelden voor een bepaalde specifieke locatie(s) in de fysieke leefomgeving, of voor een heel grondgebied van een bevoegd gezag. De juridische regels verwijzen naar deze locaties (=geometrische afbakening). We noemen deze verwijzing de locatieaanduiding.

Inhoudelijke annotaties zoals activiteit, beperkingengebied, functie, omgevingsnorm en omgevingswaarde kunnen onderdeel zijn van een juridische regel. Ook de toewijzing van een locatie aan deze inhoudelijke annotaties noemen we de locatieaanduiding.

De toewijzing van een locatie aan een activiteit, beperkingengebied, functie, omgevingsnorm en/of omgevingswaarde heeft een sterke relatie met de locatieaanduiding van de juridische regel die het werkingsgebied definieert. In principe geldt dat de locatie van een inhoudelijke annotatie gelijk moet zijn aan de locatieaanduiding van de regel, en gelegen moet zijn binnen het werkingsgebied van de regeltekst waarin de juridische regel is opgenomen.

Informatiekundig worden juridische regel en locatie als twee aparte objecten gezien. Dit maakt het mogelijk om dezelfde locatie te gebruiken in verschillende regels en in bijvoorbeeld verschillende activiteiten, mits bewust dezelfde locatie wordt bedoeld. Als de locatie wijzigt, bijvoorbeeld als de geometrie verandert of een nieuw gebied wordt toegevoegd, dan wijzigt de juridische regel op zichzelf zelf niet. De juridische regel bevat immers alleen een verwijzing naar een locatie. Wanneer deze twee objecten in samenhang met elkaar wijzigen, wijzigt de locatie uiteraard wel.

Het is ook mogelijk om juist aparte locaties te gebruiken die een gelijke geometrische afbakening kennen. Dit kan nodig zijn wanneer de geometrische afbakening van een juridische regel juist niet mee mag veranderen als de locatie hiervan moet wijzigen vanuit een andere juridische regel.

Zo kunnen er bijvoorbeeld vijf verschillende juridische regels tegelijkertijd geldig zijn, op evenzoveel geometrisch afgebakende locaties, waarbij de locaties exact dezelfde geometrie hebben en geïnspireerd zijn op exact dezelfde fysieke locatie. Toch is er dan juridisch gezien sprake van vijf verschillende locaties.

10.11 Regeltekst bevat meerdere juridische regels en meerdere locaties

In onderstaande figuur is in lid 1 sprake van een regeltekst die één juridische regel met één locatie (‘Centrumgebied’) bevat.

Conceptuele weergave van regelteksten met bijbehorende geografische informatieobjecten en werkingsgebieden

In lid 3 is een voorbeeld uitgewerkt van een regeltekst die meerdere juridische regels bevat met meerdere locaties. In zo’n geval kan de regeltekst bijvoorbeeld als volgt luiden:

In het centrumgebied en in het stationsgebied is het toegestaan om zonder vergunning of melding een horeca-inrichting te exploiteren.

In dit voorbeeld zijn er twee locaties en derhalve twee geografische informatieobjecten die bij de bekendmaking c.q. publicatie vastgelegd en aangeleverd worden: 'het centrumgebied' en 'het stationsgebied'.

De twee locaties tezamen vormen het werkingsgebied van de regeltekst, want het werkingsgebied van de regeltekst is dan de optelling van de locaties van alle juridische regels die samen de regeltekst vormen. Het werkingsgebied van de regeltekst van lid 3 is dus het ‘Centrumgebied’ én ‘Stationsgebied’ gezamenlijk.

10.12 Werkingsgebied zonder noemer in de juridische regel

Wanneer er op een andere plek in het omgevingsdocument een locatie benoemd is (met een noemer en een unieke identificatie), kan het voorkomen dat dit niet in de regeltekst herhaald wordt. Het is dan mogelijk om, door middel van de software, alsnog de regeltekst te koppelen aan het gewenste werkingsgebied. De regeltekst blijft daarmee bevraagbaar via de kaart op dat werkingsgebied, zonder dat de lezer van de regeltekst in dat specifieke stuk regeltekst kan zien dat het gekoppeld is. De lezer zal het weten doordat het in dat hoofdstuk of artikel wel beschreven is.

In onderstaande figuur is in lid 2 een voorbeeld geïllustreerd van een regeltekst waarbij niet expliciet een locatie is benoemd.

Conceptuele weergave van werkingsgebied zonder noemer in de juridische regel

De standaard vereist dat een werkingsgebied aan een regeltekst gekoppeld wordt. Dat hoeft niet te betekenen dat een mens dat altijd handmatig hoeft te doen. De software kan die taak gemakkelijker maken, bijvoorbeeld door werkingsgebieden aan grotere delen van de tekst te koppelen (mits dat juridisch juist is). In dit voorbeeld heeft de software de regeltekst aan het werkingsgebied van voorgaande regeltekst gekoppeld. In dit voorbeeld is dat het 'Centrumgebied' uit lid 1.

Het werkingsgebied geeft de geometrische afbakening aan waar een regeltekst zijn juridische werking heeft. Het is wel aan de lezer van de regeltekst om te interpreteren waar, binnen deze geometrische afbakening, de regeltekst wel en niet zijn werking heeft.

10.13 Interpretatie waar binnen het werkingsgebied de regeltekst zijn juridische werking heeft

Een regeltekst kan bijvoorbeeld als volgt luiden:

In de stad Amersfoort mag binnen een afstand van 300 meter rondom een school of kinderopvanglocatie geen coffeeshop worden gevestigd.

Het werkingsgebied kan dan geometrisch worden afgebakend met de grens van de stad Amersfoort. Het wil echter niet zeggen dat nergens in Amersfoort een coffeeshop mag worden gevestigd. Dat kan volgens deze regel wel, mits buiten de afstand van 300 meter van een school of kinderopvanglocatie.

Het is aan de lezer om de inhoud van de regeltekst te interpreteren.

10.14 Het begrip annoteren

Onder annoteren verstaan we het toevoegen of markeren van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen. Een markering heet een annotatie.

10.15 Het doel van annoteren

Annoteren maakt het mogelijk dat de tekst uit een regeling of besluit machineleesbaar wordt. Het zorgt er voor dat het besluit of de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat werkingsgebieden en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren helpt ook bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met werkingsgebieden. De bij het annoteren toegevoegde gegevens worden niet direct in de lopende, voor de mens leesbare, tekst weergegeven. De annotaties zijn wel zichtbaar in het machineleesbare bestand.

Annotaties zijn op vrijwel alle objecten of tekstelementen mogelijk. Ze helpen om regels op hun eigenschappen te vinden wanneer zoektermen worden gebruikt. Ze helpen ook om regels op hun eigenschappen te kunnen presenteren.

IMOW beschrijft vanuit een informatiekundige blik alle objecten die van belang zijn voor het annoteren en het opstellen van OW-besluiten en niet in de laatste plaats ten behoeve van de informatieverschaffing in DSO-LV.

Het gaat om de volgende IMOW-objecten:

In de TPOD wordt in detail toegelicht hoe je kunt annoteren met IMOW-objecten. Meer informatie hierover vind je in paragraaf 6.4 van de TPOD.

10.16 Waarom annoteren?

STOP en IMOW maken het mogelijk om een regeltekst een werkingsgebied te geven door een verwijzing naar de locatie van de regeltekst op te nemen. Een computer weet dan dat beide bij elkaar horen, maar kan geen verdere betekenis aan die relatie geven. Ook kan het werkingsgebied niet voor een mens betekenisvol op een kaart weergegeven worden.

Dit kan wel met het mechanisme van annoteren: het toevoegen van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen die die besluiten en regelingen machineleesbaar maken. Annoteren zorgt er voor dat het besluit of de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat werkingsgebieden en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren kan ook helpen bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met werkingsgebieden. Voor het annoteren van OW-besluiten gebruikt TPOD de IMOW-objecten.

Annoteren is niet verplicht, maar wel noodzakelijk om het afgesproken dienstverleningsniveau van het DSO-LV te bereiken. Ieder bevoegd gezag kan zelf bepalen wanneer het digitaal optimaal is. Dit hangt af van het ambitieniveau, de beschikbare capaciteit voor het opstellen van het OW-besluit en de beschikbare capaciteit voor het beheer.

Annotatie-schaal van juridisch minimum tot digitaal optimaal

In welke mate er geannoteerd wordt is dus een afweging die per bevoegd gezag gemaakt dient te worden.

10.17 Toepassen van annoteren

In het IMOP is vastgelegd welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot annoteren. In de TPOD is vervolgens gespecificeerd van welke annotatie mogelijkheden er gebruik gemaakt kan of moet worden volgens IMOW. In onderstaande tabel is voor de annotaties uitgewerkt welke van toepassing zijn in welke OW-besluiten. Een kleine leeswijzer:

Groen=Van toepassing

Rood=Niet van toepassing

Annotatiemogelijkheden per OW-besluit

In de TPOD van het specifieke OW-besluit is in elke paragraaf 6.4 nader uitgewerkt wat deze annotaties omvatten. Het is niet de bedoeling om in deze praktijkrichtlijn volledig alle annotaties uit te werken, maar om meer uitwerking te geven aan hoe die annotaties in de praktijk gaan werken.

Een regeltekst kun je annoteren op een van bovenstaande annotaties. Ook deze bevatten weer eigen typen en attributen. Wordt de regeltekst niet geannoteerd dan is deze als regel ook niet vindbaar of gekwalificeerd. Zie onderstaande figuren voor een schematische weergave.

Annoteren regeltekst

In elke TPOD van de afzonderlijke OW-besluiten is aangegeven of de annotaties in het OW-besluit kunnen voorkomen. Daarnaast is aangegeven welke regels er gelden voor het gebruik van de annotatie.

10.18 Waardelijsten

Bij veel annotaties hoort een lijst vooraf gedefinieerde waarden die de annotatie kan aannemen (aan kan worden toegekend). De waarden staan niet in de objectencatalogus, maar in een waardelijst. Om de uniformiteit te bevorderen worden zoveel mogelijk eenduidige begrippen gebruikt. Daar waar de waarden voor verschillende OW-besluiten gelijk zijn, worden ze onderling afgestemd.

Waardelijsten zijn er in twee vormen:

11. Presenteren omgevingsverordening

11.1 Het Presentatiemodel

Een OW-besluit dient begrijpelijk te zijn voor mensen. Daarom dienen OW-besluiten niet alleen machineleesbaar te worden aangeboden, maar ook op een voor de mens te interpreteren wijze. Uitgangspunt is dat de tekst, de bijbehorende locaties en de waarden die verschillende locaties hebben, zo overzichtelijk mogelijk worden gepresenteerd dat de raadpleger ze correct kan interpreteren.

Het presentatiemodel beschrijft de richtlijnen ten aanzien van het presenteren van OW-besluiten. Het gaat in op het presenteren van tekst en het presenteren van geografische informatieobjecten.

Lees hier het Presentatiemodel.

11.2 Principes van het functioneel presenteren

Het presentatiemodel wil grote complexiteit voorkomen ten aanzien van het presenteren van OW-besluiten en wil de nodige flexibiliteit bieden in vormgeving. Daarom wordt het principe van functioneel presenteren gehanteerd.

Volgens het principe van functioneel presenteren worden er functionele eisen gesteld aan wát er weergegeven moet worden, maar het stelt geen eisen aan de exacte opmaakstijl zoals de exacte corpsgrootte van een lettertype of de kleur van een gebied in de kaart. Er is een scheiding tussen de functionele aanduiding (wat wordt er gepresenteerd?) en de stijl van het symbool, zoals de concrete kleurwaarden en mate van transparantie.

In de geest van de Omgevingswet is er bewust voor gekozen om bevoegde gezagen enige vrijheid te bieden ten aanzien van hoe zij hun OW-besluiten en regelingen presenteren. De exacte wijze van presenteren is afhankelijk van welke boodschap het bevoegd gezag precies wilt overbrengen. Dit is mede afhankelijk van het medium waarin het OW-besluit wordt getoond.

Voor de bekendmaking en publicatie van een OW-besluit kan het mogelijk zijn dat een bevoegd gezag bepaalde elementen in een OW-besluit wilt benadrukken om een bepaalde boodschap over te brengen, terwijl in de DSO-viewer de vergelijkbaarheid tussen bepaalde locaties en regels misschien belangrijker is. Het presentatiemodel biedt bevoegde gezagen daarom enige vrijheid om zelf keuzes te maken met betrekking tot de presentatie van een OW-besluit.

Meer informatie over de functionele presentatie van tekst vind je in paragraaf 4.4.1 van het Presentatiemodel.

Meer informatie over de functionele presentatie in kaartbeeld vind je in Hoofdstuk 7 van het Presentatiemodel.

11.3 Verschijningsvormen van een OW-besluit

Het presentatiemodel maakt de inhoud van de digitale informatie uit juridische OW-besluiten, die worden opgeslagen in xml-bestanden, toegankelijk en leesbaar voor de gebruiker. Er zijn verschillende vormen waarop de inhoud van een OW-besluit wordt weergegeven. Deze zijn beschreven in onderstaande figuur.

Overzicht van de verschillende vormen waarop een OW-besluit wordt weergegeven

Meer informatie over de verschijningsvormen van een OW-besluit vind je in Hoofdstuk 2 van het Presentatiemodel.

Het presentatiemodel beschrijft alle generieke onderdelen die nodig zijn voor het presenteren van vaststellingsbesluiten en wijzigingsbesluiten van een OW-besluit. Er zijn ook onderdelen die alleen van toepassing zijn op wijzigingsbesluiten. Deze onderdelen worden separaat toegelicht.

11.4 Presenteren van een besluit

Een besluit bestaat uit de verschillende besluitonderdelen (regelteksten of teksten met een vrijetekststructuur), inclusief de verwijzing naar (geografische) informatieobjecten.

Informatieobjecten in een OW-besluit dienen in de mensleesbare weergave van het besluit opgenomen te worden zodat duidelijk is welke informatie als onderdeel van het besluit is vastgesteld. Het presentatiemodel legt de verbinding tussen het informatieobject en het besluit door de noemer van het informatieobject in de tekst op te nemen. Op deze wijze wordt het informatieobject onderdeel van het juridische besluit.

Onderstaande figuur geeft conceptueel weer hoe vanuit het juridische besluit verwezen wordt naar het informatieobject.

Mensleesbare noemers en verwijzingen naar geografische informatieobjecten in de tekst van het besluit

Meer informatie over de presentatie van het besluit vind je in Hoofdstuk 4 van het Presentatiemodel.

Er bestaat ook een serviceproduct van het besluit/bekendmaking. Een service product van het besluit/bekendmaking is een verrijkte webversie van het besluit. Hier kan extra context aan zijn toegevoegd waardoor de inhoud van het besluit op diverse manieren raadpleegbaar en bevraagbaar is. Het is toegankelijker, maar niet authentiek.

Meer informatie over de presentatie van het serviceproduct van het besluit/bekendmaking vind je in Hoofdstuk 5 van het Presentatiemodel.

11.5 Presenteren van een regeling

De geconsolideerde regeling vormt de basis voor de weergave van de regeling in de LVBB en van het OW-besluit dat in de DSO-viewer te raadplegen is. De geconsolideerde versie van het OW-besluit bestaat uit de tekst, de bijbehorende werkingsgebieden en geografische informatieobjecten.

Het verschil tussen de LVBB en de DSO-viewer is dat de LVBB document georiënteerd is, terwijl de DSO-viewer geconsolideerde informatie laat zien over de interbestuurlijke documenten heen en in combinatie met de ruimtelijke plannen.

Onderstaande figuur toont een conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de LVBB.

Conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de LVBB

Onderstaande figuur toont een conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de DSO-viewer.

Conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de DSO-viewer

Voor de teksten in de LVBB en de DSO-viewer is het principe van functioneel presenteren van tekst van toepassing. In de paragraaf Presenteren van tekst wordt dit beschreven.

Voor de geografische informatieobjecten geldt ook het principe van functioneel presenteren. Welke symbolisatiemethode hierbij toegepast kan worden, wordt beschreven in de paragraaf Presentatie in kaartbeeld. De keuze die hierin gemaakt wordt zal afhankelijk zijn van het medium waarin de regeling geraadpleegd wordt en van de boodschap die een bevoegd gezag wil overbrengen.

Meer informatie over het presenteren van regelingen vind je in Hoofdstuk 6 van het Presentatiemodel.

11.6 Presenteren van tekst

Voor het presenteren van tekst gaat het presentatiemodel uit van het principe van functioneel presenteren. Dit houdt in dat het presentatiemodel functionele eisen stelt aan wát er weergegeven moet worden, maar niet voorschrijft welke exacte opmaakstijl moet worden gebruikt. De stijl van presenteren staat los van het besluit. Dat maakt het flexibel. Dezelfde informatie kan in verschillende media in een andere kleur of font weergegeven worden.

De functionele weergaveregels gaan uit van een bepaalde hiërarchische structuur in een tekst. Deze hiërarchische structuur is bepalend voor de hoe de tekst gepresenteerd kan worden. De koppen en teksten moeten een relatieve grootte hebben die past bij de hiërarchische structuur van de tekst.

Zie onderstaande figuur voor een conceptuele weergave van het principe van functioneel presenteren van tekst.

Principe van functioneel presenteren van tekst

Voor meer informatie over functioneel presenteren van tekst verwijzen we je naar paragraaf 4.4.1 van het Presentatiemodel.

11.7 Tekstpresentatie van teksten met een artikelstructuur

Voor teksten met een artikelstructuur is het kenmerkend dat de regeltekst een artikelsgewijze opbouw heeft.

De TPOD van het OW-besluit beschrijft in paragraaf 5.2 de specificatie van de artikelstructuur. In deze specificatie is beschreven welke tekstelementen zijn toegestaan in het OW-besluit en in welke hiërarchische volgorde deze dienen te staan.

De verschillende tekstelementen moeten worden voorzien van een Kop. Een Kop bevat de volgende Kop-elementen:

In paragraaf 5.2 van de TPOD is gespecificeerd welke regels er gelden voor de in dit OW-besluit voorkomende Koppen.

In welke font en corpsgrootte de Kop opgemaakt wordt mag zelf bepaald worden, zolang het principe van functionele tekstpresentatie wordt toegepast. De TPOD van het OW-besluit legt de hiërarchische volgorde van de tekstelementen vast. Deze volgorde wordt uitgedrukt in relatieve groottes ten opzichte van het kleinste element en dient ook gehanteerd te worden bij de opmaak van tekst (corpsgrootte van het lettertype) die aan een raadpleger wordt getoond. De kop moet dus een relatieve grootte hebben die past bij de hiërarchische opbouw van de tekst.

Principe van functionele tekstpresentatie van tekst met een artikelstructuur

11.8 Tekstpresentatie van teksten met een vrijetekststructuur

Bij de vrijetekststructuur zijn vormvereisten tot een minimum beperkt, zodat bestuursorganen flexibel zijn om het instrument zoveel mogelijk naar eigen inzicht vorm te geven.

In een volgende versie wordt nader uitgewerkt welke richtlijnen er gelden voor de presentatie van teksten met een vrijetekststructuur.

11.9 Presentatie in kaartbeeld: annoteren – symboliseren – presenteren

Voor de functionele presentatie in kaartbeeld is het annoteren van de regeltekst belangrijk. De volgende inhoudelijke annotaties zijn gekoppeld aan een locatie en kunnen daarom gebruikt worden om een geometrie te verbeelden:

In het presentatiemodel worden deze inhoudelijke annotaties en hun attribuut groep gebruikt om te bepalen met welke symboliek (kleur/arcering) een locatie in een kaartbeeld wordt weergegeven. Het principe hiervoor is generiek en kan toegepast worden op alle bovenstaande annotaties.

Bovenstaande annotaties hebben een attribuut groep. Het attribuut groep wordt gebruikt om de annotatie te verbinden aan een symbool waarmee de locatie vervolgens verbeeld wordt op de kaart.

Dit principe kan het best toegelicht worden aan de hand van het voorbeeld in onderstaande afbeelding.

Conceptuele verbeelding van het principe annoteren - symboliseren - presenteren

In bovenstaand voorbeeld zie je een regeltekst waaraan een locatie is gekoppeld: gebied A. Ook is in de regeltekst de activiteit geannoteerd: een uitrit aanleggen. Bij het annoteren van de activiteit kan ook een activiteitengroep gekozen worden, in dit geval: uitwegactiviteit. De activiteitengroep staat in de symbolisatietabel waaraan een symbolisatie is gekoppeld, deze symbolisatie wordt op de kaart als verbeelding van de activiteit getoond.

De waarde van het attribuut groep van de annotatie bepaalt dus de symbolisatie waarmee de locatie wordt verbeeld op de kaart.

Ditzelfde principe kan ook toegepast worden op de annotaties gebiedsaanwijzing (functie en beperkingengebied), omgevingswaarde en omgevingsnorm. Bij deze annotaties zijn respectievelijk functiegroep, beperkingengebiedgroep, omgevingswaardegroep en omgevingsnormgroep bepalend voor de symbolisatie waarmee een locatie wordt verbeeld op de kaart.

Met welke exacte symboliek een locatie in een kaartbeeld wordt getoond is afhankelijk van de symbolisatiemethode die wordt toegepast.

Het presentatiemodel biedt 4 verschillende mogelijkheden voor presenteren op de kaart.

  1. Een default symbool.

  2. Symbolisatie op basis van een afgesproken standaard symbolisatie.

  3. Een eigen symbolisatie die afwijkt van de standaard symbolisatie.

  4. Een symbolisatie specifiek bedoeld voor een kaartviewer, afwijkend van bovenstaande symbolisatie.

Een uitleg over de 4 symbolisatiemethoden met voorbeelden vind je in paragraaf 4.2 van het Presentatiemodel.

11.10 De keuze voor een bepaalde symbolisatiemethode

Het is mogelijk om afhankelijk van de boodschap die je wilt overbrengen met het kaartbeeld te kiezen voor een symbolisatiemethode die daar het beste bij past. Het is goed voor te stellen dat de wijze waarop je een kaartbeeld wilt tonen in de LVBB, anders is dan in de DSO-viewer.

In de LVBB kan bijvoorbeeld één besluit bekend gemaakt worden, dan wil je het kaartbeeld op een manier tonen die goed laat zien wat er in het besluit is vastgesteld. Deze symbolisatie in het kaartbeeld hoeft niet gelijk te zijn aan de symbolisatie in het kaartbeeld in de DSO-viewer. In de DSO-viewer kunnen regelingen interbestuurlijk en interregionaal getoond worden op de kaart. In dat geval heeft de standaardsymbolisatie misschien de voorkeur, zodat de gebruiker de verschillende regelingen en locaties makkelijker kan vergelijken. Om de standaardsymbolisatie te faciliteren is er ook een symbolisatiebibliotheek in het presentatiemodel opgenomen.

De symbolenbibliotheek is zeer uitgebreid om een ruim pallet aan kleuren en vormen te kunnen gebruiken bij de visualisatie van een geografisch informatieobject. Het is niet mogelijk om in de symbolenbibliotheek symbolen toe te voegen. Een bevoegd gezag kan wel kiezen voor een ander symbool dan het standaardsymbool. Als dat gewenst is kan de afwijkende symbolisatie of specifieke symbolisatie toegepast worden.

Voor ruimtelijke plannen gelden de RO-standaarden en de daarmee samenhangende verbeelding. Het presentatiemodel STOP/TPOD is hier niet op van toepassing. De symbolisatiebibliotheek in het presentatiemodel sluit wel zo veel mogelijk aan op de verbeelding van ruimtelijke plannen.

Voor de symbolenbibliotheek wordt verwezen naar Symbolisatiebibliotheek_STOP_v0.98 beta.xlsx en SLD_Symbolenbibliotheek_STOP_v0.98 beta.xml

De kleur zoals voorgesteld in de symbolisatiebibliotheek is ondersteunend bedoeld. Bij het raadplegen van de kaart zal de gebruiker de kaartviewer interactief moeten gebruiken (bijvoorbeeld door bepaalde kaartlagen aan of uit te zetten) om de juiste conclusies te kunnen trekken.

12. Muteren en consolideren omgevingsverordening

12.1 Metadata

De metadata zijn noodzakelijk voor bekendmaken en consolideren van o.a. besluiten (Borging via de Bekendmakingswet BkW). Dit is het juridisch minimumniveau waarop bevoegde gezagen dienen te annoteren.

De metadata zijn verplicht om een besluit te kunnen publiceren, bekend te maken en te consolideren.

Het betreft hoofdzakelijk de metadata van het OW-besluit. Metadata zijn de kenmerken die een besluit of regeling als geheel beschrijven en zijn noodzakelijk om een besluit in de ‘Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen’ (LVBB) te kunnen verwerken en in de regeling te kunnen consolideren.

Metadata hebben hun herkomst deels in STOP en deels in TPOD. Het toevoegen van metadata is verplicht. Dit komt de vindbaarheid van besluiten op de LVBB ten goede.

Er is een aantal metadata die onderdeel zijn van het OW-besluit en dus alleen door een besluit van het bevoegd gezag gewijzigd kunnen worden, bijvoorbeeld de naam van een besluit. De overige metadata zijn geen onderdeel van het OW-besluit, maar worden gebruikt voor de regeling. Deze kunnen gewijzigd worden zonder dat het bevoegd gezag daarover een besluit neemt. Een deel vult de planapplicatie zelf in en een deel zal expliciet door de opsteller moeten worden ingevuld.

Voorbeeld van metadata

De metadata worden ingevuld via de software van bevoegd gezag om een OW-besluit te produceren en bekendmaken.

12.2 De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen

De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB) biedt alle functionaliteiten om besluiten te ontvangen, valideren, bekendmaken, consolideren en beschikbaar stellen als besluit en geconsolideerde versie (regeling). De LVBB wordt ontwikkeld in het kader van de Omgevingswet, maar de ambitie is deze voor alle wet- en regelgeving van Nederland in te zetten. De LVBB is een e-overheidsbouwsteen. Omgevingswetbesluiten die overheden publiceren, komen via deze landelijke voorziening ook in het Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke Voorziening (DSO-LV).

12.3 Het proces muteren & consolideren

Muteren en consolideren betreft het wijzigen en geautomatiseerd samenstellen van de toestanden van de regeling. Dit gebeurd op basis van consolidatie informatie die in een besluit of mutatie ligt besloten, zoals bijvoorbeeld de datum waarop het besluit in werking treedt. Bij het aanpassen van een OW-besluit, door middel van een wijzigingsbesluit, wordt er gesproken over muteren. Het consolideren is het samenvoegen van het initiële besluit en de daarop volgende wijzingsbesluiten, met als resultaat een doorlopende versie van het OW-besluit. Dit is de geconsolideerde versie.

12.4 De stappen voor het wijzigen van een besluit

Het wijzigen van een OW-besluit begint bij het vinden van het geldende besluit. Deze staat in ieder geval op de LVBB als juridische waarheid, maar kan ook in de software worden opgeslagen. Je kunt deze met een nieuwe versie aanmaken en bewerken.

Weergave hoe daadwerkelijk een OW-besluit gewijzigd wordt binnen de Omgevingswet

Bevoegd gezag maakt op basis van een eerder bekendgemaakte versie een nieuwe versie waarin de beoogde wijzigingen zijn aangebracht. Betreft het een nieuwe regeling, dan maken medewerkers de initiële versie. Dit is het startpunt in de afbeelding hierboven.

Een nieuwe versie van het besluit is nodig om later te kunnen tijdreizen en aan te wijzen welke besluiten zijn genomen in een bepaalde versie. De laatste versie wordt in de eerste instantie bewerkt tot een nieuwe geconsolideerde versie.

Het bevoegd gezag moet een formeel besluit nemen over de wijziging. De beschrijving van de wijzigingen wordt door software bepaald; de medewerkers vullen dat aan met bijvoorbeeld een motivatie voor het wijzigen van de regeling.

Na goedkeuring zal het besluit ter bekendmaking aan de LVBB worden verstuurd. Onderdeel van het bericht is de mutatie zoals door IMOP wordt beschreven.

12.5 De stappen voor het wijzigen van een werkingsgebied van een besluit

In de afbeelding hieronder staat een vorige versie van een OW-besluit in de software: Was. De volgende stap is om een gewijzigde versie van het besluit te maken. Hier worden in de software wijzigingen aangebracht. Dit kan een wijziging zijn aan de gehele regeling of slechts een annotatie die men als extra service voor de vindbaarheid of het opvragen van toepasbare regels toevoegt. Muteren betekent kort gezegd toevoegen, verwijderen of wijzigen van het besluit. In het vorige besluit hierboven wordt een kopie gemaakt met een nieuwe versie.

Oude/vorige versie van een OW-besluit

Er wordt een deel van het gebied verwijderd in de afbeelding hieronder in het gebied. Dat betekent dat ook het werkingsgebied van deze activiteiten gewijzigd moet worden.

De software bepaalt het verschil tussen het oude en het nieuwe (gewijzigde) besluit. Het verschil gaat als bericht naar de LVBB voor bekendmaking waar de wijzigingen vervolgens ook opgenomen worden.

De LVBB verwerkt het verschil tussen de twee besluiten en maakt een nieuwe geconsolideerde versie van het OW-besluit. Het verschil heet ook wel de delta.

Wijziging van een OW-besluit

In de afbeelding hieronder zijn de locaties die niet meer van toepassing zijn, geschrapt. De geometrie is aan de rechterkant in zijn geheel verwijderd, omdat er geen werkingsgebied meer van toepassing is op deze set aan besluiten.

Het nieuwe (gewijzigde) OW-besluit

Als onderdeel van de validatie van een besluit zal de LVBB de geconsolideerde regeling samenstellen. De LVBB voert geen consolidatie uit maar gebruikt de informatie uit de mutatie om de versie van de regeling samen te stellen.

Als dit niet mogelijk is, of als de geconsolideerde regeling niet aan de gestelde eisen voldoet (zoals vermeld in de STOP standaard en in het toepassingsprofiel voor de regeling), dan wordt het besluit als niet valide beschouwd en kan het niet bekendgemaakt worden.

De LVBB zorgt ervoor dat het besluit bekendgemaakt wordt. Pas na bekendmaking van het besluit kan de inhoud ervan (en de nieuwe toestand van de geconsolideerde regeling) in werking treden. De LVBB zorgt er ook voor dat zowel het besluit als de regeling verder verspreid worden. Zo zijn de omgevingsdocumenten na de bekendmaking beschikbaar voor het DSO.

Deze wijziging wordt ook verspreid richting het digitaal stelsel Omgevingswet, bijvoorbeeld naar alle wettenbanken, het Omgevingsloket en DSO-LV. Zij halen hier informatie op.

Na validatie en registratie van het besluit, dus nog vóór de bekendmaking, zal via het aanleverkoppelvlak een notificatie verstuurd worden aan bevoegd gezagen die (mede)bronhouder zijn van het besluit en/of de resulterende regelingen dat nieuwe versies beschikbaar zijn. Ze krijgen een terugkoppeling en validatie terug richting de eigen software.

De besluiten en regelingen zijn ook op te halen. In principe worden er afspraken gemaakt, waarin staat wie er naast de bronhouder nog mag muteren.

12.6 De stappen voor het wijzigen van tekst van een besluit

Voor een mutatie in de tekst van een besluit werkt het op gelijke wijze, zoals met de activiteiten en de bijbehorende werkingsgebieden in het voorbeeld hierboven. Alleen is er mogelijk geen mutatie zichtbaar in de werkingsgebieden, maar slechts in de inhoud, ofwel de tekst.

Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat bevoegd gezag een artikel 2 wil aanpassen. Er staat slechts beschreven dat "Auto's 2 uur mogen parkeren in vlakken die blauw omlijnd zijn", maar men is tot het nieuwe inzicht gekomen dat dit ook geldt voor motoren.

In besluit 1 wordt daarom ook de aanpassing gemaakt dat "auto's en motoren 2 uur mogen parkeren in vlakken die blauw omlijnd zijn". In de tekst is het groen gemarkeerde deel toegevoegd.

Dan wordt er nog een aanpassing aan het artikel gemaakt. "Auto's mogen 4 uur parkeren in de vakken die groen omlijnd zijn". Deze wijziging wordt meegenomen in besluit 2.

Dit is een separaat besluit wat apart genomen is. Dan worden uiteindelijk de twee besluiten samengevoegd en ontstaat er een geconsolideerde versie. Hierbij is alle aangepaste tekst uit meerdere besluiten meegenomen in het nieuwe artikel 2.

Hierbij dient aangetekend te worden dat het uiteraard handiger is om de besluiten zelf al samen te voegen en dan pas aan te merken als geconsolideerde versie van artikel 2. Het moet maar net in de tekst passen en het scheelt veel verschilberekeningen.

12.7 Was-wordt berichten

De mutaties aan artikel 2 worden vervolgens meegenomen als een WAS-WORDT-bericht naar de Landelijke voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB). De was is het huidige besluit en de wordt is het nieuwe besluit. Het verschil hier is de zogenoemde delta. Er gaat een bericht uit gestuurd naar de (LVBB) dat artikel 2 gewijzigd is. Vervolgens worden deze wijzigingen goedgekeurd en het oude artikel 2 verdwijnt uit het geconsolideerde plan en de gewijzigde versie wordt daarin geschoven.

Was: Auto's mogen maximaal 2 uur parkeren in vakken die blauw omlijnd zijn.

Verschil: Groen gemarkeerde tekst

Wordt: Auto's en motoren mogen maximaal 2 uur parkeren in vakken die blauw omlijnd zijn en 4 uur in vakken die groen omlijnd zijn.

Mutaties van regels, werkingsgebieden en annotaties worden via WAS-WORDT-mutaties (ook al bekend in de wereld van de BGT) aangeleverd en in de LVBB geconsolideerd.

Een WAS-WORDT-mutatie beschrijft de wijziging van de ene naar de andere versie van de regeling.

Elke wijzigbare component (ofwel: tekst, informatieobject, annotatie) bestaat uit individueel adresseerbare objecten. De mutatie geeft aan:

Alleen voor de juridische componenten (tekst, informatieobjecten) ook voor de gewijzigde objecten:

Was

Huidige werkingsgebieden en regel Artikel 3.9

Uitsluitingen: Alleen laagbouw toegestaan

Verschil/delta

splitsen werkingsgebieden en wijziging regel Artikel 3.9

Uitsluitingen: Bouwen hoger dan 50 m niet toegestaan

Wordt

1 werkingsgebied aangepast en 1 werkingsgebied verwijderd en gewijzigd Artikel 3.9 Uitsluitingen: Bouwen hoger dan 50 m is niet toegestaan.

Het borgen van juridische onveranderlijkheid vereist dat de aangeleverde WAS-WORDT-mutaties volgens dezelfde principes zijn gemaakt als de principes die gebruikt worden om ze te verwerken in de LVBB.

Voor een bevoegd gezag is de stapeling van besluiten de regeling, en zijn de uitgeschreven versies na een wijziging een serviceproduct voor de gebruiker.

Samenvattend wordt er eerst een nieuwe versie van een reeds geconsolideerde regeling opgesteld. Er wordt door bevoegd gezag bepaald welke wijzigingen er hebben plaatsgevonden middels een wijzigingsartikel. Ook worden meteen de verschilweergaven van de bijlagen vastgelegd. Daarna wordt een besluit vastgesteld bij het bevoegd gezag. Hierna wordt het besluit bekendgemaakt. Dit gebeurt nog steeds via de reeds bekende Officiële Bekendmakingen.

Website Officiële Bekendmakingen

Dan kan het omgevingsbesluit gepubliceerd worden met behulp van WAS-WORDT-mutaties en een bijgevoegd bericht op de LVBB. Als het bericht goedgekeurd wordt door het digitale loket dan wordt het nieuwe omgevingsbesluit geconsolideerd met de voorgaande versie. Hiermee wordt meteen de onveranderlijkheid en beschikbaarheid geborgd van het besluit en de bijgevoegde informatieobjecten.

Ook voor werkingsgebieden geldt een was-wordt variant, zoals eerder ook al beschreven bij stappen voor het wijzigen van een werkingsgebied van een OW-besluit.

Was-wordt voor werkingsgebieden (geo-informatieobjecten)

12.8 Berichtenverkeer tussen de bronhouder en de LVBB

In het Informatiemodel vindt de gebruiker wat er wordt uitgewisseld.

In het Berichtenmodel vindt de gebruiker hoe er wordt uitgewisseld

Via het Presentatiemodel wordt een kaartbeeld, duidelijk leesbaar voor de eindgebruiker, getoond.

Praktisch betekent dit dat uitwisselen van automatisch berichtenverkeer loopt via het systeem van de bronhouder welke koppelt met systeem van de LVBB. Er is geen handmatige upload of download van berichten of leveringen. Er wordt gewerkt via het clean order principe. Dat betekent dat in een bericht een duidelijke opdracht voor verwerking meegegeven wordt.

12.9 Componenten voor het berichtenverkeer

Een regeling, of versie daarvan, bestaat uit verschillende componenten, zoals:

Niet elke component wordt in elke mutatie gewijzigd en is soms het wijzigen ook toegestaan zonder besluit.

Het doel van consolideren is het vereenvoudigen van het proces. Er is minder handwerk noodzakelijk en tegelijkertijd meer automatisering van het hele proces. De informatie uit het besluit is direct bruikbaar voor de geconsolideerde regeling.

Waar hierbij rekening mee gehouden dient te worden, zijn de volgende zaken:

12.10 Publicatie en bekendmaking van een officiële publicatie

De software van het bevoegd gezag gebruikt de publicatieservice om een officiële publicatie bekend te maken of te publiceren. Daartoe stuurt het een opdracht naar het Aanleverkoppelvlak. De opdracht bestaat in het algemeen uit twee delen. Het eerste deel beschrijft wat de LVBB moet doen en bevat de gegevens daarvoor; dit deel is specifiek voor het Aanleverkoppelvlak van de LVBB en wordt in dit document beschreven. Als de opdracht een officiële publicatie betreft is het tweede deel de officiële publicatie; deze is (in XML) gemodelleerd volgens de STOP standaard die in de hele keten geldt en wordt hier buiten beschouwing gelaten.

De LVBB zal na het afronden van de verschillende stappen een verslag sturen. De stappen zijn:

  1. Valideren van de officiële publicatie. Dit is gelijk aan het uitvoeren van de validatie service.

  2. Registreren van de officiële publicatie. Via software bevoegd gezag en het aanleverkoppelvlak op de LVBB. Er komt een publicatieverslag (na registratie) en een validatieverslag (na publicatie)

  3. Publiceren/bekendmaken van het besluit. De LVBB zorgt ervoor dat het besluit bekendgemaakt wordt op het gevraagde moment en dat de overige systemen die op de LVBB zijn aangesloten op dat moment over het besluit beschikken. Vanaf dat moment zijn de resulterende geconsolideerde regelingen beschikbaar via LVBB en via de overige systemen, waarnaar alle informative verder gegeven wordt. Als het om technische redenen niet mogelijk is de bekendmaking of publicatie op het gevraagde moment uit te voeren, zal dat in het publicatieverslag aangegeven worden.

Als het technisch mogelijk is, zal het besluit altijd bekendgemaakt worden, ook als het samenstellen of valideren van de geconsolideerde regeling niet mogelijk is.

13. Conformiteitsregels en valideren omgevingsverordening

13.1 Validatie- en conformiteitsregels 

Validatie- en conformiteitsregels  zijn criteria waaraan software moet voldoen welke gebruik maakt van de STOP/ TPOD standaard. 

Het doel van validatie- en conformiteitsregels is om de digitale verwerking en publicatie van besluiten te waarborgen. De regels waaraan geconformeerd moet worden, kunnen betrekking hebben op: 

De meeste van de validatie- en conformiteitsregels vinden hun oorsprong in de documentatie van de standaard. Het is dan ook belangrijk om de validatie- en conformiteitsregels in de standaard expliciet te identificeren. De lijst van validatie- en conformiteitsregels kan daarna gegenereerd worden. De lijst is daarmee een afgeleid product. Mogelijk zijn er validatie- en conformiteitsregels die niet in de standaard geduid kunnen worden, bijvoorbeeld omdat ze over procesafspraken gaan die betrekking hebben op de implementatie. In dat geval worden deze extra aan de lijst toegevoegd. 

Meer informatie over de lijst met validatie- en conformiteitsregels vind je hier.

13.2 Categorisatie van validatie- en conformiteitsregels 

Validatie- en conformiteitsregels kunnen worden geclassificeerd als: 

14. Inhoudelijke aspecten waterschapsverordening

14.1 Inhoudelijke aspecten

De TPOD is in feite een schakel tussen de juridische (inhoudelijke) bepalingen in de Omgevingswet en de technische specificaties voor het ontwikkelen van software ten behoeve van de afzonderlijke OW-besluiten. In hoofdstuk 2 van de TPOD staan o.a. overzichten met betrekking tot de inhoud van het OW-besluit die het kan en mag bevatten. Daarnaast geeft het aan, op basis van de Omgevingswet, of er sprake is van overgangsrecht en of er andere regels of besluiten zijn die kunnen leiden tot wijzigingen in het OW-besluit (meervoudig bronhouderschap). Ook beschrijft het hoe het OW-besluit omgaat met de bruidsschat.

De hiervoor genoemde inhoudelijke aspecten vormen een deel van de uitgangspunten voor het modelleren van het OW-besluit. De TPOD vertaalt dit naar informatiekundige specificaties.

Naast de TPOD is er ook aanvullende informatie beschikbaar, veelal in de vorm van een handreiking of een modelleringsrichtlijn. Hierin staat voor het specifieke OW-besluit welke inhoudelijke richtlijnen of afspraken er nog meer gemaakt worden. Tot slot is er nog meer informatie te vinden over het OW-besluit op de website van Informatiepunt Omgevingswet (aandeslagmetdeomgevingswet.nl). Zie voor al deze aanvullende informatie de uitstapjes aan de rechterzijde.

15. Besluitonderdelen en tekstmodel waterschapsverordening

15.1 Besluitonderdelen en tekstmodel

Het OW-besluit bestaat uit minimaal twee besluitonderdelen, eventueel kan daar een derde aan worden toegevoegd. De TPOD beschrijft in paragraaf 4.1 welke inhoud in welk besluitonderdeel thuis hoort.

Om de tekst van de besluitonderdelen ook machineleesbaar te maken is in het IMOP-tekstmodel aangegeven welke tekststructuren er mogelijk zijn. Dit zijn respectievelijk de artikelstructuur en de vrijetekststructuur. Het tekstmodel geldt voor alle officiële overheidspublicaties, waaronder straks bijvoorbeeld ook voor publicaties van de belastingdienst. De TPOD schrijft voor ieder besluitonderdeel voor welke tekststructuur gebruikt moet worden, zie daarvoor de paragrafen 5.1, 5.2 en 5.3.

15.2 Tekststructuren

Het onderstaand figuur is een conceptuele weergave van de tekststructuren. Links de artikelstructuur met artikelen en leden met inhoud. Te zien is dat wanneer een artikel leden bevat, de inhoud in het lid voorkomt. Indien het artikel inhoud bevat, zoals in artikel 1.2, is het niet mogelijk om in dat artikel ook leden te plaatsen. Het rechtergedeelte van het figuur geeft de vrijetekststructuur weer, waarin de divisies inhoud bevatten. Inhoud kan alléén voorkomen in een divisie.

Artikelstructuur en vrijetekststructuur

15.3 Besluitonderdelen en hun tekststructuur

In onderstaand figuur is per besluitonderdeel en de bijlages daarvan conceptueel aangegeven welke tekststructuur van toepassing is. Let daarbij vooral op de kleur van de balkjes; oranje voor artikelstructuur en groen voor vrijetekststructuur. Ook zijn er onderdelen uitgegrijsd, omdat deze niet verplicht zijn.

Besluitonderdelen en hun tekststructuur

15.4 Besluitonderdelen, tekststructuren en tekst- of structuurelementen

Onderstaande tabel geeft nogmaals aan welke tekststructuur van toepassing is bij welk besluitonderdeel en voegt daaraan toe welke tekst- en of structuurelementen daarbij toegepast kunnen worden. In paragraaf 5.2.1.2 van de TPOD is aangegeven in welke hiërarchie de tekst- en structuurelementen mogen voorkomen wat betreft de artikelstructuur. In paragraaf 5.3.2 is dit aangegeven voor de vrijetekststructuur. In de kolom toelichting zijn enkele zaken daaruit overgenomen, voor de volledige informatie moet de TPOD geraadpleegd worden. De verwachting is dat een groot deel door de software automatisch wordt gewaarborgd.

Overzicht van besluitonderdelen en hun bijbehorende tekststructuren en tekst- of structuurelementen

(Besluit) Onderdeel Tekststructuur Tekstelementen / structuurelementen Toelichting
Deel één: motivering vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Bijlage bij deel één (facultatief)  vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Deel twee: regels artikelstructuur Hoofdstuk*, Titel, Afdeling, Paragraaf, Subparagraaf, Subsubparagraaf, Artikel\, Lid* * hoofdstuk en artikel komen verplicht minimaal één keer voor alléén artikel en lid bevatten inhoud. Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst zijn de inhoud.
Bijlage bij deel twee (facultatief)  vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Deel drie: motivering (facultatief) vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Bijlage bij deel drie (facultatief) vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie

15.5 Functioneel verbeelden

Het presentatiemodel schrijft voor hoe deze koppen er vervolgens uit moeten zien. Hierin bepaald het principe van ‘functioneel presenteren’ hoe de tekst verbeeld wordt.

Lees hierover meer op de pagina Presenteren waterschapsverordening - functioneel presenteren van artikelstructuur.

15.6 Standaardindeling

Het bevoegd gezag is in grote mate vrij om naar eigen inzicht het OW-besluit in te delen. De TPOD schrijft in paragraaf 5.2.2.2 en 5.4, 5.5 en 5.6 voor welke eisen er aan de inhoudsopgave gesteld worden. Zo is er altijd een hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Daarnaast is er een eis dat alle begrippen gegroepeerd worden in ‘begripsbepalingen’ ofwel in één artikel in hoofdstuk 1, ofwel in één bijlage. Hetzelfde geldt voor meet- en rekenregels. Deze moeten gegroepeerd worden in de ‘meet- en rekenbepalingen’ in één artikel in hoofdstuk 1 of in de bijlage. Dit zorgt ervoor dat ze altijd vindbaar zijn en het draagt bij aan de eenduidigheid van alle regels. Tot slot bevat de TPOD de eis van een bijlage met daarin alle noemers en identificatiecodes.

16. Regels waterschapsverordening

16.1 Opbouw van de regels 

Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om diverse soorten regels op te stellen over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Om de regels in het Digitale Stelsel Omgevingswet te laten landen is in de STOP/TPOD uitgewerkt hoe deze zowel mens- als machineleesbaar worden gemaakt.

Over het algemeen kan gezegd worden dat de regels uit regeltekst bestaat die aangeeft ‘wat’ er geldt. Daarnaast heeft een regeltekst een werkingsgebied die aangeeft ‘waar’ dit geldt. Tot slot kan een regeltekst voorzien worden van extra informatie die aangeeft ‘waarover’ de regeltekst gaat, door middel van annoteren.

Om de regels in het Digitale Stelsel Omgevingswet te laten landen bestaan deze uit verschillende onderdelen:

Onderdelen van regels

In dit deel van de wegwijzer lees je meer over deze onderdelen van de regels.

16.2 Regeltekst en juridische regel

Zoals rechtsboven in 2. Besluitonderdelen en tekstmodel is uitgewerkt, bestaat een OW-besluit uit tekst- en structuurelementen. Binnen de tekst- en structuurelementen zijn informatiekundige elementen aangewezen waaraan informatie gekoppeld kan worden. In OW-besluiten met een artikelstructuur (zoals dit OW-besluit) is dit de regeltekst. Regeltekst is de kleinste zelfstandige eenheid van (een of meer) bij elkaar horende juridische regels: een artikel of lid. De regeltekst is in een tekst concreet aan te wijzen. Meer informatie over regeltekst vind je in paragraaf 6.4.1 van de TPOD.

Een juridische regel is de beschrijving van een regel met juridische werkingskracht. Het beschrijft welke regel er juridisch geldig is. Een juridische regel is altijd onderdeel van een regeltekst. Een regeltekst kan een of meerdere juridische regels bevatten. Een juridische regel is een conceptuele constructie die noodzakelijk is om verschillende onderdelen van een regeltekst een eigen locatie te kunnen geven. Meer over het begrip locatie lees je verderop in deze pagina.

Meer informatie over de juridische regel vind je in paragraaf 6.4.2 van de TPOD.

Conceptuele weergave van de juridische regels en regeltekst

Bij bevraging in bijvoorbeeld DSO-LV zal altijd de volledige regeltekst als resultaat worden weergegeven en niet de individuele juridische regel.

Om de regels te kunnen bevragen op de kaart in DSO-LV moet er een werkingsgebied gekoppeld worden aan de regeltekst. Het koppelen van een werkingsgebied aan de regeltekst is verplicht. Verderop in deze pagina vind je uitleg over werkingsgebieden.

Verder is het mogelijk om de regeltekst te annoteren. Annoteren is noodzakelijk om het bevragen van de regels in DSO-LV mogelijk te maken. Ook is het annoteren noodzakelijk om de regels op een betekenisvolle manier te verbeelden op de kaart in DSO-LV. Meer informatie over annoteren in relatie tot presenteren vind je in paragraaf 7.1 van [het Presentatiemodel].

16.3 Attributen van regeltekst

Aan een regeltekst moet dus een werkingsgebied gekoppeld worden en de regeltekst kan ook geannoteerd worden. Daarnaast heeft regeltekst een aantal attributen die zijn afgeleid van de juridische regel. Dit zijn de attributen regelkwalificatie, thema en onderwerp.

De attributen thema en onderwerp zijn optioneel en mogen zo vaak voorkomen als gewenst. Deze attributen geven aan wat het thema en/of onderwerp is van de juridische regels. Binnen een regeltekst mogen juridische regels voorkomen met meerdere thema’s en/of onderwerpen. Meer informatie over de attributen thema en onderwerp vind je in paragraaf 6.4.2.3 en 6.4.2.4 van de TPOD.

Met het attribuut regelkwalificatie wordt vastgelegd tot welke soort regel de juridische regel behoort en voor wie de regel bedoeld is. De regelkwalificatie zegt iets over de regel en niet over het inhoudelijke aspect waar de regel over gaat. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen instructieregels, omgevingswaarderegels en regels voor iedereen.

Een regeltekst mag maar één regelkwalificatie hebben. Dat betekent concreet dat alle juridische regels binnen één regeltekst dezelfde regelkwalificatie moeten hebben. Bij de inhoudelijke opstelling van een regeltekst moet hier rekening mee gehouden worden.

Meer informatie over de attributen van juridische regels en regeltekst vind je in paragraaf 6.4.1 en 6.4.2 van de TPOD.

Meer informatie over het attribuut regelkwalificatie vind je in paragraaf 6.4.3 van de TPOD.

16.4 De termen locatie en werkingsgebied

De termen locatie en werkingsgebied worden momenteel wel eens door elkaar gebruikt. Dit onderwerp bevat de informatie over het werkingsgebied en de locatie, de samenhang ertussen en de daarbij behorende begrippen, zoals juridische regel, locatieaanwijzing en geografisch informatieobject.

Het doel is om inzicht te bieden in de betekenis van deze termen. Hiertoe worden de verschillende begrippen toegelicht een paar voorbeelden uitgewerkt. Dit geeft inzicht in de globale werking ervan en is niet volledig in detailinformatie. Daarvoor word je verwezen naar IMOW en de TPOD.

16.5 Locatie en werkingsgebied in context

Om de termen locatie en werkingsgebied en hun onderlinge relatie goed te kunnen duiden is een toelichting nodig op begrippen die met deze twee termen van doen hebben. In de onderstaande figuur zijn deze begrippen in vereenvoudigde weergave met elkaar in verband gebracht.

Conceptuele weergave van locatie en werkingsgebied en de relatie met andere relevante begrippen

In de gepresenteerde samenhang van de begrippen wordt duidelijk dat een locatie op twee manieren kan worden ‘aangeroepen’:

Om de betekenis van locatie en werkingsgebied goed te kunnen duiden worden in de volgende delen de definitie en toepassing van de begrippen beschreven en worden hun onderlinge relaties aan de hand van voorbeelden nader toegelicht.

16.6 Locatie

Definitie

Een locatie legt de geometrische afbakening van het werkingsgebied van een regeltekst vast en geeft aan waar een juridische regel en/of inhoudelijke annotatie van toepassing is.

Toepassing

Het begrip locatie is voor zowel STOP als voor OW een belangrijk begrip. De locaties in OW-besluiten worden voor een officiële publicatie vastgelegd in een geografisch informatieobject. Daarbij houdt het voor STOP op en wordt locatie in het IMOW verder gemodelleerd.

In het IMOW is gekozen voor de naam locatie, omdat het om de locatie zelf gaat en niet alleen over de rol die locatie speelt in relatie tot een regeltekst, zijnde het werkingsgebied van het artikel of lid. De locatie wordt immers ook gebruikt en beschouwd vanuit een juridische regel of annotaties zoals activiteit, functie, beperkingengebied of normwaarde. Deze rol van locatie wordt de locatieaanduiding genoemd.

Locatie bevat meestal een gebied of een groep van gebieden (gebiedengroep), maar kan ook een punt of een lijn respectievelijk een puntengroep of een lijnengroep zijn. Elk van deze entiteiten bevat een geometrie.

16.7 Werkingsgebied

Definitie

Het werkingsgebied geeft de geometrische afbakening aan waar een regeltekst (dus een artikel of een lid) zijn werking heeft.

Toepassing

Een werkingsgebied geeft informatiekundig de relatie weer tussen een regeltekst met juridische regel(s) en een locatie in de fysieke leefomgeving. Daarom is er in STOP/TPOD altijd sprake van een verplichte relatie van de regeltekst naar een werkingsgebied.

Een regeltekst heeft een attribuut ‘werkingsgebied’ dat een verwijzing is naar een (of meer) locatie(s), zijnde de optelling van de locaties vanuit alle juridische regels die samen de regeltekst vormen.

Op deze wijze hebben juridische regels die in de regeltekst zijn opgenomen werkingskracht in het werkingsgebied van de regeltekst. In de DSO-viewer en de LVBB kunnen met een klik op de kaart ook de regelteksten worden gevonden die werking hebben op die locatie en vice versa.

16.8 Locatieaanduiding

Definitie

Een locatieaanduiding is een toewijzing van juridische regels en/of annotaties aan specifieke locaties in de fysieke leefomgeving of het gehele grondgebied van een bevoegd gezag.

Toepassing

Juridische regels gaan onder andere over een activiteit, een beperkingengebied, een functie, een omgevingswaarde of een omgevingsnorm. De koppeling van een juridische regel aan een locatie wordt gelegd met behulp van een verwijzing. Deze verwijzing wordt een locatieaanduiding genoemd. Vanuit dit oogpunt is de locatie geen werkingsgebied, maar fungeren deze locaties wel als werkingsgebied voor de regeltekst.

16.9 Onderlinge relatie werkingsgebied en regeltekst

De standaard vereist dat een werkingsgebied aan een regeltekst gekoppeld wordt. Regeltekst bevat altijd ten minste één juridische regel, maar kan ook meerdere juridische regels bevatten. Een juridische regel kan ook naar een specifieke locatie in de fysieke leefomgeving verwijzen.

De locatie of locaties die betrekking hebben op het werkingsgebied van regeltekst worden vastgelegd door een verwijzing naar een geografisch informatieobject.

Een informatieobject in STOP/TPOD is een zelfstandige entiteit voor het opslaan en via internet ontsluiten van informatie die onderdeel van een besluit is, maar niet op een voor de mens leesbare manier in de tekst van dat besluit kan worden weergegeven. Het geografisch informatieobject is een informatieobject met ten minste één geometrie. Naast geometrie kan een geografisch informatieobject ook waarden bevatten, zoals waarden voor omgevingsnormen.

De verwijzing naar het geografisch informatieobject komt tot stand door in de juridische regel de noemer van het geografisch informatieobject (en dus ook van de locatie) op te nemen. Deze noemer is een tekstuele aanduiding van de gegevensset, waaruit een lezer kan begrijpen waar het geografisch informatieobject (de locatie) betrekking op heeft.

Een (geografisch) informatieobject kan door meerdere regelingen en/of besluiten worden gebruikt. Door in de tekst van het besluit naar het informatieobject te verwijzen krijgt het informatieobject juridische status en wordt het onderdeel van het besluit. Met de noemer en de unieke identificatie kan de verwijzing vanuit de tekst gerealiseerd worden, waardoor het geografisch informatieobject een juridische status krijgt.

In onderstaand voorbeeld bevat een regeltekst één juridische regel met één werkingsgebied, dat informatiekundig één locatie is. In zo’n geval kan de regeltekst bijvoorbeeld als volgt luiden:

Ter plaatste van het gebied van de functie Bedrijf categorie 2 mogen de locatie en de daarop voorkomende bouwwerken worden gebruikt voor het [naam activiteit].

In dit voorbeeld is de locatie ‘Bedrijf categorie 2’. De verwijzing vanuit de juridische regel, door middel van de noemer, naar de locatie maakt dat in dit voorbeeld het gebied van de functie Bedrijf categorie 2 het werkingsgebied is van de regeltekst.

De locatie ‘Bedrijf categorie 2’ wordt vastgelegd in een geografisch informatieobject met de noemer ‘Bedrijf categorie 2’.

Verwijzing vanuit de juridische regel, door middel van de noemer, naar de locatie, maakt dat het gebied van de functie Bedrijfcategorie 2 het werkingsgebied is van de regeltekst

Door op een machineleesbare manier een verwijzing te maken van een regeltekst naar een locatie, is het mogelijk om via de kaart te bevragen welke juridische regels op een bepaalde locatie van toepassing zijn. Zo is de locatie ‘Bedrijf categorie 2’ het werkingsgebied van de regeltekst. Daarnaast is het door middel van het annoteren van activiteiten in relatie tot deze locatie mogelijk om aan de slag te gaan met toepasbare regels.

16.10 Onderlinge relatie locatieaanduiding en juridische regel

Juridische regels gelden voor een bepaalde specifieke locatie(s) in de fysieke leefomgeving, of voor een heel grondgebied van een bevoegd gezag. De juridische regels verwijzen naar deze locaties (=geometrische afbakening). We noemen deze verwijzing de locatieaanduiding.

Inhoudelijke annotaties zoals activiteit, beperkingengebied, functie, omgevingsnorm en omgevingswaarde kunnen onderdeel zijn van een juridische regel. Ook de toewijzing van een locatie aan deze inhoudelijke annotaties noemen we de locatieaanduiding.

De toewijzing van een locatie aan een activiteit, beperkingengebied, functie, omgevingsnorm en/of omgevingswaarde heeft een sterke relatie met de locatieaanduiding van de juridische regel die het werkingsgebied definieert. In principe geldt dat de locatie van een inhoudelijke annotatie gelijk moet zijn aan de locatieaanduiding van de regel, en gelegen moet zijn binnen het werkingsgebied van de regeltekst waarin de juridische regel is opgenomen.

Informatiekundig worden juridische regel en locatie als twee aparte objecten gezien. Dit maakt het mogelijk om dezelfde locatie te gebruiken in verschillende regels en in bijvoorbeeld verschillende activiteiten, mits bewust dezelfde locatie wordt bedoeld. Als de locatie wijzigt, bijvoorbeeld als de geometrie verandert of een nieuw gebied wordt toegevoegd, dan wijzigt de juridische regel op zichzelf zelf niet. De juridische regel bevat immers alleen een verwijzing naar een locatie. Wanneer deze twee objecten in samenhang met elkaar wijzigen, wijzigt de locatie uiteraard wel.

Het is ook mogelijk om juist aparte locaties te gebruiken die een gelijke geometrische afbakening kennen. Dit kan nodig zijn wanneer de geometrische afbakening van een juridische regel juist niet mee mag veranderen als de locatie hiervan moet wijzigen vanuit een andere juridische regel.

Zo kunnen er bijvoorbeeld vijf verschillende juridische regels tegelijkertijd geldig zijn, op evenzoveel geometrisch afgebakende locaties, waarbij de locaties exact dezelfde geometrie hebben en geïnspireerd zijn op exact dezelfde fysieke locatie. Toch is er dan juridisch gezien sprake van vijf verschillende locaties.

16.11 Regeltekst bevat meerdere juridische regels en meerdere locaties

In onderstaande figuur is in lid 1 sprake van een regeltekst die één juridische regel met één locatie (‘Centrumgebied’) bevat.

Conceptuele weergave van regelteksten met bijbehorende geografische informatieobjecten en werkingsgebieden

In lid 3 is een voorbeeld uitgewerkt van een regeltekst die meerdere juridische regels bevat met meerdere locaties. In zo’n geval kan de regeltekst bijvoorbeeld als volgt luiden:

In het centrumgebied en in het stationsgebied is het toegestaan om zonder vergunning of melding een horeca-inrichting te exploiteren.

In dit voorbeeld zijn er twee locaties en derhalve twee geografische informatieobjecten die bij de bekendmaking c.q. publicatie vastgelegd en aangeleverd worden: 'het centrumgebied' en 'het stationsgebied'.

De twee locaties tezamen vormen het werkingsgebied van de regeltekst, want het werkingsgebied van de regeltekst is dan de optelling van de locaties van alle juridische regels die samen de regeltekst vormen. Het werkingsgebied van de regeltekst van lid 3 is dus het ‘Centrumgebied’ én ‘Stationsgebied’ gezamenlijk.

16.12 Werkingsgebied zonder noemer in de juridische regel

Wanneer er op een andere plek in het omgevingsdocument een locatie benoemd is (met een noemer en een unieke identificatie), kan het voorkomen dat dit niet in de regeltekst herhaald wordt. Het is dan mogelijk om, door middel van de software, alsnog de regeltekst te koppelen aan het gewenste werkingsgebied. De regeltekst blijft daarmee bevraagbaar via de kaart op dat werkingsgebied, zonder dat de lezer van de regeltekst in dat specifieke stuk regeltekst kan zien dat het gekoppeld is. De lezer zal het weten doordat het in dat hoofdstuk of artikel wel beschreven is.

In onderstaande figuur is in lid 2 een voorbeeld geïllustreerd van een regeltekst waarbij niet expliciet een locatie is benoemd.

Conceptuele weergave van werkingsgebied zonder noemer in de juridische regel

De standaard vereist dat een werkingsgebied aan een regeltekst gekoppeld wordt. Dat hoeft niet te betekenen dat een mens dat altijd handmatig hoeft te doen. De software kan die taak gemakkelijker maken, bijvoorbeeld door werkingsgebieden aan grotere delen van de tekst te koppelen (mits dat juridisch juist is). In dit voorbeeld heeft de software de regeltekst aan het werkingsgebied van voorgaande regeltekst gekoppeld. In dit voorbeeld is dat het 'Centrumgebied' uit lid 1.

Het werkingsgebied geeft de geometrische afbakening aan waar een regeltekst zijn juridische werking heeft. Het is wel aan de lezer van de regeltekst om te interpreteren waar, binnen deze geometrische afbakening, de regeltekst wel en niet zijn werking heeft.

16.13 Interpretatie waar binnen het werkingsgebied de regeltekst zijn juridische werking heeft

Een regeltekst kan bijvoorbeeld als volgt luiden:

In de stad Amersfoort mag binnen een afstand van 300 meter rondom een school of kinderopvanglocatie geen coffeeshop worden gevestigd.

Het werkingsgebied kan dan geometrisch worden afgebakend met de grens van de stad Amersfoort. Het wil echter niet zeggen dat nergens in Amersfoort een coffeeshop mag worden gevestigd. Dat kan volgens deze regel wel, mits buiten de afstand van 300 meter van een school of kinderopvanglocatie.

Het is aan de lezer om de inhoud van de regeltekst te interpreteren.

16.14 Het begrip annoteren

Onder annoteren verstaan we het toevoegen of markeren van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen. Een markering heet een annotatie.

16.15 Het doel van annoteren

Annoteren maakt het mogelijk dat de tekst uit een regeling of besluit machineleesbaar wordt. Het zorgt er voor dat het besluit of de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat werkingsgebieden en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren helpt ook bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met werkingsgebieden. De bij het annoteren toegevoegde gegevens worden niet direct in de lopende, voor de mens leesbare, tekst weergegeven. De annotaties zijn wel zichtbaar in het machineleesbare bestand.

Annotaties zijn op vrijwel alle objecten of tekstelementen mogelijk. Ze helpen om regels op hun eigenschappen te vinden wanneer zoektermen worden gebruikt. Ze helpen ook om regels op hun eigenschappen te kunnen presenteren.

IMOW beschrijft vanuit een informatiekundige blik alle objecten die van belang zijn voor het annoteren en het opstellen van OW-besluiten en niet in de laatste plaats ten behoeve van de informatieverschaffing in DSO-LV.

Het gaat om de volgende IMOW-objecten:

In de TPOD wordt in detail toegelicht hoe je kunt annoteren met IMOW-objecten. Meer informatie hierover vind je in paragraaf 6.4 van de TPOD.

16.16 Waarom annoteren?

STOP en IMOW maken het mogelijk om een regeltekst een werkingsgebied te geven door een verwijzing naar de locatie van de regeltekst op te nemen. Een computer weet dan dat beide bij elkaar horen, maar kan geen verdere betekenis aan die relatie geven. Ook kan het werkingsgebied niet voor een mens betekenisvol op een kaart weergegeven worden.

Dit kan wel met het mechanisme van annoteren: het toevoegen van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen die die besluiten en regelingen machineleesbaar maken. Annoteren zorgt er voor dat het besluit of de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat werkingsgebieden en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren kan ook helpen bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met werkingsgebieden. Voor het annoteren van OW-besluiten gebruikt TPOD de IMOW-objecten.

Annoteren is niet verplicht, maar wel noodzakelijk om het afgesproken dienstverleningsniveau van het DSO-LV te bereiken. Ieder bevoegd gezag kan zelf bepalen wanneer het digitaal optimaal is. Dit hangt af van het ambitieniveau, de beschikbare capaciteit voor het opstellen van het OW-besluit en de beschikbare capaciteit voor het beheer.

Annotatie-schaal van juridisch minimum tot digitaal optimaal

In welke mate er geannoteerd wordt is dus een afweging die per bevoegd gezag gemaakt dient te worden.

16.17 Toepassen van annoteren

In het IMOP is vastgelegd welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot annoteren. In de TPOD is vervolgens gespecificeerd van welke annotatie mogelijkheden er gebruik gemaakt kan of moet worden volgens IMOW. In onderstaande tabel is voor de annotaties uitgewerkt welke van toepassing zijn in welke OW-besluiten. Een kleine leeswijzer:

Groen=Van toepassing

Rood=Niet van toepassing

Annotatiemogelijkheden per OW-besluit

In de TPOD van het specifieke OW-besluit is in elke paragraaf 6.4 nader uitgewerkt wat deze annotaties omvatten. Het is niet de bedoeling om in deze praktijkrichtlijn volledig alle annotaties uit te werken, maar om meer uitwerking te geven aan hoe die annotaties in de praktijk gaan werken.

Een regeltekst kun je annoteren op een van bovenstaande annotaties. Ook deze bevatten weer eigen typen en attributen. Wordt de regeltekst niet geannoteerd dan is deze als regel ook niet vindbaar of gekwalificeerd. Zie onderstaande figuren voor een schematische weergave.

Annoteren regeltekst

In elke TPOD van de afzonderlijke OW-besluiten is aangegeven of de annotaties in het OW-besluit kunnen voorkomen. Daarnaast is aangegeven welke regels er gelden voor het gebruik van de annotatie.

16.18 Waardelijsten

Bij veel annotaties hoort een lijst vooraf gedefinieerde waarden die de annotatie kan aannemen (aan kan worden toegekend). De waarden staan niet in de objectencatalogus, maar in een waardelijst. Om de uniformiteit te bevorderen worden zoveel mogelijk eenduidige begrippen gebruikt. Daar waar de waarden voor verschillende OW-besluiten gelijk zijn, worden ze onderling afgestemd.

Waardelijsten zijn er in twee vormen:

17. Presenteren waterschapsverordening

17.1 Het Presentatiemodel

Een OW-besluit dient begrijpelijk te zijn voor mensen. Daarom dienen OW-besluiten niet alleen machineleesbaar te worden aangeboden, maar ook op een voor de mens te interpreteren wijze. Uitgangspunt is dat de tekst, de bijbehorende locaties en de waarden die verschillende locaties hebben, zo overzichtelijk mogelijk worden gepresenteerd dat de raadpleger ze correct kan interpreteren.

Het presentatiemodel beschrijft de richtlijnen ten aanzien van het presenteren van OW-besluiten. Het gaat in op het presenteren van tekst en het presenteren van geografische informatieobjecten.

Lees hier het Presentatiemodel.

17.2 Principes van het functioneel presenteren

Het presentatiemodel wil grote complexiteit voorkomen ten aanzien van het presenteren van OW-besluiten en wil de nodige flexibiliteit bieden in vormgeving. Daarom wordt het principe van functioneel presenteren gehanteerd.

Volgens het principe van functioneel presenteren worden er functionele eisen gesteld aan wát er weergegeven moet worden, maar het stelt geen eisen aan de exacte opmaakstijl zoals de exacte corpsgrootte van een lettertype of de kleur van een gebied in de kaart. Er is een scheiding tussen de functionele aanduiding (wat wordt er gepresenteerd?) en de stijl van het symbool, zoals de concrete kleurwaarden en mate van transparantie.

In de geest van de Omgevingswet is er bewust voor gekozen om bevoegde gezagen enige vrijheid te bieden ten aanzien van hoe zij hun OW-besluiten en regelingen presenteren. De exacte wijze van presenteren is afhankelijk van welke boodschap het bevoegd gezag precies wilt overbrengen. Dit is mede afhankelijk van het medium waarin het OW-besluit wordt getoond.

Voor de bekendmaking en publicatie van een OW-besluit kan het mogelijk zijn dat een bevoegd gezag bepaalde elementen in een OW-besluit wilt benadrukken om een bepaalde boodschap over te brengen, terwijl in de DSO-viewer de vergelijkbaarheid tussen bepaalde locaties en regels misschien belangrijker is. Het presentatiemodel biedt bevoegde gezagen daarom enige vrijheid om zelf keuzes te maken met betrekking tot de presentatie van een OW-besluit.

Meer informatie over de functionele presentatie van tekst vind je in paragraaf 4.4.1 van het Presentatiemodel.

Meer informatie over de functionele presentatie in kaartbeeld vind je in Hoofdstuk 7 van het Presentatiemodel.

17.3 Verschijningsvormen van een OW-besluit

Het presentatiemodel maakt de inhoud van de digitale informatie uit juridische OW-besluiten, die worden opgeslagen in xml-bestanden, toegankelijk en leesbaar voor de gebruiker. Er zijn verschillende vormen waarop de inhoud van een OW-besluit wordt weergegeven. Deze zijn beschreven in onderstaande figuur.

Overzicht van de verschillende vormen waarop een OW-besluit wordt weergegeven

Meer informatie over de verschijningsvormen van een OW-besluit vind je in Hoofdstuk 2 van het Presentatiemodel.

Het presentatiemodel beschrijft alle generieke onderdelen die nodig zijn voor het presenteren van vaststellingsbesluiten en wijzigingsbesluiten van een OW-besluit. Er zijn ook onderdelen die alleen van toepassing zijn op wijzigingsbesluiten. Deze onderdelen worden separaat toegelicht.

17.4 Presenteren van een besluit

Een besluit bestaat uit de verschillende besluitonderdelen (regelteksten of teksten met een vrijetekststructuur), inclusief de verwijzing naar (geografische) informatieobjecten.

Informatieobjecten in een OW-besluit dienen in de mensleesbare weergave van het besluit opgenomen te worden zodat duidelijk is welke informatie als onderdeel van het besluit is vastgesteld. Het presentatiemodel legt de verbinding tussen het informatieobject en het besluit door de noemer van het informatieobject in de tekst op te nemen. Op deze wijze wordt het informatieobject onderdeel van het juridische besluit.

Onderstaande figuur geeft conceptueel weer hoe vanuit het juridische besluit verwezen wordt naar het informatieobject.

Mensleesbare noemers en verwijzingen naar geografische informatieobjecten in de tekst van het besluit

Meer informatie over de presentatie van het besluit vind je in Hoofdstuk 4 van het Presentatiemodel.

Er bestaat ook een serviceproduct van het besluit/bekendmaking. Een service product van het besluit/bekendmaking is een verrijkte webversie van het besluit. Hier kan extra context aan zijn toegevoegd waardoor de inhoud van het besluit op diverse manieren raadpleegbaar en bevraagbaar is. Het is toegankelijker, maar niet authentiek.

Meer informatie over de presentatie van het serviceproduct van het besluit/bekendmaking vind je in Hoofdstuk 5 van het Presentatiemodel.

17.5 Presenteren van een regeling

De geconsolideerde regeling vormt de basis voor de weergave van de regeling in de LVBB en van het OW-besluit dat in de DSO-viewer te raadplegen is. De geconsolideerde versie van het OW-besluit bestaat uit de tekst, de bijbehorende werkingsgebieden en geografische informatieobjecten.

Het verschil tussen de LVBB en de DSO-viewer is dat de LVBB document georiënteerd is, terwijl de DSO-viewer geconsolideerde informatie laat zien over de interbestuurlijke documenten heen en in combinatie met de ruimtelijke plannen.

Onderstaande figuur toont een conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de LVBB.

Conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de LVBB

Onderstaande figuur toont een conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de DSO-viewer.

Conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de DSO-viewer

Voor de teksten in de LVBB en de DSO-viewer is het principe van functioneel presenteren van tekst van toepassing. In de paragraaf Presenteren van tekst wordt dit beschreven.

Voor de geografische informatieobjecten geldt ook het principe van functioneel presenteren. Welke symbolisatiemethode hierbij toegepast kan worden, wordt beschreven in de paragraaf Presentatie in kaartbeeld. De keuze die hierin gemaakt wordt zal afhankelijk zijn van het medium waarin de regeling geraadpleegd wordt en van de boodschap die een bevoegd gezag wil overbrengen.

Meer informatie over het presenteren van regelingen vind je in Hoofdstuk 6 van het Presentatiemodel.

17.6 Presenteren van tekst

Voor het presenteren van tekst gaat het presentatiemodel uit van het principe van functioneel presenteren. Dit houdt in dat het presentatiemodel functionele eisen stelt aan wát er weergegeven moet worden, maar niet voorschrijft welke exacte opmaakstijl moet worden gebruikt. De stijl van presenteren staat los van het besluit. Dat maakt het flexibel. Dezelfde informatie kan in verschillende media in een andere kleur of font weergegeven worden.

De functionele weergaveregels gaan uit van een bepaalde hiërarchische structuur in een tekst. Deze hiërarchische structuur is bepalend voor de hoe de tekst gepresenteerd kan worden. De koppen en teksten moeten een relatieve grootte hebben die past bij de hiërarchische structuur van de tekst.

Zie onderstaande figuur voor een conceptuele weergave van het principe van functioneel presenteren van tekst.

Principe van functioneel presenteren van tekst

Voor meer informatie over functioneel presenteren van tekst verwijzen we je naar paragraaf 4.4.1 van het Presentatiemodel.

17.7 Tekstpresentatie van teksten met een artikelstructuur

Voor teksten met een artikelstructuur is het kenmerkend dat de regeltekst een artikelsgewijze opbouw heeft.

De TPOD van het OW-besluit beschrijft in paragraaf 5.2 de specificatie van de artikelstructuur. In deze specificatie is beschreven welke tekstelementen zijn toegestaan in het OW-besluit en in welke hiërarchische volgorde deze dienen te staan.

De verschillende tekstelementen moeten worden voorzien van een Kop. Een Kop bevat de volgende Kop-elementen:

In paragraaf 5.2 van de TPOD is gespecificeerd welke regels er gelden voor de in dit OW-besluit voorkomende Koppen.

In welke font en corpsgrootte de Kop opgemaakt wordt mag zelf bepaald worden, zolang het principe van functionele tekstpresentatie wordt toegepast. De TPOD van het OW-besluit legt de hiërarchische volgorde van de tekstelementen vast. Deze volgorde wordt uitgedrukt in relatieve groottes ten opzichte van het kleinste element en dient ook gehanteerd te worden bij de opmaak van tekst (corpsgrootte van het lettertype) die aan een raadpleger wordt getoond. De kop moet dus een relatieve grootte hebben die past bij de hiërarchische opbouw van de tekst.

Principe van functionele tekstpresentatie van tekst met een artikelstructuur

17.8 Tekstpresentatie van teksten met een vrijetekststructuur

Bij de vrijetekststructuur zijn vormvereisten tot een minimum beperkt, zodat bestuursorganen flexibel zijn om het instrument zoveel mogelijk naar eigen inzicht vorm te geven.

In een volgende versie wordt nader uitgewerkt welke richtlijnen er gelden voor de presentatie van teksten met een vrijetekststructuur.

17.9 Presentatie in kaartbeeld: annoteren – symboliseren – presenteren

Voor de functionele presentatie in kaartbeeld is het annoteren van de regeltekst belangrijk. De volgende inhoudelijke annotaties zijn gekoppeld aan een locatie en kunnen daarom gebruikt worden om een geometrie te verbeelden:

In het presentatiemodel worden deze inhoudelijke annotaties en hun attribuut groep gebruikt om te bepalen met welke symboliek (kleur/arcering) een locatie in een kaartbeeld wordt weergegeven. Het principe hiervoor is generiek en kan toegepast worden op alle bovenstaande annotaties.

Bovenstaande annotaties hebben een attribuut groep. Het attribuut groep wordt gebruikt om de annotatie te verbinden aan een symbool waarmee de locatie vervolgens verbeeld wordt op de kaart.

Dit principe kan het best toegelicht worden aan de hand van het voorbeeld in onderstaande afbeelding.

Conceptuele verbeelding van het principe annoteren - symboliseren - presenteren

In bovenstaand voorbeeld zie je een regeltekst waaraan een locatie is gekoppeld: gebied A. Ook is in de regeltekst de activiteit geannoteerd: een uitrit aanleggen. Bij het annoteren van de activiteit kan ook een activiteitengroep gekozen worden, in dit geval: uitwegactiviteit. De activiteitengroep staat in de symbolisatietabel waaraan een symbolisatie is gekoppeld, deze symbolisatie wordt op de kaart als verbeelding van de activiteit getoond.

De waarde van het attribuut groep van de annotatie bepaalt dus de symbolisatie waarmee de locatie wordt verbeeld op de kaart.

Ditzelfde principe kan ook toegepast worden op de annotaties gebiedsaanwijzing (functie en beperkingengebied), omgevingswaarde en omgevingsnorm. Bij deze annotaties zijn respectievelijk functiegroep, beperkingengebiedgroep, omgevingswaardegroep en omgevingsnormgroep bepalend voor de symbolisatie waarmee een locatie wordt verbeeld op de kaart.

Met welke exacte symboliek een locatie in een kaartbeeld wordt getoond is afhankelijk van de symbolisatiemethode die wordt toegepast.

Het presentatiemodel biedt 4 verschillende mogelijkheden voor presenteren op de kaart.

  1. Een default symbool.

  2. Symbolisatie op basis van een afgesproken standaard symbolisatie.

  3. Een eigen symbolisatie die afwijkt van de standaard symbolisatie.

  4. Een symbolisatie specifiek bedoeld voor een kaartviewer, afwijkend van bovenstaande symbolisatie.

Een uitleg over de 4 symbolisatiemethoden met voorbeelden vind je in paragraaf 4.2 van het Presentatiemodel.

17.10 De keuze voor een bepaalde symbolisatiemethode

Het is mogelijk om afhankelijk van de boodschap die je wilt overbrengen met het kaartbeeld te kiezen voor een symbolisatiemethode die daar het beste bij past. Het is goed voor te stellen dat de wijze waarop je een kaartbeeld wilt tonen in de LVBB, anders is dan in de DSO-viewer.

In de LVBB kan bijvoorbeeld één besluit bekend gemaakt worden, dan wil je het kaartbeeld op een manier tonen die goed laat zien wat er in het besluit is vastgesteld. Deze symbolisatie in het kaartbeeld hoeft niet gelijk te zijn aan de symbolisatie in het kaartbeeld in de DSO-viewer. In de DSO-viewer kunnen regelingen interbestuurlijk en interregionaal getoond worden op de kaart. In dat geval heeft de standaardsymbolisatie misschien de voorkeur, zodat de gebruiker de verschillende regelingen en locaties makkelijker kan vergelijken. Om de standaardsymbolisatie te faciliteren is er ook een symbolisatiebibliotheek in het presentatiemodel opgenomen.

De symbolenbibliotheek is zeer uitgebreid om een ruim pallet aan kleuren en vormen te kunnen gebruiken bij de visualisatie van een geografisch informatieobject. Het is niet mogelijk om in de symbolenbibliotheek symbolen toe te voegen. Een bevoegd gezag kan wel kiezen voor een ander symbool dan het standaardsymbool. Als dat gewenst is kan de afwijkende symbolisatie of specifieke symbolisatie toegepast worden.

Voor ruimtelijke plannen gelden de RO-standaarden en de daarmee samenhangende verbeelding. Het presentatiemodel STOP/TPOD is hier niet op van toepassing. De symbolisatiebibliotheek in het presentatiemodel sluit wel zo veel mogelijk aan op de verbeelding van ruimtelijke plannen.

Voor de symbolenbibliotheek wordt verwezen naar Symbolisatiebibliotheek_STOP_v0.98 beta.xlsx en SLD_Symbolenbibliotheek_STOP_v0.98 beta.xml

De kleur zoals voorgesteld in de symbolisatiebibliotheek is ondersteunend bedoeld. Bij het raadplegen van de kaart zal de gebruiker de kaartviewer interactief moeten gebruiken (bijvoorbeeld door bepaalde kaartlagen aan of uit te zetten) om de juiste conclusies te kunnen trekken.

18. Muteren en consolideren waterschapsverordening

18.1 Metadata

De metadata zijn noodzakelijk voor bekendmaken en consolideren van o.a. besluiten (Borging via de Bekendmakingswet BkW). Dit is het juridisch minimumniveau waarop bevoegde gezagen dienen te annoteren.

De metadata zijn verplicht om een besluit te kunnen publiceren, bekend te maken en te consolideren.

Het betreft hoofdzakelijk de metadata van het OW-besluit. Metadata zijn de kenmerken die een besluit of regeling als geheel beschrijven en zijn noodzakelijk om een besluit in de ‘Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen’ (LVBB) te kunnen verwerken en in de regeling te kunnen consolideren.

Metadata hebben hun herkomst deels in STOP en deels in TPOD. Het toevoegen van metadata is verplicht. Dit komt de vindbaarheid van besluiten op de LVBB ten goede.

Er is een aantal metadata die onderdeel zijn van het OW-besluit en dus alleen door een besluit van het bevoegd gezag gewijzigd kunnen worden, bijvoorbeeld de naam van een besluit. De overige metadata zijn geen onderdeel van het OW-besluit, maar worden gebruikt voor de regeling. Deze kunnen gewijzigd worden zonder dat het bevoegd gezag daarover een besluit neemt. Een deel vult de planapplicatie zelf in en een deel zal expliciet door de opsteller moeten worden ingevuld.

Voorbeeld van metadata

De metadata worden ingevuld via de software van bevoegd gezag om een OW-besluit te produceren en bekendmaken.

18.2 De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen

De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB) biedt alle functionaliteiten om besluiten te ontvangen, valideren, bekendmaken, consolideren en beschikbaar stellen als besluit en geconsolideerde versie (regeling). De LVBB wordt ontwikkeld in het kader van de Omgevingswet, maar de ambitie is deze voor alle wet- en regelgeving van Nederland in te zetten. De LVBB is een e-overheidsbouwsteen. Omgevingswetbesluiten die overheden publiceren, komen via deze landelijke voorziening ook in het Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke Voorziening (DSO-LV).

18.3 Het proces muteren & consolideren

Muteren en consolideren betreft het wijzigen en geautomatiseerd samenstellen van de toestanden van de regeling. Dit gebeurd op basis van consolidatie informatie die in een besluit of mutatie ligt besloten, zoals bijvoorbeeld de datum waarop het besluit in werking treedt. Bij het aanpassen van een OW-besluit, door middel van een wijzigingsbesluit, wordt er gesproken over muteren. Het consolideren is het samenvoegen van het initiële besluit en de daarop volgende wijzingsbesluiten, met als resultaat een doorlopende versie van het OW-besluit. Dit is de geconsolideerde versie.

18.4 De stappen voor het wijzigen van een besluit

Het wijzigen van een OW-besluit begint bij het vinden van het geldende besluit. Deze staat in ieder geval op de LVBB als juridische waarheid, maar kan ook in de software worden opgeslagen. Je kunt deze met een nieuwe versie aanmaken en bewerken.

Weergave hoe daadwerkelijk een OW-besluit gewijzigd wordt binnen de Omgevingswet

Bevoegd gezag maakt op basis van een eerder bekendgemaakte versie een nieuwe versie waarin de beoogde wijzigingen zijn aangebracht. Betreft het een nieuwe regeling, dan maken medewerkers de initiële versie. Dit is het startpunt in de afbeelding hierboven.

Een nieuwe versie van het besluit is nodig om later te kunnen tijdreizen en aan te wijzen welke besluiten zijn genomen in een bepaalde versie. De laatste versie wordt in de eerste instantie bewerkt tot een nieuwe geconsolideerde versie.

Het bevoegd gezag moet een formeel besluit nemen over de wijziging. De beschrijving van de wijzigingen wordt door software bepaald; de medewerkers vullen dat aan met bijvoorbeeld een motivatie voor het wijzigen van de regeling.

Na goedkeuring zal het besluit ter bekendmaking aan de LVBB worden verstuurd. Onderdeel van het bericht is de mutatie zoals door IMOP wordt beschreven.

18.5 De stappen voor het wijzigen van een werkingsgebied van een besluit

In de afbeelding hieronder staat een vorige versie van een OW-besluit in de software: Was. De volgende stap is om een gewijzigde versie van het besluit te maken. Hier worden in de software wijzigingen aangebracht. Dit kan een wijziging zijn aan de gehele regeling of slechts een annotatie die men als extra service voor de vindbaarheid of het opvragen van toepasbare regels toevoegt. Muteren betekent kort gezegd toevoegen, verwijderen of wijzigen van het besluit. In het vorige besluit hierboven wordt een kopie gemaakt met een nieuwe versie.

Oude/vorige versie van een OW-besluit

Er wordt een deel van het gebied verwijderd in de afbeelding hieronder in het gebied. Dat betekent dat ook het werkingsgebied van deze activiteiten gewijzigd moet worden.

De software bepaalt het verschil tussen het oude en het nieuwe (gewijzigde) besluit. Het verschil gaat als bericht naar de LVBB voor bekendmaking waar de wijzigingen vervolgens ook opgenomen worden.

De LVBB verwerkt het verschil tussen de twee besluiten en maakt een nieuwe geconsolideerde versie van het OW-besluit. Het verschil heet ook wel de delta.

Wijziging van een OW-besluit

In de afbeelding hieronder zijn de locaties die niet meer van toepassing zijn, geschrapt. De geometrie is aan de rechterkant in zijn geheel verwijderd, omdat er geen werkingsgebied meer van toepassing is op deze set aan besluiten.

Het nieuwe (gewijzigde) OW-besluit

Als onderdeel van de validatie van een besluit zal de LVBB de geconsolideerde regeling samenstellen. De LVBB voert geen consolidatie uit maar gebruikt de informatie uit de mutatie om de versie van de regeling samen te stellen.

Als dit niet mogelijk is, of als de geconsolideerde regeling niet aan de gestelde eisen voldoet (zoals vermeld in de STOP standaard en in het toepassingsprofiel voor de regeling), dan wordt het besluit als niet valide beschouwd en kan het niet bekendgemaakt worden.

De LVBB zorgt ervoor dat het besluit bekendgemaakt wordt. Pas na bekendmaking van het besluit kan de inhoud ervan (en de nieuwe toestand van de geconsolideerde regeling) in werking treden. De LVBB zorgt er ook voor dat zowel het besluit als de regeling verder verspreid worden. Zo zijn de omgevingsdocumenten na de bekendmaking beschikbaar voor het DSO.

Deze wijziging wordt ook verspreid richting het digitaal stelsel Omgevingswet, bijvoorbeeld naar alle wettenbanken, het Omgevingsloket en DSO-LV. Zij halen hier informatie op.

Na validatie en registratie van het besluit, dus nog vóór de bekendmaking, zal via het aanleverkoppelvlak een notificatie verstuurd worden aan bevoegd gezagen die (mede)bronhouder zijn van het besluit en/of de resulterende regelingen dat nieuwe versies beschikbaar zijn. Ze krijgen een terugkoppeling en validatie terug richting de eigen software.

De besluiten en regelingen zijn ook op te halen. In principe worden er afspraken gemaakt, waarin staat wie er naast de bronhouder nog mag muteren.

18.6 De stappen voor het wijzigen van tekst van een besluit

Voor een mutatie in de tekst van een besluit werkt het op gelijke wijze, zoals met de activiteiten en de bijbehorende werkingsgebieden in het voorbeeld hierboven. Alleen is er mogelijk geen mutatie zichtbaar in de werkingsgebieden, maar slechts in de inhoud, ofwel de tekst.

Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat bevoegd gezag een artikel 2 wil aanpassen. Er staat slechts beschreven dat "Auto's 2 uur mogen parkeren in vlakken die blauw omlijnd zijn", maar men is tot het nieuwe inzicht gekomen dat dit ook geldt voor motoren.

In besluit 1 wordt daarom ook de aanpassing gemaakt dat "auto's en motoren 2 uur mogen parkeren in vlakken die blauw omlijnd zijn". In de tekst is het groen gemarkeerde deel toegevoegd.

Dan wordt er nog een aanpassing aan het artikel gemaakt. "Auto's mogen 4 uur parkeren in de vakken die groen omlijnd zijn". Deze wijziging wordt meegenomen in besluit 2.

Dit is een separaat besluit wat apart genomen is. Dan worden uiteindelijk de twee besluiten samengevoegd en ontstaat er een geconsolideerde versie. Hierbij is alle aangepaste tekst uit meerdere besluiten meegenomen in het nieuwe artikel 2.

Hierbij dient aangetekend te worden dat het uiteraard handiger is om de besluiten zelf al samen te voegen en dan pas aan te merken als geconsolideerde versie van artikel 2. Het moet maar net in de tekst passen en het scheelt veel verschilberekeningen.

18.7 Was-wordt berichten

De mutaties aan artikel 2 worden vervolgens meegenomen als een WAS-WORDT-bericht naar de Landelijke voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB). De was is het huidige besluit en de wordt is het nieuwe besluit. Het verschil hier is de zogenoemde delta. Er gaat een bericht uit gestuurd naar de (LVBB) dat artikel 2 gewijzigd is. Vervolgens worden deze wijzigingen goedgekeurd en het oude artikel 2 verdwijnt uit het geconsolideerde plan en de gewijzigde versie wordt daarin geschoven.

Was: Auto's mogen maximaal 2 uur parkeren in vakken die blauw omlijnd zijn.

Verschil: Groen gemarkeerde tekst

Wordt: Auto's en motoren mogen maximaal 2 uur parkeren in vakken die blauw omlijnd zijn en 4 uur in vakken die groen omlijnd zijn.

Mutaties van regels, werkingsgebieden en annotaties worden via WAS-WORDT-mutaties (ook al bekend in de wereld van de BGT) aangeleverd en in de LVBB geconsolideerd.

Een WAS-WORDT-mutatie beschrijft de wijziging van de ene naar de andere versie van de regeling.

Elke wijzigbare component (ofwel: tekst, informatieobject, annotatie) bestaat uit individueel adresseerbare objecten. De mutatie geeft aan:

Alleen voor de juridische componenten (tekst, informatieobjecten) ook voor de gewijzigde objecten:

Was

Huidige werkingsgebieden en regel Artikel 3.9

Uitsluitingen: Alleen laagbouw toegestaan

Verschil/delta

splitsen werkingsgebieden en wijziging regel Artikel 3.9

Uitsluitingen: Bouwen hoger dan 50 m niet toegestaan

Wordt

1 werkingsgebied aangepast en 1 werkingsgebied verwijderd en gewijzigd Artikel 3.9 Uitsluitingen: Bouwen hoger dan 50 m is niet toegestaan.

Het borgen van juridische onveranderlijkheid vereist dat de aangeleverde WAS-WORDT-mutaties volgens dezelfde principes zijn gemaakt als de principes die gebruikt worden om ze te verwerken in de LVBB.

Voor een bevoegd gezag is de stapeling van besluiten de regeling, en zijn de uitgeschreven versies na een wijziging een serviceproduct voor de gebruiker.

Samenvattend wordt er eerst een nieuwe versie van een reeds geconsolideerde regeling opgesteld. Er wordt door bevoegd gezag bepaald welke wijzigingen er hebben plaatsgevonden middels een wijzigingsartikel. Ook worden meteen de verschilweergaven van de bijlagen vastgelegd. Daarna wordt een besluit vastgesteld bij het bevoegd gezag. Hierna wordt het besluit bekendgemaakt. Dit gebeurt nog steeds via de reeds bekende Officiële Bekendmakingen.

Website Officiële Bekendmakingen

Dan kan het omgevingsbesluit gepubliceerd worden met behulp van WAS-WORDT-mutaties en een bijgevoegd bericht op de LVBB. Als het bericht goedgekeurd wordt door het digitale loket dan wordt het nieuwe omgevingsbesluit geconsolideerd met de voorgaande versie. Hiermee wordt meteen de onveranderlijkheid en beschikbaarheid geborgd van het besluit en de bijgevoegde informatieobjecten.

Ook voor werkingsgebieden geldt een was-wordt variant, zoals eerder ook al beschreven bij stappen voor het wijzigen van een werkingsgebied van een OW-besluit.

Was-wordt voor werkingsgebieden (geo-informatieobjecten)

18.8 Berichtenverkeer tussen de bronhouder en de LVBB

In het Informatiemodel vindt de gebruiker wat er wordt uitgewisseld.

In het Berichtenmodel vindt de gebruiker hoe er wordt uitgewisseld

Via het Presentatiemodel wordt een kaartbeeld, duidelijk leesbaar voor de eindgebruiker, getoond.

Praktisch betekent dit dat uitwisselen van automatisch berichtenverkeer loopt via het systeem van de bronhouder welke koppelt met systeem van de LVBB. Er is geen handmatige upload of download van berichten of leveringen. Er wordt gewerkt via het clean order principe. Dat betekent dat in een bericht een duidelijke opdracht voor verwerking meegegeven wordt.

18.9 Componenten voor het berichtenverkeer

Een regeling, of versie daarvan, bestaat uit verschillende componenten, zoals:

Niet elke component wordt in elke mutatie gewijzigd en is soms het wijzigen ook toegestaan zonder besluit.

Het doel van consolideren is het vereenvoudigen van het proces. Er is minder handwerk noodzakelijk en tegelijkertijd meer automatisering van het hele proces. De informatie uit het besluit is direct bruikbaar voor de geconsolideerde regeling.

Waar hierbij rekening mee gehouden dient te worden, zijn de volgende zaken:

18.10 Publicatie en bekendmaking van een officiële publicatie

De software van het bevoegd gezag gebruikt de publicatieservice om een officiële publicatie bekend te maken of te publiceren. Daartoe stuurt het een opdracht naar het Aanleverkoppelvlak. De opdracht bestaat in het algemeen uit twee delen. Het eerste deel beschrijft wat de LVBB moet doen en bevat de gegevens daarvoor; dit deel is specifiek voor het Aanleverkoppelvlak van de LVBB en wordt in dit document beschreven. Als de opdracht een officiële publicatie betreft is het tweede deel de officiële publicatie; deze is (in XML) gemodelleerd volgens de STOP standaard die in de hele keten geldt en wordt hier buiten beschouwing gelaten.

De LVBB zal na het afronden van de verschillende stappen een verslag sturen. De stappen zijn:

  1. Valideren van de officiële publicatie. Dit is gelijk aan het uitvoeren van de validatie service.

  2. Registreren van de officiële publicatie. Via software bevoegd gezag en het aanleverkoppelvlak op de LVBB. Er komt een publicatieverslag (na registratie) en een validatieverslag (na publicatie)

  3. Publiceren/bekendmaken van het besluit. De LVBB zorgt ervoor dat het besluit bekendgemaakt wordt op het gevraagde moment en dat de overige systemen die op de LVBB zijn aangesloten op dat moment over het besluit beschikken. Vanaf dat moment zijn de resulterende geconsolideerde regelingen beschikbaar via LVBB en via de overige systemen, waarnaar alle informative verder gegeven wordt. Als het om technische redenen niet mogelijk is de bekendmaking of publicatie op het gevraagde moment uit te voeren, zal dat in het publicatieverslag aangegeven worden.

Als het technisch mogelijk is, zal het besluit altijd bekendgemaakt worden, ook als het samenstellen of valideren van de geconsolideerde regeling niet mogelijk is.

19. Conformiteitsregels en valideren waterschapsverordening

19.1 Validatie- en conformiteitsregels 

Validatie- en conformiteitsregels  zijn criteria waaraan software moet voldoen welke gebruik maakt van de STOP/ TPOD standaard. 

Het doel van validatie- en conformiteitsregels is om de digitale verwerking en publicatie van besluiten te waarborgen. De regels waaraan geconformeerd moet worden, kunnen betrekking hebben op: 

De meeste van de validatie- en conformiteitsregels vinden hun oorsprong in de documentatie van de standaard. Het is dan ook belangrijk om de validatie- en conformiteitsregels in de standaard expliciet te identificeren. De lijst van validatie- en conformiteitsregels kan daarna gegenereerd worden. De lijst is daarmee een afgeleid product. Mogelijk zijn er validatie- en conformiteitsregels die niet in de standaard geduid kunnen worden, bijvoorbeeld omdat ze over procesafspraken gaan die betrekking hebben op de implementatie. In dat geval worden deze extra aan de lijst toegevoegd. 

Meer informatie over de lijst met validatie- en conformiteitsregels vind je hier.

19.2 Categorisatie van validatie- en conformiteitsregels 

Validatie- en conformiteitsregels kunnen worden geclassificeerd als: 

20. Inhoudelijke aspecten waterschapsverordeningInhoudelijke aspecten AMvB & MR

20.1 Inhoudelijke aspecten

De TPOD is in feite een schakel tussen de juridische (inhoudelijke) bepalingen in de Omgevingswet en de technische specificaties voor het ontwikkelen van software ten behoeve van de afzonderlijke OW-besluiten. In hoofdstuk 2 van de TPOD staan o.a. overzichten met betrekking tot de inhoud van het OW-besluit die het kan en mag bevatten. Daarnaast geeft het aan, op basis van de Omgevingswet, of er sprake is van overgangsrecht en of er andere regels of besluiten zijn die kunnen leiden tot wijzigingen in het OW-besluit (meervoudig bronhouderschap). Ook beschrijft het hoe het OW-besluit omgaat met de bruidsschat.

De hiervoor genoemde inhoudelijke aspecten vormen een deel van de uitgangspunten voor het modelleren van het OW-besluit. De TPOD vertaalt dit naar informatiekundige specificaties.

Naast de TPOD is er ook aanvullende informatie beschikbaar, veelal in de vorm van een handreiking of een modelleringsrichtlijn. Hierin staat voor het specifieke OW-besluit welke inhoudelijke richtlijnen of afspraken er nog meer gemaakt worden. Tot slot is er nog meer informatie te vinden over het OW-besluit op de website van Informatiepunt Omgevingswet (aandeslagmetdeomgevingswet.nl). Zie voor al deze aanvullende informatie de uitstapjes aan de rechterzijde.

21. Besluitonderdelen en tekstmodel AMvB & MR

21.1 Besluitonderdelen en tekstmodel

Het OW-besluit bestaat uit twee besluitonderdelen. De TPOD beschrijft in paragraaf 4.1 welke inhoud in welk besluitonderdeel thuis hoort.

Om de tekst van de besluitonderdelen ook machineleesbaar te maken is in het IMOP-tekstmodel aangegeven welke tekststructuren er mogelijk zijn. Dit zijn respectievelijk de artikelstructuur en de vrijetekststructuur. Het tekstmodel geldt voor alle officiële overheidspublicaties, waaronder straks bijvoorbeeld ook voor publicaties van de belastingdienst. De TPOD schrijft voor ieder besluitonderdeel voor welke tekststructuur gebruikt moet worden, zie daarvoor de paragrafen 5.1, 5.2 en 5.3.

21.2 Tekststructuren

Het onderstaand figuur is een conceptuele weergave van de tekststructuren. Links de artikelstructuur met artikelen en leden met inhoud. Te zien is dat wanneer een artikel leden bevat, de inhoud in het lid voorkomt. Indien het artikel inhoud bevat, zoals in artikel 1.2, is het niet mogelijk om in dat artikel ook leden te plaatsen. Het rechtergedeelte van het figuur geeft de vrijetekststructuur weer, waarin de divisies inhoud bevatten. Inhoud kan alléén voorkomen in een divisie.

Artikelstructuur en vrijetekststructuur

21.3 Besluitonderdelen en hun tekststructuur

In onderstaand figuur is per besluitonderdeel en de bijlages daarvan, conceptueel aangegeven welke tekststructuur van toepassing is. Let daarbij vooral op de kleur van de balkjes; oranje voor artikelstructuur en groen voor vrijetekststructuur. Ook zijn er onderdelen uitgegrijsd, omdat deze niet verplicht zijn.

Besluitonderdelen en hun tekststructuur

21.4 Besluitonderdelen, tekststructuur en tekst- of structuurelementen

Onderstaande tabel geeft nogmaals aan welke tekststructuur van toepassing is bij welk besluitonderdeel en voegt daaraan toe welke tekst- en of structuurelementen daarbij toegepast kunnen worden. In paragraaf 5.2.1.2 van de TPOD is aangegeven in welke hiërarchie de tekst- en structuurelementen mogen voorkomen wat betreft de artikelstructuur. In paragraaf 5.3.2 is dit aangegeven voor de vrijetekststructuur. In de kolom toelichting zijn enkele zaken daaruit overgenomen, voor de volledige informatie moet de TPOD geraadpleegd worden. De verwachting is dat een groot deel door de software automatisch wordt gewaarborgd.

Overzicht van besluitonderdelen en hun bijbehorende tekststructuren en tekst- of structuurelementen

(Besluit) Onderdeel Tekststructuur Tekstelementen / structuurelementen Toelichting
Deel één: regels artikelstructuur Hoofdstuk*, Titel, Afdeling, Paragraaf, Subparagraaf, Subsubparagraaf, Artikel\, Lid* * hoofdstuk en artikel komen verplicht minimaal één keer voor alléén artikel en lid bevatten inhoud. Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst zijn de inhoud.
Bijlage bij deel één (facultatief)  vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Deel twee: algemene en artikelsgewijze toelichting vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie
Bijlage bij deel twee (facultatief)  vrijetekststructuur Divisie kop is verplicht, maar opsteller is vrij in vormgeving daarvan (label/nummer/opschrift) divisies mogen naar eigen inzicht hiërarchisch ingedeeld worden
Inhoud kan bestaan uit een alinea, figuur, tabel en/of lijst. valt altijd onder een divisie

21.5 Tekst- en structuurelementen

Zoals hiervoor aangegeven structureren tekst- en structuurelementen het OW-besluit. Met uitzondering van alinea, figuur, lijst en tabel kunnen alle tekst- en structuurelementen voorzien worden van een Kop. De TPOD schrijft in paragraaf 5.2.2 en 5.3.2 voor hoe iedere Kop eruit moet zien. Het gaat dan om het label, nummer en opschrift.
Daarnaast schrijft de TPOD voor dat de Inhoud (alinea, figuur, lijst en tabel) alléén voor mag komen in Artikel en Lid in de artikelstructuur en in Divisie in de vrijetekststructuur.

21.6 Functioneel verbeelden

Het presentatiemodel schrijft voor hoe deze koppen er vervolgens uit moeten zien. Hierin bepaald het principe van ‘functioneel presenteren’ hoe de verbeeld wordt.

Lees hierover meer op de pagina Presenteren AMvB - functioneel presenteren van artikelstructuur.

21.7 Standaardindeling

Het bevoegd gezag is in grote mate vrij om naar eigen inzicht het OW-besluit in te delen. De TPOD schrijft in paragraaf 5.2.2.2 en 5.4, 5.5 en 5.6 voor welke eisen er aan de inhoudsopgave gesteld worden. Zo is er altijd een hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Daarnaast is er een eis dat alle begrippen gegroepeerd worden in ‘begripsbepalingen’ ofwel in één artikel in hoofdstuk 1, ofwel in één bijlage. Hetzelfde geldt voor meet- en rekenregels. Deze moeten gegroepeerd worden in de ‘meet- en rekenbepalingen’ in één artikel in hoofdstuk 1 of in de bijlage. Dit zorgt ervoor dat ze altijd vindbaar zijn en het draagt bij aan de eenduidigheid van alle regels.

In AMvB en MR is het toegestaan om op iedere plek in de regeling begripsbepalingen op te nemen. Begripsbepalingen kunnen dus allemaal in één artikel worden opgesomd, of allemaal in een bijlage, maar ook in verschillende artikelen verspreid over de tekst van de regeling. Ook combinaties daarvan zijn toegestaan. Op deze manier is het bijvoorbeeld mogelijk om de algemene begrippen bij elkaar te zetten in een specifiek daarvoor bestemde bijlage en contextgebonden begrippen, oftewel begrippen die betrekking hebben op slechts een bepaald onderwerp in de regeling, op te nemen in een artikel in het regelingonderdeel dat over dat onderwerp gaat.

Tot slot bevat de TPOD de eis van een bijlage met daarin alle noemers en identificatiecodes.

22. Regels AMvB & MR

22.1 Opbouw van de regels 

Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om diverse soorten regels op te stellen over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Om de regels in het Digitale Stelsel Omgevingswet te laten landen is in de STOP/TPOD uitgewerkt hoe deze zowel mens- als machineleesbaar worden gemaakt.

Over het algemeen kan gezegd worden dat de regels uit regeltekst bestaat die aangeeft ‘wat’ er geldt. Daarnaast heeft een regeltekst een werkingsgebied die aangeeft ‘waar’ dit geldt. Tot slot kan een regeltekst voorzien worden van extra informatie die aangeeft ‘waarover’ de regeltekst gaat, door middel van annoteren.

Om de regels in het Digitale Stelsel Omgevingswet te laten landen bestaan deze uit verschillende onderdelen:

Onderdelen van regels

In dit deel van de wegwijzer lees je meer over deze onderdelen van de regels.

22.2 Regeltekst en juridische regel

Zoals rechtsboven in 2. Besluitonderdelen en tekstmodel is uitgewerkt, bestaat een OW-besluit uit tekst- en structuurelementen. Binnen de tekst- en structuurelementen zijn informatiekundige elementen aangewezen waaraan informatie gekoppeld kan worden. In OW-besluiten met een artikelstructuur (zoals dit OW-besluit) is dit de regeltekst. Regeltekst is de kleinste zelfstandige eenheid van (een of meer) bij elkaar horende juridische regels: een artikel of lid. De regeltekst is in een tekst concreet aan te wijzen. Meer informatie over regeltekst vind je in paragraaf 6.4.1 van de TPOD.

Een juridische regel is de beschrijving van een regel met juridische werkingskracht. Het beschrijft welke regel er juridisch geldig is. Een juridische regel is altijd onderdeel van een regeltekst. Een regeltekst kan een of meerdere juridische regels bevatten. Een juridische regel is een conceptuele constructie die noodzakelijk is om verschillende onderdelen van een regeltekst een eigen locatie te kunnen geven. Meer over het begrip locatie lees je verderop in deze pagina.

Meer informatie over de juridische regel vind je in paragraaf 6.4.2 van de TPOD.

Conceptuele weergave van de juridische regels en regeltekst

Bij bevraging in bijvoorbeeld DSO-LV zal altijd de volledige regeltekst als resultaat worden weergegeven en niet de individuele juridische regel.

Om de regels te kunnen bevragen op de kaart in DSO-LV moet er een werkingsgebied gekoppeld worden aan de regeltekst. Het koppelen van een werkingsgebied aan de regeltekst is verplicht. Verderop in deze pagina vind je uitleg over werkingsgebieden.

Verder is het mogelijk om de regeltekst te annoteren. Annoteren is noodzakelijk om het bevragen van de regels in DSO-LV mogelijk te maken. Ook is het annoteren noodzakelijk om de regels op een betekenisvolle manier te verbeelden op de kaart in DSO-LV. Meer informatie over annoteren in relatie tot presenteren vind je in paragraaf 7.1 van [het Presentatiemodel].

22.3 Attributen van regeltekst

Aan een regeltekst moet dus een werkingsgebied gekoppeld worden en de regeltekst kan ook geannoteerd worden. Daarnaast heeft regeltekst een aantal attributen die zijn afgeleid van de juridische regel. Dit zijn de attributen regelkwalificatie, thema en onderwerp.

De attributen thema en onderwerp zijn optioneel en mogen zo vaak voorkomen als gewenst. Deze attributen geven aan wat het thema en/of onderwerp is van de juridische regels. Binnen een regeltekst mogen juridische regels voorkomen met meerdere thema’s en/of onderwerpen. Meer informatie over de attributen thema en onderwerp vind je in paragraaf 6.4.2.3 en 6.4.2.4 van de TPOD.

Met het attribuut regelkwalificatie wordt vastgelegd tot welke soort regel de juridische regel behoort en voor wie de regel bedoeld is. De regelkwalificatie zegt iets over de regel en niet over het inhoudelijke aspect waar de regel over gaat. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen instructieregels, omgevingswaarderegels en regels voor iedereen.

Een regeltekst mag maar één regelkwalificatie hebben. Dat betekent concreet dat alle juridische regels binnen één regeltekst dezelfde regelkwalificatie moeten hebben. Bij de inhoudelijke opstelling van een regeltekst moet hier rekening mee gehouden worden.

Meer informatie over de attributen van juridische regels en regeltekst vind je in paragraaf 6.4.1 en 6.4.2 van de TPOD.

Meer informatie over het attribuut regelkwalificatie vind je in paragraaf 6.4.3 van de TPOD.

22.4 De termen locatie en werkingsgebied

De termen locatie en werkingsgebied worden momenteel wel eens door elkaar gebruikt. Dit onderwerp bevat de informatie over het werkingsgebied en de locatie, de samenhang ertussen en de daarbij behorende begrippen, zoals juridische regel, locatieaanwijzing en geografisch informatieobject.

Het doel is om inzicht te bieden in de betekenis van deze termen. Hiertoe worden de verschillende begrippen toegelicht een paar voorbeelden uitgewerkt. Dit geeft inzicht in de globale werking ervan en is niet volledig in detailinformatie. Daarvoor word je verwezen naar IMOW en de TPOD.

22.5 Locatie en werkingsgebied in context

Om de termen locatie en werkingsgebied en hun onderlinge relatie goed te kunnen duiden is een toelichting nodig op begrippen die met deze twee termen van doen hebben. In de onderstaande figuur zijn deze begrippen in vereenvoudigde weergave met elkaar in verband gebracht.

Conceptuele weergave van locatie en werkingsgebied en de relatie met andere relevante begrippen

In de gepresenteerde samenhang van de begrippen wordt duidelijk dat een locatie op twee manieren kan worden ‘aangeroepen’:

Om de betekenis van locatie en werkingsgebied goed te kunnen duiden worden in de volgende delen de definitie en toepassing van de begrippen beschreven en worden hun onderlinge relaties aan de hand van voorbeelden nader toegelicht.

22.6 Locatie

Definitie

Een locatie legt de geometrische afbakening van het werkingsgebied van een regeltekst vast en geeft aan waar een juridische regel en/of inhoudelijke annotatie van toepassing is.

Toepassing

Het begrip locatie is voor zowel STOP als voor OW een belangrijk begrip. De locaties in OW-besluiten worden voor een officiële publicatie vastgelegd in een geografisch informatieobject. Daarbij houdt het voor STOP op en wordt locatie in het IMOW verder gemodelleerd.

In het IMOW is gekozen voor de naam locatie, omdat het om de locatie zelf gaat en niet alleen over de rol die locatie speelt in relatie tot een regeltekst, zijnde het werkingsgebied van het artikel of lid. De locatie wordt immers ook gebruikt en beschouwd vanuit een juridische regel of annotaties zoals activiteit, functie, beperkingengebied of normwaarde. Deze rol van locatie wordt de locatieaanduiding genoemd.

Locatie bevat meestal een gebied of een groep van gebieden (gebiedengroep), maar kan ook een punt of een lijn respectievelijk een puntengroep of een lijnengroep zijn. Elk van deze entiteiten bevat een geometrie.

22.7 Werkingsgebied

Definitie

Het werkingsgebied geeft de geometrische afbakening aan waar een regeltekst (dus een artikel of een lid) zijn werking heeft.

Toepassing

Een werkingsgebied geeft informatiekundig de relatie weer tussen een regeltekst met juridische regel(s) en een locatie in de fysieke leefomgeving. Daarom is er in STOP/TPOD altijd sprake van een verplichte relatie van de regeltekst naar een werkingsgebied.

Een regeltekst heeft een attribuut ‘werkingsgebied’ dat een verwijzing is naar een (of meer) locatie(s), zijnde de optelling van de locaties vanuit alle juridische regels die samen de regeltekst vormen.

Op deze wijze hebben juridische regels die in de regeltekst zijn opgenomen werkingskracht in het werkingsgebied van de regeltekst. In de DSO-viewer en de LVBB kunnen met een klik op de kaart ook de regelteksten worden gevonden die werking hebben op die locatie en vice versa.

22.8 Locatieaanduiding

Definitie

Een locatieaanduiding is een toewijzing van juridische regels en/of annotaties aan specifieke locaties in de fysieke leefomgeving of het gehele grondgebied van een bevoegd gezag.

Toepassing

Juridische regels gaan onder andere over een activiteit, een beperkingengebied, een functie, een omgevingswaarde of een omgevingsnorm. De koppeling van een juridische regel aan een locatie wordt gelegd met behulp van een verwijzing. Deze verwijzing wordt een locatieaanduiding genoemd. Vanuit dit oogpunt is de locatie geen werkingsgebied, maar fungeren deze locaties wel als werkingsgebied voor de regeltekst.

22.9 Onderlinge relatie werkingsgebied en regeltekst

De standaard vereist dat een werkingsgebied aan een regeltekst gekoppeld wordt. Regeltekst bevat altijd ten minste één juridische regel, maar kan ook meerdere juridische regels bevatten. Een juridische regel kan ook naar een specifieke locatie in de fysieke leefomgeving verwijzen.

De locatie of locaties die betrekking hebben op het werkingsgebied van regeltekst worden vastgelegd door een verwijzing naar een geografisch informatieobject.

Een informatieobject in STOP/TPOD is een zelfstandige entiteit voor het opslaan en via internet ontsluiten van informatie die onderdeel van een besluit is, maar niet op een voor de mens leesbare manier in de tekst van dat besluit kan worden weergegeven. Het geografisch informatieobject is een informatieobject met ten minste één geometrie. Naast geometrie kan een geografisch informatieobject ook waarden bevatten, zoals waarden voor omgevingsnormen.

De verwijzing naar het geografisch informatieobject komt tot stand door in de juridische regel de noemer van het geografisch informatieobject (en dus ook van de locatie) op te nemen. Deze noemer is een tekstuele aanduiding van de gegevensset, waaruit een lezer kan begrijpen waar het geografisch informatieobject (de locatie) betrekking op heeft.

Een (geografisch) informatieobject kan door meerdere regelingen en/of besluiten worden gebruikt. Door in de tekst van het besluit naar het informatieobject te verwijzen krijgt het informatieobject juridische status en wordt het onderdeel van het besluit. Met de noemer en de unieke identificatie kan de verwijzing vanuit de tekst gerealiseerd worden, waardoor het geografisch informatieobject een juridische status krijgt.

In onderstaand voorbeeld bevat een regeltekst één juridische regel met één werkingsgebied, dat informatiekundig één locatie is. In zo’n geval kan de regeltekst bijvoorbeeld als volgt luiden:

Ter plaatste van het gebied van de functie Bedrijf categorie 2 mogen de locatie en de daarop voorkomende bouwwerken worden gebruikt voor het [naam activiteit].

In dit voorbeeld is de locatie ‘Bedrijf categorie 2’. De verwijzing vanuit de juridische regel, door middel van de noemer, naar de locatie maakt dat in dit voorbeeld het gebied van de functie Bedrijf categorie 2 het werkingsgebied is van de regeltekst.

De locatie ‘Bedrijf categorie 2’ wordt vastgelegd in een geografisch informatieobject met de noemer ‘Bedrijf categorie 2’.

Verwijzing vanuit de juridische regel, door middel van de noemer, naar de locatie, maakt dat het gebied van de functie Bedrijfcategorie 2 het werkingsgebied is van de regeltekst

Door op een machineleesbare manier een verwijzing te maken van een regeltekst naar een locatie, is het mogelijk om via de kaart te bevragen welke juridische regels op een bepaalde locatie van toepassing zijn. Zo is de locatie ‘Bedrijf categorie 2’ het werkingsgebied van de regeltekst. Daarnaast is het door middel van het annoteren van activiteiten in relatie tot deze locatie mogelijk om aan de slag te gaan met toepasbare regels.

22.10 Onderlinge relatie locatieaanduiding en juridische regel

Juridische regels gelden voor een bepaalde specifieke locatie(s) in de fysieke leefomgeving, of voor een heel grondgebied van een bevoegd gezag. De juridische regels verwijzen naar deze locaties (=geometrische afbakening). We noemen deze verwijzing de locatieaanduiding.

Inhoudelijke annotaties zoals activiteit, beperkingengebied, functie, omgevingsnorm en omgevingswaarde kunnen onderdeel zijn van een juridische regel. Ook de toewijzing van een locatie aan deze inhoudelijke annotaties noemen we de locatieaanduiding.

De toewijzing van een locatie aan een activiteit, beperkingengebied, functie, omgevingsnorm en/of omgevingswaarde heeft een sterke relatie met de locatieaanduiding van de juridische regel die het werkingsgebied definieert. In principe geldt dat de locatie van een inhoudelijke annotatie gelijk moet zijn aan de locatieaanduiding van de regel, en gelegen moet zijn binnen het werkingsgebied van de regeltekst waarin de juridische regel is opgenomen.

Informatiekundig worden juridische regel en locatie als twee aparte objecten gezien. Dit maakt het mogelijk om dezelfde locatie te gebruiken in verschillende regels en in bijvoorbeeld verschillende activiteiten, mits bewust dezelfde locatie wordt bedoeld. Als de locatie wijzigt, bijvoorbeeld als de geometrie verandert of een nieuw gebied wordt toegevoegd, dan wijzigt de juridische regel op zichzelf zelf niet. De juridische regel bevat immers alleen een verwijzing naar een locatie. Wanneer deze twee objecten in samenhang met elkaar wijzigen, wijzigt de locatie uiteraard wel.

Het is ook mogelijk om juist aparte locaties te gebruiken die een gelijke geometrische afbakening kennen. Dit kan nodig zijn wanneer de geometrische afbakening van een juridische regel juist niet mee mag veranderen als de locatie hiervan moet wijzigen vanuit een andere juridische regel.

Zo kunnen er bijvoorbeeld vijf verschillende juridische regels tegelijkertijd geldig zijn, op evenzoveel geometrisch afgebakende locaties, waarbij de locaties exact dezelfde geometrie hebben en geïnspireerd zijn op exact dezelfde fysieke locatie. Toch is er dan juridisch gezien sprake van vijf verschillende locaties.

22.11 Regeltekst bevat meerdere juridische regels en meerdere locaties

In onderstaande figuur is in lid 1 sprake van een regeltekst die één juridische regel met één locatie (‘Centrumgebied’) bevat.

Conceptuele weergave van regelteksten met bijbehorende geografische informatieobjecten en werkingsgebieden

In lid 3 is een voorbeeld uitgewerkt van een regeltekst die meerdere juridische regels bevat met meerdere locaties. In zo’n geval kan de regeltekst bijvoorbeeld als volgt luiden:

In het centrumgebied en in het stationsgebied is het toegestaan om zonder vergunning of melding een horeca-inrichting te exploiteren.

In dit voorbeeld zijn er twee locaties en derhalve twee geografische informatieobjecten die bij de bekendmaking c.q. publicatie vastgelegd en aangeleverd worden: 'het centrumgebied' en 'het stationsgebied'.

De twee locaties tezamen vormen het werkingsgebied van de regeltekst, want het werkingsgebied van de regeltekst is dan de optelling van de locaties van alle juridische regels die samen de regeltekst vormen. Het werkingsgebied van de regeltekst van lid 3 is dus het ‘Centrumgebied’ én ‘Stationsgebied’ gezamenlijk.

22.12 Werkingsgebied zonder noemer in de juridische regel

Wanneer er op een andere plek in het omgevingsdocument een locatie benoemd is (met een noemer en een unieke identificatie), kan het voorkomen dat dit niet in de regeltekst herhaald wordt. Het is dan mogelijk om, door middel van de software, alsnog de regeltekst te koppelen aan het gewenste werkingsgebied. De regeltekst blijft daarmee bevraagbaar via de kaart op dat werkingsgebied, zonder dat de lezer van de regeltekst in dat specifieke stuk regeltekst kan zien dat het gekoppeld is. De lezer zal het weten doordat het in dat hoofdstuk of artikel wel beschreven is.

In onderstaande figuur is in lid 2 een voorbeeld geïllustreerd van een regeltekst waarbij niet expliciet een locatie is benoemd.

Conceptuele weergave van werkingsgebied zonder noemer in de juridische regel

De standaard vereist dat een werkingsgebied aan een regeltekst gekoppeld wordt. Dat hoeft niet te betekenen dat een mens dat altijd handmatig hoeft te doen. De software kan die taak gemakkelijker maken, bijvoorbeeld door werkingsgebieden aan grotere delen van de tekst te koppelen (mits dat juridisch juist is). In dit voorbeeld heeft de software de regeltekst aan het werkingsgebied van voorgaande regeltekst gekoppeld. In dit voorbeeld is dat het 'Centrumgebied' uit lid 1.

Het werkingsgebied geeft de geometrische afbakening aan waar een regeltekst zijn juridische werking heeft. Het is wel aan de lezer van de regeltekst om te interpreteren waar, binnen deze geometrische afbakening, de regeltekst wel en niet zijn werking heeft.

22.13 Interpretatie waar binnen het werkingsgebied de regeltekst zijn juridische werking heeft

Een regeltekst kan bijvoorbeeld als volgt luiden:

In de stad Amersfoort mag binnen een afstand van 300 meter rondom een school of kinderopvanglocatie geen coffeeshop worden gevestigd.

Het werkingsgebied kan dan geometrisch worden afgebakend met de grens van de stad Amersfoort. Het wil echter niet zeggen dat nergens in Amersfoort een coffeeshop mag worden gevestigd. Dat kan volgens deze regel wel, mits buiten de afstand van 300 meter van een school of kinderopvanglocatie.

Het is aan de lezer om de inhoud van de regeltekst te interpreteren.

22.14 Het begrip annoteren

Onder annoteren verstaan we het toevoegen of markeren van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen. Een markering heet een annotatie.

22.15 Het doel van annoteren

Annoteren maakt het mogelijk dat de tekst uit een regeling of besluit machineleesbaar wordt. Het zorgt er voor dat het besluit of de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat werkingsgebieden en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren helpt ook bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met werkingsgebieden. De bij het annoteren toegevoegde gegevens worden niet direct in de lopende, voor de mens leesbare, tekst weergegeven. De annotaties zijn wel zichtbaar in het machineleesbare bestand.

Annotaties zijn op vrijwel alle objecten of tekstelementen mogelijk. Ze helpen om regels op hun eigenschappen te vinden wanneer zoektermen worden gebruikt. Ze helpen ook om regels op hun eigenschappen te kunnen presenteren.

IMOW beschrijft vanuit een informatiekundige blik alle objecten die van belang zijn voor het annoteren en het opstellen van OW-besluiten en niet in de laatste plaats ten behoeve van de informatieverschaffing in DSO-LV.

Het gaat om de volgende IMOW-objecten:

In de TPOD wordt in detail toegelicht hoe je kunt annoteren met IMOW-objecten. Meer informatie hierover vind je in paragraaf 6.4 van de TPOD.

22.16 Waarom annoteren?

STOP en IMOW maken het mogelijk om een regeltekst een werkingsgebied te geven door een verwijzing naar de locatie van de regeltekst op te nemen. Een computer weet dan dat beide bij elkaar horen, maar kan geen verdere betekenis aan die relatie geven. Ook kan het werkingsgebied niet voor een mens betekenisvol op een kaart weergegeven worden.

Dit kan wel met het mechanisme van annoteren: het toevoegen van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen die die besluiten en regelingen machineleesbaar maken. Annoteren zorgt er voor dat het besluit of de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat werkingsgebieden en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren kan ook helpen bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met werkingsgebieden. Voor het annoteren van OW-besluiten gebruikt TPOD de IMOW-objecten.

Annoteren is niet verplicht, maar wel noodzakelijk om het afgesproken dienstverleningsniveau van het DSO-LV te bereiken. Ieder bevoegd gezag kan zelf bepalen wanneer het digitaal optimaal is. Dit hangt af van het ambitieniveau, de beschikbare capaciteit voor het opstellen van het OW-besluit en de beschikbare capaciteit voor het beheer.

Annotatie-schaal van juridisch minimum tot digitaal optimaal

In welke mate er geannoteerd wordt is dus een afweging die per bevoegd gezag gemaakt dient te worden.

22.17 Toepassen van annoteren

In het IMOP is vastgelegd welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot annoteren. In de TPOD is vervolgens gespecificeerd van welke annotatie mogelijkheden er gebruik gemaakt kan of moet worden volgens IMOW. In onderstaande tabel is voor de annotaties uitgewerkt welke van toepassing zijn in welke OW-besluiten. Een kleine leeswijzer:

Groen=Van toepassing

Rood=Niet van toepassing

Annotatiemogelijkheden per OW-besluit

In de TPOD van het specifieke OW-besluit is in elke paragraaf 6.4 nader uitgewerkt wat deze annotaties omvatten. Het is niet de bedoeling om in deze praktijkrichtlijn volledig alle annotaties uit te werken, maar om meer uitwerking te geven aan hoe die annotaties in de praktijk gaan werken.

Een regeltekst kun je annoteren op een van bovenstaande annotaties. Ook deze bevatten weer eigen typen en attributen. Wordt de regeltekst niet geannoteerd dan is deze als regel ook niet vindbaar of gekwalificeerd. Zie onderstaande figuren voor een schematische weergave.

Annoteren regeltekst

In elke TPOD van de afzonderlijke OW-besluiten is aangegeven of de annotaties in het OW-besluit kunnen voorkomen. Daarnaast is aangegeven welke regels er gelden voor het gebruik van de annotatie.

22.18 Waardelijsten

Bij veel annotaties hoort een lijst vooraf gedefinieerde waarden die de annotatie kan aannemen (aan kan worden toegekend). De waarden staan niet in de objectencatalogus, maar in een waardelijst. Om de uniformiteit te bevorderen worden zoveel mogelijk eenduidige begrippen gebruikt. Daar waar de waarden voor verschillende OW-besluiten gelijk zijn, worden ze onderling afgestemd.

Waardelijsten zijn er in twee vormen:

23. Presenteren AMvB & MR

23.1 Het Presentatiemodel

Een OW-besluit dient begrijpelijk te zijn voor mensen. Daarom dienen OW-besluiten niet alleen machineleesbaar te worden aangeboden, maar ook op een voor de mens te interpreteren wijze. Uitgangspunt is dat de tekst, de bijbehorende locaties en de waarden die verschillende locaties hebben, zo overzichtelijk mogelijk worden gepresenteerd dat de raadpleger ze correct kan interpreteren.

Het presentatiemodel beschrijft de richtlijnen ten aanzien van het presenteren van OW-besluiten. Het gaat in op het presenteren van tekst en het presenteren van geografische informatieobjecten.

Lees hier het Presentatiemodel.

23.2 Principes van het functioneel presenteren

Het presentatiemodel wil grote complexiteit voorkomen ten aanzien van het presenteren van OW-besluiten en wil de nodige flexibiliteit bieden in vormgeving. Daarom wordt het principe van functioneel presenteren gehanteerd.

Volgens het principe van functioneel presenteren worden er functionele eisen gesteld aan wát er weergegeven moet worden, maar het stelt geen eisen aan de exacte opmaakstijl zoals de exacte corpsgrootte van een lettertype of de kleur van een gebied in de kaart. Er is een scheiding tussen de functionele aanduiding (wat wordt er gepresenteerd?) en de stijl van het symbool, zoals de concrete kleurwaarden en mate van transparantie.

In de geest van de Omgevingswet is er bewust voor gekozen om bevoegde gezagen enige vrijheid te bieden ten aanzien van hoe zij hun OW-besluiten en regelingen presenteren. De exacte wijze van presenteren is afhankelijk van welke boodschap het bevoegd gezag precies wilt overbrengen. Dit is mede afhankelijk van het medium waarin het OW-besluit wordt getoond.

Voor de bekendmaking en publicatie van een OW-besluit kan het mogelijk zijn dat een bevoegd gezag bepaalde elementen in een OW-besluit wilt benadrukken om een bepaalde boodschap over te brengen, terwijl in de DSO-viewer de vergelijkbaarheid tussen bepaalde locaties en regels misschien belangrijker is. Het presentatiemodel biedt bevoegde gezagen daarom enige vrijheid om zelf keuzes te maken met betrekking tot de presentatie van een OW-besluit.

Meer informatie over de functionele presentatie van tekst vind je in paragraaf 4.4.1 van het Presentatiemodel.

Meer informatie over de functionele presentatie in kaartbeeld vind je in Hoofdstuk 7 van het Presentatiemodel.

23.3 Verschijningsvormen van een OW-besluit

Het presentatiemodel maakt de inhoud van de digitale informatie uit juridische OW-besluiten, die worden opgeslagen in xml-bestanden, toegankelijk en leesbaar voor de gebruiker. Er zijn verschillende vormen waarop de inhoud van een OW-besluit wordt weergegeven. Deze zijn beschreven in onderstaande figuur.

Overzicht van de verschillende vormen waarop een OW-besluit wordt weergegeven

Meer informatie over de verschijningsvormen van een OW-besluit vind je in Hoofdstuk 2 van het Presentatiemodel.

Het presentatiemodel beschrijft alle generieke onderdelen die nodig zijn voor het presenteren van vaststellingsbesluiten en wijzigingsbesluiten van een OW-besluit. Er zijn ook onderdelen die alleen van toepassing zijn op wijzigingsbesluiten. Deze onderdelen worden separaat toegelicht.

23.4 Presenteren van een besluit

Een besluit bestaat uit de verschillende besluitonderdelen (regelteksten of teksten met een vrijetekststructuur), inclusief de verwijzing naar (geografische) informatieobjecten.

Informatieobjecten in een OW-besluit dienen in de mensleesbare weergave van het besluit opgenomen te worden zodat duidelijk is welke informatie als onderdeel van het besluit is vastgesteld. Het presentatiemodel legt de verbinding tussen het informatieobject en het besluit door de noemer van het informatieobject in de tekst op te nemen. Op deze wijze wordt het informatieobject onderdeel van het juridische besluit.

Onderstaande figuur geeft conceptueel weer hoe vanuit het juridische besluit verwezen wordt naar het informatieobject.

Mensleesbare noemers en verwijzingen naar geografische informatieobjecten in de tekst van het besluit

Meer informatie over de presentatie van het besluit vind je in Hoofdstuk 4 van het Presentatiemodel.

Er bestaat ook een serviceproduct van het besluit/bekendmaking. Een service product van het besluit/bekendmaking is een verrijkte webversie van het besluit. Hier kan extra context aan zijn toegevoegd waardoor de inhoud van het besluit op diverse manieren raadpleegbaar en bevraagbaar is. Het is toegankelijker, maar niet authentiek.

Meer informatie over de presentatie van het serviceproduct van het besluit/bekendmaking vind je in Hoofdstuk 5 van het Presentatiemodel.

23.5 Presenteren van een regeling

De geconsolideerde regeling vormt de basis voor de weergave van de regeling in de LVBB en van het OW-besluit dat in de DSO-viewer te raadplegen is. De geconsolideerde versie van het OW-besluit bestaat uit de tekst, de bijbehorende werkingsgebieden en geografische informatieobjecten.

Het verschil tussen de LVBB en de DSO-viewer is dat de LVBB document georiënteerd is, terwijl de DSO-viewer geconsolideerde informatie laat zien over de interbestuurlijke documenten heen en in combinatie met de ruimtelijke plannen.

Onderstaande figuur toont een conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de LVBB.

Conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de LVBB

Onderstaande figuur toont een conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de DSO-viewer.

Conceptuele weergave van een geconsolideerde regeling in de DSO-viewer

Voor de teksten in de LVBB en de DSO-viewer is het principe van functioneel presenteren van tekst van toepassing. In de paragraaf Presenteren van tekst wordt dit beschreven.

Voor de geografische informatieobjecten geldt ook het principe van functioneel presenteren. Welke symbolisatiemethode hierbij toegepast kan worden, wordt beschreven in de paragraaf Presentatie in kaartbeeld. De keuze die hierin gemaakt wordt zal afhankelijk zijn van het medium waarin de regeling geraadpleegd wordt en van de boodschap die een bevoegd gezag wil overbrengen.

Meer informatie over het presenteren van regelingen vind je in Hoofdstuk 6 van het Presentatiemodel.

23.6 Presenteren van tekst

Voor het presenteren van tekst gaat het presentatiemodel uit van het principe van functioneel presenteren. Dit houdt in dat het presentatiemodel functionele eisen stelt aan wát er weergegeven moet worden, maar niet voorschrijft welke exacte opmaakstijl moet worden gebruikt. De stijl van presenteren staat los van het besluit. Dat maakt het flexibel. Dezelfde informatie kan in verschillende media in een andere kleur of font weergegeven worden.

De functionele weergaveregels gaan uit van een bepaalde hiërarchische structuur in een tekst. Deze hiërarchische structuur is bepalend voor de hoe de tekst gepresenteerd kan worden. De koppen en teksten moeten een relatieve grootte hebben die past bij de hiërarchische structuur van de tekst.

Zie onderstaande figuur voor een conceptuele weergave van het principe van functioneel presenteren van tekst.

Principe van functioneel presenteren van tekst

Voor meer informatie over functioneel presenteren van tekst verwijzen we je naar paragraaf 4.4.1 van het Presentatiemodel.

23.7 Tekstpresentatie van teksten met een artikelstructuur

Voor teksten met een artikelstructuur is het kenmerkend dat de regeltekst een artikelsgewijze opbouw heeft.

De TPOD van het OW-besluit beschrijft in paragraaf 5.2 de specificatie van de artikelstructuur. In deze specificatie is beschreven welke tekstelementen zijn toegestaan in het OW-besluit en in welke hiërarchische volgorde deze dienen te staan.

De verschillende tekstelementen moeten worden voorzien van een Kop. Een Kop bevat de volgende Kop-elementen:

In paragraaf 5.2 van de TPOD is gespecificeerd welke regels er gelden voor de in dit OW-besluit voorkomende Koppen.

In welke font en corpsgrootte de Kop opgemaakt wordt mag zelf bepaald worden, zolang het principe van functionele tekstpresentatie wordt toegepast. De TPOD van het OW-besluit legt de hiërarchische volgorde van de tekstelementen vast. Deze volgorde wordt uitgedrukt in relatieve groottes ten opzichte van het kleinste element en dient ook gehanteerd te worden bij de opmaak van tekst (corpsgrootte van het lettertype) die aan een raadpleger wordt getoond. De kop moet dus een relatieve grootte hebben die past bij de hiërarchische opbouw van de tekst.

Principe van functionele tekstpresentatie van tekst met een artikelstructuur

23.8 Tekstpresentatie van teksten met een vrijetekststructuur

Bij de vrijetekststructuur zijn vormvereisten tot een minimum beperkt, zodat bestuursorganen flexibel zijn om het instrument zoveel mogelijk naar eigen inzicht vorm te geven.

In een volgende versie wordt nader uitgewerkt welke richtlijnen er gelden voor de presentatie van teksten met een vrijetekststructuur.

23.9 Presentatie in kaartbeeld: annoteren – symboliseren – presenteren

Voor de functionele presentatie in kaartbeeld is het annoteren van de regeltekst belangrijk. De volgende inhoudelijke annotaties zijn gekoppeld aan een locatie en kunnen daarom gebruikt worden om een geometrie te verbeelden:

In het presentatiemodel worden deze inhoudelijke annotaties en hun attribuut groep gebruikt om te bepalen met welke symboliek (kleur/arcering) een locatie in een kaartbeeld wordt weergegeven. Het principe hiervoor is generiek en kan toegepast worden op alle bovenstaande annotaties.

Bovenstaande annotaties hebben een attribuut groep. Het attribuut groep wordt gebruikt om de annotatie te verbinden aan een symbool waarmee de locatie vervolgens verbeeld wordt op de kaart.

Dit principe kan het best toegelicht worden aan de hand van het voorbeeld in onderstaande afbeelding.

Conceptuele verbeelding van het principe annoteren - symboliseren - presenteren

In bovenstaand voorbeeld zie je een regeltekst waaraan een locatie is gekoppeld: gebied A. Ook is in de regeltekst de activiteit geannoteerd: een uitrit aanleggen. Bij het annoteren van de activiteit kan ook een activiteitengroep gekozen worden, in dit geval: uitwegactiviteit. De activiteitengroep staat in de symbolisatietabel waaraan een symbolisatie is gekoppeld, deze symbolisatie wordt op de kaart als verbeelding van de activiteit getoond.

De waarde van het attribuut groep van de annotatie bepaalt dus de symbolisatie waarmee de locatie wordt verbeeld op de kaart.

Ditzelfde principe kan ook toegepast worden op de annotaties gebiedsaanwijzing (functie en beperkingengebied), omgevingswaarde en omgevingsnorm. Bij deze annotaties zijn respectievelijk functiegroep, beperkingengebiedgroep, omgevingswaardegroep en omgevingsnormgroep bepalend voor de symbolisatie waarmee een locatie wordt verbeeld op de kaart.

Met welke exacte symboliek een locatie in een kaartbeeld wordt getoond is afhankelijk van de symbolisatiemethode die wordt toegepast.

Het presentatiemodel biedt 4 verschillende mogelijkheden voor presenteren op de kaart.

  1. Een default symbool.

  2. Symbolisatie op basis van een afgesproken standaard symbolisatie.

  3. Een eigen symbolisatie die afwijkt van de standaard symbolisatie.

  4. Een symbolisatie specifiek bedoeld voor een kaartviewer, afwijkend van bovenstaande symbolisatie.

Een uitleg over de 4 symbolisatiemethoden met voorbeelden vind je in paragraaf 4.2 van het Presentatiemodel.

23.10 De keuze voor een bepaalde symbolisatiemethode

Het is mogelijk om afhankelijk van de boodschap die je wilt overbrengen met het kaartbeeld te kiezen voor een symbolisatiemethode die daar het beste bij past. Het is goed voor te stellen dat de wijze waarop je een kaartbeeld wilt tonen in de LVBB, anders is dan in de DSO-viewer.

In de LVBB kan bijvoorbeeld één besluit bekend gemaakt worden, dan wil je het kaartbeeld op een manier tonen die goed laat zien wat er in het besluit is vastgesteld. Deze symbolisatie in het kaartbeeld hoeft niet gelijk te zijn aan de symbolisatie in het kaartbeeld in de DSO-viewer. In de DSO-viewer kunnen regelingen interbestuurlijk en interregionaal getoond worden op de kaart. In dat geval heeft de standaardsymbolisatie misschien de voorkeur, zodat de gebruiker de verschillende regelingen en locaties makkelijker kan vergelijken. Om de standaardsymbolisatie te faciliteren is er ook een symbolisatiebibliotheek in het presentatiemodel opgenomen.

De symbolenbibliotheek is zeer uitgebreid om een ruim pallet aan kleuren en vormen te kunnen gebruiken bij de visualisatie van een geografisch informatieobject. Het is niet mogelijk om in de symbolenbibliotheek symbolen toe te voegen. Een bevoegd gezag kan wel kiezen voor een ander symbool dan het standaardsymbool. Als dat gewenst is kan de afwijkende symbolisatie of specifieke symbolisatie toegepast worden.

Voor ruimtelijke plannen gelden de RO-standaarden en de daarmee samenhangende verbeelding. Het presentatiemodel STOP/TPOD is hier niet op van toepassing. De symbolisatiebibliotheek in het presentatiemodel sluit wel zo veel mogelijk aan op de verbeelding van ruimtelijke plannen.

Voor de symbolenbibliotheek wordt verwezen naar Symbolisatiebibliotheek_STOP_v0.98 beta.xlsx en SLD_Symbolenbibliotheek_STOP_v0.98 beta.xml

De kleur zoals voorgesteld in de symbolisatiebibliotheek is ondersteunend bedoeld. Bij het raadplegen van de kaart zal de gebruiker de kaartviewer interactief moeten gebruiken (bijvoorbeeld door bepaalde kaartlagen aan of uit te zetten) om de juiste conclusies te kunnen trekken.

24. Muteren en consolideren AMvB & MR

24.1 Metadata

De metadata zijn noodzakelijk voor bekendmaken en consolideren van o.a. besluiten (Borging via de Bekendmakingswet BkW). Dit is het juridisch minimumniveau waarop bevoegde gezagen dienen te annoteren.

De metadata zijn verplicht om een besluit te kunnen publiceren, bekend te maken en te consolideren.

Het betreft hoofdzakelijk de metadata van het OW-besluit. Metadata zijn de kenmerken die een besluit of regeling als geheel beschrijven en zijn noodzakelijk om een besluit in de ‘Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen’ (LVBB) te kunnen verwerken en in de regeling te kunnen consolideren.

Metadata hebben hun herkomst deels in STOP en deels in TPOD. Het toevoegen van metadata is verplicht. Dit komt de vindbaarheid van besluiten op de LVBB ten goede.

Er is een aantal metadata die onderdeel zijn van het OW-besluit en dus alleen door een besluit van het bevoegd gezag gewijzigd kunnen worden, bijvoorbeeld de naam van een besluit. De overige metadata zijn geen onderdeel van het OW-besluit, maar worden gebruikt voor de regeling. Deze kunnen gewijzigd worden zonder dat het bevoegd gezag daarover een besluit neemt. Een deel vult de planapplicatie zelf in en een deel zal expliciet door de opsteller moeten worden ingevuld.

Voorbeeld van metadata

De metadata worden ingevuld via de software van bevoegd gezag om een OW-besluit te produceren en bekendmaken.

24.2 De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen

De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB) biedt alle functionaliteiten om besluiten te ontvangen, valideren, bekendmaken, consolideren en beschikbaar stellen als besluit en geconsolideerde versie (regeling). De LVBB wordt ontwikkeld in het kader van de Omgevingswet, maar de ambitie is deze voor alle wet- en regelgeving van Nederland in te zetten. De LVBB is een e-overheidsbouwsteen. Omgevingswetbesluiten die overheden publiceren, komen via deze landelijke voorziening ook in het Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke Voorziening (DSO-LV).

24.3 Het proces muteren & consolideren

Muteren en consolideren betreft het wijzigen en geautomatiseerd samenstellen van de toestanden van de regeling. Dit gebeurd op basis van consolidatie informatie die in een besluit of mutatie ligt besloten, zoals bijvoorbeeld de datum waarop het besluit in werking treedt. Bij het aanpassen van een OW-besluit, door middel van een wijzigingsbesluit, wordt er gesproken over muteren. Het consolideren is het samenvoegen van het initiële besluit en de daarop volgende wijzingsbesluiten, met als resultaat een doorlopende versie van het OW-besluit. Dit is de geconsolideerde versie.

24.4 De stappen voor het wijzigen van een besluit

Het wijzigen van een OW-besluit begint bij het vinden van het geldende besluit. Deze staat in ieder geval op de LVBB als juridische waarheid, maar kan ook in de software worden opgeslagen. Je kunt deze met een nieuwe versie aanmaken en bewerken.

Weergave hoe daadwerkelijk een OW-besluit gewijzigd wordt binnen de Omgevingswet

Bevoegd gezag maakt op basis van een eerder bekendgemaakte versie een nieuwe versie waarin de beoogde wijzigingen zijn aangebracht. Betreft het een nieuwe regeling, dan maken medewerkers de initiële versie. Dit is het startpunt in de afbeelding hierboven.

Een nieuwe versie van het besluit is nodig om later te kunnen tijdreizen en aan te wijzen welke besluiten zijn genomen in een bepaalde versie. De laatste versie wordt in de eerste instantie bewerkt tot een nieuwe geconsolideerde versie.

Het bevoegd gezag moet een formeel besluit nemen over de wijziging. De beschrijving van de wijzigingen wordt door software bepaald; de medewerkers vullen dat aan met bijvoorbeeld een motivatie voor het wijzigen van de regeling.

Na goedkeuring zal het besluit ter bekendmaking aan de LVBB worden verstuurd. Onderdeel van het bericht is de mutatie zoals door IMOP wordt beschreven.

24.5 De stappen voor het wijzigen van een werkingsgebied van een besluit

In de afbeelding hieronder staat een vorige versie van een OW-besluit in de software: Was. De volgende stap is om een gewijzigde versie van het besluit te maken. Hier worden in de software wijzigingen aangebracht. Dit kan een wijziging zijn aan de gehele regeling of slechts een annotatie die men als extra service voor de vindbaarheid of het opvragen van toepasbare regels toevoegt. Muteren betekent kort gezegd toevoegen, verwijderen of wijzigen van het besluit. In het vorige besluit hierboven wordt een kopie gemaakt met een nieuwe versie.

Oude/vorige versie van een OW-besluit

Er wordt een deel van het gebied verwijderd in de afbeelding hieronder in het gebied. Dat betekent dat ook het werkingsgebied van deze activiteiten gewijzigd moet worden.

De software bepaalt het verschil tussen het oude en het nieuwe (gewijzigde) besluit. Het verschil gaat als bericht naar de LVBB voor bekendmaking waar de wijzigingen vervolgens ook opgenomen worden.

De LVBB verwerkt het verschil tussen de twee besluiten en maakt een nieuwe geconsolideerde versie van het OW-besluit. Het verschil heet ook wel de delta.

Wijziging van een OW-besluit

In de afbeelding hieronder zijn de locaties die niet meer van toepassing zijn, geschrapt. De geometrie is aan de rechterkant in zijn geheel verwijderd, omdat er geen werkingsgebied meer van toepassing is op deze set aan besluiten.

Het nieuwe (gewijzigde) OW-besluit

Als onderdeel van de validatie van een besluit zal de LVBB de geconsolideerde regeling samenstellen. De LVBB voert geen consolidatie uit maar gebruikt de informatie uit de mutatie om de versie van de regeling samen te stellen.

Als dit niet mogelijk is, of als de geconsolideerde regeling niet aan de gestelde eisen voldoet (zoals vermeld in de STOP standaard en in het toepassingsprofiel voor de regeling), dan wordt het besluit als niet valide beschouwd en kan het niet bekendgemaakt worden.

De LVBB zorgt ervoor dat het besluit bekendgemaakt wordt. Pas na bekendmaking van het besluit kan de inhoud ervan (en de nieuwe toestand van de geconsolideerde regeling) in werking treden. De LVBB zorgt er ook voor dat zowel het besluit als de regeling verder verspreid worden. Zo zijn de omgevingsdocumenten na de bekendmaking beschikbaar voor het DSO.

Deze wijziging wordt ook verspreid richting het digitaal stelsel Omgevingswet, bijvoorbeeld naar alle wettenbanken, het Omgevingsloket en DSO-LV. Zij halen hier informatie op.

Na validatie en registratie van het besluit, dus nog vóór de bekendmaking, zal via het aanleverkoppelvlak een notificatie verstuurd worden aan bevoegd gezagen die (mede)bronhouder zijn van het besluit en/of de resulterende regelingen dat nieuwe versies beschikbaar zijn. Ze krijgen een terugkoppeling en validatie terug richting de eigen software.

De besluiten en regelingen zijn ook op te halen. In principe worden er afspraken gemaakt, waarin staat wie er naast de bronhouder nog mag muteren.

24.6 De stappen voor het wijzigen van tekst van een besluit

Voor een mutatie in de tekst van een besluit werkt het op gelijke wijze, zoals met de activiteiten en de bijbehorende werkingsgebieden in het voorbeeld hierboven. Alleen is er mogelijk geen mutatie zichtbaar in de werkingsgebieden, maar slechts in de inhoud, ofwel de tekst.

Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat bevoegd gezag een artikel 2 wil aanpassen. Er staat slechts beschreven dat "Auto's 2 uur mogen parkeren in vlakken die blauw omlijnd zijn", maar men is tot het nieuwe inzicht gekomen dat dit ook geldt voor motoren.

In besluit 1 wordt daarom ook de aanpassing gemaakt dat "auto's en motoren 2 uur mogen parkeren in vlakken die blauw omlijnd zijn". In de tekst is het groen gemarkeerde deel toegevoegd.

Dan wordt er nog een aanpassing aan het artikel gemaakt. "Auto's mogen 4 uur parkeren in de vakken die groen omlijnd zijn". Deze wijziging wordt meegenomen in besluit 2.

Dit is een separaat besluit wat apart genomen is. Dan worden uiteindelijk de twee besluiten samengevoegd en ontstaat er een geconsolideerde versie. Hierbij is alle aangepaste tekst uit meerdere besluiten meegenomen in het nieuwe artikel 2.

Hierbij dient aangetekend te worden dat het uiteraard handiger is om de besluiten zelf al samen te voegen en dan pas aan te merken als geconsolideerde versie van artikel 2. Het moet maar net in de tekst passen en het scheelt veel verschilberekeningen.

24.7 Was-wordt berichten

De mutaties aan artikel 2 worden vervolgens meegenomen als een WAS-WORDT-bericht naar de Landelijke voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB). De was is het huidige besluit en de wordt is het nieuwe besluit. Het verschil hier is de zogenoemde delta. Er gaat een bericht uit gestuurd naar de (LVBB) dat artikel 2 gewijzigd is. Vervolgens worden deze wijzigingen goedgekeurd en het oude artikel 2 verdwijnt uit het geconsolideerde plan en de gewijzigde versie wordt daarin geschoven.

Was: Auto's mogen maximaal 2 uur parkeren in vakken die blauw omlijnd zijn.

Verschil: Groen gemarkeerde tekst

Wordt: Auto's en motoren mogen maximaal 2 uur parkeren in vakken die blauw omlijnd zijn en 4 uur in vakken die groen omlijnd zijn.

Mutaties van regels, werkingsgebieden en annotaties worden via WAS-WORDT-mutaties (ook al bekend in de wereld van de BGT) aangeleverd en in de LVBB geconsolideerd.

Een WAS-WORDT-mutatie beschrijft de wijziging van de ene naar de andere versie van de regeling.

Elke wijzigbare component (ofwel: tekst, informatieobject, annotatie) bestaat uit individueel adresseerbare objecten. De mutatie geeft aan:

Alleen voor de juridische componenten (tekst, informatieobjecten) ook voor de gewijzigde objecten:

Was

Huidige werkingsgebieden en regel Artikel 3.9

Uitsluitingen: Alleen laagbouw toegestaan

Verschil/delta

splitsen werkingsgebieden en wijziging regel Artikel 3.9

Uitsluitingen: Bouwen hoger dan 50 m niet toegestaan

Wordt

1 werkingsgebied aangepast en 1 werkingsgebied verwijderd en gewijzigd Artikel 3.9 Uitsluitingen: Bouwen hoger dan 50 m is niet toegestaan.

Het borgen van juridische onveranderlijkheid vereist dat de aangeleverde WAS-WORDT-mutaties volgens dezelfde principes zijn gemaakt als de principes die gebruikt worden om ze te verwerken in de LVBB.

Voor een bevoegd gezag is de stapeling van besluiten de regeling, en zijn de uitgeschreven versies na een wijziging een serviceproduct voor de gebruiker.

Samenvattend wordt er eerst een nieuwe versie van een reeds geconsolideerde regeling opgesteld. Er wordt door bevoegd gezag bepaald welke wijzigingen er hebben plaatsgevonden middels een wijzigingsartikel. Ook worden meteen de verschilweergaven van de bijlagen vastgelegd. Daarna wordt een besluit vastgesteld bij het bevoegd gezag. Hierna wordt het besluit bekendgemaakt. Dit gebeurt nog steeds via de reeds bekende Officiële Bekendmakingen.

Website Officiële Bekendmakingen

Dan kan het omgevingsbesluit gepubliceerd worden met behulp van WAS-WORDT-mutaties en een bijgevoegd bericht op de LVBB. Als het bericht goedgekeurd wordt door het digitale loket dan wordt het nieuwe omgevingsbesluit geconsolideerd met de voorgaande versie. Hiermee wordt meteen de onveranderlijkheid en beschikbaarheid geborgd van het besluit en de bijgevoegde informatieobjecten.

Ook voor werkingsgebieden geldt een was-wordt variant, zoals eerder ook al beschreven bij stappen voor het wijzigen van een werkingsgebied van een OW-besluit.

Was-wordt voor werkingsgebieden (geo-informatieobjecten)

24.8 Berichtenverkeer tussen de bronhouder en de LVBB

In het Informatiemodel vindt de gebruiker wat er wordt uitgewisseld.

In het Berichtenmodel vindt de gebruiker hoe er wordt uitgewisseld

Via het Presentatiemodel wordt een kaartbeeld, duidelijk leesbaar voor de eindgebruiker, getoond.

Praktisch betekent dit dat uitwisselen van automatisch berichtenverkeer loopt via het systeem van de bronhouder welke koppelt met systeem van de LVBB. Er is geen handmatige upload of download van berichten of leveringen. Er wordt gewerkt via het clean order principe. Dat betekent dat in een bericht een duidelijke opdracht voor verwerking meegegeven wordt.

24.9 Componenten voor het berichtenverkeer

Een regeling, of versie daarvan, bestaat uit verschillende componenten, zoals:

Niet elke component wordt in elke mutatie gewijzigd en is soms het wijzigen ook toegestaan zonder besluit.

Het doel van consolideren is het vereenvoudigen van het proces. Er is minder handwerk noodzakelijk en tegelijkertijd meer automatisering van het hele proces. De informatie uit het besluit is direct bruikbaar voor de geconsolideerde regeling.

Waar hierbij rekening mee gehouden dient te worden, zijn de volgende zaken:

24.10 Publicatie en bekendmaking van een officiële publicatie

De software van het bevoegd gezag gebruikt de publicatieservice om een officiële publicatie bekend te maken of te publiceren. Daartoe stuurt het een opdracht naar het Aanleverkoppelvlak. De opdracht bestaat in het algemeen uit twee delen. Het eerste deel beschrijft wat de LVBB moet doen en bevat de gegevens daarvoor; dit deel is specifiek voor het Aanleverkoppelvlak van de LVBB en wordt in dit document beschreven. Als de opdracht een officiële publicatie betreft is het tweede deel de officiële publicatie; deze is (in XML) gemodelleerd volgens de STOP standaard die in de hele keten geldt en wordt hier buiten beschouwing gelaten.

De LVBB zal na het afronden van de verschillende stappen een verslag sturen. De stappen zijn:

  1. Valideren van de officiële publicatie. Dit is gelijk aan het uitvoeren van de validatie service.

  2. Registreren van de officiële publicatie. Via software bevoegd gezag en het aanleverkoppelvlak op de LVBB. Er komt een publicatieverslag (na registratie) en een validatieverslag (na publicatie)

  3. Publiceren/bekendmaken van het besluit. De LVBB zorgt ervoor dat het besluit bekendgemaakt wordt op het gevraagde moment en dat de overige systemen die op de LVBB zijn aangesloten op dat moment over het besluit beschikken. Vanaf dat moment zijn de resulterende geconsolideerde regelingen beschikbaar via LVBB en via de overige systemen, waarnaar alle informative verder gegeven wordt. Als het om technische redenen niet mogelijk is de bekendmaking of publicatie op het gevraagde moment uit te voeren, zal dat in het publicatieverslag aangegeven worden.

Als het technisch mogelijk is, zal het besluit altijd bekendgemaakt worden, ook als het samenstellen of valideren van de geconsolideerde regeling niet mogelijk is.

25. Conformiteitsregels en valideren AMvB & MR

25.1 Validatie- en conformiteitsregels 

Validatie- en conformiteitsregels  zijn criteria waaraan software moet voldoen welke gebruik maakt van de STOP/ TPOD standaard. 

Het doel van validatie- en conformiteitsregels is om de digitale verwerking en publicatie van besluiten te waarborgen. De regels waaraan geconformeerd moet worden, kunnen betrekking hebben op: 

De meeste van de validatie- en conformiteitsregels vinden hun oorsprong in de documentatie van de standaard. Het is dan ook belangrijk om de validatie- en conformiteitsregels in de standaard expliciet te identificeren. De lijst van validatie- en conformiteitsregels kan daarna gegenereerd worden. De lijst is daarmee een afgeleid product. Mogelijk zijn er validatie- en conformiteitsregels die niet in de standaard geduid kunnen worden, bijvoorbeeld omdat ze over procesafspraken gaan die betrekking hebben op de implementatie. In dat geval worden deze extra aan de lijst toegevoegd. 

Meer informatie over de lijst met validatie- en conformiteitsregels vind je hier.

25.2 Categorisatie van validatie- en conformiteitsregels 

Validatie- en conformiteitsregels kunnen worden geclassificeerd als: