DiS Geo : Eisen aan model samenhangende objectenregistratie

Geonovum Algemeen
Versie ter vaststelling

Deze versie:
https://docs.geostandaarden.nl/disgeo/vv-al-emso-20210604/
Laatst gepubliceerde versie:
https://docs.geostandaarden.nl/disgeo/emso/
Vorige versie:
https://docs.geostandaarden.nl/disgeo/cv-al-emso-20210317/
Laatste werkversie:
https://geonovum.github.io/disgeo-inhoud-2
Redacteur:
Dick Krijtenburg, Geonovum
Auteurs:
Sandra Leijten, VNG
Marcel Rietdijk, VNG
Dick Krijtenburg, Geonovum
Doe mee:
GitHub geonovum/disgeo-inhoud-2
Dien een melding in
Revisiehistorie
Pull requests
Rechtenbeleid:

Samenvatting

Status van dit document

Deze paragraaf beschrijft de status van dit document ten tijde van publicatie. Het is mogelijk dat er actuelere versies van dit document bestaan. Een lijst van Geonovum publicaties en de laatste gepubliceerde versie van dit document zijn te vinden op https://www.geonovum.nl/geo-standaarden/alle-standaarden.

Dit is een definitief concept van de nieuwe versie van de algemeen. Wijzigingen naar aanleiding van consultaties zijn doorgevoerd.

In dit document worden op basis van het hoofdlijnenrapport de inhoudelijke eisen aan het informatiemodel nader uitgewerkt.

Colofon

Deze versie van dit document is tot stand gekomen onder begeleiding van de werkgroep "inhoud van de samenhangende objectenregistratie" van DiSGeo, waar de volgende personen deel van uit hebben gemaakt:

Naam Organisatie
Koos Boersma Informatiehuis Water
Annemiek Droogh Waarderingskamer
Stefan van Gerwen Provincie Noord Brabant
Remco in ’t Hout Rijkswaterstaat
Dick Krijtenburg Geonovum
Paul Peter Kuiper Kadaster
Sandra Leijten VNG Realisatie
Martijn Odijk Ministerie BZK
Marcel Rietdijk VNG Realisatie
Eric van der Ster Ministerie I&W
Richard Witmer Kadaster

Belangrijke opmerkingen vooraf

Dit document beschrijft het conceptueel model voor een samenhangende objectenregistratie (SOR). De SOR is een basisregistratie waarin de basisregistratie adressen en gebouwen, de basisregistratie grootschalige topografie, de basisregistratie topografie en delen van de basisregistratie waarde onroerende zaken en delen van enkele andere registraties kunnen opgaan. Voorafgaand aan de beschrijving van het conceptueel model worden de volgende belangrijke aandachtspunten meegegeven:

Expertvisie waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden

Het conceptueel model voor de SOR is nadrukkelijk een document dat is opgesteld door inhoudelijke experts en informatiemodel experts vanuit verschillende organisaties. Over de beschreven inhoud van het conceptueel model heeft nog geen enkele besluitvorming plaatsgevonden. Dat betekent dat de nu opgenomen ordening en beschrijvingen als gevolg van besluitvorming nog (ingrijpende) aanpassingen, aanscherpingen en nadere uitwerkingen kunnen ondergaan. Dit geldt in het bijzonder voor de nu opgenomen eerste indicatie van de mate waarin bepaalde gegevens verplicht in de registratie zullen worden vastgelegd. De nu opgenomen definities, waardenlijsten en aansluitingstabellen moeten dan ook niet worden gelezen als definitief of vastgesteld.

Eindbeeld waarvan de invulling van de noodzakelijke transitie later volgt

Het conceptueel model voor de SOR beschrijft de inhoud van de samenhangende objectenregistratie zoals deze op een termijn van enkele jaren zou moeten ontstaan. In dit document worden geen uitspraken gedaan over de wijze waarop een eventuele transitie van de bestaande registraties naar een samenhangende objectenregistratie zou kunnen worden vormgegeven. Deze is namelijk afhankelijk van de besluitvorming over de SOR en hangt bovendien samen met een eveneens benodigde transitie van de ICT-architectuur. In dat licht zijn in dit conceptueel model nu dan ook nog geen beschrijvingen opgenomen van tijdelijke objecttypen, eigenschappen of waarden die het mogelijk maken om een eventuele transitie naar de SOR op een soepele wijze te laten verlopen. Ook is het mogelijk dat in de praktijk voor een stapsgewijze transitie vanuit de huidige praktijk gekozen wordt. Om de belangrijkste verschillen met de bestaande situatie te kunnen duiden is als hulpmiddel wel een transponering opgenomen.

Samenhangende objectenregistratie die bestaat naast andere sectorale registraties

De SOR is slechts één van de (basis)registraties die onderdeel uitmaakt van een breed gegevenslandschap. Daarvan maken naast de basisregistraties ook een groot aantal domein specifieke (sectorregistraties) en organisatie specifieke registraties (lokale registraties) onderdeel uit. De grondgedachte is dat in de SOR objecten eenduidig worden afgebakend en geregistreerd die van belang zijn voor gebruik in andere registraties in verschillende overheidsdomeinen. De eigenschappen van deze in de SOR afgebakende objecten worden nadrukkelijk niet allemaal in de SOR opgenomen. Deze blijven voornamelijk geregistreerd worden in verschillende sectorregistraties en lokale registraties (zie aansluiting sectormodellen). Omdat dezelfde objecten die in de SOR worden geregistreerd ook worden gebruikt in deze andere registraties, vervult de SOR dus vooral een brugfunctie tussen de verschillende registraties waardoor het mogelijk wordt gegevens over een object integraal te kunnen gebruiken.

Gegevens in een informatieproduct zijn anders geordend dan in de registratie

Het conceptueel model voor de SOR beschrijft de inhoud van de samenhangende objectenregistratie als één van de gegevensbronnen van waaruit informatieproducten voor gebruikers worden samengesteld. In het conceptueel model voor de SOR worden daarvoor een aantal begrippen gedefinieerd, worden eigenschappen die behoren bij deze begrippen beschreven en wordt aangegeven hoe de verschillende begrippen zich tot elkaar verhouden. Het conceptueel model beschrijft daarmee de eisen die er inhoudelijk worden gesteld aan het later op te stellen informatiemodel voor de registratie. Het beschrijft daarmee dus nadrukkelijk niet de inhoud van de verschillende informatieproducten die er kunnen worden geleverd op basis van in de registratie opgenomen gegevens (al dan niet in combinatie met gegevens in andere registraties). Dat voor het samenstellen van deze informatieproducten gebruik wordt gemaakt van een andere ordening van de onderliggende gegevens, zal hierbij voor hen in principe niet zichtbaar zijn (zie model van begrippen en informatieproducten).

Versiebeheer

Dit document is aan verandering onderhevig. Het versiebeheer van het document geeft inzicht in wijzigen en de actualiteit ervan.

Versie Datum Status Bewerking Toelichting
0.1 16-04-2020 concept Initieel document Kapstok document aangemaakt
0.4 04-10-2020 concept 1e opbouw Document met vertegenwoordigers werkveld vormgegeven
0.7 19-3-2021 concept 2e opbouw Document met vertegenwoordigers werkveld bijgesteld na 1e consultatie
0.9 21-5-2021 concept eindconcept Document bijgesteld na 2e consultatie als basis voor oplevering

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

In Nederland wordt heel veel informatie bijgehouden over objecten die we buiten in het terrein aantreffen. Bij die objecten kan worden gedacht aan wegen, water, gebouwen, spoorlijnen en bomen. Een deel van de over deze objecten vastgelegde informatie is alleen van belang voor heel specifieke toepassingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aantal keren dat een grasveld per jaar wordt gemaaid (maai-regiem). Deze informatie is in het algemeen niet voor iedereen van belang. Er is echter ook informatie die breed wordt gebruikt. Denk dan bijvoorbeeld aan het bouwjaar van een gebouw.

Op dit moment zijn veel van deze breder gebruikte gegevens over objecten verspreid over verschillende registraties. Het gaat daarbij zowel om registraties die de status van basisregistratie hebben gekregen, als om registraties waarin gegevens over deze objecten ten behoeve van een specifieke toepassing of ten behoeve van gebruik binnen een bepaalde sector zijn vastgelegd. De belangrijkste basisregistraties waarin informatie over fysieke objecten is opgenomen zijn de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), de Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de Basisregistratie Topografie (BRT). Voorbeelden van andere registraties waarin gegevens over fysieke objecten zijn opgenomen zijn de registraties voor het Beheer van de Openbare Ruimte (BOR-registraties), Nationaal Wegenbestand (NWB) en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

Elk van deze registraties kent op dit moment een eigen informatiemodel. Tussen verschillende van deze informatiemodellen heeft in de loop van de jaren afstemming plaatsgevonden. Toch is er nog steeds sprake van een gebrekkige aansluiting tussen deze verschillende informatiemodellen. Met de samenhangende objectenregistratie (SOR) wordt beoogd om meer samenhang aan te brengen tussen de verschillende objecttypen en de eigenschappen die daarover worden bijgehouden. Hiermee kunnen bijhoudingsprocessen worden vereenvoudigd, de informatievoorziening flexibeler worden opgezet en de wensen van gebruikers om meer samenhangende informatie worden ingewilligd.

1.2 Ontwikkeling van de objectenregistratie

Vanaf 2017 is er gewerkt aan de beeldvorming over de inhoud en werking van een samenhangende objectenregistratie. Daarbij zijn vanuit een interbestuurlijke kerngroep objectenregistratie eerste denkbeelden ontwikkeld over onder meer de context waarin een dergelijke registratie functioneert en de doelstellingen die met een dergelijke registratie zouden moeten worden bereikt. Ook is nagedacht over de wijze waarop de ontwikkeling van een samenhangende objectenregistratie zou moeten plaatsvinden uitgaande van de bestaande situatie en de behoefte een dergelijk traject beheersbaar te houden. Verder zijn er een aantal globale uitgangspunten geformuleerd voor het gegevensmodel van een samenhangende objectenregistratie, het voorziene inwinnings- en productieproces en de (architectuur van de) ontsluiting van gegevens. Tenslotte zijn ook eerste beelden ontwikkeld over de organisatie en governance en over de financiering. De resultaten van dit traject zijn vastgelegd in een beleidsvisie (schetsontwerp) (https://www.geobasisregistraties.nl/basisregistraties/documenten/beleidsnota/2019/11/29/beleidsvisie-samenhangende-objectenregistratie ) voor een samenhangende objectenregistratie. Deze is eind november 2019 door het BAG BAO en de Regieraad BGT vastgesteld.

Sindsdien wordt er gewerkt aan een verdere invulling van een drietal onderwerpen, die samenvallen met drie van de vijf lagen uit het NORA-vijflaagsmodel (https://www.noraonline.nl/wiki/Vijflaagsmodel) (figuur 1):

NORA5laagsmodel

Figuur 1 : NORA-vijflaagsmodel

1.3 Conceptueel model

Ten aanzien van de inhoud van een samenhangende objectenregistratie zijn er aanvullend op de ontwikkeling van de eerste denkbeelden over zo’n registratie door enkele interbestuurlijke werkgroepen verkenningen uitgevoerd naar de onderwerpen bouwwerken, wegen, water en natuur & landschap. Deze verkenningen vormden tezamen met eerder in verschillende trajecten geuite verbetersuggesties en nadere gedachtenvorming over de objectenregistratie de basis voor een eerste uitwerking van de inhoud van een samenhangende objectenregistratie. De resultaten van deze eerste uitwerking zijn vastgelegd in het hoofdlijnenrapport inhoud samenhangende objectenregistratie (https://docs.geostandaarden.nl/disgeo/hiso/). De op het hoofdlijnenrapport binnengekomen reacties in een reviewronde waren overwegend positief. Zij gaven geen aanleiding om de gepubliceerde versie van het hoofdlijnenrapport aan te passen. De gemaakte opmerkingen zijn (daar waar relevant) meegenomen in de nu voorliggende verdere uitwerking van de inhoud van de registratie.

Het hoofdlijnenrapport is daarbij verder uitgebouwd tot een eerste versie van een conceptueel model van de samenhangende objectenregistratie. Het opstellen hiervan is begeleid door een interbestuurlijke werkgroep inhoud. Aanvankelijk was het de bedoeling om de verdere uitwerking vorm te geven door het organiseren van brede werkbijeenkomsten. Vanwege de crisis als gevolg van COVID-19 moest er uiteindelijk worden gekozen voor een werkwijze, waarbij vanuit de werkgroep inhoud enkele subwerkgroepen en gelegenheidsverbanden zijn gecreëerd die los van elkaar verschillende onderdelen van het conceptueel model hebben voorbereid. Vanuit de werkgroep inhoud is op basis hiervan vervolgens een eerste samenhangende beschrijving van een conceptueel model samengesteld. Deze versie is in de maanden oktober en november 2020 openbaar geconsulteerd. De resultaten van deze consultatie zijn verwerkt in dit document.

Het conceptueel model heeft globaal betrekking op de reikwijdte van de bestaande basisregistraties BAG, BGT en BRT en onderdelen van de WOZ-administratie, NWB en enkele specifieke onderdelen van de BRK. Bestaande objecttypen en de daarbij behorende eigenschappen vanuit de BAG en de BGT, enkele bestaande eigenschappen van objecttypen die raken aan bebouwing vanuit de WOZ en objecttypen en de daarbij behorende eigenschappen vanuit de BRT die (in de toekomst) nodig blijven voor het maken van een vernieuwd BRT kaartproduct, vormden daarbij het startpunt voor het conceptueel model. Hierbij zijn objecttypen en eigenschappen overgenomen in het model, tenzij er expliciete redenen aanwezig waren om dat niet te doen. Deze redenen waren onder meer:

1.4 Model van begrippen en informatieproducten

Dit conceptueel model is ontwikkeld vanuit het in de eerder genoemde beleidsvisie opgenomen uitgangspunt dat een samenhangende objectenregistratie wordt vormgegeven vanuit een nadrukkelijke scheiding tussen de vastlegging van gegevens en de functionaliteit voor het bewerken, opvragen en presenteren daarvan. Hiermee wordt aangesloten op moderne inzichten over de organisatie van de gegevenshuishouding, zoals deze onder meer worden gehanteerd in het kader van Common Ground. Concreet betekent dit dat het conceptueel model conform de hierbij behorende architectuur van een gegevenslandschap uitsluitend een beschrijving geeft van de begrippen die zijn opgenomen in een samenhangende objectenregistratie. Naast de betekenis van deze begrippen worden eigenschappen die behoren bij deze begrippen beschreven en wordt aangegeven hoe de verschillende begrippen zich tot elkaar verhouden. Het conceptueel model beschrijft daarmee feitelijk de eisen die er inhoudelijk worden gesteld aan het later op te stellen informatiemodel voor de registratie.

Dit model van begrippen moet niet worden verward met de inhoud van informatieproducten die op basis van de gegevens in de samenhangende objectenregistratie (al dan niet in samenhang met gegevens in andere registraties) kunnen worden gemaakt. Onder een informatieproduct verstaan we daarbij gevalideerde, bewerkte of gecombineerde gegevens voor een bepaald gebruik die voldoen aan een bekend en overeengekomen kwaliteitsniveau. Het kan daarbij zowel gaan om een gevalideerde 1:1 verstrekking van gegevens die in een registratie zijn opgenomen als om gegevens die bepaalde bewerkingsslagen hebben ondergaan. Bij bewerkingen van gegevens kan worden gedacht aan generalisatie van gegevens en het transformeren van gegevens tot voor een gebruiker herkenbare begrippen. Bewerkingen vinden altijd plaats op basis van expliciet gedefinieerde transformatieregels. Een informatieproduct kan tenslotte ook ontstaan door het combineren van gegevens vanuit verschillende gegevensbronnen (zoals lokale en sectorale registraties). In dat geval is er sprake van verrijking (zie hiervoor verder paragraaf aansluiting sectormodellen). De verschillende varianten kunnen worden gevisualiseerd zoals is opgenomen in figuur 2.

informatieproducten

figuur 2 - Informatieproducten vanuit gegevensbronnen

Alhoewel de gegevens in het informatieproduct er dus anders uit kunnen zien, zijn deze altijd gebaseerd op dezelfde (niet aangepaste) brongegevens. Welke gegevens er in de informatieproducten worden geleverd en welke structuur deze gegevens hebben, zal bij het ontwikkelen van de informatieproducten worden bepaald en op een later moment in het traject afzonderlijk worden beschreven. Hierbij zijn de behoeften van de gebruikers het uitgangspunt. Gebruikers kunnen worden voorzien van zowel informatieproducten die aansluiten op de huidige producten als nieuwe informatieproducten waarmee optimaal wordt geprofiteerd van inhoudelijke vernieuwingen.

In een informatieproduct hoeven dus ook niet alle in de registratie opgenomen gegevens te worden geleverd. Als een bepaalde groep gebruikers bijvoorbeeld alleen is geïnteresseerd in objecten die op dit moment ook daadwerkelijk aanwezig zijn of gebruikt worden, dan kunnen in het voor deze gebruikers bedoelde informatieproduct objecten met een geplande status achterwege worden gelaten. Een ander voorbeeld is de bij veel gebruikers bestaande behoefte om gebruik te kunnen maken van een kleinschalige cartografische presentatie van een gedeelte van de gegevens in de registratie in de vorm van een achtergrondkaart. Door middel van transformatie en generalisatie kan voor deze gebruikers dan een informatieproduct “SOR achtergrondkaart 1:10.000” worden ontwikkeld. Voor gebruikers zal dus in een groot aantal gevallen niet de in dit conceptueel model beschreven structuur van de gegevens bepalend zijn, maar de structuur van gegevens zoals deze in de informatieproducten is opgenomen.

Dat laatste geldt overigens ook voor degenen die de gegevens in de registratie gaan bijhouden (de bronhouders). Dat in de samenhangende objectenregistratie ten opzichte van de bestaande situatie de nodige herordening van soorten objecten en eigenschappen plaatsvindt, hoeft niet te betekenen dat dit leidt tot complexere bijhoudingsprocessen. Door de scheiding van gegevens en de functionaliteit voor het bewerken daarvan, kan door een herschikking van functionaliteit in de gebruikte software een deel van de voorgestelde wijzigingen voor de degenen die de registratie bijhouden slechts beperkt zichtbaar zijn.

1.5 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een opsomming gegeven van de verschillende uitgangspunten die zijn gehanteerd bij de uitwerking van het conceptueel model. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving gegeven van een aantal algemene onderwerpen die van toepassing zijn op de gehele inhoud van de samenhangende objectenregistratie. Het gaat onder meer om een algemene uitwerking van de wijze van identificeren, de omgang met geometrie, de opname van meta-gegevens en het gehanteerde historiemodel. In hoofdstuk 4 wordt kort ingegaan op zowel de samenhang van de samenhangende objectenregistratie als de samenhang hiervan met andere modellen (zoals NEN 3610). De verschillende SOR-begrippen, eigenschappen en waarden worden in hoofdstuk 5 (reële objecten), hoofdstuk 6 (functionele ruimten), hoofdstuk 7 (registratieve ruimten) en hoofdstuk 8 (geografische ruimten) verder uitgewerkt. Om hetgeen in deze beschrijving is opgenomen beter te kunnen relateren aan hetgeen in de bestaande basisregistraties is opgenomen, bevat hoofdstuk 9 de transponering van de objecttypen uit de bestaande basisregistraties naar de samenhangende objectenregistratie. Ook is hier opgenomen welke objecttypen nieuw zijn ten opzichte van de bestaande situatie en welke objecttypen niet langer zullen worden opgenomen. In de bijlagen is de betekenis van verschillende afkortingen en een overzicht van onderliggende werkdocumenten opgenomen.

2. Uitgangspunten

2.1 Inleiding

In de beleidsvisie (schetsontwerp) (https://www.geobasisregistraties.nl/basisregistraties/documenten/beleidsnota/2019/11/29/beleidsvisie-samenhangende-objectenregistratie) zijn een groot aantal uitgangspunten opgenomen voor de verdere uitwerking van een samenhangende objectenregistratie. Alle uitgangspunten uit de beleidsvisie blijven onverminderd van toepassing. Een deel van deze uitgangspunten is min of meer direct toepasbaar bij de verdere uitwerking van de inhoud van de samenhangende objectenregistratie. Een ander gedeelte is in het kader van de ontwikkeling van een conceptueel denkkader (hoofdlijnenrapport) (https://docs.geostandaarden.nl/disgeo/hiso/) verder uitgewerkt.

In dit hoofdstuk is een samenhangende beschrijving opgenomen van zowel de eerdere uitgangspunten als van de verdere concretisering van enkele daarvan. Een aantal van deze uitgangspunten worden in het conceptueel model verder uitgewerkt. De uitgangspunten zijn niet alleen gehanteerd bij de verdere uitwerking van dit conceptueel model, maar worden ook in de volgende fase van het uitwerken van een informatiemodel toegepast. De uitgangspunten hebben in principe geen betrekking op andere registraties dan de objectenregistratie. Het gesprek daarover vindt plaats aan andere tafels.

Alle uitgangspunten hebben betrekking op de uiteindelijke situatie. Het conceptueel model beschrijft nadrukkelijk niet de transitie vanuit de huidige (basis)registraties naar een samenhangende objectenregistratie. In het besluitvormingsproces zal deze transitie en stapsgewijze migratie van inhoud en voorzieningen (onder architectuur), inclusief de kosten en baten voor bronhouders en gebruikers, nadrukkelijk de aandacht krijgen en uitgewerkt worden in een roadmap. Dit valt echter buiten de scope van dit conceptueel inhoudelijk model.

2.2 Algemene uitgangspunten

2.2.1 Standaardisatie

Ontwerpprincipe:

In de SOR zijn uitsluitend gestandaardiseerde objecttypen en eigenschappen opgenomen.

De inhoud van de objectenregistratie is volledig beschreven in de vorm van een standaard. In de registratie komen dus geen objecttypen voor die niet voldoen aan deze standaard. Ook worden in de objectenregistratie uitsluitend gestandaardiseerde eigenschappen van deze objecttypen opgenomen.

Onderdeel van deze standaardisatie is dat van de verschillende objecttypen en eigenschappen ook de beoogde kwaliteit is beschreven. Van de objecttypen is dus opgenomen welke eisen er worden gesteld aan de volledigheid en actualiteit van de in de registratie opgenomen objecten. Van de eigenschappen van de objecttypen is vastgelegd wat de beoogde actualiteit en nauwkeurigheid van de in de registratie opgenomen gegevens is. Deze kwaliteitseisen zijn geen onderwerp van dit voorliggende conceptuele model, maar zullen op een later moment in aparte documenten, zoals de Catalogus voor de samenhangende objectenregistratie, vastgelegd worden.

2.2.2 Definiëring

Ontwerpprincipe:

Definities van zowel objecttypen als eigenschappen van objecttypen zijn scherp afgebakend, niet multi-interpretabel en sluiten waar mogelijk aan op bestaande definities.

Het is van groot belang dat de basis van een informatiemodel voor een samenhangende objectenregistratie wordt gevormd door een aantal onderling goed afgestemde en heldere definities. In de bestaande basisregistraties is daarvan momenteel niet altijd sprake. Hierdoor wordt de onderlinge koppelbaarheid van gegevens beperkt en laat de uniformiteit van de opgenomen gegevens (door interpretatieverschillen of in de definities opgenomen vrijheidsgraden) nogal eens te wensen over. In de samenhangende objectenregistratie worden bestaande definities daarom zodanig uitgebreid en geharmoniseerd dat:

  • een scherp afgebakende en duidelijke definitie van objecttypen en eigenschappen ontstaat;
  • definities elkaar semantisch niet overlappen;
  • er niet langer gebruik wordt gemaakt van verzamelclassificaties (een objecttype dat in naamgeving en definitie verschillende elkaar uitsluitende classificaties bevat en daarom niet eenduidig is);
  • een optimale aansluiting op overkoepelende en sectorale modellen wordt gerealiseerd, zoals het Metamodel voor Informatiemodellering (MIM), NEN 3610 (Basismodel voor geo-informatie), NEN 2660 (Ordeningsregels voor gegevens in de bouw – Termen, definities en algemene regels) en waar mogelijk de NTA 8035 (Semantische gegevensmodellering in de gebouwde omgeving).

2.2.3 Flexibiliteit

Ontwerpprincipe:

Objecttypen en eigenschappen van objecttypen worden zodanig in de SOR opgenomen dat uitbreiding en inkrimping van het aantal objecttypen en eigenschappen en het aanpassen van de kwalificatie van objecttypen en eigenschappen als verplicht of vrijwillig binnen het informatiemodel eenvoudig mogelijk is.

Het moet mogelijk zijn om de inhoud van de samenhangende objectenregistratie relatief eenvoudig aan te kunnen passen. Dit begint met een informatiemodel dat dergelijke aanpassingen kan faciliteren. Dat betekent dat bijvoorbeeld het onderscheid tussen verplichte en vrijwillige objecten in de registratie niet diepgaand in het uitgewerkte informatiemodel moet worden verankerd. Of aanpassing ook daadwerkelijk zal plaatsvinden is uiteraard afhankelijk van de afspraken die er worden gemaakt over de wijze waarop besluitvorming over wijzigingen plaatsvindt en hoe er wordt omgegaan met de gevolgen daarvan voor bronhouders en gebruikers. Bij het doorvoeren van dit soort wijzigingen moeten er altijd heldere transitieafspraken worden gemaakt.

2.3 Uitgangspunten reikwijdte

2.3.1 Sector overstijgend

Ontwerpprincipe:

In de SOR worden uitsluitend objecttypen en eigenschappen van objecttypen opgenomen die van belang zijn voor gebruik in verschillende overheidsdomeinen.

Met dit uitgangspunt wordt invulling gegeven aan de ook nu al bestaande eisen die worden gesteld aan basisregistraties. De objectenregistratie fungeert daarbij als een onderdeel van het fundament voor een gegevenslandschap waarin aanvullend op dit fundament in sectorale en lokale registraties aanvullende objecttypen en eigenschappen worden geregistreerd. De samenhangende objectenregistratie fungeert daarmee dus als een verbindende schakel tussen de verschillende specifieke eigenschappen die van deze objecttypen zijn geregistreerd in de verschillende sectorale registraties. Daarnaast bevordert de samenhangende objectenregistratie indirect ook de samenhang met in die sectorale registraties opgenomen specifieke objecttypen en eigenschappen daarvan. Deze brugfunctie van de samenhangende objectenregistratie is daarmee essentieel voor het integraal kunnen gebruiken van gegevens.

Om te bepalen welke objecttypen en eigenschappen van objecttypen worden opgenomen in de SOR, en welke in sectorregistraties thuishoren zijn er criteria opgesteld. Twee hoofdcriteria voor opname van gegevens in de SOR zijn: er wordt niet meer detail opgenomen in de basisregistratie dan nodig is én de objecttypen en eigenschappen zijn voor gebruikers in meerdere sectoren relevant. Daarnaast zijn objecttypen in de SOR een verbijzondering van de concepten in NEN 3610, herkenbaar voor gebruikers en eenvoudig vast te stellen door de bronhouders. De objecttypen hebben allemaal één of geen niveau van hoofdclassificatie, waarbij het aantal typeringen ook kan afhangen van het soort objecttype (bij registratieve gebieden is er bijvoorbeeld in principe geen typering). De objecttypen kunnen nog één of meerdere detailclassificaties hebben, maar deze vloeien dan voort uit specifieke afspraken en moeten altijd meerdere gebruikers (binnen de overheid) kennen. Detailclassificaties kunnen in het vrijwillige deel van de SOR opgenomen worden als gevolg van een transitie (eerst niet verplicht, later wel, ter beperking van de transitielast) of een wens om gegevens kwijt te kunnen (bijvoorbeeld ruimte in het gebouwendeel). Als het objecttype of eigenschap nodig is voor één specifieke taak komt het niet in de basisregistratie, tenzij het voor efficiency redenen niet handig is om een aparte sectorregistratie voor aan te leggen (noemer: sectoraal gegeven in de basisregistratie) en er specifieke afspraken over governance en financiering zijn gemaakt.

Dit uitgangspunt betekent praktisch onder meer dat specifieke zoneringen en werkingsgebieden (zoals deze bijvoorbeeld voortvloeien vanuit de Omgevingswet) niet worden opgenomen in de SOR, maar “achterblijven” in sectorale registraties.

2.3.2 Primair bovengronds

Ontwerpprincipe:

In de SOR worden uitsluitend objecttypen opgenomen die primair bovengronds zijn gelegen en ondergrondse objecttypen die geschikt zijn voor het vervoer van personen als onderdeel van infrastructurele voorzieningen of voor het verbinden van twee bovengrondse waterobjecten en die voor mensen toegankelijk zijn.

De scope van de samenhangende objectenregistratie is in eerste instantie beperkt tot de bovengrond en de ondergrondse delen van objecttypen die ook in het terrein zichtbaar zijn. Bij dit laatste kan worden gedacht aan de ondergrondse delen van gebouwen en kunstwerken, parkeergarages en metrostations (zoals deze ook opgenomen worden in de BAG). Maar er kan ook worden gedacht aan bakken (zoals de bak waarin het ondergrondse gedeelte van een afvalcontainer zich bevindt). Daarnaast worden enkele objecttypen uit de BGT die daarin op een ander niveau zijn gepositioneerd ook in de scope van de samenhangende objectenregistratie betrokken. Het gaat daarbij met name om tunneldelen (voor spoor- en wegverbindingen) en duikers. Het tweede gedeelte van de formulering richt zich daarop.

Deze afbakening van de scope is een afgeleide van de wens om tot een helder en beheersbaar transitietraject te komen. Het ook opnemen van ondergrondse objecten in de SOR, zoals leidingnetwerken of de verschillende objecttypen die thans worden opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond (BRO), zou op dit moment leiden tot een aanzienlijk hogere complexiteit. Ook specifieke ondergrondse objecten als niet gesprongen explosieven, archeologische vindplaatsen en in de grond achtergebleven oude funderingen en wrakken maken geen onderdeel uit van de SOR. Dit neemt niet weg dat opname van ondergrondse objecten in de toekomst niet wordt uitgesloten. Het model van de registratie is zodanig opgezet dat op termijn ook ondergrondse objecten in de registratie kunnen worden opgenomen. Deze opname zou in de loop van de tijd ook gefaseerd kunnen plaatsvinden.

Het opgenomen ontwerpprincipe richt zich dus primair op het realiseren van een praktische scope en niet op een principiële scope.”

2.3.3 Grondgebied Nederland

Ontwerpprincipe:

In de SOR worden uitsluitend objecten opgenomen die gelegen zijn binnen het Europees gedeelte van het grondgebied van Nederland.

De genoemde scope is met name van belang voor het bepalen van hetgeen voor bepaalde soorten objecten als grondgebiedsdekkend moet worden beschouwd. Hierbij kan er een onderscheid bestaan voor verschillende soorten objecten.

Op dit moment wordt daarbij primair de lijn gevolgd, zoals deze ook wordt gevolgd in het kader van de BAG en de BGT. Deze beperken zich tot het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden inclusief de daarbij behorende territoriale wateren. Een uitzondering hierop betreft de exclaves van het Koninkrijk België op het Nederlandse grondgebied (Baarle Hertog). Ook objecten in deze exclaves worden in de samenhangende objectenregistratie opgenomen. De scope van de samenhangende objectenregistratie wordt voor sommige soorten objecten uitgebreid met het continentaal plat. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om zich daar bevindende objecten (zoals windturbines) op te nemen in de registratie.

Op een later moment zal het ministerie van BZK nog een afzonderlijk besluit nemen over de vraag in hoeverre de samenhangende objectenregistratie zich ook zal uitstrekken tot het grondgebied van de bijzondere Nederlandse gemeenten (BES-eilanden) en de andere overzeese koninkrijksdelen. Het informatiemodel zal zodanig moeten worden opgezet dat deze uitbreiding mogelijk is.

Het opgenomen ontwerpprincipe richt zich dus primair op het realiseren van een praktische scope en niet op een principiële scope.”

2.4 Uitgangspunten structuur

2.4.1 Onderscheid verplicht en vrijwillig

Ontwerpprincipe:

Objecttypen en eigenschappen van objecttypen moeten in de SOR worden opgenomen als deze in het kader van de SOR als wettelijk verplicht zijn aangemerkt en mogen in de registratie worden opgenomen als deze als vrijwillig zijn aangemerkt in het kader van de SOR.

onderscheid verplicht en vrijwillig

De grondgedachte van de samenhangende objectenregistratie is dat deze bestaat uit:

  • verplichte en gestandaardiseerde objecttypen en eigenschappen (het formele basisregistratie gedeelte)
  • vrijwillige maar wel gestandaardiseerde objecttypen en eigenschappen

Vrijwillige eigenschappen kunnen ook aan 3D zijn gerelateerd.

Hierbij is het belangrijk dat opname van vrijwillige objecten en eigenschappen door een bronhouder ook betekent dat deze gegevens blijvend worden bijgehouden en dat dit bovendien gebeurt voor het volledige bijhoudingsgebied van de bronhouder (behalve als er sprake is van tijdelijke voor een transitie relevante gegevens). Voor alle opgenomen objecten en eigenschappen (zowel in het verplichte als het vrijwillige gedeelte) gelden dus blijvend de bijhoudingsregels die behoren bij het betreffende objecttype en eigenschappen. Bij de verdere uitwerking van de organisatie van de samenhangende objectenregistratie zullen afspraken moeten worden gemaakt over de omgang met in de registratie opgenomen objecten en eigenschappen die blijvend niet aan de bijhoudingsregels voldoen.

Voor het basisregistratie gedeelte gelden de 12 eisen die aan basisregistraties worden gesteld (https://www.digitaleoverheid.nl/overzicht-van-alle-onderwerpen/gegevens/naar-een-gegevenslandschap/themas/twaalf-eisen-stelsel-van-basisregistraties/) en waarvan voor de verdere uitwerking van de inhoud van de samenhangende objectenregistratie met name de eisen 6 (er is duidelijkheid over inhoud en bereik van de registratie) en 11 (de positie van de basisregistratie binnen het stelsel van basisregistraties is duidelijk en de relaties met de basisregistraties zijn beschreven) van belang zijn.

Dit betekent dus dat gebruikers van het verplichte gedeelte van de samenhangende objectenregistratie zekerheid hebben over de volledigheid van de daarin opgenomen objecten en gegevens. Omdat bronhouders de keuze hebben om objecten of gegevens al dan niet op te nemen in het vrijwillige gedeelte van de objectenregistratie, hebben gebruikers van de samenhangende objectenregistratie die zekerheid niet bij de vrijwillig op te nemen objecten en gegevens. In de communicatie rondom de informatieproducten van de samenhangende objectenregistratie zal dit principe en de mate waarin verschillende bronhouders al dan geen gebruik maken van het vrijwillige gedeelte duidelijk gecommuniceerd moeten worden.

2.4.2 Onderscheid reële en virtuele objecttypen

Ontwerpprincipe:

In de SOR wordt een expliciet onderscheid gemaakt tussen reële en virtuele objecttypen.

Bij de uitwerking van de SOR wordt een scheiding aangebracht tussen reële (voorheen vaak aangeduid als fysieke) objecttypen en virtuele objecttypen. De aanleiding is dat definities van virtuele objecttypen sterk samenhangen met specifieke gebruikstoepassingen of afsprakenkaders. Reële objecttypen worden altijd gedefinieerd door hetgeen in het terrein zichtbaar is. Door in de SOR een strikte scheiding aan te brengen tussen reële objecttypen en virtuele objecttypen, kunnen duidelijkere regels worden opgesteld over onder meer samenhang en overlap van de geometrische representatie van verschillende objecttypen. Daar waar dat de in de huidige registraties vaak niet mogelijk is, wordt het in de SOR bijvoorbeeld mogelijk dat er meerdere virtuele indelingen op één reële locatie voorkomen. Hiermee vergroten we de flexibiliteit en de gebruiksmogelijkheden van de SOR enorm. virtuele en reële objecttypen worden hierbij altijd als aparte objecttypen gedefinieerd, als de begrenzing ervan kan verschillen. Bij het onderdeel Verblijfsobject wordt bij de eigenschappen van Feitelijk gebruik een beperkte uitzondering gemaakt op de strikte scheiding fysiek / functioneel op basis van het brede maatschappelijke gebruik dat er bestaat bij een aantal opgenomen typeringen. In de classificatie zijn bij enkele typeringen ook fysieke verschijningsvormen onderdeel van de classificatie. Deze keuze kan tijdens de informatiemodellering of het opstellen van de afbakeningsregels bij een beter alternatief mogelijk worden herzien. Dit uitgangspunt wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk Samenhang.

2.4.3 Kleinste semantische eenheden

Ontwerpprincipe:

Het objectenmodel van de SOR wordt opgebouwd vanuit de kleinste semantische eenheden die het minimum detailniveau aangeven waarvan is vastgesteld dat deze van waarde zijn voor meerdere gebruikers van de registratie.

Bij de uitwerking van de inhoud van de samenhangende objectenregistratie wordt voor de verschillende objecttypen bepaald wat de kleinste semantische eenheid is die nog van belang is voor meerdere gebruikers van de registratie. Dit minimum detailniveau bepaalt daarmee wat voor het betreffende gedeelte van de samenhangende objectenregistratie de kleinste bouwsteen vormt. Op het moment dat bepaalde gebruikers binnen deze kleinste semantische eenheid voor eigen gebruik nog een nadere detaillering wil aanbrengen, dan zal de gebruiker dat als onderdeel van de eigen sectorale registratie zelf nader moeten vormgeven. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het nader detailleren van een groenobject in verschillende beplantingsvakken als onderdeel van het werkproces voor het beheren van de openbare ruimte. Deze nadere detaillering kan (administratief) gekoppeld worden aan de objecttypen van de SOR door het gebruik van identificerende codes.

2.4.4 Volledige levensloop

Ontwerpprincipe:

Objecten worden in de SOR opgenomen op het moment dat deze volgens de voor het betreffende objecttype gedefinieerde criteria ontstaan en blijven daarna altijd in de registratie aanwezig, waarbij voor elk objecttype is vastgelegd welke levensfasen in de vastlegging van een object worden onderscheiden.

Met dit uitgangspunt wordt beoogd dat de volledige levensloop van een object geregistreerd wordt. Deze levensloop begint op het gedefinieerde ontstaansmoment, dat per objecttype kan verschillen. Zo is voor bepaalde objecttypen een planstatus relevant, terwijl dit voor andere objecttypen minder relevant lijkt. De objecten blijven daarna altijd in de registratie aanwezig. Door middel van een vastlegging van de levensfase van een object kan worden bepaald of een object ook nog als zodanig bestaat. Objecten worden daarbij niet afgevoerd, maar historisch gemaakt. Belangrijk is dus dat gedurende de gehele levensloop sprake is van hetzelfde unieke object (met dezelfde identificatiecode). Indien het noodzakelijk is een dubbele levensfase van een object vast te leggen, kan hiervoor een afzonderlijk object worden gecreëerd waarvan de levensfase en identificatiecode aan een reeds bestaand object kunnen worden gekoppeld (zie paragraaf Levensfasen).

2.5 Inhoudelijke uitgangspunten

2.5.1 Unieke identificatie

Ontwerpprincipe:

Elk object in de SOR wordt voorzien van een unieke identificatiecode die gedurende de gehele levensloop van een object ongewijzigd blijft.

Elk object in de registratie wordt voorzien van een unieke identificatiecode. Deze identificatiecode maakt het mogelijk om andere gegevens te koppelen aan het betreffende object. Hiervoor is het van belang dat de identificatiecode van een object gedurende de gehele levensloop van een object hetzelfde blijft. Een object blijft op deze wijze voor de gebruiker van de gegevens over het object herkenbaar. In paragraaf Identificatie van objecten wordt dit uitgangspunt verder uitgewerkt.

2.5.2 Typering

Ontwerpprincipe:

Van elk object in de SOR is helder wat de typering is van het betreffende object.

Elk object in de registratie zal altijd moeten worden gekarakteriseerd als een bepaald type object. In het informatiemodel zal daarom moeten worden geborgd dat deze typering is vast te stellen. Dat kan in de verdere uitwerking op twee manieren worden vormgegeven. De eerste manier is via de objecttypenaam. Uit de definitie van het betreffende objecttype volgt dan expliciet wat voor soort object het betreft. Een voorbeeld hiervan zou een objecttype “abri” zijn. Wat voor soort object het betreft kan ook worden vastgelegd door het registreren van een typering als eigenschap van het objecttype. In hetzelfde voorbeeld zou “abri” dan een van de typeringen kunnen zijn die kan worden toegekend aan een objecttype “straatmeubilair”. Op welke wijze typeringen worden opgenomen is afhankelijk van de keuzen die worden gemaakt rondom bepaalde groepen van objecten. In paragraaf Beschrijvingswijze wordt dit uitgangspunt verder uitgewerkt.

2.5.3 Geometrisch

Ontwerpprincipe:

Van elk objecttype in de SOR wordt minimaal als eigenschap vastgelegd wat het geometrisch voorkomen is van een object in de registratie conform hetgeen daarover voor het betreffende objecttype is bepaald, waarbij de vastlegging hiervan zodanig wordt vormgegeven dat de driedimensionale (3D) beschrijving van een object kan worden opgenomen.

Opname van geometrie van alle objecten in de registratie is van essentieel belang voor het goed kunnen functioneren van een geo-basisregistratie. Met geometrie wordt daarbij expliciet bedoeld een geo-gerefereerde vastlegging van de begrenzing van een object. Met geo-gerefereerde vastlegging wordt bedoeld dat de geometrie is beschreven in de vorm van coördinaten die onderdeel uitmaken van een referentie coördinatenstelsel (zoals het RD stelsel of ETRS89). De registratie wordt daarbij direct voorbereid op 3D vastlegging van objecten.

Hierbij kan de wijze van vastlegging verschillen voor de diverse objecttypen. Sommige objecttypen zullen worden vastgelegd in de vorm van 3D volumes. Andere objecttypen als vlakken met een bepaalde hoogteligging. Voor bepaalde objecten met een minimale omvang kan geometrische vastlegging in de vorm van een enkel coördinatendrietal (x, y en z) worden vastgelegd (puntobject). Tenslotte wordt er rekening mee gehouden dat bij bepaalde objecttypen meerdere geometrische representaties (zoals verschillende levels of detail) kunnen worden opgenomen.

Speciale aandacht vraagt het geometrisch voorkomen van netwerken. Aan deze geometrie zullen in de regel nadere eisen worden gesteld (zoals een eis dat het netwerk zich moet bevinden binnen de contouren van de bijbehorende reële objecten). Ook worden bij dit soort objecten soms ook andere benaderingen gekozen voor het bepalen van de positie op een netwerk (zoals lineair referencing). In paragraaf Aspecten van geometrie wordt dit uitgangspunt verder uitgewerkt.

De SOR is primair een geometrische gegevensverzameling en kaartbeelden kunnen daar als product van worden afgeleid. Hierbij is voor geometrie aansluiting op Simple Features (ISO19125) voorgeschreven. De SOR hanteert altijd expliciete geometrie en geen impliciete geometrie (zoals geparametriseerde geometriebeschrijvingen die in CAD/BIM voorkomen). Hiermee kunnen namelijk betere analyses en kwaliteitscontroles (zoals topologische controles) worden uitgevoerd en 2D geometrie worden ‘opgetrokken’ naar 3D geometrie.

2.5.4 Meta-informatie

ontwerpprincipe:

Van elk object in de SOR wordt meta-informatie opgenomen conform hetgeen daarover voor het betreffende objecttype is bepaald.

Bij meta-informatie gaat het onder meer over informatie over de kwaliteit, ontstaansmoment en versie van het object. In de huidige basisregistraties wordt aan dit aspect op verschillende wijzen invulling gegeven. In de BAG wordt gewerkt met verwijzingen naar brondocumenten, in de BGT wordt hieraan op dit moment invulling gegeven met de opname van plaatsbepalingspunten en in de WOZ wordt hiervoor specifieke kwaliteitsinformatie aan de registratie toegevoegd.

Voor het vastleggen van meta-informatie wordt zoveel mogelijk aangesloten op hiervoor bestaande standaarden. Dit uitgangspunt is verder uitgewerkt in paragraaf Meta-informatie en bronverwijzing. Metagegevens kunnen ook informatie over de totstandkoming van 3D geometrie bevatten. Is deze afgeleid van andere gegevens of is deze in 3D ingewonnen? Ook zal uit een LOD(-beschrijving) van geometrie duidelijk moeten worden in hoeverre bijvoorbeeld een dak plat is omdat deze in werkelijkheid plat is en dus zo in de gegevensverzameling is opgenomen of omdat er sprake is van een LOD1 representatie.

2.5.5 Aanvullende eigenschappen

Ontwerpprincipe:

In de SOR kunnen van bepaalde objecttypen aanvullende eigenschappen worden vastgelegd, als deze van belang zijn voor meerdere gebruikers vanuit verschillende gebruikersdomeinen.

De samenhangende objectenregistratie heeft primair het karakter van een basisregistratie. Dat betekent dat in de registratie van objecttypen alleen eigenschappen worden vastgelegd die in verschillende overheidsdomeinen worden gebruikt. Hierbij kunnen er tussen verschillende objecttypen grote verschillen bestaan tussen het aantal eigenschappen dat dit betreft. Bij het objecttype ‘pand’ worden bijvoorbeeld aanzienlijk meer eigenschappen vastgelegd dan bij een objecttype ‘tunneldeel’.

3. Generieke onderwerpen

3.1 Identificatie van objecten

Aan elk object wordt een uniek objectnummer (objectidentificatie) toegekend. Zolang het object bestaat, mag deze identificatie niet veranderen. De objectidentificatie moet uniek, betekenisloos, permanent en overal geldig (systeemonafhankelijk) zijn.

3.1.1 Opbouw objectidentificatie

Bij de opbouw van de objectidentificatie worden de volgende Ontwerpprincipes gehanteerd.

Ontwerpprincipe:

De huidige wijze van objectidentificatie van NEN 3610 wordt gehanteerd want de SOR conformeert zich aan de NEN 3610-norm

NEN 3610 eist dat objecten uniek identificeerbaar zijn. De identificatie is de pointer naar het object. Als men het over het object met een bepaalde identificatie heeft (of er naar verwijst) dan wil men zeker weten dat daadwerkelijk dat ene object wordt bedoeld en niet dat men er meerdere ‘terugkrijgt’.

Ontwerpprincipe:

De objectidentificatie voor alle objecten is betekenisloos

Van belang is dat de objectidentificatie niet betekenisvol geïnterpreteerd mag worden.

Ontwerpprincipe:

De opbouw van de objectidentificatie voor alle objecten is gelijk

Voor alle objecten in de SOR wordt dezelfde opbouw en toekenning van een objectidentificatie toegepast. De opbouw van de identificatiecode is onderzocht in het externe project Regie Op Bouwgegevens (Unique Object Identifier, UOI) en in een rapport gepubliceerd ( https://www.geobasisregistraties.nl/documenten/rapport/2020/12/01/rapport-regie-op-bouwgegevens-uoi-2020-onderzoeksfase ). Dit onderzoek, en de uitkomsten uit het vervolgonderzoek medio 2021, kunnen als basis dienen voor het bepalen van de identificatie van de objecten in de samenhangende objectenregistratie.

3.1.2 Identiteit

UNICITEIT

Ontwerpprincipe:

Een objectidentificatie binnen Nederland is volledig uniek

We willen zeker weten dat we in tijd en ruimte het over hetzelfde object in de SOR hebben. De objectidentificatie moet daarom uniek zijn. Ontwerpprincipe: een identificatie wordt mondiaal uniek gemaakt door er de landcode aan toe te voegen Dit is conform de identificatie in NEN 3610.

HANTEERBAARHEID

Ontwerpprincipe:

Een objectidentificatie in de SOR is machineleesbaar bedoeld

De objectidentificatie van de SOR is bedoeld om in het kader van interoperabiliteit te gebruiken bij het volledig geautomatiseerd relaties bevragen tussen verschillende datasets.

IMPLEMENTATIE-VRIJ

Ontwerpprincipe:

De SOR kent een functionele objectidentificatie

De SOR kent een functionele objectidentificatie. De functionele objectidentificatie is systeem (implementatie) onafhankelijk.

Ontwerpprincipe:

Een functionele objectidentificatie kan een of meer technische identificaties hebben

De technische objectidentificatie is de toepassing van de functionele identificatie in een technische omgeving. In de technische uitwerking kunnen aan de functionele identificatie een of meer technische identificaties worden gerelateerd die eenduidig met die ene functionele identificatie verbonden zijn, bijvoorbeeld GML,API of URI. Objecten geïmplementeerd in verschillende technische omgevingen moeten middels hun functionele identificatie aan elkaar te relateren zijn. Bijvoorbeeld: een object dat zowel in XML als in JSON als in LD is geïmplementeerd moet herkenbaar zijn als voorkomens van eenzelfde object.

SAMENHANG

Ontwerpprincipe:

Samenhang faciliteren van huidige basisregistratie-identificaties en de objectidentificatie van de SOR

De objecten in de huidige basisregistraties hebben een verplichte unieke identificatie, die in veel aanpalende sectorregistraties wordt gebruikt. Gedurende een nader te bepalen (transitie-)periode zal de samenhang moeten worden bijgehouden tussen de identificatie van de SOR en die van de objecten waaruit SOR-objecten zijn ontstaan.

3.1.3 Tijd

PERSISTENT IN DE TIJD

Ontwerpprincipe:

Een objectidentificatie mag niet veranderen in de levensloop van het object zodat tijdreizen maximaal wordt gefaciliteerd

De objectidentificatie van een object in de SOR moet persistent zijn over de levensloop van dat object, zodat altijd duidelijk is welk object het betreft, ook als het object inmiddels is gesloopt.

LEVENSLOOP

Ontwerpprincipe:

De levensloop van een object, met een unieke objectidentificatie, begint in de samenhangende objectenregistratie

Ontwerpprincipe:

De levensloop van een object, met een unieke objectidentificatie, eindigt in de samenhangende objectenregistratie

3.1.4 Uitgifte

Ontwerpprincipe:

Uitgifte van dubbele objectidentificaties mag niet voorkomen

Er moet een methodiek worden ontwikkeld om uit te sluiten dat dubbele objectidentificaties worden uitgegeven. Tevens moet er direct op getoetst worden bij de voorbereiding van een uitgifte van een identificatie of deze al bestaat om latere schade te voorkomen.

Ontwerpprincipe:

Een objectidentificatie wordt toegekend aan een object in de SOR zodra er voor het eerst in de SOR iets over dit object wordt geregistreerd

Vanwege de eis van persistentie moet de uitgifte van de objectidentificatie direct worden gedaan bij welke registratie van een gegeven en welk moment in de tijdslijn van een object dan ook.

3.2 Aspecten van geometrie

3.2.1 Geometrie

In het conceptueel model voor de SOR staan de verschillende begrippen (soorten geo-objecten) die we willen onderscheiden centraal. Deze begrippen worden daarbij nadrukkelijk los gezien van hetgeen in informatieproducten aan gebruikers kan worden getoond in de vorm van onder meer kaartproducten (zie paragraaf Model van begrippen en informatieproducten). Deze benadering heeft ook gevolgen voor de wijze waarop in het conceptueel model wordt omgegaan met geometrie.

In plaats van uit te gaan van bestaande principes als topologisch sluitende geometrie op maaiveldniveau, wordt in dit conceptueel model gestart vanuit het definiëren van relevante geo-objecten. Geo-objecten worden daarbij gezien als een abstractie van een fenomeen in de werkelijkheid, dat direct of indirect is geassocieerd met een locatie relatief ten opzichte van de aarde. Dit laatste leggen we vast in een coördinaatreferentiesysteem. Voor het scherp kunnen afbakenen van objecten is van belang dat eerst wordt vastgesteld welke objecten we willen kunnen onderscheiden.

Voor reële objecten wordt daarvoor bepaald welke fenomenen we in de 3D werkelijkheid aantreffen (“waar we ons hoofd tegen kunnen stoten”) en hoe we dat als abstractie willen begrenzen. Dit bepaalt de definitie van een begrip. Vervolgens kan worden vastgesteld hoe verschillende fenomenen zich ten opzichte van elkaar verhouden. Dit bepaalt de relaties die er kunnen bestaan tussen verschillende begrippen. Hierbij kan worden gedacht aan relaties als “ligt bovenop”, “ligt naast” of “is gelegen in”. Tenslotte kan aan de hand van gebruikersbehoeften worden bepaald in hoeverre een fenomeen in de werkelijkheid als abstractie moet worden beschouwd als een volume (3D), een vlak op hoogte (2,5D) of een vlak. Dit bepaalt de geometrische beschrijving van het object.

Geometrie wordt hierbij in de SOR vastgelegd als een eigenschap van een object en representeert daarmee de locatie van een object. Er is één uitzondering in de SOR: alleen nummeraanduiding heeft via het genummerde object een ligging en heeft daarmee geen eigenschap geometrie. Voor de vastlegging van geometrie in de vorm van geometrie-typen wordt verwezen naar de Simple Features, zoals vastgelegd in ISO19125 en OGC 06-103r4 OpenGIS® Implementation Standard for Geographic information - Simple feature access - Part 1: Common architecture Voor ISO19125 zie: https://www.iso.org/standard/40114.html.

Bij het vertalen van de fenomenen in de werkelijkheid naar abstracties in de vorm van begrippen, is vastgesteld dat er vanuit het beoogde gebruik behoefte bestaat om veel fenomenen te beschouwen als volume (3D) of een vlak op hoogte (2,5D). Een geometrie wordt geacht een 3D of 2,5D geometrie te zijn, wanneer deze in absolute zin in een drie dimensionale ruimte wordt vastgelegd (dus met x,y en z coördinaten voor elk vastgelegd punt in een geometrie). Indirecte beschrijvingen van 3D (middels het vastleggen van beschrijvende eigenschappen als Hoogte of Relatieve hoogteligging in combinatie met een 2D geometrie) vallen niet onder de noemer 3D geometrie. Relatieve hoogteliggingen kunnen zo nodig ten behoeve van informatieproducten worden afgeleid.

2,5D geometrie is een uitbreiding op 2D geometrie door aan elke vastgelegde coördinaat een absolute hoogte (z-waarde) toe te voegen. Volumes als geometrietype vormen geen onderdeel van de 2,5D geometrie. In het vervolgtraject wordt nader uitgewerkt hoe een golvend oppervlak wordt opgebouwd.

terreinmodel

3D geometrie is een uitbreiding op 2,5D geometrie door objecten met volumes vast te leggen. Deze volumes kunnen open of gesloten zijn. Bij open volumes kun je door het volume heen bewegen (bijvoorbeeld een weg door een tunnel). De mate waarin er behoefte bestaat fenomenen te beschouwen als 2D, 2,5D of 3D abstracties verschilt voor de in het conceptueel model onderscheiden hoofdtypen (zie voor een uitwerking van deze hoofdtypen de beschrijving in hoofdstuk samenhang).

Ontwerpprincipe:

De SOR kent voor alle reële objecten een 2,5D geometrie en voor enkele specifiek benoemde reële objecten een 3D geometrie

Voor bijna alle reële objecttypen volstaat een 2,5D geometrie. Voor enkele reële objecttypen volstaat vanuit het gebruik een 2,5D geometrie niet en nemen we in de SOR een 3D geometrie op.

Ontwerpprincipe

De SOR kent voor alle functionele ruimten een 2D geometrie en voor de functionele gebouwobjecten een 2,5D geometrie

Voor functionele ruimten volstaat in de regel een 2D geometrie. Door het leggen van een relatie met een reëel object, kan voor een functioneel object zo nodig hoogte informatie worden afgeleid. Functionele gebouwobjecten zijn een uitzondering. Dit zijn vlakken op hoogte die zich in een 3D volume (het gebouw) bevinden.

3.2.2 Coördinaatreferentiesysteem

Ontwerpprincipe:

In de SOR worden de regels uit NEN 3610 voor het gebruik van coördinaatreferentiesystemen gevolgd

Het gaat hierbij in elk geval om de volgende regel:

  • Iedere geometrie moet zijn voorzien van een verwijzing naar het coördinaatreferentiesysteem waarin de coördinaten van de geometrie zijn beschreven.

Ontwerpprincipe:

Het RD-NAP-coördinaatreferentiesysteem wordt gehanteerd als coördinaatreferentiesysteem

Het RD-stelsel is gedefinieerd ten opzichte van het ETRS89. Hiervoor geldt dat de gebruikte horizontale datum Bessel 1841 is en het coördinaatsysteem de stereografische projectie. Als verticale datum wordt het NAP-vlak gebruikt. RDNAPTRANS™ is de officiële en nauwkeurige transformatie tussen het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting (RD) en het Normaal Amsterdams Peil (NAP) enerzijds en het European Terrestrial Reference System 1989 (ETRS89) anderzijds.

Noot

Aanbeveling:

Controleer bij transformaties naar ETRS89-coördinaten of de gebruikte software de correcte transformatieprocedure heeft geïmplementeerd. In veel GIS software zijn oudere RDNAPTRANS™ procedures (ouder dan de 2018-versie) vaak niet correct geïmplementeerd, wat kan leiden tot onnauwkeurige transformaties. Hanteer hierbij de richtlijnen op https://www.nsgi.nl/geodetische-infrastructuur/producten/coordinatentransformatie.

Coördinaten opgenomen bij een geometrie worden standaard uitgewisseld met een getalsnauwkeurigheid van 1 mm of het equivalent daarvan in graden. Voor RD en NAP komt dat overeen met de volgende nauwkeurigheden:

  • RD in meters 3 decimalen (1 mm);
  • NAP-hoogte in meters 3 decimalen (1 mm);
  • Alles wat nauwkeuriger is wordt afgerond op deze nauwkeurigheid van 3 decimalen. Afronding is volgens de volgende regel: 0.0015 -> 0.002; 0.0014 -> 0.001.

3.2.3 Topologie

In dit conceptueel model worden primair de begrippen gedefinieerd die moeten worden onderscheiden, de relaties beschreven die er tussen deze begrippen bestaan en vastgelegd in hoeverre deze begrippen dan als 2D, 2,5D of 3D in de registratie zouden moeten worden beschreven. De vertaling hiervan naar inwin-instructies (wat wordt er wel en wat wordt er niet meegenomen als onderdeel van de geometrie van het object) en de eisen die gesteld moeten worden aan geometrische consistentie (zoals topologie-regels) moeten hieraan volgend zijn. Voor de nadere invulling daarvan is een belangrijk verschil ten opzichte van de huidige situatie dat het hanteren van een 3D abstractie van de werkelijkheid leidt tot andere en meer complexere relaties tussen objecten.

Het begrip maaiveld als een referentielaag (met de relatieve hoogte waarde “nul”) waarin veruit de meeste objectgeometrieën voorkomen, wordt hierbij minder relevant. In de praktijk blijken er vanuit verschillende perspectieven namelijk andere behoeften te zijn voor wat betreft maaiveld. Het is belangrijker om ervoor te zorgen dat objecten die zich in de werkelijkheid op een bepaalde wijze tot elkaar verhouden (bijvoorbeeld een verharding ligt bovenop een overbrugging) ook in de registratie op deze wijze tot elkaar verhouden (bijvoorbeeld dat uit de z-coördinaten van de verharding en de overbrugging blijkt dat de verharding bovenop de overbrugging ligt). De exacte uitwerking van deze relaties in topologie-regels zal later in het traject verder worden uitgewerkt. Daarnaast is het van belang dat er op elke fysieke locatie in de werkelijkheid (elke x,y-coördinaat) altijd tenminste een reëel object aanwezig is (water, begroeiing, gebouw, verharding, kunstwerk, constructies of onbepaald terrein).

Ontwerpprincipe:

De reële objecten in de SOR bedekken met hun x,y geometrie het volledige grondgebied van Nederland

Het bovenaanzicht van alle vastgelegde geometrieën van reële objecten bedekt dus heel Nederland. Daarbij blijven er geen gaten over waar geen objecten zijn opgenomen. Hiermee kan er uit de geometrische representaties een volledig dekkend topografisch kaartbeeld als informatieproduct worden opgebouwd. De exacte vertaling van de eis dat er geen gaten mogen bestaan naar gedetailleerde topologie-regels zal later in het traject verder worden uitgewerkt.

Ontwerpprincipe:

Geometrieën van objecten kunnen boven elkaar liggen

Uit de hiervoor beschreven benadering volgt dat objecten die zich in de werkelijkheid boven elkaar bevinden, ook in de registratie als boven elkaar liggende objecten zijn opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan een stuk verharding dat op een brug ligt, waarbij de brug zich op zijn beurt weer boven water bevindt. Wanneer de hierbij behorende vastgelegde geometrieën middels een bovenaanzicht bekeken worden, zullen deze elkaar overlappen. Vanuit andere aanzichten zal blijken dat deze geometrieën boven elkaar liggen. De keuze van een aanzicht is in de SOR niet bepalend voor de vastlegging, maar de aanleiding voor de ontwikkeling van specifieke informatieproducten.

Ontwerpprincipe:

Geometrieën van objecten kunnen elkaar uitsluiten

In de 3D werkelijkheid sluiten twee reële objecten elkaar altijd uit. In een registratie kan ervoor gekozen worden dat de vastgelegde geometrieën van deze objecten elkaar moeten uitsluiten. Voor de SOR zal later uitgewerkt worden voor welke geometrieën van welke objecttypen dit zal worden afgedwongen. Daarbij zal een vertaling plaatsvinden van de eis dat objecten die in de werkelijkheid op elkaar aansluiten ook in de registratie op hun begrenzing exact op elkaar aansluiten (in zowel horizontale vlakken als verticale vlakken en dus nadrukkelijk in drie dimensies).

De bovenstaande principes kunnen ook van toepassing zijn voor specifieke verzamelingen van functionele ruimten en registratieve- en geografische ruimten. Denk hierbij aan de verzameling van gemeenten waarvan de grenzen precies op elkaar moeten aansluiten.

Tussen verzamelingen kunnen ook topologieregels gelden. Bijvoorbeeld bij netwerken. Aan deze geometrie kunnen eisen worden gesteld in relatie tot reële objecten (zoals een eis dat de netwerkgeometrie zich moet bevinden binnen de contouren van de bijbehorende reële objecten).

Ontwerpprincipe:

Functionele ruimten zijn niet landsdekkend en mogen elkaar overlappen

Functionele ruimten zijn niet landsdekkend. Dit betekent dat functionele ruimten het grondgebied van Nederland niet voor 100% bedekken. Functionele ruimten die onder een verschillend begrip vallen mogen elkaar overlappen en er mogen gaten voorkomen.

Ontwerpprincipe:

De SOR kent voor alle registratieve en geografische ruimten een 2D geometrie

Voor registratieve en geografische ruimten volstaat op basis van de bekende gebruiksbehoeften een 2D geometrie.

Ontwerpprincipe:

Geografische ruimten zijn niet landsdekkend en mogen elkaar overlappen

Geografische ruimten zijn niet landsdekkend. Dit betekent dat geografische ruimten het grondgebied van Nederland niet voor 100% bedekken. Geografische ruimten die onder een verschillend begrip vallen mogen elkaar bovendien overlappen en er mogen gaten voorkomen.

3.2.4 Generalisatie

Bij de uitwerking van de inhoud van de samenhangende objectenregistratie wordt voor de verschillende objecttypen bepaald wat de kleinste geometrische/cartografische eenheid is die nog van belang is voor meerdere gebruikers van de registratie. Dit detailniveau bepaalt daarmee wat voor het betreffende gedeelte van de samenhangende objectenregistratie de kleinste bouwsteen vormt. Het objecttype streek (nauwkeurigheid meter tot hectometer) heeft bijvoorbeeld een heel ander detailniveau dan het objecttype weg of gebouw (nauwkeurigheid centimeter tot decimeter).

Uit de SOR worden informatieproducten samengesteld op zowel grotere schalen (schaal 1:1.000) als kleinere schalen (van schaal 1 op 10.000 tot 1 op 1.000.000). Dit zijn cartografische informatieproducten (data of visualisatie). De kleinschalige informatieproducten worden geautomatiseerd met een landelijk uniform proces samengesteld (automatische generalisatie). In deze context worden de volgende begrippen gehanteerd:

cartografisch object

Object wat voor visualisatie (op een of meer schaalniveaus) wordt aangemaakt en in dat kader een tijdelijk karakter heeft, wat verbonden is met die specifieke versie op 1 of meer schaalniveaus en van die visualisatie, hoe lang die visualisatie ook beschikbaar is.

generaliseren (van data of voor visualisatie)

Het zinvol weglaten, vereenvoudigen, verplaatsen, vergroten, symboliseren en/of aggregeren van de geometrie van objecten (of op attribuutniveau).

aggregeren

Het zinvol samenvoegen van objecten tot een nieuw object (zowel op dataniveau als cartografisch niveau); aggregeren kan daarmee ook een aspect van generaliseren zijn.

Uit eerdere consultaties blijkt dat gebruikers geen data-analyses doen op basis van afgeleide kaartschalen. Hooguit voor het aanpassen van visualisatie, symbolen en voor een eenmalige actie waarbij de identificatie niet nodig is. Daarom:

  1. Is er geen noodzaak voor gegeneraliseerde data-objecttypen
  2. Zijn cartografische objecttypen voldoende zonder (complexe) afstemmingsrelaties, dat wil zeggen dat bijvoorbeeld aggregatie-relaties eenmalig zijn en niet worden bewaard
  3. Is er geen noodzaak voor unieke universele persistente identificatie van gegeneraliseerde objecten (er wordt geen identificatie bewaard)

In deze paragraaf worden op een generiek niveau ontwerpprincipes hiervoor benoemd.

Ontwerpprincipe:

Objecttypen worden enkel en alleen op het voor de SOR meest gedetailleerde noodzakelijke niveau vastgelegd (de kleinste eenheden)

Dit detailniveau kan per objecttype verschillen. Voor met name geografische objecttypen is vaak een minder gedetailleerd niveau noodzakelijk. Denk bijvoorbeeld aan de begrenzing van een streek als de 'Utrechtse Heuvelrug' of het Continentaal Plat.

Ontwerpprincipe:

Gegeneraliseerde data objecttypen worden niet opgenomen in de SOR. Ze kunnen wel onderdeel zijn van informatieproducten

Ontwerpprincipe:

Cartografische objecttypen worden niet opgenomen in de SOR. Ze kunnen wel onderdeel zijn van informatieproducten

Cartografische objecten zijn voor gebruikers van belang omdat ze dan hun eigen visualisatie kunnen gebruiken. Deze kunnen op basis van de objecten uit de SOR worden gegenereerd (veelal door generalisatie en/of aggregatie) en in informatieproducten worden opgenomen.

Voor cartografische objecten geldt dat hieraan een eigen tijdelijke identificatie wordt toegevoegd zodat de gebruiker het object kan identificeren voor bijvoorbeeld een terugmelding. Deze identificatie wordt echter niet bewaard. Omdat de identificatie niet wordt bewaard is een eigen levensloop niet aan de orde. Omdat de identificatie niet wordt bewaard is een relatie naar de basisobjecten waaruit ze zijn ontstaan ook niet aan de orde. Dit ligt in lijn met het uitgangspunt dat we niet van een minder (lager) naar een meer (hoger) gedetailleerd niveau terug kunnen gaan. Als het wenselijk is kunnen ten dienste van gebruikers in de producten geometrieën op een lager detailniveau worden aangeboden die gebaseerd zijn op geometrieën van onderliggende basisobjecten op een hoger detailniveau.

Ontwerpprincipe:

De kwaliteit van de objecten en de bijbehorende gegevens worden in die mate geborgd dat geautomatiseerde generalisatie probleemloos kan verlopen

Als dit principe wordt gevolgd, wordt daarmee voorkomen dat bij generalisatie extra handwerk nodig is om het gewenste resultaat te bereiken. Hiermee wordt concreet bedoeld:

  • Objecten moeten landelijk uniform, homogeen en een topologisch aaneensluitende geometrie hebben
  • Dit moet nader uitgewerkt worden in de informatiemodellering en in de eisen aan de inwinningsregels, hetgeen leidt tot één consistent systeem met een consistente implementatie
  • Objecten op verschillende hoogten moeten goed op elkaar aansluiten waar ze elkaar raken en consistent zijn binnen één specifieke schaal

Omdat gegeneraliseerde objecten geen deel uit zullen maken van de SOR, vragen terugmeldingen op gegeneraliseerde cartografische objecten om een specifieke beoordeling (door bijvoorbeeld een behandelaar of door artificiële intelligentie):

  • als de terugmelding de generalisatie betreft hoeft deze niet doorgezet te worden naar de bronhouders van de onderliggende data
  • als de terugmelding de data betreft dan moet deze worden doorgezet aan de betrokken bronhouders van de objecten uit de SOR

3.2.5 Lineair referencing

Bij netwerken worden andere benaderingen gekozen voor het bepalen van de positie op een netwerk. De Lineair Referencing Methode (LRM) gebruiken we om de locatie van veranderingen in de verbindingskenmerken vast te leggen als er geen dringende reden is om de structuur van het netwerk te verstoren door deze verder op te knippen. Het is dus een methode waarbij administratief wordt aangegeven vanaf waar een verandering geldt: bijvoorbeeld vanaf 200 meter vanaf de start van de verbinding geldt een toegestane snelheid van 70 km/h. Lineair referencing wordt ook door Inspire geadviseerd:

requirement inspire

De volgende figuur laat de werking van linear referencing zien, waarbij het principe wordt geïllustreerd dat wijzigingen in verbindingskenmerken van toepassing zijn vanaf een bepaald punt op het netwerk:

lineair referencing

3.3 Netwerken

In de samenhangende objectenregistratie worden twee transportnetwerken onderscheiden: wegen en spoorwegen. Netwerken zijn een verdere uitwerking van de virtuele objecten transportruimten in het basismodel NEN 3610. En zijn in de SOR opgenomen om functionele eigenschappen te kunnen registreren en om als basis kunnen dienen voor routeringsvraagstukken.

De structuur van een netwerk kenmerkt zich door knopen en verbindingen. De wijze van beschrijven van de structuur is voor alle netwerken hetzelfde. In generieke zin zouden alle netwerken als één geheel kunnen worden beschreven. De netwerken zijn immers ook onderling verbonden. Echter de inhoud verschilt dermate dat het vanuit beheer- en bruikbaarheid praktischer is om de netwerken los van elkaar te beschrijven.

3.3.1 Elementen van een netwerk: knopen en verbindingen

Een netwerk bestaat uit knopen en verbindingen. Een knoop is een keuzepunt. Een verbinding geeft de relatie aan tussen twee knopen. Bijvoorbeeld voor een weggebruiker. Een verbinding verbindt twee direct aanliggende keuzepunten.

Een knoop en verbinding hebben eigenschappen waarmee een knoop of verbinding beschreven kan worden. Administratieve eigenschappen zoals een straatnaam worden vooral gebruikt voor locatiebepaling. Voor routering zijn eigenschappen die een voorwaarde beschrijven belangrijk om te bepalen hoe een route over het netwerk loopt. Voor wegen zijn bijvoorbeeld rijrichtingen en maximum snelheden dergelijke eigenschappen.

3.3.2 Een netwerk is gerelateerd aan de reële infrastructuur

Een transportnetwerk beschrijft de functionele inrichting van de reële infrastructuur en is daarmee onlosmakelijk mee verbonden. Bij nieuwe aanleg van infrastructuur is het functioneel ontwerp (het netwerk) de basis voor de aanleg van reële infrastructuur.

Een netwerk heeft vanuit zichzelf geen geometrie in de fysieke werkelijkheid, voor de beschrijving en positionering van transportnetwerken wordt een geometrie toegevoegd en/of wordt verwezen naar de geometrie van de reële infrastructuur.

Ontwerpprincipe:

Knopen en verbindingen bevinden zich binnen de contouren van de bijbehorende reële objecten.

3.3.3 Detaillering waar nodig

Ontwerpprincipe:

In de SOR wordt minimaal weg- en baan niveau opgenomen van het wegennetwerk. Strookniveau wordt opgenomen als dit nodig is om het netwerk te kunnen beschrijven.

Een netwerk is te beschrijven in verschillende niveaus van detail. Of detaillering nodig is hangt van de informatiebehoefte af. De transportnetwerken in de SOR kunnen dus een verschillend detail niveau hebben. Detailniveau van netwerken is niet per definitie hetzelfde als een schaalniveau zoals die gebruikt wordt voor kaarten.

Het detailniveau van een netwerk wordt bepaald door wat nodig is om het netwerk te kunnen beschrijven. Een wegennetwerk kent functioneel gezien drie niveaus: een weg, een rijbaan en rijstrook niveau. Een eigenschap bepaalt het niveau van detail. Een straatnaam geldt voor de weg en daarmee ook voor de rijbanen en rijstroken die bij die weg behoren. Een busstrook wordt gedefinieerd op strook niveau en een busbaan op baan niveau.

3.3.4 Eigenschappen van knopen en verbindingen

Ontwerpprincipe:

Eigenschappen van verbindingen die niet voor de hele verbinding gelden worden vastgelegd met lineair referencing.

Eigenschappen kunnen meerdere malen van waarde veranderen langs een verbinding. Bijvoorbeeld als de straatnaam wijzigt bij het passeren van de gemeente- of woonplaatsgrens. Of als de snelheid op een provinciale weg vlak voor een kruising wordt teruggebracht naar 50 km/h. Als er geen dwingende reden is om de structuur van het netwerk te verstoren door een verbinding op te knippen, worden de eigenschappen bij een verbinding vastgelegd met de methode van lineair referencing. Lineair referencing is een methode waarbij administratief wordt aangegeven bij een verbinding waar op de verbinding een verandering van een bepaalde eigenschap plaatsvindt. Bij de beschrijving van de objecten in dit document is dit bij de eigenschap van het kenmerk aangegeven door de afkorting LR. Indien een eigenschap meerdere waarden kan bevatten zonder dat er sprake is van een afhankelijkheid van een locatie, dan wordt dit bij de eigenschap aangegeven door de afkorting MV (meervoudig). Bijvoorbeeld als er meerdere routenummers voorkomen op een verbinding.

3.3.5 Relaties bij netwerken

Een netwerk kent verschillende type relaties: Relaties die binnen het netwerk gelegd worden en relaties die met objecten gelegd worden die geen onderdeel zijn van het netwerk, maar wel van belang zijn voor het netwerk.

Relaties die binnen het netwerk gelegd worden zijn onderdeel van het netwerk. Bijvoorbeeld een rijbaan die bestaat uit een aantal rijstroken of ventweg en de bijbehorende hoofdrijbaan.

Er zijn objecten die van belang zijn voor het netwerk maar die niet worden opgenomen als onderdeel van het netwerk. Parkeervakken langs een verbindingen worden wel gerelateerd aan het netwerk omdat dan bekend is bij welke verbinding een parkeervak hoort, maar maken er geen onderdeel uit. Dat wil zeggen dat er geen knoop wordt geïntroduceerd op een parkeervak alsof het een doodlopende weg is.

Binnen een netwerk wordt onderscheid gemaakt naar verbindingen tussen knopen, verbindingen waarover een voertuig/weggebruiker/trein zich kan verplaatsen en verbindingen tussen (netwerk-)objecten die een logische samenhang kennen. Deze laatste categorie verbindingen wordt een hyperverbinding genoemd.

3.4 Meta-informatie en bronverwijzing

3.4.1 Relevante aspecten meta-informatie

Meta-informatie is een breed begrip dat door Wikipedia als volgt wordt omschreven: "Meta-informatie bevat alle informatie die ertoe bijdraagt gegevens tot informatie te verheffen. Anders gezegd: omdat meta-informatie gegevens in een bepaalde context zet, is meta-informatie de factor die gegevens tot informatie verheft.

Onder meta-informatie kan zowel de expliciet beschrijvende als de impliciet aanwezige informatie over structuur, betekenis, onderlinge relaties, locatie, status, eigenaarschap, enz. van gegevens worden verstaan. Ook alle informatie over de applicaties en processen die de gegevens manipuleren, valt onder de noemer meta-informatie."

In dit document kijken we met name naar dat deel van de meta-informatie die inhoudelijk van belang is voor gebruikers van de gegevens uit de objectenregistratie en voor de bijhouding van de gegevens door bronhouders.

Immers meta-informatie is essentieel voor de gebruiker van gegevens om te beoordelen of het gegeven in de objectenregistratie geschikt is voor het doel waarvoor de gegevens gebruikt worden. Een oppervlakte van een woning die 25 jaar geleden voor het laatst gecontroleerd is, kan geschikt zijn voor het bepalen van een algemeen kengetal over de totale omvang van de woningvoorraad in een gemeente, maar is ongeschikt voor het opleggen van een belastingaanslag aan de eigenaar van die woning.

Aan de andere kant is meta-informatie essentieel voor de bronhouders van de gegevens, omdat ze de noodzakelijke stuurinformatie bieden over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verantwoordelijkheid om de gegevens actueel te houden en over de werkzaamheden die de komende periode gedaan moeten worden. Metagegevens zijn daarmee voor de bronhouders van betekenis voor beheersing van hun bijhoudingsproces. Ook deze metagegevens gericht op de bijhoudingsprocessen maken een inherent onderdeel uit van de objectenregistratie.

Alle meta-informatie die niet de inhoud van de gegevens betreft, laten we in dit document buiten beschouwing. Dat gedeelte van de meta-informatie is niet relevant voor het uitwerken van het informatiemodel voor de SOR. De niet-inhoudelijke aspecten van de meta-informatie worden opgepakt in het kader van de architectuur en de uitwerking daarvan. Bijvoorbeeld praktische aspecten omtrent beschikbaarheid, inclusief aandachtspunten als kosten, technische specificaties voor bevraging en ander services, url of andere toegangsinformatie.

De voor de bronhouders en gebruikers van de SOR relevante inhoudelijke meta-informatie wordt in de context van dit document onderverdeeld in de volgende aspecten:

  • Definities (op niveau van objecten en attributen)
  • Tijdsaspecten (historie en levensfase)
  • Bronverwijzing
  • Autorisatie
  • Kwaliteitseisen
  • Kwaliteit
  • Status
  1. De formele definitie van objecten (objecttypen) en eigenschappen (attribuuttypen) die worden geregistreerd in de SOR moet voor bronhouder en gebruiker helder aangeven wat de betekenis is van een bepaald gegeven, maar ook over welke reële objecten bijvoorbeeld wel en welke niet geregistreerd worden in de SOR.

  2. Alle meta-informatie die een tijdsaspect heeft (historie, levensfase) komt in de paragraaf Historie afzonderlijk aan de orde.

  3. Bronverwijzing betreft aan de ene kant de formele onderbouwing van gegevens, bijvoorbeeld in de vorm van formele brondocumenten, zoals vergunningen en besluiten, maar aan de andere kant ook de meer technische bron van de gegevens, zoals plaatsbepalingspunten en indirect luchtfoto's, metingen en BIM-modellen. De plaatsbepalingspunten zijn daarmee een bijzondere vorm van bronverwijzing in het kader van de geometrie binnen de SOR. Zowel de bronverwijzing naar de praktische bronnen (luchtfoto's etc.) als naar de formele brondocumenten (vergunningen, huisnummerbesluiten) gebeurt zoveel mogelijk door het vastleggen van de url van de vindplaats van de desbetreffende bron. Op deze manier is de vindbaarheid van de bron optimaal gewaarborgd, mits ook het beheer van deze digitale brondocumenten zorgvuldig is ingeregeld. Een ander aspect van de bronverwijzing is de vastlegging van de reden van wijziging van een attribuut. Voor de SOR wordt voorgesteld het uitgangspunt te hanteren dat bij elke wijziging van een attribuut ook een reden wordt geregistreerd. Deze verplichting vereenvoudigt bijvoorbeeld het afhandelen van terugmeldingen. De bronhouder weet dan altijd waarom het gegeven geregistreerd is. Het is aan te bevelen om "reden van wijziging" vast te leggen aan de hand van een te benoemen redenen, waarbij wellicht bij sommige "gebeurtenissen" sprake kan zijn van een combinatie van redenen. Een correctie is ook een voorbeeld van een "gebeurtenis".

Alleen in uitzonderingsgevallen is het nodig om de "reden van wijziging" vast te leggen in de vorm van een formeel brondocument. Alleen wanneer er sprake is van een bestaand brondocument (zoals een vergunning) heeft een verwijzing naar dit formele document toegevoegde waarde. In de SOR kunnen verplichtingen tot het opstellen van brondocumenten, uitsluitend om daarmee een "reden van wijziging" als metagegeven te kunnen vastleggen, dan vervallen.

  1. Het aspect autorisaties betreft de formele voorschriften over bronhouders en afnemers. Hieronder vallen bijvoorbeeld de gebruiksautorisaties en daarmee de mate van openbaarheid. Het uitgangspunt van de SOR is dat alle gegevens als open data beschikbaar zijn. Daarbij is het aspect van gebruikersautorisaties minder relevant. Naast gebruikersautorisatie is ook mutatieautorisatie gewenst, zodat bekend is wie bepaalde mutaties mag aanbrengen. Daarmee is ook duidelijk waar men moet zijn bij een vraag over een waarde van een gegeven. Default is dat de bronhouder van het desbetreffende objecttype/object, maar bij uitzondering kan dat een andere partij zijn en die moet daar dan wel voor zijn geautoriseerd en dat moet vastgelegd kunnen worden op attribuutniveau.

Bij geometrie kan het noodzakelijk zijn dat de bronhouder van een bepaald object ook aangrenzende objecten die in beheer zijn van andere bronhouders meeneemt in de mutatie van de geometrie. Anders is een dekkende geometrie niet te realiseren. Je moet dan de mogelijkheid hebben de geometrie van een object van een andere bronhouder te muteren, maar dan moet ook vastgelegd worden dat deze wijziging afkomstig is van een wijziging door deze andere bronhouder. De situaties waarin dit aan de orde is komen tot uitdrukking in paragraaf Topologie.

  1. De meta-informatie over de geldende kwaliteitseisen beschrijft de normkwaliteit die van belang is voor bronhouders voor de inrichting van de bijhoudingsprocessen en voor de gebruikers voor het beoordelen of de gegevens geschikt zijn voor de toepassing waarvoor men de SOR wil gebruiken. Deze meta-informatie kan de vorm hebben van kwantitatieve eisen aan de nauwkeurigheid (bijvoorbeeld de eis aan de gebruiksoppervlakte in de BAG), kwantitatieve eisen aan de frequentie van controle (bijvoorbeeld kenmerk moet tenminste eenmaal per vijf jaar worden gecontroleerd) of eisen aan de wijze van inwinning.

De gewenste controlefrequentie kan sterk verschillen per objecttype/attribuuttype. De begrenzing van een woonplaats zal immers in de werkelijkheid minder aan verandering onderhevig zijn dan de geometrie van de achtergevel van een woning.

  1. De meta-informatie over de precisie en betrouwbaarheid van de gegevens worden breed gezien als de belangrijkste metagegevens. Er bestaat echter nog geen gezamenlijk beeld hoe deze precisie en betrouwbaarheid objectief en kwantitatief op een doelmatige wijze bepaald en geregistreerd kan worden.

Tot de gewenste meta-informatie over kwaliteit hoort in ieder geval wijze van inwinning (controle) en controledatum die wel eenvoudig geregistreerd kunnen worden. Voor het vastleggen van de precisie van gegevens (met name geometrie) lijkt het vastleggen van de bereikte precisie in de vorm van een klasse van nauwkeurigheid een haalbare optie. De geometrie van een zandweg valt dan in een minder nauwkeurige klasse dan de geometrie van een pand. De zorgen over de uitvoerbaarheid van het bijhouden van deze meta-informatie zullen moeten worden weggenomen door de functionaliteit van de bijhoudingssoftware. De bijhoudingssystemen zouden dan bijvoorbeeld in één keer voor alle objecten in een gecontroleerd gebied deze metagegevens moeten kunnen registreren. Het vastleggen van een controledatum, verhoogt de betrouwbaarheid, ook al is er aan de vastlegging van het object niets gewijzigd. Je laat daarmee zien aan de gebruikers dat de waarde van een gegeven nog steeds actueel is en een (aangrenzende) bronhouder in dat gebied kan zien dat object al bekeken is.

  1. Meta-informatie over de status van de gegevens is bijvoorbeeld om te beoordelen of een (overheids-) gebruikers van de registratie verplicht is de desbetreffende gegevens te gebruiken. Bijvoorbeeld wanneer een attribuut de status "inOnderzoek" heeft vervalt de gebruiksplicht. Daarnaast zal de SOR bestaan uit verplichte inhoud en optionele inhoud. De status "optioneel" zal dan ook betekenen dat het gebruiken van die gegevens niet verplicht is.

De status "inOnderzoek" is inmiddels binnen de basisregistraties voldoende bekend. Deze status hangt samen met formele terugmeldingen door gebruikers. Daarnaast valt te overwegen om op een vergelijkbare manier een status te kunnen aangeven voor "inBewerking" (bijvoorbeeld wanneer de gemeente zelf met de inmeting van een gegeven bezig is), voor "inDiscussie" (bij bijvoorbeeld een metingsverschil tussen twee aangrenzende bronhouders), "reactieBelanghebbende" (wanneer in het kader van "Regie op gegevens" een betrokkene suggesties heeft gedaan voor aanpassingen).

Voor de meta-informatie over "inOnderzoek" is het ook nuttig om apart te kunnen raadplegen dat een terugmelding is onderzocht en afgewezen. Het kan handig zijn (voor zowel een eventuele terugmelder als de bronhouder die moet onderzoeken) te weten dat er een melding is geweest, maar dat onderzoek heeft opgeleverd dat die melding onterecht was. Dat scheelt mogelijk bij een volgende melding, ook een in de directe nabijheid. Deze behoefte aan een metagegeven moet wel gezien worden in het licht van het vastleggen van de historie van terugmeldingen.

3.4.2 Specificeren meta-informatie in informatiemodel

De specificaties van het informatiemodel voor de SOR zullen uiteindelijk een deel van de in de inleiding beschreven meta-informatie geven. De informatiemodellering voor de SOR wordt gedaan conform het MIM (Metamodel voor informatiemodellering). Dit metamodel borgt dat diverse genoemde aspecten van de meta-informatie aandacht krijgen in het informatiemodel. Andere aspecten van de meta-informatie zullen bij het opstellen van de specificaties van het informatiemodel wel aparte aandacht moeten krijgen.

Bij het uiteindelijk formuleren van het informatiemodel voor de SOR worden de definitieve keuze gemaakt welke metagegevens geregistreerd worden per objecttype, per attribuuttype, per object, respectievelijk per attribuut.

Ontwerpprincipe

De metagegevens per objecttype en per attribuuttype vormen een integraal onderdeel van de SOR

Om recht te doen aan dit Ontwerpprincipe zodat deze metagegevens net zo toegankelijk zijn als de gegevensverzameling zelf en er virtueel één geheel mee vormen, zodat bijvoorbeeld de kwaliteit van de data soepel en geautomatiseerd zonder extra handelingen met de normkwaliteit kan worden vergeleken" is het belangrijk dat de specificaties van dit informatiemodel optimaal ontsloten zijn en direct gerelateerd zijn aan de registratie zelf.

Per objecttype wordt in het informatiemodel de volgende meta-informatie vastgelegd:

  • Definitie van objecttype.

  • Autorisatie wat betreft gebruik en beheer. Als default zijn alle objecten in de SOR als open data voor iedereen beschikbaar. Uitzonderingen hierop worden in het informatiemodel expliciet benoemd.

Daarnaast wordt in het informatiemodel vastgelegd wie de bronhouder is voor een objecttype. Het is mogelijk dat in het informatiemodel wordt gespecificeerd dat er verschillende (categorieën) bronhouders zijn voor één objecttype. De bronhouder is de partij die objecten kan opvoeren en afvoeren.

  • Op het terrein van de kwaliteitseisen wordt de populatie die wordt opgenomen in de SOR beschreven om bijvoorbeeld helder te maken dat niet alle bomen in de SOR worden opgenomen. Aanvullend zal een eis over binnen welke termijn (aantal dagen/maanden) na realisatie/ontstaan van een object, dit object beschikbaar moet zijn in de SOR, gespecificeerd moeten worden.
  • Per objecttype wordt aangegeven of het objecttype behoort tot de verplichte inhoud van de SOR of optioneel is.

Per attribuuttype wordt in het informatiemodel de volgende meta-informatie vastgelegd:

  • Definitie van attribuuttype.

  • Autorisatie wat betreft gebruik en beheer wanneer deze afwijken van de autorisatie voor het objecttype. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat in de SOR voor een bepaald attribuut een andere bronhouder (attribuuthouder) wordt aangewezen.

  • De kwaliteitseisen per attribuuttype vormen een belangrijk deel van de specificaties van een attribuuttype binnen het informatiemodel. Voorbeelden van relevante kwaliteitseisen per attribuuttype zijn kwantitatieve eisen aan de precisie (vergelijk de eis aan de nauwkeurigheid van de gebruiksoppervlakte in de BAG); eisen aan de wijze van inwinning van het attribuut (bijvoorbeeld de eis dat de geometrie op basis van een luchtfoto ingewonnen moet worden); eisen aan de minimale controlefrequentie (bijvoorbeeld de eis dat tenminste eenmaal per vijf jaar de juistheid van de objecttypering gecontroleerd moet worden).

Bij de geometrie kan sprake zijn van specifieke kwaliteitseisen die voortkomen uit de samenhang met de geometrie van andere objecten. Bijvoorbeeld de eis dat een punt valt binnen de vlakgeometrie van een gerelateerd object, of dat een vlak (naadloos) moet aansluiten op een naastgelegen vlak of moet vallen binnen een ander vlak (bijvoorbeeld de geometrie van de gemeentegrens. Deze kwaliteitseis is relevant voor bronhouders, omdat zij bij de inwinning en controle rekening kunnen houden met deze eisen. Zie hiervoor verder paragraaf Topologie.

  • Per attribuuttype wordt aangegeven of het attribuuttype behoort tot de verplichte inhoud van de SOR of optioneel is.

Naast deze meta-informatie die in het informatiemodel zelf wordt vastgelegd, specificeert het informatiemodel ook welke metagegevens per object en/of per attribuut in de registratie worden opgenomen.

3.4.3 Registeren metagegevens per object

Per object worden de volgende metagegevens vastgelegd:

  • Bronverwijzing: Bij alle objecten wordt vastgelegd de wijziging op grond waarvan het betreffende object in de registratie is opgenomen (of is beëindigd). Mogelijke "gebeurtenissen" worden zoveel mogelijk gestandaardiseerd en zijn bijvoorbeeld "verlenen vergunning", constatering in luchtfoto", "onderzoek terugmelding", etc.).

Afhankelijk van de achtergrond van het opvoeren of beëindigen van een object in de registratie wordt (indien dit in het informatiemodel is gespecificeerd) een verwijzing opgenomen naar een bron(document). Dit kan een formeel document zijn, zoals een vergunning, maar ook bijvoorbeeld plaatsbepalingspunten of een BIM.

  • In het kader van de autorisatie kan per object vastgelegd worden wie de verantwoordelijke bronhouder is. Dat kan bijvoorbeeld de aanduiding zijn welke gemeente verantwoordelijk is voor het bijhouden van het betreffende object. Of dit relevant is en op welke wijze de verantwoordelijke bronhouder wordt geregistreerd, wordt later gespecificeerd. Ook kan er sprake zijn van het vastleggen van specifieke gebruiksautorisaties (bijvoorbeeld specifieke/militaire objecten die niet openbaar zijn). Of dit aan de orde is, wordt later gespecificeerd.

  • De metagegevens over kwaliteit en status worden in de SOR in beginsel op het niveau van de afzonderlijke attributen vastgelegd. Natuurlijk kunnen deze metagegevens betrekking hebben op alle attributen van het object (bijvoorbeeld het object met alle attributen is voor het laatst op 14-09-2020 gecontroleerd of alle attributen staan in onderzoek in verband met een terugmelding).

Naast de genoemde metagegevens die gericht zijn op zowel gebruikers als bronhouders, hebben bronhouders aangegeven behoefte te hebben aan een aantekenveld op objectniveau. Dit aantekenveld is met name van belang om als bronhouder onderling aandachtspunten te kunnen uitwisselen. Dat kan zijn verschillende medewerkers van formeel dezelfde bronhouder (verschillende afdelingen van een gemeente die betrokken zijn bij het beheer van de SOR), maar ook formeel verschillende bronhouders, bijvoorbeeld bij grenslijnen tussen objecten in beheer bij ProRail en bij de gemeente.

3.4.4 Registreren metagegevens per attribuut

Per attribuut worden de volgende metagegevens vastgelegd:

  • Bronverwijzing: Bij alle attributen wordt vastgelegd de wijziging op grond waarvan het betreffende attribuut (wijziging van een attribuut) in de registratie is opgenomen. Mogelijke "gebeurtenissen" worden zoveel mogelijk gestandaardiseerd en zijn bijvoorbeeld "verlenen vergunning", constatering in luchtfoto", "onderzoek terugmelding", etc.).

  • Bronverwijzing: bij 3D-geometrie wordt vastgelegd hoe deze tot stand is gekomen, bijvoorbeeld door post-processing, door 3D inwinning of anders. Afhankelijk van de achtergrond van het opvoeren of wijzigen van een attribuut in de registratie wordt (indien dit in het informatiemodel is gespecificeerd) een verwijzing opgenomen naar een bron(document). Dit kan een formeel document zijn, zoals een vergunning, maar ook bijvoorbeeld plaatsbepalingspunten of een BIM. Bij het attribuut geometrie kan ook sprake zijn van een bronverwijzing naar een plaatsbepalingspunt (zie paragraaf Meta-gegevens over herkomst en kwaliteit).

  • In het kader van de autorisatie kan eventueel per attribuut vastgelegd worden wie de verantwoordelijke bronhouder is, wanneer dit een ander is dan de bronhouder voor het object. Of dit relevant is en op welke wijze de verantwoordelijke bronhouder wordt geregistreerd, wordt later gespecificeerd. Ook kan er sprake zijn van het vastleggen van specifieke gebruiksautorisaties (bijvoorbeeld specifieke attributen die niet openbaar zijn). Of dit aan de orde is, wordt later gespecificeerd.

Een bijzonder aandachtspunt betreft het vastleggen van de verantwoordelijk bronhouder van geometrie, wanneer dit (vlak)geometrie betreft die (verplicht) aansluit op vlakgeometrie in beheer bij een andere bronhouder. Zie verder paragraaf Topologie.

  • Tot de basis metagegevens per attribuut op het aspect van kwaliteit behoren: wijze van inwinning en uitvoerder inwinning, wijze en moment van controle en uitvoerder controle. Voor de geometrie wordt dit aangevuld met een aanduiding van de klasse van nauwkeurigheid van de geregistreerde geometrie.

  • De status inOnderzoek wordt per attribuut geregistreerd. Op overeenkomstige wijze wordt ook de status "inBewerking" (wanneer de bronhouder zelf gestart is met een onderzoek), en "reactieBelanghebbende" (wanneer een belanghebbende gereageerd heeft in het kader van regie op gegevens). Bij geometrie wordt in overweging gegeven een status "inDiscussie" mogelijk te maken voor gevallen waarin verschillende bronhouders een andere meetuitkomst hebben bij een gezamenlijke grenslijn tussen twee vlakken.

3.4.5 Meta-gegevens over herkomst en kwaliteit

In een basisregistratie is het van belang om expliciet informatie over de kwaliteit en herkomst van de geregistreerde gegevens vast te leggen. Dit als verantwoording voor het opnemen, wijzigen of beëindigen van één of meer gegevens in de registratie. Gegevens over kwaliteit en herkomst zijn meta-gegevens over de basisgegevens.

Informatie over de herkomst is belangrijk voor een gebruiker om te weten van welke bronhouder het gegeven afkomstig is. Een bronhouder is een bestuursorgaan of rechtspersoon aan wie bij deze wet de verantwoordelijkheid voor het bijhouden van gegevens is opgedragen. Bronhouder dient de gegevens met de bij wetgeving vastgestelde kwaliteitseisen bij te houden. Gegevens kunnen hiermee als authentiek worden aangemerkt, en een gebruiker mag/kan er dan vanuit gaan dat het gegeven juist is. Bij gerede twijfel over de juistheid kan een gebruiker een terugmelding op het gegeven doen, zodat de bronhouder een onderzoek kan starten.

Een Plaatsbepalingspunt is een punt dat is ingemeten en vervolgens gebruikt is bij en onderdeel uitmaakt van de begrenzing (geometrie) van reële objecten. Bij een plaatsbepalingspunt worden naast de coördinaten (X,Y,Z) van het ingemeten punt zelf, onder meer gegevens over de nauwkeurigheid, inwinningsdatum en inwinnende instantie (bronhouder/gegevensmuteerder) opgenomen. Van plaatsbepalingspunten worden dus zelf metagegevens over kwaliteit en herkomst vastgelegd. Door andere objecten te relateren aan deze plaatsbepalingspunten wordt ook informatie vastgelegd over kwaliteit en herkomst van de geometrie van die objecten.

Voor plaatsbepalingspunten geldt dat:

  • alleen van reële objecten plaatsbepalingspunten worden vastgelegd.
  • plaatsbepalingspunten alleen worden opgenomen van coördinaten die daadwerkelijk ingewonnen zijn middels terreinbezoek (terrestrisch), laserscanning (laser), luchtfoto’s of panoramabeelden.
  • plaatsbepalingspunten alleen worden opgenomen voor reële objecten waarvan de grens in het terrein goed is aan te wijzen (ofwel goed idealiseerbaar). Bij niet-goed idealiseerbare objecten is de ‘startwaarde’ van de nauwkeurigheid namelijk al dusdanig hoog dat het geen zin heeft om hier de onnauwkeurigheid van meting. Uitgangspunt is dat bronhouder deze gegevens binnen een bepaalde nauwkeurigheid inwint.
  • coördinaten die zijn gegenereerd/afgeleid bijvoorbeeld bij het ‘verstroken’ van een cirkelboog geen plaatsbepalingspunten hebben.
  • van de toekomstige geometrie (planinformatie) geen plaatsbepalingspunten worden vastgelegd.
  • functionele, registratieve en geografische ruimten geen plaatsbepalingspunten hebben.

In de SOR worden

  1. Meta-gegevens over kwaliteit en herkomst vastgelegd voor
  • goed-idealiseerbare reële objecten middels plaatsbepalingspunten zoals hiervoor beschreven.
  • overige reële objecten middels één meta-gegeven bij de geometrie met een aanduiding voor de gemiddelde/mediane/minimale/maximale nauwkeurigheid
  • registratieve ruimten middels een brondocument
  • geografische ruimten middels een nader te bepalen bronverwijzing
  • functionele ruimten middels een nader te bepalen bronverwijzing
  1. Meta-gegevens over kwaliteit en herkomst worden expliciet gekoppeld aan de basisgegevens. De aanbeveling is om op te nemen bij
  • reële objecten: de (relatie met) plaatsbepalingspunten , zodat kenbaar is wat de kwaliteit en herkomst is van individuele punten in de geometrie.
  • bij registratieve ruimten de unieke aanduiding van het brondocument
  • bij geografische ruimten een unieke aanduiding van een nader te bepalen bronverwijzing
  • bij functionele ruimten een unieke aanduiding van een nader te bepalen bronverwijzing
  1. Plaatsbepalingspunten vastgelegd met de volgende kenmerken:
  • Unieke aanduiding
  • Coördinaten/puntgeometrie in X,Y,Z.
  • Nauwkeurigheid
  • Inwinnende instantie
  • Inwinningsdatum

Geometrie en topologie

Alle objecten hebben een geometrische representatie. De nauwkeurigheid/kwaliteit van de geometrie wordt voor goed-idealiseerbare reële objecten beschreven middels plaatsbepalingspunten en voor niet-goed idealiseerbare objecten middels één meta-object voor de kwaliteit/herkomst. Voorwaarde is dat plaatsbepalingspunten samenvallen met de coördinaten in de objectgeometrie (zie paragraaf Topologie).

3.4.6 Verdere aandachtspunten meta-informatie

In het voorgaande is een eerste schets gegeven van het onderwerp meta-informatie in de SOR. Bij de verdere uitwerking van het informatiemodel zal daaraan nog een verdere invulling worden gegeven. Een aantal te maken keuzen zijn daarbij afhankelijk van besluiten die nog moeten worden genomen over onder meer de toewijzing van verantwoordelijkheden, de omgang met brondocumenten en de concreet te stellen kwaliteitseisen. Voor deze verdere uitwerking worden nog een aantal aandachtspunten meegegeven:

  • Meta-informatie makkelijk kunnen registreren met ondersteuning vanuit de systemen. Dit betekent bijvoorbeeld dat het eenvoudig moet zijn om metagegevens over te nemen naar andere objecten (bijvoorbeeld alle gebouwen binnen een luchtfoto de status "gecontroleerd" te geven),
  • Zo effectief en efficiënt mogelijk met tools in de systemen om metagegevens eenvoudig vast te leggen en te controleren op consistentie.
  • Niet onnodig muteren (met name van geometrie). Dit kan bijvoorbeeld door alleen het relevante object te muteren en niet gelijk de aangrenzende objecten in de omgeving ook muteren. Het zorgdragen van consistentie van de geometrie is hierbij een aandachtspunt (zie paragraaf Topologie).
  • Zoveel mogelijk werken met domeintabellen in de metadata. Voorbeeld bij inwinning kunnen kiezen uit b.v. terrestrisch, digitalisering, constructie. fotokartering. Dit geldt ook voor "wijze van controle".
  • Het werken met formele brondocumenten is een belangrijk aspect van een basisregistratie waar de herkomst van gegevens naspeurbaar moet zijn. Deze formele brondocumenten worden voor die gegevens gehanteerd waarvoor ze voorhanden zijn (zoals vergunningen). De SOR bevat ook gegevens waarvoor dergelijke formele brondocumenten niet nodig zijn. In die gevallen wordt volstaan met het gebruik van bijvoorbeeld plaatsbepalingspunten of een luchtfoto als bronverwijzing, dan wel een beschrijving van de herkomst van het gegeven. Dan kan volstaan worden met de aanduiding dat het object geconstateerd is in het veld, zonder de verplichting om een "proces verbaal van constatering" op te maken.

3.5 Historie

3.5.1 Uitgangspunten voor historiemodel

Het globaal semantisch historiemodel voor de samenhangende objectenregistratie is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • zo eenvoudig mogelijk. Dus geen registratie en bijhouding van data die niet strikt noodzakelijk zijn voor het beoogde tijdreizen, voor doelmatig beheer door de bronhouder en voor consistentiecontrole op elk willekeurig moment in de tijd. Zo eenvoudig mogelijk betekent ook zo gestandaardiseerd mogelijk. Het model moet geschikt zijn voor alle verschillende objecttypen die binnen de SOR een plek kunnen krijgen en bij voorkeur ook voor andere (basis)registraties. Maximaal aansluiten op bestaande standaarden en ervaringen hoort hier dus ook bij;
  • een eenduidig model. Dat wil zeggen voor alle attributen binnen de Samenhangende objectenregistratie hetzelfde model en dus geen onderscheid tussen geometrie en administratieve gegevens;
  • Stevige basis gelegen in een internationaal perspectief in combinatie met geldende Nederlandse standaarden. Dus zoveel mogelijk conform internationaal breed omarmde uitgangspunten en best practices, die ook teruggevonden worden in bestaande Nederlandse standaarden. Vanuit deze basis is het historiemodel gebaseerd op twee tijdlijnen (tijdlijn geldigheid en tijdlijn registratie);
  • tijdreizen in het verleden en in de toekomst. Voor het vastleggen van tijdlijnen in de toekomst wordt dezelfde systematiek gebruikt als voor tijdlijnen in het verleden. Natuurlijk is deze werkwijze alleen mogelijk wanneer tijdlijnen in de toekomst relatief eenvoudig bijgesteld kunnen worden. Natuurlijk kent alleen de tijdlijn geldigheid data in de toekomst. De tijdlijn registratie is gebaseerd op het moment van registreren en deze wordt in beginsel bepaald door de computerklok;
  • maximale ondersteuning door techniek. De bronhouder moet weinig inspanningen hoeven te doen om de tijdlijnen vast te leggen. Dat hangt deels samen met bepaalde definities (beginGeldigheid van geometrie gemeten in een luchtfoto zal gelijk zijn aan de datum waarop de foto gemaakt is, zonder verplichting tot nader onderzoek, wanneer de werkelijke beginGeldigheid niet blijkt uit andere processen. Ook de te bieden functionaliteit om te bewaken of toekomstmutaties niet ten onrechte in de registratie de status "actuele werkelijkheid" krijgen, door het voortschrijden van de tijd, is daarbij een belangrijke randvoorwaarde.

Het globaal semantisch historiemodel laat zich het best beschrijven vanuit het perspectief van de gebruiker/afnemer. Het model geeft daarmee aan op welke wijze de gebruiker met de gegevens in de SOR een tijdreis kan maken

3.5.2 Tijdlijn geldigheid en tijdlijn registratie

Het historiemodel is gebaseerd op twee tijdlijnen, namelijk de tijdlijn geldigheid en de tijdlijn registratie. Daarmee adviseren de experts om de in Nederlandse standaarden veel gebruikte benamingen voor de twee tijdlijnen (materiële en formele historie) niet te gebruiken, omdat tijdens het onderzoek dat aan dit advies ten grondslag ligt, is gebleken dat de begrippen materiële en formele historie in verschillende standaarden en verschillende praktijktoepassingen anders gedefinieerd en toegepast worden. Hoewel de benaming van de gebruikte tijdlijnen daarmee afwijkt van de bestaande standaarden en praktijktoepassingen zullen de voor deze tijdlijnen gebruikte attributen wel door iedereen worden herkend. Dit zijn voor de tijdlijn geldigheid beginGeldigheid en eindGeldigheid (aangevuld met ingangsdatumObject en einddatumObject voor de bestaansperiode (levensduur) van het object). Voor de tijdlijn registratie is dit het attribuut tijdstipRegistratie. tijdstipRegistratie betreft de tijdstempel die door de computerklok wordt geplaatst op het moment dat het desbetreffende gegeven (attribuut) beschikbaar wordt gesteld voor de gebruiker.

Het begrip tijdlijn geldigheid suggereert mogelijk dat deze tijdlijn betrekking heeft op formele besluiten etc. De tijdlijn geldigheid heeft ook betrekking op feitelijke kenmerken van fysieke objecten. Deze tijdlijn geeft dan aan of een object op een bepaald moment de desbetreffende geregistreerde eigenschap heeft. Daarom zou gekozen kunnen worden voor alternatieve begrippen zoals tijdlijn bestaan of tijdlijn aanwezigheid. In dit conceptueel model is echter vooralsnog gekozen om ook voor fysieke kenmerken van fysieke objecten het begrip tijdlijn geldigheid te gebruiken, vooral ook omdat dit aansluit op de begrippen beginGeldigheid en eindGeldigheid die in diverse informatiemodellen al worden gebruikt.

De tijdlijn registratie geldt hierbij als aanvulling op de tijdlijn geldigheid. Met andere woorden er zijn geen attributen waarvoor wel de tijdlijn registratie wordt bijgehouden, maar niet de tijdlijn geldigheid.

De tijdlijn registratie gebruikt uitsluitend het attribuut tijdstipRegistratie. Immers het gaat om het vastleggen van het moment (timestamp van de computer) waarop het betreffende attribuut is geregistreerd, zodat deze beschikbaar kwam voor gebruik. Het in de praktijk ook gebruikte attribuut eindeRegistratie wordt in dit semantisch model niet gebruikt. De beoogde computer timestamp betreft het moment van registratie, waarbij het gegeven beschikbaar komt voor de gebruikers.

Deze keuze betekent een wijziging in de wijze van vastlegging van tijdlijnen voor de basisregistraties met hoofdzakelijk geometrie (BGT en BRT), Maar deze keuze is noodzakelijk om een eenduidig historiemodel te kunnen hanteren binnen de gehele samenhangende objectenregistratie. Door de wijze waarop de tijdlijn geldigheid wordt toegepast zal deze omschakeling niet veel consequenties hebben. Bijvoorbeeld geometrie die volledig wordt ontleend aan een opname (bijvoorbeeld luchtfoto) zal als beginGeldigheid (tijdlijn geldigheid) de datum van de luchtfoto krijgen, omdat de feitelijke ingangsdatum niet nauwkeuriger kan worden ingeschat. Wanneer de uit dezelfde foto gemeten geometrie echter betrekking heeft op de contouren van een gebouw, dan zal de beginGeldigheid van de geometrie gelijk zijn aan de beginGeldigheid van de overige attributen van dat gebouw "bij ingebruikname".

3.5.3 Toekomstmutaties

BeginGeldigheid en ook eindGeldigheid kunnen in de toekomst liggen. Hiervoor gelden geen formele beperkingen. Natuurlijk is van de aard van de gebeurtenis afhankelijk of inderdaad een toekomstmutatie voorzien kan worden en met welke nauwkeurigheid deze voorzien kan worden. Wanneer iemand een bouwvergunning krijgt, kan voorzien worden dat dit object in de toekomst ook gerealiseerd zal worden. De datum vanaf wanneer daadwerkelijk sprake zal zijn van een "bestaand object" kan echter niet exact voorzien worden. Een inschatting van deze datum zal de basis vormen voor de tijdlijn geldigheid in de toekomst. Een besluit om met ingang van een bepaalde datum een straatnaam te wijzigen kan wel met een exacte in de toekomst gelegen datum worden geregistreerd. Wij gaan ervan uit dat er adequate voorzieningen worden gerealiseerd die bronhouders ondersteunen om te voorkomen dat voorziene wijzigingen in de toekomst ineens als de bestaande realiteit worden gezien, uitsluitend door verloop van de tijd. Deze voorziening kan bijvoorbeeld bestaan uit een overzicht van de wijzigingen die in de loop van de komende week/maand de "actuele" situatie gaan worden, omdat de geregistreerde beginGeldigheid ligt in die periode van een week/maand. De bronhouder kan dan of de geregistreerde beginGeldigheid naar verder in de toekomst schuiven op basis van een nadere inschatting van het moment van realiseren of kan constateren dat inderdaad in die periode sprake is van een zodanige wijziging in de "werkelijkheid" dat de geregistreerde "toekomstmutatie" inderdaad in die periode de "werkelijkheid" wordt.

Bij de registratie zijn toekomstmutaties mogelijk. Maar het registreren van toekomstmutaties is niet "de regel". Veel mutaties in de SOR worden aangebracht op basis van "constateringen" en deze worden dan dus vastgelegd met een beginGeldigheid in het verleden, bijvoorbeeld de datum van de luchtfoto waaraan de constatering wordt ontleend. Bij de verdere uitwerking in registratievoorschriften zal nog worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze toekomstige gegevens zullen worden opgenomen.

3.5.4 Levensduur

Hoewel het vastleggen van de levensduur van een object (ingangsdatumObject en einddatumObject) redundant is, omdat deze levensduur altijd afgeleid kan worden uit de tijdlijn geldigheid, wordt in het historiemodel ervan uit gegaan dat de levensduur afzonderlijk wordt geregistreerd. De ingangsdatumObject zal gelijk zijn aan de oudste beginGeldigheid voor een status "bestaand/geldig" van het betreffende object. Een gebruiker kan deze ingangsdatumObject eventueel zelf afleiden uit de tijdlijn geldigheid, maar er wordt voor gekozen om, parallel aan de registratie van geboortedatum en overlijdensdatum bij personen, de ingangsdatumObject en einddatumObject wel afzonderlijk in de registratie (of in ieder geval in de informatieproducten) op te nemen.

Gezien deze definitie van ingangsdatumObject kan een object dus al geregistreerd worden (tijdstipRegistratie) vóór deze ingangsdatumObject. Deze registratie van het object heeft in die periode dus betrekking op een status die overeenkomst met een "ontwerp/planfase" (zie de paragraaf over Levensfasen).

3.5.5 Toepassing van historie

Het hierboven geschetste model wordt verplicht voor alle onderdelen van de SOR. Gebruikers kunnen daarbij per attribuut informatie krijgen over beide tijdlijnen. Deze metagegevens over de beide tijdlijnen zullen echter niet voor alle in de SOR geregistreerde attributen beschikbaar zijn. In het voor de SOR op te stellen informatiemodel zal worden vastgelegd voor welke attributen de tijdlijn geldigheid zal worden bijgehouden en voor welke attributen de tijdlijn geldigheid plus de tijdlijn registratie zal worden bijgehouden. Het aanduiden van het relevant zijn van deze tijdlijnen voor een bepaald attribuut kan in het informatiemodel eenvoudig gebeuren, wanneer dat informatiemodel conform het Metamodel voor informatiemodellen (MIM 1.1) wordt opgesteld (Binnen het MIM 1.1 worden nog wel de begrippen materiële en formele historie gebruikt).

Er zou bijvoorbeeld bij een bepaald attribuut afgezien kunnen worden van het vastleggen van deze tijdlijnen, wanneer geen enkele gebruiker nu of in de toekomst behoefte heeft aan deze tijdlijnen voor het desbetreffende attribuut. Een voorbeeld hiervan zou kunnen zijn de registratie van de toegang tot een verblijfsobject. Dit kenmerk van een verblijfsobject is vooral van belang om hulpdiensten te ondersteunen bij het zo snel mogelijk binnenkomen van een verblijfsobject. Dit is uitsluitend relevant in de actuele situatie. Het in de SOR opnemen van een tijdlijn voor het attribuut toegang is daarom mogelijk niet relevant is, omdat geen enkele gebruiker geïnteresseerd is in het feit dat in het verleden de toegang tot dit verblijfsobject elders was. Aan de andere kant kan ook de principiële keuze gemaakt worden dat gegevens in een basisregistratie "niet weggegooid worden". Dat uitgangspunt zou betekenen dat voor alle attributen in de SOR zowel de tijdlijn geldigheid als de tijdlijn registratie verplicht zouden zijn.

Tijdlijnen per attribuut gelden daarbij op semantisch niveau en moeten beschikbaar zijn in de informatieproducten voor gebruikers. Dit model geeft geen richtlijnen over de wijze waarop dit uiteindelijk in de registratie geïmplementeerd gaat worden.

Net als in het informatiemodel per attribuut kan worden vastgelegd of en zo ja welke historie geregistreerd wordt, wordt in het informatiemodel ook gedefinieerd of voor een bepaald objecttype de levensduur (ingangsdatumObject en einddatumObject) wordt vastgelegd. Ook hier hanteren we het uitgangspunt dat in beginsel voor alle objecttypen deze ingangsdatumObject en einddatumObject relevant zijn.

3.5.6 Levensfasen

Beschrijving levensfasen

Om het tijdreizen voor alle gebruikers begrijpelijk en ook flexibel te maken, wordt in de samenhangende objectenregistratie ook gewerkt met levensfasen (statussen) van objecten. Dit heeft te maken met het feit dat bij het tijdreizen in de registratie niet alle gebruikers dezelfde wensen hebben. Bij bijvoorbeeld het raadplegen van de "actuele" situatie in het kader van calamiteiten is alleen relevant wat er ook daadwerkelijk aan objecten aanwezig is (inclusief objecten "In aanbouw"). Maar voor andere werkprocessen zoals vergunningverlening zal men ook willen zien welke objecten in ontwerp of planning zijn.

Objecten kunnen zich in verschillende fasen van ontwikkeling bevinden. Zo’n fase van ontwikkeling van een object duiden we aan met het begrip levensfase. De verschillende levensfasen van een object tezamen vormen de levenscyclus van een object. Welke levensfasen worden onderscheiden is afhankelijk van het specifieke objecttype. In de samenhangende objectenregistratie komen vier soorten objecttypen voor: reële objecttypen, functionele ruimten, registratieve ruimten en geografische ruimten. Elk van deze soorten objecttypen kent dezelfde indeling in hoofdfasen en meestal dezelfde indeling in levensfasen. Voor de meeste objecttypen van een bepaald soort objecttype zullen de statussen die het object in principe kan aannemen dan ook allemaal gelijk zijn, omdat deze in de regel voortvloeien uit de aard van het soort objecttype. Zo kan een object dat administratief wordt gevormd nooit een status “in aanbouw” kennen. Genuanceerde verschillen worden daarbij niet doorvertaald naar specifieke benamingen van statussen. Voor elk specifiek objecttype moet in de verdere uitwerking van de registratieregels later worden bepaald welke (combinatie van) statuswaarden een verplicht karakter hebben en hoe de statuswaarden moeten worden toegepast. Dat betekent dat niet alle statuswaarden bij alle objecttypen zullen worden toegepast.

De levensfase waarin een object zich bevindt kan op twee manieren worden bezien. De eerste is door als de levensfase van een object te zien de feitelijke status van het object in de “echte” werkelijkheid. De tweede manier is de levensfase te beschouwen als de status die het object volgens de bronhouder heeft (gebaseerd op verzamelde informatie vanuit onder meer inwinningsprocessen). Omdat het praktisch gezien onmogelijk is om altijd de feitelijke status van een object te kennen, leggen we in de registratie de veronderstelde status vast en borgen we door een afsprakenstelsel dat deze status zo dicht mogelijk blijft aansluiten op de feitelijke status in de werkelijkheid. De indeling en definities van de verschillende statussen van de levensfasen die hierna zijn opgenomen moeten dan ook worden gezien als registratieve statussen in de context van bijhoudingsprocessen, waarvoor het ook noodzakelijk is statussen te registreren die in de “echte” werkelijkheid nog niet of niet meer zichtbaar zijn. De hiervoor beschreven benadering leidt tot de volgende levensfasen die objecttypen kunnen aannemen.

Reële objecten

Waarde Beschrijving
Ontwerp Object dat zich in de schets-, ontwerp- of planfase bevindt
Bouw gepland Object dat nog niet is gebouwd of aangelegd maar waarvoor de voor de bouw of aanleg noodzakelijke ruimtelijke procedures zijn afgerond
In aanbouw Object waarvan de feitelijke bouw, verbouw of aanleg is aangevangen
Bestaand Object dat in gebruik is genomen of als gebruiksgereed kan worden beschouwd dan wel buiten gebruik is gesteld
Verbouw gepland Object dat nog geschikt is voor oorspronkelijk gebruik, maar waarvan de voor de verbouw of wijziging noodzakelijke ruimtelijke procedures zijn afgerond, en de verbouwing of wijziging nog niet is voltooid
Sloop gepland Object waarvoor de voor de sloop of verwijdering noodzakelijke ruimtelijke procedures zijn afgerond
In Sloop Object waarvan een langdurig slooptraject is aangevangen
Gesloopt Object waarvan de feitelijke sloop of verwijdering is afgerond
Afgevoerd Object dat ten onrechte is opgevoerd in de registratie of waarvan is vastgesteld dat het ontwerp of een geplande bouw of aanleg niet heeft geleid tot een feitelijke realisatie van het object

De statussen “in aanbouw”, “bestaand” en “gesloopt” zijn de statussen die behoren bij de levenscyclus van dit object in de “echte” werkelijkheid. De overige statussen zijn toegevoegd om het registratieproces en gebruikersprocessen te ondersteunen. In welke mate statussen moeten worden vastgelegd zal in de registratieregels worden opgenomen.

Functionele ruimten

Waarde Beschrijving
Ontwerp Object dat zich in de schets- of ontwerpfase bevindt
In voorbereiding Gevormd object waarvan de voor vervulling van de functie noodzakelijke reële objecten nog niet gereed zijn
Bestaand Object dat geschikt is om zijn functie te vervullen
Onbruikbaar Object dat niet geschikt is om zijn functie te vervullen
Opgeheven Object dat is opgeheven
Afgevoerd Object dat ten onrechte is opgevoerd in de registratie of waarvan is vastgesteld dat het ontwerp niet heeft geleid tot de feitelijke vorming van het object

Registratieve ruimten

Waarde Beschrijving
Ontwerp Object waarvan de vaststelling wordt voorbereid
Vastgesteld Object dat door het bevoegd gezag is benoemd of afgebakend op grond van wet- of regelgeving
Ingetrokken Object dat door het bevoegd gezag is ingetrokken op grond van wet- of regelgeving
Afgevoerd Object dat ten onrechte is opgevoerd in de registratie of waarvan de voorbereiding niet heeft geleid tot vaststelling

Toelichting: De statussen “vastgesteld” en “ingetrokken” zijn de statussen die behoren bij de formele levenscyclus van dit object. De statussen “ontwerp” en “afgevoerd” zijn toegevoegd om het registratieproces te ondersteunen.

Geografische ruimten

Waarde Beschrijving
Ontwerp Object waarvan de vorming wordt voorbereid
Bestaand Object dat als zodanig wordt onderscheiden
Opgeheven Object dat niet langer als zodanig wordt aangemerkt
Afgevoerd Object dat ten onrechte is opgevoerd in de registratie of waarvan de voorbereiding niet heeft geleid tot een in de registratie te onderscheiden object

De levensfase van een object wordt in de registratie vastgelegd als de eigenschap “status” van het object. De verbetering (inmeten) van geometrie van een object wordt ten opzichte van bestaande basisregistraties niet langer opgevat als een statusverandering maar als een kwaliteitsverandering. Deze laatste wordt geregistreerd door de opname van meta-informatie.

Twee levensfasen op hetzelfde moment

In de regel zal een object op enig moment in de tijd zich bevinden in één levensfase. Wanneer met de bouw van een woning wordt gestart, gaat het object over van de levensfase (status) "Bouw gepland" naar de fase "In aanbouw". Dat sluit allemaal aan bij het werken met een eenduidige tijdlijn geldigheid. In deze tijdlijn geldigheid kunnen indien gewenst ook toekomstmutaties worden geregistreerd. Bij het registreren van een bouwvergunning kan dan bijvoorbeeld ook gelijk worden geregistreerd op welk moment in de toekomst deze woning de fase "Bestaand" zal bereiken (dat komt overeen met de werkwijze dat nu in de BAG op het moment van registratie van de vergunning ook het bouwjaar wordt geregistreerd). In dat geval blijft sprake van een eenduidige tijdlijn geldigheid waarbij een object zich op enig moment in de tijd altijd bevindt in één levensfase

Het slechts kunnen registreren van één levensfase (samenhangend met de kenmerken van het object die behoren bij die levensfase) op enig moment op de tijdlijn geldigheid kan echter knellen wanneer er sprake is van een bestaand object (levensfase “Bestaand”), waarbij er gelijktijdig ook sprake is van een planfase voor bijvoorbeeld een verbouwing (“Verbouw gepland”) aan hetzelfde object. Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van het voorbeeld van een school die momenteel als school in gebruik is, maar die na het lopende schooljaar verbouwd zal worden tot een woning. Wanneer in de loop van het schooljaar de bouwvergunning wordt verleend voor deze verbouwing, dan wordt dit volgens het huidige historiemodel van de BAG direct in de registratie aangepast. Raadplegen van de actualiteit levert dan op dat sprake is van een woning, terwijl de feitelijke situatie "in gebruik" nog betrekking heeft op een school met leerlingen. Deze situatie is niet gewenst.

Toepassing van de hiervoor beschreven systematiek van een eenduidige tijdlijn geldigheid biedt in principe de mogelijkheid om de beoogde verbouwing niet te registreren met als beginGeldigheid het moment van verstrekken van de vergunning, maar met het verwachte moment van verbouwing (bijvoorbeeld aanstaande september). Met deze werkwijze kunnen we echter niet direct vastleggen dat op dit moment al sprake is van een verleende vergunning, terwijl je dat wel zou doen wanneer sprake zou zijn van een nieuwbouwwoning. In dat laatste geval zal er in de registratie immers sprake zijn van de aanwezigheid van een tweetal afzonderlijke objecten (met een eigen unieke objectidentificatie) op dezelfde locatie waarbij het ene object een levensfase “Bestaand” heeft en het andere object een levensfase “Bouw gepland” kent. Deze situatie van twee verschillende levensfasen voor één object op hetzelfde moment doet zich dan ook alleen voor in situaties waarin er geen sprake is van een echt afwijkende nieuwe situatie.

Voor de geschetste uitzonderingssituaties waarin sprake is van het gelijktijdig voorkomen van twee levensfasen op hetzelfde moment (voor een "Bestaand" gebouw is een vergunning verleend voor verbouw) zal binnen het informatiemodel voor de SOR nog een oplossing worden uitgewerkt. Het gaat hier om situaties waarbij de nieuwe bestaande situatie echt afwijkend is (bijvoorbeeld ander gebruiksdoel en/of andere typering en/of sterk afwijkende geometrie). Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de complexiteit van de oplossing in verhouding moet zijn tot de mate waarin deze situatie zich voordoet. Om die reden is reeds geconstateerd dat een oplossing niet moet worden gezocht in het tijdelijk mogelijk maken van een tweede object op dezelfde locatie dat door middel van filiatie wordt gerelateerd aan het bestaande object waarop het plan betrekking heeft (deze werkwijze komt overeen met de huidige werkwijze voor plantopografie binnen IMGeo). Uniforme toepassing hiervan in een informatiemodel leidt namelijk tot een complexe opbouw van het historiemodel voor alle objecttypen, terwijl de situatie in principe slechts in een beperkt aantal situaties aan de orde is. Een oplossingsrichting die in elk geval nog nader zal worden verkend is de vastlegging van een tweede levensfase in een afzonderlijk attribuut (maar dan uitsluitend daar waar dit relevant is) in combinatie met de mogelijkheden die worden geboden door de vastlegging van meta-informatie op het niveau van een object of een attribuut. Het resultaat van de uitwerking zal worden meegenomen in het informatiemodel.

Een oplossing zal nog moeten worden gevonden voor de gevallen waarin de nieuwe bestaande situatie echt afwijkend is (bijvoorbeeld ander gebruiksdoel en/of andere typering en/of sterk afwijkende geometrie), terwijl geen sprake is van het vormen van bijvoorbeeld nieuwe verblijfsobjecten. Hierbij is het de bedoeling dat er op het moment van bijvoorbeeld vergunningverlening voor de verbouw nog niets gebeurt met de registratie van het oorspronkelijke object. Wel zal bepaalde informatie over het "planobject" vastgelegd moeten kunnen worden in de registratie. Welke informatie dit betreft en in welke gevallen dit noodzakelijk is zal in de verdere uitwerking nader worden bepaald.

Filiatie

In de SOR wordt bij objecten niet de afkomst van een object bijgehouden door de relatie vast te leggen met een object / de objecten waaruit een object is ontstaan of door de relatie vast te leggen met een object / de objecten waarin een object is overgegaan. Dergelijke filiatie (afkomst / overgang van objecten) maakt dus geen onderdeel uit van het model van de SOR. In die situaties waarin de samenhang relevant is tussen objecten die verdwijnen en objecten die ontstaan, zullen gebruikers wel kunnen worden voorzien van de benodigde informatie om de verwerking van de hierbij behorende mutaties op de juiste wijze te kunnen uitvoeren.

Op dit moment is de behoefte bekend aan dergelijke informatie in het geval van samenvoeging en splitsing van verblijfsobjecten. Daar waar dergelijke informatie op dit moment niet kan worden afgeleid uit de BAG, kan deze in het geval van de SOR echter worden samengesteld op basis van gegevens die reeds in het model zijn voorzien (combinatie van 2,5D vlakgeometrie van de oude situatie, 2,5D vlakgeometrie van de nieuwe situatie en de vastlegging van een aanduiding als “splitsing verblijfsobject” of “samenvoeging verblijfsobject” in de meta-informatie).

4. Samenhang

4.1 Kaders conceptueel model

In het conceptueel model voor de samenhangende objectenregistratie wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van terminologie die aansluit op de wijze waarop hiermee wordt omgegaan in het hier relevante afsprakenstelsel voor informatiemodellering. Het gaat daarbij onder meer om het Metamodel Informatiemodellering (MIM) ), NEN 2660 (Ordeningsregels voor gegevens in de bouw – Termen, definities en algemene regels) en waar mogelijk de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8035 over semantische Gegevensmodellering en -Integratie in de Gebouwde Omgeving. Dit betekent onder meer dat er wordt gesproken over objecttypen en de eigenschappen daarvan in plaats van over objecten en gegevens. De termen objecten en gegevens worden gebruikt om specifieke exemplaren van objecttypen en eigenschappen aan te duiden.

Het conceptueel model voor de samenhangende objectenregistratie is daarnaast zodanig opgesteld dat deze zo volledig mogelijk aansluit op de nieuwe versie van het basismodel geo-informatie (“NEN 3610”). Dit basismodel geo-informatie wordt namelijk tegelijkertijd met het opstellen van het conceptueel model voor de samenhangende objectenregistratie vernieuwd. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om begrippen in beide modellen over en weer zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. De resultaten van deze afstemming zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken. Bij de afronding van beide modellen zal blijvende afstemming worden bewaakt. Dat kan betekenen dat in beide modellen in een latere fase nog kleine wijzigingen zullen worden aangebracht.

In de volgende hoofdstukken is daarom telkens aangegeven hoe SOR-begrippen zich verhouden tot de semantische hoofdklassen uit het vernieuwde basismodel geo-informatie. In enkele gevallen betekent dit dat de SOR-begrippen hetzelfde zijn als de semantische hoofdklassen uit het vernieuwde basismodel geo-informatie. In andere gevallen zijn de SOR-begrippen een verbijzondering van deze semantische hoofdklassen. Hierbij is uitgegaan van de versie van het nieuwe basismodel geo-informatie zoals deze in april 2021 beschikbaar was. Daarin is het volgende semantische model opgenomen:

semantisch model NEN 3610

De verschillende in dit semantische model opgenomen hoofdklassen worden daarbij als volgt gedefinieerd:

Begrip Definitie
Geo-object Een fenomeen in de werkelijkheid, dat direct of indirect is geassocieerd met een locatie relatief ten opzichte van de aarde.
Reëel object Geo-object dat zich geheel materieel manifesteert
Bodem Bovenste begrenzing van het aardoppervlak, exclusief oppervlaktewater
Oppervlaktewater Massa van water dat de bodem bedekt of in normale omstandigheden kan bedekken
Begroeiing Planten die op natuurlijke wijze zijn ontstaan of door mensen zijn aangeplant
Constructie Gebouwd object dat direct of indirect met de grond is verbonden en bedoeld is om ter plaatse te functioneren
Gebouw Overdekte en geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten constructief zelfstandige eenheid bedoeld voor het in een afgeschermde omgeving onderbrengen van mensen, dieren of voorwerpen of voor de productie van goederen
Kunstwerk Civiel-technische constructie voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen
Verharding Een door egaliseren, verstevigen en/of verruwen voor het beoogde gebruik geschikt gemaakte oppervlak, bestaande uit in één of meer lagen over een ondergrond of onderliggende constructie aangelegd materiaal
Leiding Een geheel van geleiders of ruimte welke voorzien zijn van één ommanteling en bestemd is voor transport van materie, data of energie
Virtuele ruimte Geo-object dat zich geheel of gedeeltelijk niet-materieel manifesteert en dus slechts in abstracte en/of geregistreerde vorm bestaat.
Functionele ruimte Ruimte met een specifieke functie
Transportruimte Natuurlijke of aangelegde transportlijnen of verbindingen met knooppunten waarlangs stromen zich kunnen verplaatsen
Verkeerruimte Transportruimte voor verkeer over land, water of door de lucht
Wegverkeerruimte Verkeerruimte voor weggebruikers die zich over wegen verplaatsen
Scheepvaartruimte Verkeerruimte voor voertuigen die zich over water verplaatsen
Spoorverkeerruimte Verkeerruimte voor voertuigen die zich over rails verplaatsen
Waterverplaatsingsruimte Transportruimte waardoor water zich verplaatst
Registratieve ruimte Op basis van wet- of regelgeving afgebakende ruimte die als eenheid geldt van politiek/bestuurlijke verantwoordelijkheid of voor bedrijfsvoering
Geografische ruimte Ruimte die bekend staat onder een vanuit de historie of in in de volksmond bekende benaming of een fysisch-geografische samenhang kent
Juridische ruimte Ruimte waar een juridisch instrument beleid of regelgeving toepast

4.2 Ordening SOR-begrippen

In het hoofdlijnenrapport inhoud samenhangende objectenregistratie (https://docs.geostandaarden.nl/disgeo/hiso/) is het conceptueel denkraam voor de inhoud van de samenhangende objectenregistratie opgenomen. Het daarin geïntroduceerde begrippenkader wordt in dit conceptueel model verder uitgewerkt langs de hiervoor beschreven ordening van semantische hoofdklassen in NEN 3610. Dat betekent dat er in de inhoud van de SOR een onderscheid wordt gemaakt tussen reële objecten (voorheen fysieke objecttypen), functionele ruimten (voorheen functionele objecttypen), registratieve ruimten (voorheen registratieve objecttypen). Bij de verdere uitwerking van de inhoud is geconstateerd dat daaraan nog een aantal geografische ruimten moeten worden toegevoegd.

Hierbij zijn de verschillende begrippen die binnen de samenhangende objectenregistratie zullen worden onderscheiden geordend naar de verschillende semantische hoofdklassen in NEN 3610. Deze begrippen zijn in de hierna volgende hoofdstukken verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om een aanzienlijk aantal begrippen, waarvan een aantal ten behoeve van de overzichtelijkheid zijn samengevoegd onder een verzamelbegrip (zie verder paragraaf Beschrijvingswijze). Deze begrippen kunnen (deels geaggregeerd) ook worden geplaatst binnen het eerder opgestelde conceptueel denkraam. De indeling in de vier kleurgroepen (bebouwing, water, groen en verharding) is hierbij uitsluitend bedoeld als een praktisch hulpmiddel om de verschillende begrippen in de SOR snel te kunnen plaatsen en niet als een overzicht voor de ordening van begrippen in relatie tot NEN 3610. Hierbij ontstaat de volgende geactualiseerde versie van het conceptueel denkraam:

.

denkraamSOR

.

Relaties tussen de verschillende soorten objecten in de SOR kunnen op twee manieren worden gelegd:

Het conceptueel model zal, voor die onderdelen van het model waar sprake is van een expliciete samenhang tussen verschillende begrippen, een beschrijving geven van de relaties die er bestaan met andere begrippen. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om objecten binnen de SOR aan elkaar te relateren of deze objecten te relateren aan objecten buiten de SOR. In onderstaande schema's is daarvoor aangegeven hoe de verschillende begrippen globaal aan elkaar gerelateerd zijn.

De samenhang rond gebouwen:

denkraamSOR_gebouw

De samenhang rond groen:

denkraamSOR_groen

De samenhang rond water:

denkraamSOR_water

De samenhang rond verharding en netwerken:

denkraamSOR_grijs

De samenhang rond kunstwerken:

denkraamSOR_kunstwerk

De samenhang rond overige constructies:

denkraamSOR_kunstwerk

De samenhang rond registratieve ruimten en sommige geografische ruimten

denkraamSOR_registratief

4.3 Aansluiting sectormodellen

Dit conceptueel model beschrijft de inhoud van de samenhangende objectenregistratie. In die registratie wordt niet meer detail opgenomen dan nodig, zijn begrippen opgenomen die herkenbaar zijn voor niet-gespecialiseerde gebruikers en die eenvoudig zijn vast te stellen door de bronhouders. Het gaat bovendien om begrippen die van belang zijn voor meerdere domeinen van overheidshandelen. Domeinen moeten daarbij ruim worden opgevat. Het kan zowel gaan om domeinen van bedrijfsvoering (zoals belastingen, beheer openbare ruimte en ruimtelijke ordening) als van specifieke ruimtelijke objecten (zoals water, gebouwen of ondergrond).

Binnen deze domeinen worden naast algemene begrippen vaak tal van voor dat domein specifieke begrippen gehanteerd. Veel van deze begrippen zijn vastgelegd in sectorale informatiemodellen of gegevenswoordenboeken. Zo biedt IMBOR (Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte) overheden en andere terreinbeheerders een standaard voor het vastleggen van areaal- en objectgegevens die noodzakelijk zijn voor assetmanagement. AQUO is een voorbeeld van een semantische standaard waarin de betekenis van begrippen en gegevens en hun onderlinge relaties zijn gedefinieerd en die zich richt op het uitwisselen van gegevens binnen de watersector. Het is belangrijk dat het conceptueel model (en op een later moment ook het informatiemodel) van de samenhangende objectenregistratie goed aansluit op dergelijke sectormodellen. Deze aansluiting kan betekenen dat een sectormodel een uitbreiding biedt van geregistreerde eigenschappen over hetzelfde object in de SOR en de sectorale registratie of het kan betekenen dat de sectorregistratie een nadere verbijzondering aanbrengt binnen een in de SOR opgenomen object. Daarnaast zullen in sectormodellen ook begrippen zijn opgenomen die specifiek zijn voor een sector en geen expliciete relatie hebben met in de SOR opgenomen begrippen.

Meer gegevens over hetzelfde object

De grondgedachte is dat in de SOR objecten eenduidig worden afgebakend en geregistreerd die van belang zijn voor gebruik in andere registraties in verschillende overheidsdomeinen. Omdat dezelfde objecten die in de SOR worden geregistreerd ook worden gebruikt in deze andere registraties, vervult de SOR dus vooral een brugfunctie tussen de verschillende registraties waardoor het mogelijk wordt gegevens over een object integraal te kunnen gebruiken. De eigenschappen van deze in de SOR afgebakende objecten worden nadrukkelijk niet allemaal in de SOR opgenomen. Deze blijven voornamelijk geregistreerd worden in verschillende sectorregistraties en lokale registraties.

In de informatiemodellen voor deze sectorregistraties zullen dus (gedeeltelijk) dezelfde objecttypen voorkomen die ook zijn opgenomen in de SOR. In het informatiemodel van de sectorregistratie is bij deze objecttypen dan ook uitsluitend vastgelegd wat er aanvullend op de reeds in de SOR opgenomen eigenschappen van deze objecten wordt vastgelegd. In de aan de gebruikers te leveren informatieproducten kunnen daarbij alle eigenschappen van een object worden getoond door het combineren van de gegevens uit zowel de SOR als de sectorregistratie (zie paragraaf Model van begrippen en informatieproducten).

Nadere detaillering van een object

Voor de nadere detaillering van objecten is als grondgedachte gehanteerd dat gestreefd moet worden naar de realisatie van een “uitklapmodel”. Hiermee wordt bedoeld dat in de samenhangende objectenregistratie begrippen op een zodanig abstractieniveau worden opgenomen dat zij weliswaar voldoende concreet zijn om in de uitvoeringspraktijk herkenbaar te zijn, maar dat zij niet zo concreet zijn dat er sprake is van een mate van detail die passender is voor de opname in een sectorale registratie. De in de samenhangende objectenregistratie opgenomen begrippen moeten daarbij kunnen fungeren als een verzamelklasse van begrippen die in een sectoraal model zijn opgenomen. Bij begrippen kan het daarbij zowel gaan om objecttypen als om eigenschappen van objecttypen.

Het uitklapmodel borgt dus de koppeling van de SOR met de sectorregistratie. Ook hier kunnen in de aan de gebruikers te leveren informatieproducten zowel de uitgeklapte als de niet-uitgeklapte gegevens in samenhang worden getoond door het combineren van de gegevens uit zowel de SOR als de sectorregistratie (zie paragraaf Model van begrippen en informatieproducten). Hierdoor is het op termijn ook niet meer nodig om het nu bestaande (technische) berichtenverkeer tussen de SOR en de sectorregistratie toe te passen, maar kan deze worden vervangen door een andere werkwijze.

Gevolgen

Het is dus belangrijk dat de verschillende sectorale informatiemodellen zoveel mogelijk aangesloten kunnen worden op het informatiemodel van de SOR. Bij het opstellen van het conceptueel informatiemodel is daarom zoveel mogelijk beoordeeld in hoeverre een dergelijke aansluiting te realiseren is. Soms betekent dat een aanpassing van begrippen zoals deze in de huidige basisregistraties voorkomen, soms zal dit betekenen dat op termijn aanpassingen in de sectormodellen of de SOR doorgevoerd moeten worden.

Deze benadering betekent ook dat ervoor is gekozen om in de eerste opzet van het conceptueel model een aantal gedetailleerde objecttypen of typeringen van objecttypen niet langer als zodanig op te nemen. Deze begrippen zijn dan samengevoegd tot een minder gedetailleerd begrip dat weliswaar nog steeds de essentie aangeeft van het betreffende object, maar dat een mindere mate van detaillering geeft dan in de huidige registratie. Het gaat hierbij overigens veelal om begrippen die in de huidige uitvoeringspraktijk niet of slechts zeer beperkt worden toegepast.

Indien het gewenst is wel gedetailleerde informatie over deze objecten te verkrijgen, zal deze moeten worden afgenomen vanuit een sectorale registratie (indien aanwezig). Als voorbeeld kan worden gedacht aan een registratie van brandkranen door de brandweer. De noodzaak tot het ophalen van gegevens uit sectorale registraties, geldt ook voor meer specifieke gegevens over bepaalde soorten objecten. Zo zijn in het Antenneregister meer gegevens opgenomen over vast opgestelde antenne-installaties met een zendvermogen groter dan 10 decibelwatt dan dat er ooit in een basisregistratie beschikbaar zullen worden gesteld.

4.4 Beschrijvingswijze

SOR begrippen

In deze fase van conceptuele modellering is de focus gericht op het scherp benoemen van begrippen die we in het kader van de registratie willen hanteren. Van de begrippen die betrekking hebben op objecten zal een aantal daarvan in een volgende fase ook daadwerkelijk in het informatiemodel worden opgenomen als een objecttype. Van een groot aantal andere begrippen zal waarschijnlijk worden vastgesteld dat in de modellering beter gekozen kan worden voor een verzamel-objecttype waarvan de verschillende begrippen in de vorm van een typering van dit verzamel-objecttype terugkeren. In dit conceptueel model wordt daarom gesproken over SOR-begrippen en nog niet van SOR-objecttypen. Deze SOR-begrippen zouden hierna als een lange lijst kunnen worden opgenomen. Om de overzichtelijkheid te bevorderen en de samenhang tussen de verschillende begrippen beter duidelijk te maken, is ervoor gekozen om in de volgende hoofdstukken de SOR-begrippen op één van de volgende twee wijzen te beschrijven:

Deze wijze van beschrijven betekent dus niet dat de nu opgenomen ordening van SOR-begrippen ook automatisch leidt tot de opgenomen verdeling in objecttypen en typeringen van verzamel-objecttypen. Deze keuze zal in de volgende fase van modellering worden gemaakt op basis van andere criteria (zoals de mate waarin de eigenschappen van verschillende SOR-begrippen ook daadwerkelijk overeen komen en de uiteindelijke besluiten die er worden genomen over de begrippen en eigenschappen die in de registratie zullen worden bijgehouden).

Beschrijvingswijze

Bij de uitwerking van de verschillende SOR-begrippen of verzamelbegrippen wordt telkens dezelfde structuur gehanteerd. De eerste stap hierbij is dat het begrip wordt gepositioneerd ten opzichte van de hoofdklasse zoals deze in het kader van het voorstel voor de nieuwe versie van het basismodel geo-informatie (“NEN 3610”) wordt gehanteerd. Hiermee wordt verhelderd hoe het begrip past in een bredere context.

In het eerste blok wordt het betreffende SOR-begrip of verzamelbegrip gedefinieerd. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op bestaande definities. Soms moeten definities worden aangescherpt omdat deze onvoldoende onderscheidend zijn of omdat door de striktere scheiding tussen reële objecttypen en functionele objecttypen de definitie niet langer voldoet. De bron van de definitie wordt vermeld (voor zover deze beschikbaar is). Ook wordt zo nodig een toelichting gegeven en wordt indicatief beschreven hoe de objecten zich verhouden tot afbakeningen zoals deze momenteel in registraties zijn opgenomen. De opgenomen eerste indicatie van de mate waarin bepaalde SOR-begrippen verplicht in de registratie zullen worden vastgelegd, betreft een expert-inschatting. Hierover zal nog nadere besluitvorming moeten plaatsvinden.

In het tweede blok wordt een overzicht gegeven van de verschillende eigenschappen die van een object zouden moeten worden vastgelegd. Een aantal eigenschappen keren bij alle beschreven SOR-begrippen terug (identificatie, geometrie en status). In het hoofdstuk Generieke onderwerpen is in algemene zin al ingegaan op deze eigenschappen. Voor verschillende SOR-begrippen is ook een voorstel opgenomen voor de vastlegging van andere eigenschappen. De opgenomen eerste indicatie van de mate waarin bepaalde eigenschappen verplicht in de registratie zullen worden vastgelegd, betreft een expert-inschatting. Hierover zal nog nadere besluitvorming moeten plaatsvinden.

Bij sommige SOR-begrippen is een blok “relaties met andere objecttypen” opgenomen. Daarin wordt beschreven als een SOR-begrip zich expliciet verhoudt tot een ander SOR-begrip. Hierbij kan worden gedacht aan relaties als “ligt in” of “hoort bij”. Deze relaties zullen in een volgende fase nog verder worden gedetailleerd. Als dit blokje niet is opgenomen, dan zijn er op dit moment geen expliciete relaties gedefinieerd.

Het laatste blok beschrijft een eerste overzicht van de domeinwaarden zoals deze behoren bij bepaalde eigenschappen. In alle gevallen is hier een verwijzing naar de domeinwaarden van “status” opgenomen. In een groot aantal andere gevallen zijn daarnaast domeinwaarden voor de typering van SOR-begrippen opgenomen. Typeringen staan alfabetisch gerangschikt (met uitzondering van wegtyperingen), er is geen hiërarchie in objecten en domeinwaarden (zoals voorheen in de BGT).

5. Reële objecten

5.1 Oppervlaktewater

5.1.1 Watervlakte

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Oppervlaktewater.

Definitie

Naam Watervlakte
Definitie Een niet langgerekte verlaging in het aardoppervlak van natuurlijke of kunstmatige oorsprong, die permanent of periodiek water bevat
Herkomst definitie gebaseerd op Aquo-standaard
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie watervlakte en zee zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Het betreft hier enkel het aanwezige water bij het voorgeschreven waterpeil. Het bij dit waterpeil droog liggende gedeelte van de oever valt niet binnen de afbakening van dit object.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een watervlakte Ja
Geometrie Geometrische representatie van een watervlakte Ja (2,5D vlak)
Type Typering van een watervlakte Nee
Indicatie Primair Deze watervlakte is al dan niet een hoofdverbinding in het watersysteem Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een watervlakte zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Meer Watervlakte (meestal zoet) die op natuurlijke wijze dan wel door menselijk ingrijpen (ingraving of afsluiting) is ontstaan
Plas Waterpartij, ontstaan door de winning van delfstoffen in dagbouw, die in contact staat met de vrije grondwaterspiegel
Ven Natuurlijk ontstaan meer op zandgrond
Vijver Gegraven waterpartij, aangelegd in stedelijke omgeving of in een parklandschap
Zee Uitgestrekt oppervlak zout water

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.1.2 Watergang

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Oppervlaktewater.

Definitie

Naam Watergang
Definitie Langgerekte verlaging in het aardoppervlak van natuurlijke of kunstmatige oorsprong die permanent of periodiek water bevat
Herkomst definitie AQUO lex
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie waterloop en greppel/droge sloot zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Het betreft hier enkel het aanwezige water bij het voorgeschreven waterpeil. Het bij dit waterpeil droog liggende gedeelte van de oever valt niet binnen de afbakening van dit object.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een watergang Ja
Geometrie Geometrische representatie van een watergang Ja (2,5D vlak)
Type Aanduiding van het soort watergang Nee
Watervoerend Aanduiding of de watergang wel of geen water bevat Ja
Indicatie Primair Deze watergang is al dan niet een hoofdverbinding in het watersysteem Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een watergang zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Beek Natuurlijke smalle watergang zonder getij, die veelal doorwaadbaar is en afwatert op een rivier
Gracht Gegraven watergang die hoofdzakelijk voorkomt in oude steden
Kanaal Gegraven grote watergang die dient voor scheepvaart en/of watertransport
Rivier Water dat door atmosferische neerslag op hellende terreinen valt, vloeit, voor zover het niet verdampt of door planten wordt opgenomen, tezamen tot een watergang en stroomt naar laaggelegen streken
Sloot Watergang van beperkte breedte die stilstaand of langzaam stromend water bevat, en die is aangelegd met als doel het beheersen van het waterpeil

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.1.3 Bron

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Oppervlaktewater.

Definitie

Naam Bron
Definitie Grondwater dat op natuurlijke wijze uit het aardoppervlak tevoorschijn komt
Herkomst definitie IMGeo 2.2
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie waterloop; Type bron zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een bron Ja
Geometrie Geometrische representatie van een bron Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een bron zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
is onderdeel van watervlakte ja
is onderdeel van watergang ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.1.4 Getijdengebied

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Oppervlaktewater.

Definitie

Naam Getijdengebied
Definitie Geheel of gedeeltelijk droogvallende gronden die buitendijks gelegen zijn
Herkomst definitie Basisregistratie Topografie: Catalogus en Productspecificaties (versie 1.2.0.1)
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie ondersteunend waterdeel; Type slik en begroeide terreindelen; Type kwelder zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een getijdengebied Ja
Geometrie Geometrische representatie van een getijdengebied Ja (2,5D vlak)
Type Aanduiding van het soort getijdengebied Nee
Status Fase van de levenscyclus waarin een getijdengebied zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Schor Buitendijks aangeslibd land, dat bij gewone vloed niet meer onderloopt en doorgaans begroeid is
Slik Buitendijks aangeslibde, onbegroeide grond die bij vrijwel elk hoogwater onderloopt

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2 Begroeiing

5.2.1 Bos

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Bos
Definitie Begroeiing die een dusdanige aantal bomen betreft dat deze een min of meer gesloten geheel vormen of, na volgroeiing van de bomen, zullen vormen
Herkomst definitie Gebaseerd op de definities van bos in de BGT 1.2 en van Griend en Hakhout uit IMGeo 2.2
Verplicht Ja (grotendeels)
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie fysiek voorkomen loofbos, naaldbos en gemengd bos en groenvoorziening van type bosplantsoen van begroeid terreindeel zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie.
Toelichting De definitie van Bos laat voldoende ruimte voor plaatselijke aanwezigheid van struiken.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een bos Ja
Geometrie Geometrische representatie van een bos Ja (2,5D vlak)
Type Aanduiding van het soort bos Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een bos zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type Verplicht
Gemengd bos Terrein begroeid met een dusdanig aantal naald- en loofbomen dat deze een min of meer gesloten geheel vormen of, na volgroeiing van de bomen, zullen vormen Ja
Griend en hakhout Terrein begroeid met loofbomen, in een dicht groeiverband die periodiek wordt ingekort Nee
Loofbos Terrein begroeid met een dusdanige aantal loofbomen dat deze een min of meer gesloten geheel vormen of, na volgroeiing van de bomen, zullen vormen Ja
Naaldbos Terrein begroeid met een dusdanige aantal naaldbomen dat deze een min of meer gesloten geheel vormen of, na volgroeiing van de bomen, zullen vormen Ja

Toelichting: Nog bekeken wordt hoe griend en hakhout als een subtype van loofbos gepositioneerd wordt.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.2 Bomenrij

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse begroeiing

Definitie

Naam Bomenrij
Definitie Opgaande rijvormige begroeiing van bomen zonder ondergroei van struiken
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft een nieuw op te nemen objecttype
Toelichting Bomenrij wordt opgenomen vanwege het landschappelijke belang van dit object. In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin nader wordt uitgewerkt wat de exacte relatie is tussen boom, houtsingel, bomenrij en bos, hoe deze begrippen zich verhouden tot andere aan het landschap gerelateerde begrippen en op welke wijze de geometrie van deze begrippen wordt vormgegeven.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een bomenrij Ja
Geometrie Geometrische representatie van een bomenrij Ja (2,5D lijn of vlak)
Status De fase van de levenscyclus waarin een bomenrij zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.3 Houtsingel

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse begroeiing

Definitie

Naam Houtsingel
Definitie Opgaande rijvormige begroeiing van bomen (enkelvoudige/meervoudige stammen) mét ondergroei van struiken
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie houtwal zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Houtsingel wordt opgenomen vanwege het landschappelijke belang van dit object. In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin nader wordt uitgewerkt wat de exacte relatie is tussen boom, houtsingel, bomenrij en bos, hoe deze begrippen zich verhouden tot andere aan het landschap gerelateerde begrippen en op welke wijze de geometrie van deze begrippen wordt vormgegeven.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een houtsingel Ja
Geometrie Geometrische representatie van een Houtsingel Ja (2,5D lijn of vlak)
Status De fase van de levenscyclus waarin een Houtsingel zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.4 Boom

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Boom
Definitie Een overblijvende plant met verhoute stam en kroon
Herkomst definitie Wikipedia
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie boom zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven welke bomen verplicht in de registratie worden opgenomen. Ook zal dan nader worden uitgewerkt wat de exacte relatie is tussen boom, houtsingel, bomenrij en bos, hoe deze begrippen zich verhouden tot andere aan het landschap gerelateerde begrippen en op welke wijze de geometrie van deze begrippen wordt vormgegeven.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een boom Ja
Geometrie Geometrische representatie van een boom Ja (2,5D punt)
Status Fase van de levenscyclus waarin een boom zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.5 Fruit- of kweekbomen

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Fruit- of kweekbomen
Definitie Begroeiing die het kweken van meerjarige siergewassen en bomen betreft ten behoeve van een later gebruik elders of voor het kweken van fruit
Herkomst definitie nieuw
Verplicht ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie fysiek voorkomen fruitteelt en boomteelt zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie. En de Boomkwekerij, Fruitkwekerij en Boomgaard zoals deze is opgenomen in de basisregistratie topografie.
Toelichting De hier bedoelde kwekerijen onderscheiden zich van kwekerijen van potplanten door de langdurige stand/teelt van gewassen

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van fruit- of kweekbomen Ja
Geometrie Geometrische representatie van fruit- of kweekbomen Ja (2,5D vlak)
Type Typering van fruit- of kweekbomen Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin fruit- of kweekbomen zich bevinden Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Boomkwekerij Terrein, overwegend in gebruik t.b.v. het opkweken van bomen (inclusief coniferen en sparren) en struiken, waarbij de hoogte van de aanplant niet van belang is
Fruitkwekerij met lage opstand Terrein begroeid met laagstamfruitbomen, druivenstokken of begroeid met heesters voor zachtfruit zoals bessen of frambozen
Hoogstam boomgaarden Terrein begroeid met hoogstamfruitbomen

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.6 Tuunwal

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse begroeiing

Definitie

Naam Tuunwal
Definitie Gestapelde grasplaggen op de scheiding tussen twee percelen
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft een nieuw op te nemen objecttype
Toelichting Tuunwal wordt opgenomen vanwege het landschappelijke belang van dit object. Tuunwallen wijken duidelijk af van vegetatieve perceelsscheiding (haag, bomenrij en houtsingel) en ook van de verschillende afscheidingen

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een tuunwal Ja
Geometrie Geometrische representatie van een tuunwal Ja (2,5D lijn of vlak)
Status De fase van de levenscyclus waarin een tuunwal zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.7 Struiken

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Struiken
Definitie Begroeiing van bodembedekkers en/of houtachtige en/of meerstammige overblijvende planten
Herkomst definitie BGT 1.2
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie fysiek voorkomen struiken, groenvoorziening en haag zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie. En de heg, haag zoals deze is opgenomen in de basisregistratie topografie
Toelichting Dit omvat alle begroeiing die niet valt onder de overige reële objecten onder Begroeiing

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van struiken Ja
Geometrie Geometrische representatie van struiken Ja (2,5D vlak)
Indicatie haag Geeft aan of struiken als een haag onderhouden worden Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin struiken zich bevinden Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.8 Gras- en kruidachtigen

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Gras- en kruidachtigen
Definitie Begroeiing die een laagblijvende, aaneengesloten gras- en/of kruidachtige vegetatie betreft
Herkomst definitie IMBOR 2020
Verplicht ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie fysiek voorkomen gras- en kruidachtigen,grasland agrarisch en grasland overig zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Onderscheid in gras voor agrarisch gebruik, dan wel voor natuurlijk gebruik of 'overig' gebruik is op basis van het nieuwe reëel object Gras- en kruidachtigen niet meer te zien. In sectormodel kan onderscheid gemaakt worden op basis van sector specifieke kenmerken. De combinatie van reëel object Gras- en kruidachtigen en functioneel object Park of Sportterrein en/of sectorregistraties (bv IMNA, gewaspercelen, IMBOR) kan voorzien in informatiebehoefte aan specifieke grastypen zoals 'gazon', agrarisch/natuurlijk gras' of 'sportveld'.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van gras- en kruidachtigen Ja
Geometrie Geometrische representatie van veld met gras- en kruidachtigen Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een veld met gras- en kruidachtigen zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.9 Akkerland

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Akkerland
Akkerland Terrein in gebruik als akker, met gewassen die in een teelt-roulatieschema zijn opgenomen
Herkomst definitie Definitie gebaseerd op bouwland in de BGT 1.2
Verplicht ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie fysiek voorkomen bouwland zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie. BRT-object Braakliggend wordt voor zover het landbouwgrond betreft ook in dit objecttype akkerland opgenomen
Toelichting Kan tijdelijk zonder gewas zijn of braak liggen

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een terrein akkerland Ja
Geometrie Geometrische representatie van een terrein akkerland Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een terrein akkerland zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.10 Moeras

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Moeras
Definitie Terrein met moerasvegetatie in stilstaand water van geringe diepte zonder merkbare toe- of afvloeiing.
Herkomst definitie BGT 1.2
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie moeras zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Het reëel object Moeras is opgenomen om de specifieke combinatie van water en kenmerkende moerasbegroeiing weer te geven ten behoeve van navigatie en toegankelijkheid. Deze gebieden kenmerken zich door een heel eigen verschijningsvorm, waarbinnen de begroeiing plaatselijk en tijdelijk kan veranderen, maar waar onderhoud gericht is op behoud van de typische verschijningsvorm van moerasland.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een Moeras Ja
Geometrie Geometrische representatie van een moeras Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een moeras zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.11 Rietland

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Rietland
Definitie Terrein overwegend begroeid met rietvegetatie
Herkomst definitie BGT 1.2
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie rietland zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Het reëel object Rietland is opgenomen om de specifieke combinatie van water en kenmerkende begroeiing weer te geven ten behoeve van navigatie en toegankelijkheid. Deze gebieden kenmerken zich door een heel eigen verschijningsvorm, waarbinnen de begroeiing plaatselijk en tijdelijk kan veranderen, maar waar onderhoud gericht is op behoud van de typische verschijningsvorm van rietland.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een Rietland Ja
Geometrie Geometrische representatie van een rietland Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een rietland zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.12 Heide

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Heide
Definitie Terrein begroeid met heide en heideachtige vegetaties
Herkomst definitie BGT 1.2
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie heide zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Het reëel object Heide is opgenomen om de kenmerkende begroeiing weer te geven ten behoeve van navigatie en toegankelijkheid. Deze gebieden kenmerken zich door een heel eigen verschijningsvorm, waarbinnen de begroeiing plaatselijk en tijdelijk kan veranderen, maar waar onderhoud gericht is op behoud van de typische verschijningsvorm van heide

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een heide Ja
Geometrie Geometrische representatie van een heide Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een heide zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.2.13 Onbegroeide grond

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Begroeiing

Definitie

Naam Onbegroeide grond
Definitie Oppervlakte die niet bedekt is met enige vorm van begroeiing, water, verharding, gebouwen of andere constructies
Herkomst definitie Nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier ten opzichte van de bestaande basisregistraties een nieuw objecttype, grotendeels het bestaande fysieke voorkomen type onverhard van terreinen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Onbegroeide grond is bewust niet bedekt

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van onbegroeide grond Ja
Geometrie Geometrische representatie van onbegroeide grond Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een stuk onbegroeide grond zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.3 Gebouw

5.3.1 Gebouw

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Gebouw

Definitie

Naam Gebouw
Definitie Overdekte en geheel of grotendeels met wanden omsloten constructief zelfstandige eenheid bedoeld voor het in een afgeschermde omgeving onderbrengen van mensen, dieren of voorwerpen of voor de productie van goederen
Herkomst definitie Gebaseerd op definitie “pand” in artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen en de INSPIRE richtlijn
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie panden zoals deze is opgenomen in de basisregistratie adressen en gebouwen en de basisregistratie grootschalige topografie. De bestaande definitie van het begrip pand is uitgebreid met een aantal elementen die zijn opgenomen in de INSPIRE richtlijn.
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan gebouw moet worden gegeven

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een gebouw Ja
Geometrie Geometrische representatie van een gebouw Ja (3D)
Type Categorisering van een gebouw op basis van het constructief beoogde gebruik Ja
Aard Fysieke verschijningsvorm van een gebouw Ja
Oorspronkelijk bouwjaar Aanduiding van het jaar waarin een gebouw oorspronkelijk als bouwkundig gereed is of zal worden opgeleverd Ja
Naam Breed geaccepteerde benaming van een gebouw zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Status Fase van de levenscyclus waarin een gebouw zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Bedrijfsgebouw Gebouw waarvan de constructie zodanig is vormgegeven dat het geschikt is voor het daarbinnen uitoefenen van specifieke bedrijfsmatige activiteiten
Bijgebouw Gebouw dat constructief is opgezet om aan een woongebouw ondersteunende opslagfaciliteiten te bieden
Doelgroepengebouw Gebouw met een constructieve opzet gericht op het tijdelijk of permanent onderbrengen van grotere groepen personen voor zorg, onderwijs, detentie of militaire doeleinden
Gebedsgebouw Gebouw dat zodanig is ontworpen dat het primair geschikt is voor het houden van religieuze bijeenkomsten
Installatiegebouw Gebouw met een constructieve opbouw gericht op het binnen het gebouw onderbrengen van specifieke technische installaties of voorzieningen
Kantoorgebouw Gebouw met een constructieve opzet gericht op het daarbinnen kunnen uitoefenen van administratieve werkzaamheden
Multigebouw Gebouw met een constructie gericht op het daarbinnen kunnen vormen van meerdere op wonen en/of bedrijfsmatige activiteiten gerichte gebruikseenheden
Recreatiegebouw Gebouw met een constructie die het mogelijk maakt dat daarbinnen activiteiten kunnen plaatsvinden gericht op of ondersteunend aan sport, cultuur of ontspanning
Toren Gebouw met een constructie waarbij de verhouding van de hoogte ten opzichte van lengte en breedte karakteristiek is voor de verschijningsvorm
Vestingsgebouw Gebouw met een constructie die het mogelijk maakt om aanvallen van buiten het gebouw te kunnen weerstaan
Woongebouw Gebouw met een constructie die primair geschikt voor bewoning

Met de bovenstaande typering worden alle gebouwen van een typering voorzien. Als nadere invulling van “het uitklapmodel” (zie paragraaf Aansluiting sectormodellen) moeten gebouwen met de typering bijgebouw, gebedsgebouw en vestingsgebouw daarnaast altijd worden voorzien van een nadere typering:

Waarde Subtype Beschrijving Subtype
Bijgebouw
Garage Bijgebouw met een constructie gericht op het kunnen stallen van motorvoertuigen op meer dan twee wielen ter ondersteuning van een woonfunctie
Schuur Bijgebouw met een constructie gericht op het kunnen opslaan van goederen ter ondersteuning van een woonfunctie
Gebedsgebouw
Kapel Klein gebedsgebouw dat is vormgegeven om te kunnen fungeren voor individuele bezinning
Kerkgebouw Gebedsgebouw met een constructie gericht op het houden van christelijke erediensten
Klooster Gebedsgebouw bedoeld voor huisvesting en eventueel het voorzien in levensonderhoud van een geloofsgemeenschap
Moskee Gebedsgebouw met een constructie gericht op islamitische geloofsuitoefening
Synagoge Gebedsgebouw met een constructie gericht op joodse geloofsuitoefening
Tempel Gebedsgebouw met een constructie gericht op niet-abrahamitische geloofsuitoefening
Vestingsgebouw
Bunker Van oorsprong versterkt militair gebouw gericht op het schuilen tegen beschietingen en bombardementen
Fort Naar alle zijden tegen vijandelijke aanvallen verdedigbaar militair gebouw dat van oorsprong is ingericht om een eenheid militairen te herbergen
Kasteel Versterkt en te verdedigen gebouw dat van oorsprong is bedoeld voor bewoning

Bij alle andere gebouwen wordt uitsluitend een nadere typering aangebracht als het gebouw voldoet aan de definitie van één van de hieronder genoemde subtyperingen:

Waarde Subtype Beschrijving Subtype
Bedrijfsgebouw
Boerderij Gebouw dat zodanig constructief is vormgegeven dat daarbinnen een combinatie van agrarische bedrijfsvoering en bewoning door de bedrijfsvoerder kan plaatsvinden
Fabriek Bedrijfsgebouw dat constructief is vormgegeven zodat daarbinnen op grote schaal stoffen of goederen geproduceerd kunnen worden
Hangar Bedrijfsgebouw met een omvang en constructie gericht op het produceren, onderhouden of stallen van vliegtuigen en/of helikopters
Kas Gebouw bestaande uit een structuur van meestal glas en metaal die gebruikt wordt voor het commercieel kweken van planten in een beschermde omgeving op een natuurlijke of kunstmatige ondergrond
Loods Groot en hoog gebouw met veelal grote inrijdeuren bedoeld voor het opslaan van handels- of industriële goederen
Molen Bedrijfsgebouw dat gekenmerkt wordt door het in een aan het gebouw aanwezig zijn van een draaiend mechaniek waarbij wind wordt omgezet in rotatie-energie van de op het gebouw aanwezige wieken
Stal Bedrijfsgebouw met een constructie gericht op het daarbinnen onderbrengen van vee
Voertuigenstalling Gebouw met een constructie gericht op het bedrijfsmatig kunnen stallen van voertuigen
Doelgroepengebouw
Gevangenis Gebouw dat zodanig constructief is vormgegeven dat daarbinnen personen in verzekerde bewaring kunnen worden gesteld om een gevangenisstraf uit te zitten
Kazerne Gebouw met een constructie gericht op het kunnen huisvesten van militairen
Installatiegebouw
Energiecentrale Gebouw met een constructie die het mogelijk maakt om daarbinnen centraal energie op te wekken
Gemaalgebouw Gebouw dat is ingericht om de installaties te herbergen die nodig zijn voor het van een lager naar een hoger niveau brengen van water
Recreatiegebouw
Sportgebouw Gebouw met een specifieke constructie die is bedoeld om het mogelijk te maken om binnensporten te kunnen beoefenen
Toren
Fabrieksschoorsteen Losstaand hoog stenen kanaal bedoeld voor het afvoeren van verbrandingsgassen
Klokkentoren Toren bedoeld voor de ophanging van een uurwerk en/of klokkenspel
Vuurtoren Toren bedoeld als drager van een ter oriëntatie van schepen dienend licht
Watertoren Toren die oorspronkelijk is bedoeld voor de opslag van drinkwater in een bovenin het gebouw gelegen waterreservoir

Op een later moment zal nog worden bepaald in hoeverre het wenselijk en mogelijk is alle gebouwen van een eenduidige subtypering te voorzien. De opgenomen definities konden slechts gedeeltelijk op bestaande definities worden gebaseerd. De verschillende definities zullen op een later moment daarom mogelijk nog verder worden aangescherpt.

Aard

Waarde Aard Beschrijving Aard
Heterogeen Gebouw dat onderdeel uitmaakt van een reeks aan elkaar verbonden gebouwen die onafhankelijk van elkaar zijn gerealiseerd
Repeterend Gebouw dat onderdeel uitmaakt van een reeks aan elkaar verbonden gebouwen die als zodanig in één project zijn gerealiseerd
Vrijstaand Gebouw dat niet is verbonden met een ander gebouw

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd. De mate waarin alle genoemde statussen ook daadwerkelijk verplicht zullen worden en de regels omtrent interpretatie en overgang van statussen zullen in een later stadium nog gedetailleerder worden uitgewerkt in registratieregels. Daarbij zal ook de aansluiting op de Omgevingswet verder worden aangescherpt. De status “in gebruik (niet ingemeten)” keert in de SOR niet als een afzonderlijke status terug. De mate waarin sprake is van definitieve geometrie zal door middel van meta-informatie bij de eigenschap geometrie worden vastgelegd.

5.3.2 Bouwlaag

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Gebouw

Definitie

Naam Bouwlaag
Definitie Verzameling van ruimten die zijn gelegen op hetzelfde niveau binnen een gebouw
Herkomst definitie Gebaseerd op de definitie van het begrip Bouwlaag (IfcBuildingStorey) uit de concepten rondom Bouwwerkinformatiemodellen (BIM)
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier ten opzichte van de bestaande basisregistraties een nieuw objecttype
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan bouwlaag moet worden gegeven

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een bouwlaag Ja
Geometrie Geometrische representatie van een bouwlaag Ja (2,5D)
Bouwlaagnummer Niveau waarop een bouwlaag zich bevindt Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een bouwlaag zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
Ligt in Gebouw Ja

Domeinwaarden

Bouwlaagnummer

Voor de nummering van de bouwlaag geldt:

  • Tweede kelder laag = bouwlaagnummer -2
  • Kelder = bouwlaagnummer -1
  • Begane grond = bouwlaagnummer 0
  • Eerste verdieping = bouwlaagnummer 1
  • Tweede verdieping = bouwlaagnummer 2

Toelichting: Op een later moment zal nog worden uitgewerkt op welke wijze de nummering van halve verdiepingen zal worden vastgelegd. In de registratievoorschriften zullen daarnaast afspraken worden opgenomen over het niveau dat als begane grond wordt gehanteerd als een gebouw meerdere toegangen op verschillende bouwlagen kent.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd. De mate waarin alle genoemde statussen ook daadwerkelijk verplicht zullen worden en de regels omtrent interpretatie en overgang van statussen zullen in een later stadium nog gedetailleerder worden uitgewerkt in registratieregels.

5.3.3 Ruimte

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Gebouw

Definitie

Naam Ruimte
Definitie Voor mensen toegankelijk deel van een gebouw, dat ten minste aan de onderzijde en/of de bovenzijde wordt begrensd door een scheidingsconstructie en dat een netto-hoogte heeft van tenminste 1,5 m
Herkomst definitie Ontleend aan NEN 2580 en aansluitend op het begrip Ruimte (IfcSpace) uit de concepten rondom Bouwwerkinformatiemodellen (BIM)
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening Het betreft hier ten opzichte van de bestaande basisregistraties een nieuw objecttype
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan ruimte moet worden gegeven. Ook zal dan gedetailleerder worden vastgelegd welke ruimten in de registratie zouden kunnen worden opgenomen. Hierbij gaat de gedachte primair uit naar ruimten in multifunctionele complexe gebouwen met meerdere ruimten met verschillende functies. Het is niet de bedoeling om landelijk alle ruimten in woningen in de registratie op te gaan nemen.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een ruimte Ja
Geometrie Geometrische representatie van een ruimte Ja (2,5D)
Bouwlaagnummer Bouwlaag waarop een ruimte zich bevindt Ja
Oppervlakte Gebruiksoppervlakte van een ruimte Nee
Type Categorisering van een ruimte op basis van het constructief beoogde gebruik Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een ruimte zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
Ligt op Bouwlaag Ja

Domeinwaarden

Bouwlaagnummer

Voor de nummering van de bouwlaag geldt:

  • Tweede kelder laag = bouwlaagnummer -2
  • Kelder = bouwlaagnummer -1
  • Begane grond = bouwlaagnummer 0
  • Eerste verdieping = bouwlaagnummer 1
  • Tweede verdieping = bouwlaagnummer 2

Toelichting: Op een later moment zal nog worden uitgewerkt op welke wijze de nummering van halve verdiepingen zal worden vastgelegd. In de registratievoorschriften zullen daarnaast afspraken worden opgenomen over het niveau dat als begane grond wordt gehanteerd als een gebouw meerdere toegangen op verschillende bouwlagen kent.

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Commerciële ruimte Ruimte die ruimtelijk zodanig is vormgegeven dat deze geschikt is voor het daarin uitvoeren van op verkoop gerichte activiteiten
Gebedsruimte Ruimte die ruimtelijk zodanig is vormgegeven dat deze geschikt is voor gebed en individuele bezinning
Horecaruimte Ruimte met een zodanige inrichting dat deze geschikt is voor het verstrekken van bereide maaltijden, snacks en dranken aan gasten voor onmiddellijke consumptie
Installatieruimte Ruimte die speciaal is ingericht voor het daarin kunnen plaatsen van specifieke technische installaties
Kantoorruimte Ruimte die geschikt is gemaakt voor de uitoefening van een bedrijf, beroep of dienst waarin geen product wordt vervaardigd maar uitsluitend dienstverlening wordt bedreven
Keukenruimte Ruimte die voorzieningen bevat voor het bereiden van voedsel en/of het reinigen van bij de bereiding en nuttiging van het voedsel benodigde hulpmiddelen
Kleedruimte Ruimte die is ingericht voor het kunnen wisselen van kleding ten behoeve van een specifieke activiteit
Leslokaal Ruimte die is ingericht voor het daarin kunnen verzorgen van instructies gericht op het bijbrengen van kennis en/of vaardigheden
Ontvangstruimte Ruimte die is ingericht voor het kunnen opvangen en verwelkomen van bezoekers
Opslagruimte Ruimte die geschikt is voor het voor kortere of langere tijd opslaan van goederen
Recreatieruimte Ruimte die geschikt is gemaakt voor het daarbinnen kunnen uitoefenen van vormen van vrijetijdsbesteding die in hoofdzaak geen lichamelijke beweging omvatten
Sanitaire ruimte Ruimte waarin zich voornamelijk op waterleiding en riolering aangesloten voorzieningen bevinden die zijn gericht op persoonlijke verzorging en hygiëne
Sportruimte Ruimte die geschikt is voor activiteiten gericht op lichamelijke oefeningen en ontspanning waarbij vaardigheid, kracht en inzicht vereist worden
Vergaderruimte Ruimte die is ingericht om daarbinnen bijeenkomsten te houden waarin meerder personen met elkaar overleg voeren
Werkruimte Ruimte die primair geschikt is gemaakt voor de uitoefening van een bedrijf, beroep of dienst waarin een product wordt vervaardigd
Woonruimte Ruimte die is ingericht voor het daarin permanent kunnen verblijven van personen voor niet bedrijfsmatige activiteiten
Zaal Grote ruimte die als locatie wordt gebruikt voor bijeenkomsten, evenementen of andere doeleinden waar meerdere mensen bij betrokken zijn
Zorgruimte Ruimte die is ingericht voor het daarin kunnen bieden van lichamelijke of geestelijke hulp of aandacht

Op een later moment zal nog worden bepaald in hoeverre de hier opgenomen typering afdoende is voor het kunnen duiden van ruimten binnen een gebouw. De opgenomen definities konden slechts beperkt op bestaande definities worden gebaseerd. De verschillende definities zullen op een later moment daarom mogelijk nog verder worden aangescherpt.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd. De mate waarin alle genoemde statussen ook daadwerkelijk verplicht zullen worden en de regels omtrent interpretatie en overgang van statussen zullen in een later stadium nog gedetailleerder worden uitgewerkt in registratieregels.

5.3.4 Gebouwcomponent

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Gebouw

Definitie

Naam Gebouwcomponent
Definitie Component aan de buitenzijde van een gebouw, die het aanzicht van het gebouw mede bepaalt
Herkomst definitie IMGeo 2.2
Verplicht Deels (nog nader te bepalen welke onderdelen)
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie van gebouwinstallatie zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting In een later stadium zullen inwinregels worden opgesteld die de minimale omvang van de vast te leggen objecten aangeeft. Ook zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan gebouwcomponenten moet worden gegeven

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een gebouwcomponent Ja
Geometrie Geometrische representatie van een gebouwcomponent Ja (1D, 1,5D of 2,5D)
Aard Soort gebouwcomponent Ja
Bijbehorend object Object waarbij een gebouwcomponent behoort Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een gebouwcomponent zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
Hoort bij Verblijfsobject Ja
Hoort bij Gebouw Ja
Hoort bij 2 (loopbrug) Gebouw Ja

Domeinwaarden

Aard

Waarde Aard Beschrijving
Afdak Constructie aangebracht en vast verbonden aan de gevel van een pand, gericht op beschutting tegen weersinvloeden
Balkon Open uitbouw die niet gelijkvloers aan de gevel is aangebracht en waarvan het bovenvlak vanuit het gebouw toegankelijk is
Bordes Verhard oppervlak, eventueel verhoogd en/of uitgevoerd met treden, grenzen aan een pand en primair bedoeld voor gebruik door voetgangers
Dakkapel Uitbouw van het schuine dakvlak
Laadperron Tegen het gebouw aangebrachte constructie die is bedoeld voor het kunnen laden en lossen van voertuigen
Loopbrug Constructie bedoeld voor het op hoogte verbinden van twee bij elkaar liggende gebouwen zodat een oversteek van het ene naar het andere gebouw kan plaatsvinden
Toegangstrap Buiten de gevel geplaatste trapconstructie die toegang biedt tot een gebouw en vast verbonden is met dat gebouw

Voorbeelden van een afdak zijn: luifels en carports (die vast verbonden zijn met de gevel van een pand). Een afdak kan gedeeltelijk rusten op kolommen. Deze kolommen zijn dan echter uitsluitend ondersteunend aan de hangende hoofdconstructie.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd. De mate waarin alle genoemde statussen ook daadwerkelijk verplicht zullen worden en de regels omtrent interpretatie en overgang van statussen zullen in een later stadium nog gedetailleerder worden uitgewerkt in registratieregels.

5.3.5 Toegangsdeur

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Gebouw

Definitie

Naam Toegangsdeur
Definitie Deur of andere voorziening die vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte toegang geeft tot een object
Herkomst definitie Begrip sluit aan bij het begrip Deur (IfcDoor) uit de concepten rondom Bouwwerkinformatiemodellen (BIM)
Verplicht Deels (nog nader te bepalen welke onderdelen)
Gevolgen afbakening Het betreft hier ten opzichte van de bestaande basisregistraties grotendeels een nieuw objecttype
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan toegangsdeur moet worden gegeven

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een toegangsdeur Ja
Geometrie Geometrische representatie van een toegangsdeur Ja (1,5D)
Toegangssoort Plaats waarvan een toegangsdeur toegang geeft Ja
Gebruiksaard Aard van gebruik van een toegangsdeur Ja
Bijbehorend object Object waarin een toegangsdeur zich bevindt Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een toegangsdeur zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
Hoort bij Verblijfsobject Ja
Hoort bij Gebouw Ja

Domeinwaarden

Toegangssoort

Waarde Toegangssoort Beschrijving
Directe toegang vanaf eigen terrein Toegangsdeur bevindt zich op een erf, in een tuin of een andere specifiek terrein dat behoort bij het gebouw
Directe toegang vanaf openbare weg Toegangsdeur bevindt zich direct aan een voor iedereen toegankelijke weg
Toegang vanaf gemeenschappelijke verkeersruimte Toegangsdeur bevindt zich aan een inpandige ruimte die bedoeld is voor verplaatsingen door een gebouw door de verschillende gebruikers van dit gebouw

Gebruiksaard

Waarde Gebruiksaard Beschrijving
Auto Toegangsdeur is primair bedoeld voor toegang tot een object door voertuigen
Personen Toegangsdeur is primair bedoeld voor toegang tot een object door personen
Vracht Toegangsdeur is primair bedoeld voor toegang tot een object door vracht zonder gebruik van een voertuig

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd. De mate waarin alle genoemde statussen ook daadwerkelijk verplicht zullen worden en de regels omtrent interpretatie en overgang van statussen zullen in een later stadium nog gedetailleerder worden uitgewerkt in registratieregels.

5.3.6 Open bouwwerk

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Open bouwwerk
Definitie Afzonderlijk staande overdekking rustend op een constructie met kolommen met één of meerdere open gevels bedoeld voor het beschutten of stallen van mensen, dieren, objecten en/of voer- en vaartuigen
Herkomst definitie Gebaseerd op definities “open loods” en “overkapping” uit de gegevenscatalogus BGT
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie open loodsen en overkappingen zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting In een later stadium zullen de inwinregels worden opgesteld die de minimale omvang van de vast te leggen objecten en de eventuele kolommen aangeeft. Ook zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan open bouwwerken moet worden gegeven

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een open bouwwerk Ja
Geometrie Geometrische representatie van een open bouwwerk Ja (3D)
Type Soort open bouwwerk Ja
Naam Breed geaccepteerde benaming van een open bouwwerk zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Status Fase van de levenscyclus waarin een open bouwwerk zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Open loods Niet verplaatsbaar licht gebouw met een open gevel, bestemd als berg- of werkplaats of als tijdelijk onderdak voor andere doeleinden
Overkapping Afzonderlijk staande overdekking rustend op kolommen
Parkeergarage Open constructie die geheel of gedeeltelijk in gebruik is als voorziening voor het parkeren van voertuigen
Uitkijktoren Hoge open constructie die ontworpen is om vanuit een hoog punt de wijde omgeving te kunnen bekijken en/of bewaken

Voorbeelden van open bouwwerken met typering overkapping zijn: losstaande carports, buitenkeukens, open tuinhuizen en tribunes. Bij open loodsen gaat het onder meer om open frontstallen, dierenverblijven, hobbykassen en boothuizen. Parkeergarages die zich in een gebouw bevinden maken onderdeel uit van het gebouw. Parkeergarages die bestaan uit een open (staal) constructie behoren tot de open bouwwerken. Het kan daarbij zowel gaan om parkeergarages voor motorvoertuigen als grotere parkeervoorzieningen voor fietsers.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd. De mate waarin alle genoemde statussen ook daadwerkelijk verplicht zullen worden en de regels omtrent interpretatie en overgang van statussen zullen in een later stadium nog gedetailleerder worden uitgewerkt in registratieregels.

5.4 Verharding

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Verharding

Definitie

Naam Verharding
Definitie Oppervlak, dat door egaliseren, verstevigen en/of verruwen voor het beoogde gebruik geschikt gemaakt is, bestaande uit in één of meer lagen over een ondergrond of onderliggende constructie aangelegd materiaal
Herkomst definitie NEN3610
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier een selectie van de bestaande populatie fysieke voorkomen van wegdelen, ondersteunende wegdelen en onbegroeide terreindelen zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Een verhardingsvlak bestaat uit één Type verharding. Het gaat hierbij over het Type verharding waarmee het vlak overwegend is bedekt

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een verharding Ja
Geometrie Geometrische representatie van een verhardingsvlak Ja (vlak, 2.5D)
Type Aanduiding van het soort verharding Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een verhardingsvlak zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Asfaltverharding Gesloten verharding bestaande uit asfaltbeton of andere met bitumen gebonden materialen
Betonverharding Gesloten verharding bestaande uit gewapend of ongewapend beton
Elementenverharding Open verharding opgebouwd uit losse elementen die in meer of mindere mate met elkaar verbonden zijn
Halfverharding Open verharding bestaande uit onsamenhangend materiaal dat meer draagkracht levert dan de originele grond
Kunststofverharding Verharding bestaande uit een synthetisch vervaardigd materiaal
Onverhard Verharding bestaande uit natuurlijke materialen met een onverhard karakter

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.5 Kunstwerk

5.5.1 Overbrugging

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Kunstwerk

Definitie

Naam Overbrugging
Definitie Kunstwerk dat een beweegbare of vaste verbinding tussen twee punten betreft, die door water, een weg of anderszins gescheiden zijn, bestaande uit een brugdek/-bak met landhoofden en veelal gesteund door pijlers
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie overbruggingsdelen; hoort bij Type overbrugging zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van overbrugging Ja
Geometrie Geometrische representatie van een overbrugging Ja (vlak, 2.5D)
Type Aanduiding van het soort overbrugging Ja
Naam Breed geaccepteerde benaming van een overbrugging zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Indicatie beweegbaar Deze overbrugging is al dan niet beweegbaar is (kan open en dicht) Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een overbrugging zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Aquaduct Overbruggingsconstructie waarmee een watergang door een bakvormige constructie over een weg, een spoorweg, een andere watergang, een leiding of een terrein wordt geleid
Brug Overbruggingsconstructie over een watervlakte of watergang, bedoeld voor verkeer
Ecoduct Overbruggingsconstructie over een weg of spoorweg, bedoeld voor het passeren van dieren
Flyover Kunstwerk in de vorm van een viaduct dat deel uitmaakt van een verkeersbaan en waarmee een verkeersstroom over twee of meer ongelijkvloerse verkeersstromen wordt geleid
Overkluizing Civieltechnisch kunstwerk waarmee een weg, een plein of een watergang (kruiselings) wordt overwelfd, waarbij het dek meestal niet uitsluitend uit een pad of weg bestaat
Viaduct Overbruggingsconstructie over een weg, spoorweg of terreinverdieping, bedoeld voor verkeer

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.5.2 Ondertunneling

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Kunstwerk

Definitie

Naam Ondertunneling
Definitie Ondergrondse of onder water gelegen verbinding tussen twee punten, aan beide einden voorzien van een open bakconstructie.
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie tunneldelen zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie. En van kunstwerkdelen van Type duiker indien opgenomen in het IMGeo deel van de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven welke typeringen verplicht in de registratie worden opgenomen

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een ondertunneling Ja
Geometrie Geometrische representatie van een ondertunneling Ja (vlak, 2.5D)
Type Aanduiding van het soort ondertunneling Ja
Naam Breed geaccepteerde benaming van een ondertunneling zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Status Fase van de levenscyclus waarin een ondertunneling zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Duiker Kunstwerk voor de waterhuishouding, bestaande uit een gesloten kokervormige constructie met een in- en uitstroomopening, die niet de gehele waterbreedte beslaat, aangebracht onder een weg of spoorweg of in een dam of ander terrein en de bodem van de watergang onderbreekt
Hevel Kokervormige constructie met een verhoogd middengedeelte dat twee wederzijds gelegen wateren met elkaar verbindt.
Sifon Kokervormige constructie met een verlaagd middengedeelte dat geheel met water is gevuld en die twee watergangen met elkaar verbindt.
Tunnel Kokervormig kunstwerk onder een of meer wegen, spoorwegen, waterwegen en/of andere hindernissen, als ondergrondse doorgang voor verkeer, leidingen of dieren

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.5.3 Waterstaatkundig kunstwerk

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Kunstwerk

Definitie

Naam Waterstaatkundig kunstwerk
Definitie Kunstwerk voor de beheersing van het oppervlaktewater en alles wat daarin voorkomt
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie kunstwerkdeel zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting De kerende functie kan worden vastgelegd middels de functionele ruimte kering van het type water

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een waterstaatkundig kunstwerk Ja
Geometrie Geometrische representatie van een waterstaatkundig kunstwerk Ja (2.5D vlak)
Type Aanduiding van het soort waterstaatkundig kunstwerk Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een waterstaatkundig kunstwerk zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
heeft mogelijk een functie kering Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type Verplicht
Bodemval Sprong in de bodem van een watergang Nee
Coupure Onderbreking in een waterkering voor de doorvoer van een weg of spoorweg, die bij extreme waterstanden afsluitbaar is Nee
Damwand Grondkerende of waterkerende constructie bestaande uit (nagenoeg) verticaal in de grond aangebrachte elementen die door middel van een langsprofiel in elkaar grijpen Ja
Dijklichaam Aangelegde waterkering van grond, die het achterliggende land beschermt tegen overstromingen Ja
Gemaal Kunstwerk in principe bedoeld om water van een laag peil naar een hoog peil te brengen Ja
Kademuur Verticale wand ter scheiding van land en water, opgebouwd uit een muur van gemetselde stenen of gestort beton Ja
Keermuur Muur die door vorm, gewicht en fundering zonder verankering de grond keert Ja
Krib Kunstmatig lichaam van aarde, steen, turf of rijshout (en tegenwoordig beton of staal), om water te keren of te leiden Ja
Ponton Vastliggend drijflichaam, dat dienst doet als aanlegplaats van vaartuigen of daartoe toegang geeft Nee
Schot Permanente afscheiding, verticaal in het water geplaatst, bedoeld om het waterpeil van het aan beide zijden aanwezige water te regelen Nee
Sluis Kunstmatige, afsluitbare waterkering die een scheepvaartverbinding tussen twee wateren met verschillende waterpeilen mogelijk maakt Ja
Steiger Vaste (niet drijvende) waterbouwkundige constructie, verbonden met de wal, voor het aanleggen van schepen en bedoeld om deze schepen vanaf de wal te laden en te lossen Ja
Stormvloedkering Waterkerende constructie die gesloten wordt bij zeer hoge buitenwaterstanden Ja
Strekdam Dam in de richting van de loop van de rivier of kanaal, ter beveiliging van de oevers of brugpijlers of ter beheersing van de rivier Ja
Stuw Vaste of beweegbare constructie in het water die dient om de waterstand bovenstrooms en/of benedenstrooms van de constructie te regelen Ja
Vaste dam Dwars door een water gelegen afsluiting, bedoeld om water te keren of te beheersen. Ja
Vispassage Waterbouwkundig constructie dat tot doel heeft vissen toegang te bieden tot een door een kunstwerk onbereikbaar geworden achterland Nee
Voorde Doorwaadbare, doorgaans verharde, plaats in de watergang, die dient voor de oversteek van die watergang Nee
Vuilvang Voorziening om de watergang dan wel één of meerdere objecten benedenstrooms te vrijwaren van drijvend vuil en dergelijke Ja
Walbescherming Nagenoeg verticale wand tot kering van grond om afkalving van water te voorkomen, niet zijnde een kademuur Ja

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.5.4 Kunstwerkdeel

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Kunstwerk

Definitie

Naam Kunstwerkdeel
Definitie Onderdeel van een civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen
Herkomst definitie BGT 1.2
Verplicht ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie overbruggingsdelen, Type overbruggingsdeel zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een kunstwerkdeel Ja
Geometrie Geometrische representatie van een kunstwerkdeel Ja (vlak, 2.5D)
Type Aanduiding van het soort kunstwerkdeel ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een kunstwerkdeel zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
is onderdeel van kunstwerk, type overbrugging ja
is onderdeel van kunstwerk, type sluis ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type is onderdeel van
Dek Direct door het verkeer belaste deel van de bovenbouw van de brug overbrugging
Landhoofd Ondersteuningsconstructie ter plaatse van een overgang van de aardebaan naar een kunstwerk overbrugging
Pijler Ondersteuningsconstructie van bruggen en soortgelijke kunstwerken overbrugging
Pyloon Boven de bovenbouw uitstekende draagconstructie voor tuien (kabels) overbrugging
Schutkolk Deel van de sluis waarin de te schutten schepen afmeren en op een hoger of lager niveau worden gebracht sluis
Sloof Deel van de pijler voor de overdracht van krachten naar de ondergrond of de fundering overbrugging
Sluisdeur Beweegbare deur die wordt toegepast bij (hoog)waterkeringen en sluizen om het niveauverschil aan beide zijden in stand te houden sluis

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6 Overige constructies

5.6.1 Afvalcontainer

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Afvalcontainer
Definitie Constructie met een permanent karakter voor het inzamelen van afval
Herkomst definitie Gebaseerd op IMGeo 2.2
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening Het betreft hier een subset van de bestaande populatie bak zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een afvalcontainer Ja
Geometrie Geometrische representatie van een afvalcontainer Ja (2,5D punt) Nee (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een afvalcontainer zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.2 Dok

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Dok
Definitie Constructie bedoeld om schepen uit het water te halen en vervolgens weer in het water te laten
Herkomst definitie
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier deels de bestaande populatie overig bouwwerk type bassin zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een dok Ja
Geometrie Geometrische representatie van een dok Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een dok zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd.

5.6.3 Geleideconstructie

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Geleideconstructie
Definitie Constructie bedoeld voor de fysieke (be-)geleiding van voer- of vaartuigen
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening
Toelichting Het SOR-begrip geleideconstructie omvat meer dan het gelijknamige BGT/IMGeo objecttype weginrichtingselement; geleideconstructie.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een geleideconstructie Ja
Geometrie Geometrische representatie van de ligging van de geleideconstructie Ja (2,5D punt, lijn, vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een geleideconstructie zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.4 Installatie

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Installatie
Definitie Constructie die een technisch samenhangend systeem betreft dat een bepaald doel dient
Herkomst definitie Gebaseerd op installatie in IMGeo 2.2
Verplicht Deels
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie installatie en onderdelen van de bestaande populaties paal, kast en overig bouwwerk zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een installatie Ja
Geometrie Geometrische representatie van de installatie Ja (2,5D punt, lijn, vlak)
Type Aanduiding van het soort installatie Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een installatie zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
hoort bij gebouw ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
verplicht
Kast Constructie met een permanent karakter dat dient om iets in te bergen en te beschermen
Sirene Installatie welke geluiden van variabele toonhoogte kan voortbrengen om de bevolking te waarschuwen voor gevaarlijke situaties
Verlichtingsarmatuur Installatie bedoeld voor verlichten van de openbare ruimte
Windturbine Turbine waarin winddruk omgezet wordt in mechanische energie
vrijwillig
Lift Installatie gericht op het verticaal vervoeren van personen en goederen
Oplaadpunt Systeem voor opladen van elektrische auto's
Pomp Technische inrichting om vloeistoffen en/of gassen te verplaatsen
Zonnepanelen Installatie om zonne-energie om te zetten in energie

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.5 Mast

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Mast
Definitie Hoge draagconstructie voor een installatie of het transport van energie en elektromagnetische straling
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier een samenvoeging van een subset van de bestaande populaties overig bouwwerk, kunstwerkdeel en mast zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een mast Ja
Geometrie Geometrische representatie van de mast Ja (2,5D punt, multipunt , lijn, vlak of multivlak )
Indicatie Open Geeft aan of een mast al dan niet open is Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een mast zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.6 Muur

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Muur
Definitie Constructie die een relatief smal, rechtopstaand bouwwerk betreft
Herkomst definitie Gebaseerd op Basisregistratie Topografie: Catalogus en Productspecificaties (versie 1.2.0.1)
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie scheidingen, type muur en type kademuur, en kunstwerkdeel, type keermuur zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een muur Ja
Geometrie Geometrische representatie van een muur Ja (2,5D lijn) Nee (2,5D vlak)
Indicatie Valbescherming Muur die al dan niet bedoeld is om vallen te voorkomen Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een muur zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
heeft mogelijk een functie kering Ja
heeft mogelijk een functie afscheiding Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.7 Omheining

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Omheining
Definitie Kunstmatige verticale constructie die bedoeld is om de toegang tot een gebied te weren
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie scheidingen, Type hek en Type draadraster, faunaraster zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een omheining Ja
Geometrie Geometrische representatie van een omheining Ja (2,5D lijn)
Indicatie Valbescherming Omheining die al dan niet bedoeld is om vallen te voorkomen Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een omheining zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
heeft mogelijk een functie afscheiding Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.8 Opslagtank

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Opslagtank
Definitie Constructie in de vorm van een bovengronds, afgesloten reservoir bestemd voor gassen, energie of vloeistoffen
Herkomst definitie IMGeo 2.2
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie overig bouwwerk, type opslagtank zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een opslagtank Ja
Geometrie Geometrische representatie van een opslagtank Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een opslagtank zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.9 Paal

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Paal
Definitie Lage draagconstructie voor onder meer installaties of borden
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening Het betreft hier een samenvoeging van een subset van de bestaande populaties palen en borden zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van paal Ja
Geometrie Geometrische representatie van de paal Ja (2,5D punt)
Status Fase van de levenscyclus waarin een paal zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.10 Putdeksel

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Putdeksel
Definitie Afsluitende deel van een toegang tot een ingegraven constructie of netwerk
Herkomst definitie Afgeleid van de definitie van een put in IMGeo 2.2
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier een samenvoeging van de bestaande populatie put en van een subset van de bestaande populatie weginrichtingselementen zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een putdeksel Ja
Geometrie Geometrische representatie van een putdeksel Ja (2,5D punt)
Status Fase van de levenscyclus waarin een putdeksel zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.11 Reservoir

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Reservoir
Definitie Constructie voor het (tijdelijk) bergen van water
Herkomst definitie gebaseerd op IMBOR 2020
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie overig bouwwerk, type bezinkbak en type bassin zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een reservoir Ja
Geometrie Geometrische representatie van een reservoir Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een reservoir zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.12 Scherm

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Scherm
Definitie Lineaire constructie specifiek bedoeld om te reduceren
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie scheidingen, Type geluidscherm zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een scherm Ja
Geometrie Geometrische representatie van een scherm Ja (2,5D lijn)
Status Fase van de levenscyclus waarin een scherm zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
heeft mogelijk een functie reducering Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.13 Straatmeubilair

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Straatmeubilair
Definitie Constructie ter inrichting van de openbare ruimte niet verbonden met ondergrondse objecten
Herkomst definitie Gebaseerd op IMGeo 2.2
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening Het betreft hier een subset van de bestaande populaties bak en straatmeubilair zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van straatmeubilair Ja
Geometrie Geometrische representatie van het straatmeubilair Ja (2,5D punt)
Type Typering van straatmeubilair Nee
Status Fase van de levenscyclus waarin straatmeubilair zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Abri Overdekte wachtplaats voor passagiers van het openbaar vervoer
Afvalbak Bak of korf in de openbare ruimte met een permanent karakter; bedoeld voor het verzamelen van (meestal los) afval
Bank Aaneengesloten zitplaats voor verscheidene personen, bedoeld voor openbaar gebruik en geplaatst in de openbare ruimte (vnl. in parken, plantsoenen, bossen en langs wegen)
Fietsen parkeerplaats Voorziening in de openbare ruimte voor het stallen van fietsen
Fontein Natuurlijke of kunstmatige installatie die water spuit
Herdenkingsmonument Langs de weg of elders in het terrein aangelegd object ter herdenking van personen of gebeurtenissen
Kunstobject Object dat als kunst gezien wordt en een bepaalde schoonheid heeft, niet door de natuur gemaakt
Openbaar toilet Voor mensen bedoeld toilet niet zijnde een gebouw, langs de openbare weg
Picknicktafel Tafel met vaak daaraan gemonteerde zitbanken of stoelen die kan gebruikt worden om te picknicken, bedoeld voor openbaar gebruik en geplaatst in de openbare ruimte (vnl. in parken, plantsoenen, bossen en langs wegen)
Speelvoorziening Aard en nagelvast met de grond verbonden constructie in de openbare ruimte, bedoeld als speelmateriaal voor kinderen

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

5.6.14 Zwembad

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse Constructie

Definitie

Naam Zwembad
Definitie Constructie in de vorm van een bassin bedoeld om in te zwemmen
Herkomst definitie
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier deels de bestaande populatie overig bouwwerk type bassin zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan zwembad moet worden gegeven. Daarbij zal ook nader worden bepaald in welke gevallen overdekte zwembaden in de registratie worden opgenomen.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een zwembad Ja
Geometrie Geometrische representatie van een zwembad Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een zwembad zich bevindt Ja

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd.

5.7 Onbepaald terrein

Definitie

Naam Onbepaald terrein
Definitie Fysiek begrensd en zichtbaar terrein dat bij een gebouw hoort, dat niet verder wordt gedetailleerd in andere reële objecten en dat bestaat uit een mengvorm van verharding, water, begroeiing en/of constructies
Herkomst definitie Gebaseerd op definitie van erf in BGT
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie Erf zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting In plaats van onbepaald terrein kan ter plaatse ook de reële topografie worden ingewonnen (vrijwillig).

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een onbepaald terrein Ja
Geometrie Geometrische representatie van een onbepaald terrein Ja (2,5D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een onbepaald terrein zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van reële objecten zijn benoemd

6. Functionele ruimten

6.1 Transportruimten

Noot

Op dit moment zijn de verkeerruimten Weg (Wegverkeerruimte) en Spoor (Spoorverkeerruimte) uitgewerkt. Er is nog onvoldoende duidelijkheid over Scheepvaartruimte en Waterverplaatsingsruimte. Deze zijn in dit document niet opgenomen maar kunnen hier later mogelijk aan worden toegevoegd conform de algemene principes over netwerken.

6.1.1 Weg

WEGKNOOP

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Wegverkeerruimte

Definitie

Naam Wegknoop
Definitie Wegverkeerruimte die een begin-, eind- of keuzepunt is voor de weggebruiker/voertuig
Herkomst definitie Nieuw
Verplicht Ja, op weg- en baanniveau
Gevolgen afbakening
Toelichting Gebaseerd op conceptueel model netwerken

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht weg baan strook
Identificatie Unieke aanduiding van een wegknoop Ja x x x
Geometrie Geometrische representatie van een wegknoop Ja (2D punt), Nee (2D vlak) x x x
Type keuzepunt De aanduiding van het soort keuzepunt Ja x
Status De fase van de levenscyclus waarin een wegknoop zich bevindt Ja x x x

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt aan 1 of meer gerelateerde wegverbinding(en) Ja
heeft 0 of 1 openbare ruimte Ja (indien aanwezig)
ligt op 1 of meer gerelateerde reële objecten Ja (LR,MV)
hyperverbinding gerelateerde functionele zone Ja

Het leggen van deze relaties maken het dus mogelijk om namen en fysieke eigenschappen aan het wegennetwerk te relateren.

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Eindknoop Wegknoop met 1 verbinding en is het einde van een doodlopende weg
Grensknoop Wegknoop met 1 verbinding en betreft een doorgaande verbinding met het wegennetwerk van een buurland
Koppelknoop Wegknoop waar twee verschillende type wegverbindingen aan elkaar verbonden zijn
Kruising Wegknoop waar tenminste drie verbindingen samenkomen in de vorm van een Y,T of +
Rotonde Wegknoop waarop het verkeer voorrang heeft en waarop de wegen radiaal aansluiten.
Verkeersplein Wegknoop waar wegen uit tenminste 3 richtingen samenkomen in de vorm van een rond plein, waar het rijverkeer met een verplichte, rondgaande rijrichting wordt afgewikkeld waarbij het verkeer op het plein geen voorrang heeft

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

WEGVERBINDING

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Wegverkeerruimte

Definitie

Naam Wegverbinding
Definitie Wegverkeerruimte die de verkeerskundige inrichting van een weg beschrijft tussen twee knopen
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja, op weg- en baanniveau
Gevolgen afbakening
Toelichting Gebaseerd op conceptueel model netwerken

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht weg baan strook
Identificatie Unieke aanduiding van een wegverbinding Ja x x x
Geometrie Geometrische representatie van een wegverbinding Ja (2D lijn), Nee (2D vlak) x x x
Type wegverbinding Aanduiding van soort wegverbinding Ja x x x
Type weg Categorisering van de verschillende wegtypes Ja x
Type baan Categorisering van de verschillende baantypes Ja x
Type strook Categorisering van de verschillende strooktypes Nee x
Routenummer Routenummer die over de wegverbinding loopt. Er zijn meerdere routenummers op een wegverbinding mogelijk (MV) Ja (indien aanwezig) x
Afritnummer Nummer toegekend aan een verbindingsbaan Ja (indien aanwezig) x
Hectometerpunt Locatieaanduiding op regelmatige afstand langs de wegverbinding Ja (LR, MV) (indien aanwezig) x
Rijrichting De toegestane beweegrichting van de hoofdverkeersgebruiker op een weg/baan/strookverbinding Ja x x x
Indicatie openbare weg Deze wegverbinding is al dan niet een openbare weg Ja (indien aanwezig in wegenlegger) x
Status De fase van de levenscyclus waarin een wegverbinding zich bevindt Ja x x x

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
hoort bij 1 of 2 gerelateerde kno(o)p(en) ja
heeft 0 of meer gerelateerde openbare ruimte(n) ja (LR)
ligt op 1 of meer gerelateerde reële objecten ja (LR,MV)
hyperverbinding gerelateerde functionele zone Ja

Toelichting: Het leggen van deze relaties maken het dus mogelijk om namen en fysieke eigenschappen aan het wegennetwerk te relateren.

Domeinwaarden

Type wegverbinding

Waarde Type Beschrijving Type
Weg Een (onverharde/verharde) voorziening die bedoeld is voor het afwikkelen van het verkeer
Baan Aaneengesloten deel van een weg dat bedoeld is voor bepaalde groepen verkeersgebruikers
Strook Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de baan

Toelichting: In een later stadium zal nader worden uitgewerkt hoe verschillende typen wegverbindingen zich tot elkaar verhouden.

Type weg

Waarde Type Beschrijving Type RVV-Bordaanduiding
Autosnelweg Conflictvrije weg (ongelijkvloerse kruisingen) aangeduid bestemd voor snel gemotoriseerd verkeer G1
Autoweg Weg die alleen voor snel gemotoriseerd (min 50km/uur) verkeer toegankelijk is G3
Erftoegangsweg Weg met gemengd langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer, zonder rijrichtingscheiding en zonder gescheiden fietspaden. Weg biedt directe toegang tot verblijfsgebieden op de plaats van herkomst en bestemming. Verblijven staat hier centraal en het autoverkeer dient zich aan te passen (met name door lage rijsnelheden) aan de ‘verblijvers’ zoals fietsers en voetgangers
Fiets/bromfietspad Vrij liggend pad (zonder naast/parallel liggende weg) waar fietsers, snorfietsers en bromfietsers gebruik van dienen te maken G12a
Fietspad Vrij liggend pad (zonder naast/parallel liggende weg) waar fietsers en snorfietsers gebruik van dienen te maken of waar fietsers gebruik van mogen maken G12 of G13
Fietsstraat Straat die ingericht is als fietsroute waar auto’s zijn toegestaan
Gebiedsontsluitingsweg gesloten Verbindt een auto(snel)weg met een erftoegangsweg waar geen land- en bosbouwverkeer is toegestaan
Gebiedsontsluitingsweg open Verbindt een auto(snel)weg met een erftoegangsweg waar wel land- en bosbouwverkeer is toegestaan
Ruiterpad Vrij liggend pad (zonder naast/parallel liggende weg) waarvan ruiters gebruik dienen te maken
Voetgangerszone Wegverbinding die bedoeld is voor voetgangers met uitzondering van fietsers en bestemmingsverkeer en, tussen bepaalde tijden, andere verkeersgebruikers
Veerverbinding Geregelde verbinding per vaartuig bestemd voor (on)bepaald hoofdverkeersgebruik G9
Voetpad Vrij liggend pad (zonder naast/parallel liggende weg) waarvan voetgangers gebruik dienen te maken G7

Toelichting: Een wegverbinding is van het type fiets/bromfietspad, voetpad, fietspad, voetgangerszone of ruiterpad indien er geen andere baan is die onderdeel uitmaakt van de weg. Het is dus een “vrij liggend” of "solitair" pad.

Type baan

Waarde Type Beschrijving Type RVV-Bordaanduiding
Busbaan Rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht
Fietspad Baan aanliggend/parallel aan de hoofdrijbaan, al dan niet gescheiden, waar fietsers, snorfietsers en bromfietsers gebruik van dienen te maken G12a
Fietsveer Geregelde verbinding per vaartuig bestemd voor het fietsverkeer en snorfietsen
Hoofdrijbaan Verkeer dragende baan bestemd voor doorgaand verkeer
Parallelbaan Een verkeer dragende baan buiten de bebouwde kom die naast een hoofdrijbaan loopt en het lokale verkeer dat die hoofdrijbaan mag en wil kruisen, oprijden of verlaten, kan opvangen, verzamelen of verdelen, of alleen voor lokaal verkeer gebruikt kan worden.
Rotondebaan Hoofdrijbaan op een rotonde
Ruiterpad Speciaal zandpad aanliggend/parallel aan de hoofdrijbaan, al dan niet gescheiden, waarover ruiters kunnen rijden
Veerverbinding Geregelde verbinding per vaartuig bestemd voor onbepaalde hoofdverkeersgebruik
Ventweg Een verkeer dragende baan binnen de bebouwde kom die naast een hoofdrijbaan loopt en het lokale verkeer dat die hoofdrijbaan mag en wil kruisen, oprijden of verlaten, kan opvangen, verzamelen of verdelen, of alleen voor lokaal verkeer gebruikt kan worden.
Verbindingsbaan Verkeer dragende baan die de verbinding verzorgt tussen ongelijkvloers samenkomende wegen of tussen niet samenkomende wegen, en die voorzien is van hectometerborden
Verkeerspleinbaan Hoofdrijbaan op een verkeersplein
Verzorgingsbaan Verkeer dragende baan op een parkeer- of verzorgingsplaats voor rustend verkeer
Voetpad Baan aanliggend/parallel aan de hoofdrijbaan, al dan niet gescheiden die bedoeld is voor voetgangers
Voetveer Geregelde verbinding per vaartuig bestemd voor voetgangers

Type strook

Waarde Type Beschrijving Type RVV-Bordaanduiding
Bufferstrook Extra rijstrook die kan worden opengesteld om te voorkomen dat een file vóór een knelpunt zo lang wordt dat hij andere verkeersstromen gaat blokkeren
Busstrook Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht
Fietsstrook Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht
Fietssuggestiestrook Strook die voor fietsers is gereserveerd zonder fietssymbool
Invoegstrook Door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan oprijden
Klimstrook Strook waarbij trager rijdend verkeer (zoals vrachtwagens) en het overige sneller rijdende verkeer gescheiden wordt bij het beklimmen van een heuvel of berg
Redresseerstrook Strook langs de buitenste rijstroken van een rijbaan met als doel om uit de koers geraakte voertuigen op te vangen en terug op koers te brengen
Opstelstrook Infrastructurele voorziening nabij kruisingen waar verkeersdeelnemers zich opstellen om naar de gewenste richting (linksaf, rechtdoor, rechtsaf) af te slaan
Opstelstrook linksaf Infrastructurele voorziening nabij kruisingen waar verkeersdeelnemers zich opstellen om linksaf te slaan
Opstelstrook opgeblazen fietsopstelstrook Infrastructurele voorziening nabij kruisingen waar fietsers zich voor het andere verkeer opstellen om linksaf te slaan
Opstelstrook rechtdoor Infrastructurele voorziening nabij kruisingen waar verkeersdeelnemers zich opstellen om rechtdoor te gaan
Opstelstrook rechtdoor+linksaf Infrastructurele voorziening nabij kruisingen waar verkeersdeelnemers zich opstellen om linksaf te slaan of rechtdoor te gaan
Opstelstrook rechtdoor+rechtsaf Infrastructurele voorziening nabij kruisingen waar verkeersdeelnemers zich opstellen om rechtsaf te slaan of rechtdoor te gaan
Opstelstrook rechtsaf Infrastructurele voorziening nabij kruisingen waar verkeersdeelnemers zich opstellen om rechtsaf te slaan
Passeerstrook Lokale wegverbreding op smalle wegen buiten de bebouwde kom waar langzaam verkeer gepasseerd kan worden
Plusstrook Smalle strook aan de linkerzijde van een rijbaan met dynamische openstelling
Rijstrook Strook waar voertuigen over rijden
Spitsstrook Vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen met een bord C23-01
Uitvoegstrook Door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten
Vluchtstrook Door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg of autoweg afgescheiden weggedeelte, dat bestemd is voor gebruik in noodgevallen, behoudens voor de duur van openstelling als spitsstrook
Voetgangersstrook Strook bestemd voor voetgangers als onderdeel van een baan
Vrachtwagenstrook Strook specifiek bestemd voor vrachtverkeer en meestal ook bussen
Weefstrook Strook bedoeld voor het afwikkelen en uitwisselen van rijdend verkeer afkomstig van verschillende rijbanen en gaande naar verschillende rijbanen
Wisselstrook Rijstrook die afhankelijk van de drukte geopend wordt voor een bepaalde rijrichting

Type rijrichting

Waarde Type Beschrijving Type
Beide Beide rijrichtingen zijn op de verbinding toegestaan
Eenrichting Eén rijrichting is op verbinding toegestaan

Toelichting: Voor het concreet aangeven van de richting van de eenrichtings-rijrichting zullen op een later moment registratieregels worden vastgelegd.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.1.2 Spoorweg

SPOORWEGKNOOP

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Spoorverkeerruimte

Definitie

Naam Spoorwegknoop
Definitie Spoorverkeerruimte die een begin-, eind- of keuzepunt voor de spoorgebruiker is
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening
Toelichting Gebaseerd op conceptueel model netwerken

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een spoorwegknoop Ja
Geometrie Geometrische representatie van een spoorwegknoop Ja (punt)
Status De fase van de levenscyclus waarin een spoorwegknoop zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt aan 1 of meer gerelateerde spoorwegverbinding(en) Ja
ligt op gerelateerde reële object Ja
hyperverbinding gerelateerde functionele zone Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

SPOORVERBINDING

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Spoorverkeerruimte

Definitie

Naam Spoorverbinding
Definitie Spoorverkeerruimte die de verkeerskundige inrichting van een spoor tussen twee knopen betreft
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie spoor zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Gebaseerd op conceptueel model netwerken.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een spoorverbinding Ja
Geometrie Geometrische representatie van een spoorverbinding Ja (lijn)
Type Aanduiding van het soort spoor Ja
Status De fase van de levenscyclus waarin een spoorverbinding zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
hoort bij 1 of 2 Gerelateerde kno(o)p(en) ja
ligt op gerelateerde reële object ja
hyperverbinding gerelateerde functionele zone Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Nationaal spoor Landelijk spoornetwerk waarmee (inter-)nationaal vervoer van personen en goederen mogelijk is
Lokaal spoor Gesloten spoornetwerk bedoeld voor en beperkt tot stedelijk/regionaal vervoer van personen

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.2 Functionele gebouwobjecten

6.2.1 Verblijfsobject

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Verblijfsobject
Definitie Kleinste binnen één of meer gebouwen gelegen eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, en die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is
Herkomst definitie Gebaseerd op definitie “verblijfsobject” in artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier in principe de bestaande populatie verblijfsobjecten zoals deze is opgenomen in de basisregistratie adressen en gebouwen
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan verblijfsobject moet worden gegeven

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een verblijfsobject Ja
Geometrie Geometrische representatie van een verblijfsobject Ja (2,5D)
Gebruiksdoel Categorisering van de gebruiksdoelen van een verblijfsobject zoals in de vergunning is opgenomen of bij constatering is vastgesteld Ja
Feitelijk gebruik Categorisering van het feitelijke gebruik dat van een verblijfsobject wordt gemaakt Ja
Gebruiksoppervlakte Gebruiksoppervlakte van een verblijfsobject Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een verblijfsobject zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
Hoort bij 1 of meer Gebouw Ja
Heeft één of meerdere Nummeraanduiding Ja

Domeinwaarden

Gebruiksdoel

Waarde Type Beschrijving Type
Woonfunctie Gebruiksfunctie voor het wonen
Bijeenkomstfunctie Gebruiksfunctie voor het samenkomen van personen voor kunst, cultuur, godsdienst, communicatie, kinderopvang, het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse of het aanschouwen van sport
Celfunctie Gebruiksfunctie voor dwangverblijf van personen
Gezondheidszorgfunctie Gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling
Industriefunctie Gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden
Kantoorfunctie Gebruiksfunctie voor administratie
Logiesfunctie Gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen
Onderwijsfunctie Gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs
Sportfunctie Gebruiksfunctie voor het beoefenen van sport
Winkelfunctie Gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten
Overige gebruiksfunctie Andere gebruiksfunctie voor activiteiten waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt

De definitieve lijst met gebruiksfuncties zal op een later moment nog definitief worden afgestemd op de begrippen in bijlage I van het besluit bouwwerken leefomgeving (Omgevingswet)

Feitelijk gebruik

Waarde Type Beschrijving Type
Agrarisch bedrijf Bedrijfsmatige activiteiten gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van vee
Bijeenkomsten Activiteiten waarin grotere groepen bijeen worden gebracht voor communicatieve doeleinden
Cellen Dwangverblijf van personen
Detailhandel Bedrijfsmatige levering van fysieke goederen voor persoonlijk gebruik aan consumenten
Dienstverlening Levering van niet-fysieke goederen door een persoon, instantie of onderneming aan een andere partij
Energievoorziening Levering van elektriciteit en warmte aan consumenten en bedrijven
Groothandel Bedrijfsmatige levering van fysieke goederen aan bedrijfsmatige afnemers
Horeca Verstrekken van logies en/of bereide maaltijden, snacks en dranken aan gasten voor onmiddellijke consumptie
Industrie Met een hoge graad van mechanisering en automatisering produceren van materiële goederen of artikelen
Kantoor Uitoefening van een bedrijf, beroep of dienst waarin geen product wordt vervaardigd maar uitsluitend dienstverlening wordt bedreven
Kunst Activiteiten waarin met behulp van vaardigheden en verbeelding unieke creatieve producten worden gecreëerd
Onderwijs Activiteiten gericht op het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen
Opslag Activiteiten gericht op het voor kortere of langere tijd bewaren van goederen
Productverwerking Activiteiten gericht op het verwerken van een product tot een ander product
Recreatie Uitoefening van vormen van vrijetijdsbesteding die in hoofdzaak geen lichamelijke beweging omvatten
Religie Activiteiten verbonden aan zingeving of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, waarbij meestal een hogere macht, opperwezen of god centraal staat
Sport Activiteiten gericht op lichamelijke oefeningen en ontspanning waarbij vaardigheid, kracht en inzicht vereist worden
Techniek Activiteiten waarin de ontwikkeling of het gebruik van apparaten, machines en andere complexe voorwerpen centraal staat
Voertuigen Bedrijfsmatige stalling of opstelpunt van voertuigen
Wonen Permanent verblijf van personen voor niet bedrijfsmatige activiteiten
Zorg Bieden van lichamelijke of geestelijke hulp of aandacht

Met de bovenstaande typering worden alle verblijfsobjecten van een typering voorzien. Als nadere invulling van “het uitklapmodel” (zie paragraaf Aansluiting sectormodellen) moeten verblijfsobject met de typering groothandel en voertuigen daarnaast altijd worden voorzien van een nadere typering:

Waarde Subtype Beschrijving Subtype
Groothandel
Grossier Activiteiten gericht op het in grote partijen inkopen van goederen en deze als tussenhandelaar doorverkopen aan detailhandel of andere professionele grootverbruikers
Veiling Activiteiten gericht op het op grote schaal openbaar verkopen van goederen
Voertuigen
Ambulancepost Opstelpunt voor voertuigen om medische hulpverleners te vervoeren naar een plaats waar behoefte is aan spoedeisende hulp of om slachtoffers of patiënten te vervoeren naar een ziekenhuis
Brandweerkazerne Opstelpunt van materieel en manschappen ten behoeve van brandbestrijding
Metrostation Gebruiksgebied dat bedoeld is voor het in- en uitstappen in metrovoertuigen
Parkeergarage Openbare voorziening voor het parkeren van voertuigen
Remise Stallingsplaats voor trams en bussen in de nacht en andere tijdstippen dat ze niet nodig zijn voor het vervoer van reizigers
Station Gebruiksgebied dat bedoeld is voor het in- en uitstappen in treinen

Bij alle andere verblijfsobjecten wordt uitsluitend een nadere typering aangebracht als het verblijfsobject voldoet aan de definitie van één van de hieronder genoemde subtyperingen:

Waarde Subtype Beschrijving Subtype
Agrarisch bedrijf
Akkerbouw Economische activiteiten waarbij het natuurlijke milieu wordt aangepast ten behoeve van de productie van planten voor menselijk of dierlijk gebruik
Tuinbouw Op commerciële basis op intensieve wijze telen van groenten, paddenstoelen, fruit, bloemen, planten, bomen, bollen of zaden
Viskwekerij Vorm van aquacultuur, waarbij vissen op een commerciële manier worden gekweekt voor consumptie
Veehouderij Bedrijfsmatige activiteiten gericht op het houden van vee ten behoeve van het verkrijgen van melk, eieren of vlees
Dienstverlening
Bibliotheek Bewaarplaats voor boeken en andere media waarbij deze al dan niet aan het publiek worden uitgeleend of ter inzage aangeboden
Buurtgebouw Activiteitencentrum in een wijk, buurt of dorp waar activiteiten plaatsvinden van en voor de bewoners hiervan
Crematorium Verbranding van lichamen van overledenen in een speciale oven
Gemeentekantoor Directe dienstverlening vanuit een gemeente aan inwoners en bedrijven
Laboratorium Natuurwetenschappelijke werkplaats voor het maken of onderzoeken van stoffen
Paleis Ambtsverblijf dat een openbare of ceremoniële functie heeft
Politiebureau Dienstverlening door de politie aan de samenleving
Rechtbank Locatie van waaruit recht gesproken wordt
Tol Tolheffing ten behoeve van het gebruik van verkeers- of waterwegen
Verkeerstoren Punt van waaruit verkeersregulatie te land, ter zee of in de lucht plaatsvindt
Wasstraat Dienstverlening in de vorm van mechanische reiniging van de buitenzijde van voertuigen
Horeca
Hotel Dienstverlening gericht op het met een commercieel oogmerk aanbieden van overnachtingen
Strandpaviljoen Verstrekken van bereide maaltijden, snacks en dranken aan gasten voor onmiddellijke consumptie vanuit een op het strand gelegen voorziening
Industrie
Werf Werkplaats waar schepen worden gebouwd of hersteld
Kunst
Bioscoop Publieke uitgaansgelegenheid die speciaal is bedoeld voor het bekijken van films
Podiumkunst Publieke uitgaansgelegenheid bedoeld voor vormen van kunst die uitgevoerd worden op een podium in de aanwezigheid van publiek
Museum Activiteiten gericht op het bijeenbrengen en (ten minste voor een gedeelte) voortdurend voor het publiek uitstallen van materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving
Opslag
Distributiecentrum Activiteiten gericht op het vanaf een geconcentreerde locatie verspreiden van goederen door een bedrijf
Koelcel Activiteiten gericht op het opzettelijk gekoeld houden ten behoeve van de opslag van producten
Magazijn Tijdelijke opslag van goederen
Munitiedepot Opslagplaats voor munitie en explosieven
Recreatie
Clubgebouw Activiteiten gericht op het ten behoeve van leden of andere deelnemers aan een groep verzorgen van ontspannende activiteiten of samenkomsten
Sport
Manege Beoefening van het paardrijden in een besloten omgeving
Zwembad Openbaar toegankelijke zwemactiviteiten
Techniek
Brugwachtershuis Activiteiten gericht op het bedienen van de technische voorzieningen die behoren bij een brug die geopend kan worden
Gasverdeelstation Drukverlaging van aardgas in een netwerk ten behoeve van toevoer in een lokaal net
Observatorium Waarnemingen in de ruimte
Peilmeetstation Meting van landelijke of regionale waterstanden via het Monitoring Systeem Water met behulp van een Digitaal Niveau Meter (DNM)
Pompstation Op- of doorpompen van vloeistoffen door middel van een installatie
Radarpost Waarnemingen met behulp van radar om vliegtuigen en scheepsbewegingen te observeren
Rioolgemaal Activiteiten gericht op het binnen een rioolstelsel naar een hoger peil brengen of over langere afstand transporteren van afvalwater
Telecommunicatie Activiteiten gericht op het in stand houden van voorzieningen die benodigd zijn voor het op afstand met behulp van elektronische middelen kunnen communiceren
Transformatorstation Transformeren van elektrische wisselspanning van hoge naar lage spanning en andersom
Wonen
2-onder-1-kapwoning Eengezinswoning waarvan het hoofdgebouw is verbonden met het hoofdgebouw van één andere gelijksoortige en gelijkvormige woning (niet zijnde een tussenwoning)
Benedenwoning Etagewoning of flatwoning op de begane grond met een voordeur die op straat uitkomt
Bovenwoning Etagewoning of flatwoning op een etage die bereikbaar is via een binnentrap met een mogelijk gemeenschappelijke voordeur die op straat uitkomt of een eigen voordeur heeft die niet in een portiek uitkomt
Corridorflatwoning Flatwoning waarbij de voordeur uitkomt op een centraal binnen de bouwmassa per etage gelegen loopgang dan wel op een centrale hal op de etage
Eindwoning Eengezinswoning die grenst aan een aanliggende woning en die ligt op het begin of einde van de reeks woningen zonder (extra) bij de woning behorende grond aan de zijkant van de woning
Galerijflatwoning Flatwoning waarbij de voordeur uitkomt op een aan de buitenkant gelegen loopgang
Geschakelde woning Eengezinswoning waarbij de muren of muren van aanbouwen gedeeltelijk aan (aanbouwen van) andere woningen grenzen
Geschakelde 2-onder-1-kapwoning 2-onder-1-kapwoning waarbij de muren van aanbouwen gedeeltelijk aan (aanbouwen van) andere woningen grenzen
Maisonnette Specifiek type flatwoning waarbij de woning zelf twee of meer bouwlagen heeft en de voordeur uitkomt op een gemeenschappelijke loopgang, op een gemeenschappelijk afsluitbaar trappenhuis, een centrale hal of gesloten portiek
Personeelshuisvesting Woonruimte die specifiek bedoeld is voor het onderbrengen van personeel van een bepaalde organisatie
Portiekflatwoning Flatwoning waarbij de voordeur uitkomt op een gemeenschappelijk afsluitbaar trappenhuis, een centrale hal of een gesloten portiek
Portiekwoning Etagewoning waarbij de voordeur uitkomt in een open portiek
Tussenwoning Eengezinswoning waarbij de tussenmuren aan andere panden grenzen en waarbij de woningen ten opzichte van elkaar in een gelijk vlak of lijn liggen
Vrijstaande woning Eengezinswoning die los staat van (eventueel) aanwezige andere objecten
Zorg
Institutioneel huishouden Bedrijfsmatige huishoudelijke verzorging van een groep personen
Ziekenhuis Onderzoek, behandeling en verpleging van patiënten in het kader van professionele gezondheidszorg

Op een later moment zal nog worden bepaald in hoeverre het wenselijk en mogelijk is alle verblijfsobjecten van een eenduidige subtypering te voorzien. Ook zal nogmaals worden beoordeeld in hoeverre de verschillende begrippen op een juiste wijze zijn opgenomen als functioneel gedeelte van een gebouw of dat vastlegging hiervan ook op een andere wijze kan vormgegeven. De opgenomen definities konden slechts beperkt op bestaande definities worden gebaseerd. De verschillende definities moeten dan ook worden gelezen als een eerste aanzet en zullen op een later moment mogelijk nog verder worden aangescherpt.

Gebruiksoppervlakte

Voor de berekening van de gebruiksoppervlakte wordt gebruik gemaakt van NEN 2580

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd. De mate waarin alle genoemde statussen ook daadwerkelijk verplicht zullen worden en de regels omtrent interpretatie en overgang van statussen zullen in een later stadium nog gedetailleerder worden uitgewerkt in registratieregels.

De status “in gebruik (niet ingemeten)” keert in de SOR niet als een afzonderlijke status terug. De mate waarin sprake is van definitieve geometrie zal door middel van meta-informatie bij de eigenschap geometrie worden vastgelegd

6.2.2 Gebouwzone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Gebouwzone
Definitie Grootst mogelijke gedeelte van een gebouw dat in zijn geheel is gelegen op een bouwlaag en binnen de afbakening van een gebouw, waaraan eenduidig een bouwjaar kan worden toegekend, en dat qua constructie en gebruiksmogelijkheden voldoende uniform is
Herkomst definitie Begrip gebaseerd op de functionele deelobjecten uit de WOZ en aansluitend bij het begrip Zonering (IfcZone) uit de concepten rondom Bouwwerkinformatiemodellen (BIM), waarbij ruimten worden gezoneerd tot bijvoorbeeld verblijfsobject of gebouwzone
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier ten opzichte van de bestaande basisregistraties grotendeels een nieuw objecttype
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan gebouwzone moet worden gegeven

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een gebouwzone Ja
Geometrie Geometrische representatie van een gebouwzone Ja (2,5D)
Geometrie oppervlakte Geometrische representatie van de oppervlakte van een gebouwzone die betrokken wordt in de berekening van de gebruiksoppervlakte Nee (2D)
Bouwlaagnummer Bouwlaag waarop een gebouwzone is gelegen Ja
Bouwjaar Aanduiding van het jaar waarin een gebouwzone is ontstaan Ja
Type Categorisering van het feitelijke gebruik dat van een gebouwzone wordt gemaakt Ja
Aard Aanduiding van de fysieke constructie waarin een gebouwzone zich bevindt Ja
Gebruiksopppervlakte Gebruiksoppervlakte van een gebouwzone Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een gebouwzone zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
Hoort bij verblijfsobject Nee
Ligt op bouwlaag Ja

Domeinwaarden

Bouwlaagnummer

Voor de nummering van de bouwlaag geldt:

  • Tweede kelder laag = bouwlaagnummer -2
  • Kelder = bouwlaagnummer -1
  • Begane grond = bouwlaagnummer 0
  • Eerste verdieping = bouwlaagnummer 1
  • Tweede verdieping = bouwlaagnummer 2

Toelichting: Op een later moment zal nog worden uitgewerkt op welke wijze de nummering van halve verdiepingen zal worden vastgelegd. In de registratievoorschriften zullen daarnaast afspraken worden opgenomen over het niveau dat als begane grond wordt gehanteerd als een gebouw meerdere toegangen op verschillende bouwlagen kent.

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Agrarisch bedrijf Bedrijfsmatige activiteiten gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van vee
Bijeenkomsten Activiteiten waarin grotere groepen bijeen worden gebracht voor communicatieve doeleinden
Cellen Dwangverblijf van personen
Detailhandel Bedrijfsmatige levering van fysieke goederen voor persoonlijk gebruik aan consumenten
Dienstverlening Levering van niet-fysieke goederen door een persoon, instantie of onderneming aan een andere partij
Energievoorziening Levering van elektriciteit en warmte aan consumenten en bedrijven
Groothandel Bedrijfsmatige levering van fysieke goederen aan bedrijfsmatige afnemers
Horeca Verstrekken van logies en/of bereide maaltijden, snacks en dranken aan gasten voor onmiddellijke consumptie
Industrie Met een hoge graad van mechanisering en automatisering produceren van materiële goederen of artikelen
Kantoor Uitoefening van een bedrijf, beroep of dienst waarin geen product wordt vervaardigd maar uitsluitend dienstverlening wordt bedreven
Kunst Activiteiten waarin met behulp van vaardigheden en verbeelding unieke creatieve producten worden gecreëerd
Onderwijs Activiteiten gericht op het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen
Opslag Activiteiten gericht op het voor kortere of langere tijd bewaren van goederen
Productverwerking Activiteiten gericht op het verwerken van een product tot een ander product
Recreatie Uitoefening van vormen van vrijetijdsbesteding die in hoofdzaak geen lichamelijke beweging omvatten
Religie Activiteiten verbonden aan zingeving of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, waarbij meestal een hogere macht, opperwezen of god centraal staat
Sport Activiteiten gericht op lichamelijke oefeningen en ontspanning waarbij vaardigheid, kracht en inzicht vereist worden
Techniek Activiteiten waarin de ontwikkeling of het gebruik van apparaten, machines en andere complexe voorwerpen centraal staat
Voertuigen Bedrijfsmatige stalling of opstelpunt van voertuigen
Wonen Permanent verblijf van personen voor niet bedrijfsmatige activiteiten
Zorg Bieden van lichamelijke of geestelijke hulp of aandacht

Op een later moment zullen de verschillende definities mogelijk nog verder worden aangescherpt.

Aard

Waarde Aard Beschrijving
Basisconstructie Gebouwzone is een nader type van de oorspronkelijke constructie van het gebouw waarin de gebouwzone is gelegen
Uitbouw Gebouwzone betreft een later aanbouw (niet zijnde een serre) of opbouw ten opzichte van de oorspronkelijke constructie van het gebouw waarin de gebouwzone is gelegen
Serre Gebouwzone betreft een serre die al dan geen onderdeel uitmaakt van de oorspronkelijke constructie van het gebouw waarin de gebouwzone is gelegen

Gebruiksoppervlakte

Voor de berekening van de gebruiksoppervlakte wordt gebruik gemaakt van NEN 2580

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd. De mate waarin alle genoemde statussen ook daadwerkelijk verplicht zullen worden en de regels omtrent interpretatie en overgang van statussen zullen in een later stadium nog gedetailleerder worden uitgewerkt in registratieregels.

6.3 Functionele zoneringen

6.3.1 Verkeerskundig functionele zone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Verkeerskundig functionele zone
Definitie Functionele ruimte die een verkeerskundige functie kent
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier deels de bestaande populaties van de verschillende typeringen zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een verkeerskundig functionele zone Ja
Geometrie Geometrische representatie van een verkeerskundig functionele zone Ja (2D vlak)
Type Typering van een verkeerskundig functionele zones Ja
Naam Breed geaccepteerde benaming van een zone zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Status De fase van de levenscyclus waarin een verkeerskundig functionele zone zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
hyperverbinding wegverbinding ja
hyperverbinding wegknoop ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Halteplaats Het geheel van voorzieningen bedoeld als stopplaats voor voertuigen van het openbaar vervoer
Inrit Geeft toegang tot een bestemmingsdoel
Knooppunt Wegknoop van twee stroomwegen waartussen ongelijkvloerse uitwisseling mogelijk is
Overstapplaats Voorziening waar men kan overstappen tussen modaliteiten of netwerken
Parkeerplaats Parkeergelegenheid voor het parkeren van meerdere voertuigen in de openlucht met een aparte toegang vanaf de doorgaande weg
Parkeervlak Parkeergelegenheid bestemd voor het parkeren van één of meerdere voertuigen direct langs de doorgaande weg gelegen
Snellaadstation Infrastructuurelement, doorgaans langs autosnelwegen, dat in elektrische energie voorziet om elektrische plug-invoertuigen op te laden in een relatief korte tijd
Tankstation Geheel van installaties, verharding en gebouwen bedoeld voor de verkoop van brandstoffen of energie voor voertuigen
Tolplaats Geheel van installaties, verharding en gebouwen waar betaald moet worden voor toegang tot de weg
Verzorgingsplaats Langs de weg gelegen parkeergelegenheid, met inbegrip van de daarbij behorende verharde en onverharde banen en een of meer voorzieningen ten behoeve van reizigers en/of voertuigen
Woonerf Wegdeel waar de verblijfsfunctie (lopen, spelen, ontmoeten enzovoorts) prioriteit heeft boven de verkeersfunctie

Toelichting: Nog bekeken wordt hoe snellaadstation als een subtype van tankstation gepositioneerd wordt.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.2 Wegzone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Wegzone
Definitie Functionele ruimte die in gebruik is voor weginrichting
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populaties van de verschillende type wegzones zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van Wegzone Ja
Geometrie Geometrische representatie van een wegzone Ja (2D vlak)
Type Typering van een wegzones Ja
Status De fase van de levenscyclus waarin een wegzone zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Berm Strook grond langs een weg of spoorweg bedoeld voor het uitwijken van voertuigen, het scheiden van verkeerstromen, het plaatsen van verkeersondersteunend meubiliar, afwatering en/of het verbinden van zones met ecologische infrastructurele waarden
Verkeersdrempel Verhoging in een regionale rijbaan, bedoeld om het gemotoriseerde verkeer met een lage snelheid te laten rijden
Verkeerseiland Weggedeelte van beperkte omvang, uitgevoerd als een verhoging of wegmarkering, dat wordt omsloten door rijbanen of rijstroken en als doel heeft verkeersstromen te scheiden
Wildrooster Horizontaal raamwerk dat dient om wild de doorgang te beletten

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.3 Spoorzone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Spoorzone
Definitie Functionele ruimte die in gebruik is voor spoorwegen
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populaties van de verschillende type spoorzones zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van spoorzone Ja
Geometrie Geometrische representatie van een spoorzone Ja (2D vlak)
Type Typering van een spoorzone Ja
Naam Breed geaccepteerde benaming van een spoorzone zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Status De fase van de levenscyclus waarin een spoorzone zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Emplacement Totaal aan sporen op een terrein ten behoeve van het rangeren en stallen van treinen
Overweg Gelijkvloerse kruising van een weg met een (spoor)rails
Perron Verhoogde constructie langs een (spoor)rails voor het in- en uitstappen van passagiers of voor het laden en lossen van goederen
Spoorbaan Gebaand gedeelte voor het verkeer over rails

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.4 Luchtvaartzone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Luchtvaartzone
Definitie Functionele ruimte die in gebruik is voor luchtvaart
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populaties van de verschillende type luchtvaartzones zoals deze zijn opgenomen in de basisregistratie (grootschalige) topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van Luchtvaartzone Ja
Geometrie Geometrische representatie van een luchtvaartzone Ja (2D vlak)
Type Categorisering van soort luchtvaartzone Ja
Naam Breed geaccepteerde benaming van een zone zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Status De fase van de levenscyclus waarin een luchtvaartzone zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Baan voor vliegverkeer Baan uitsluitend bedoeld voor vliegverkeer
Luchthaven Vliegveld voor verkeersvliegtuigen met groot, effen terrein met al dan niet verharde banen, waar vliegtuigen kunnen opstijgen en landen, eventueel met accommodatie voor ontvangst en vertrek van passagiers en verzending van goederen

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd.

6.3.5 Begraafplaats

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Begraafplaats
Definitie Besloten gebied waar lichamen van overleden personen worden begraven. Ook worden op begraafplaatsen urnen met as van gecremeerde lichamen bewaard.
Herkomst definitie IMGeo 2.2
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier deels de bestaande populatie begraafplaats zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een begraafplaats Ja
Geometrie Geometrische representatie van een begraafplaats Ja (2D vlak)
Naam Breed geaccepteerde benaming van een begraafplaats zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Status De fase van de levenscyclus waarin de begraafplaats zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.6 Recreatiezone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Recreatiezone
Definitie Functionele ruimte die in gebruik is voor openlucht recreatie
Herkomst definitie IMGeo 2.2
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier deels de bestaande populatie typen recreatie zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een recreatiezone Ja
Geometrie Geometrische representatie van een recreatiezone Ja (2D vlak)
Naam Breed geaccepteerde benaming van een zone zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Type Categorisering van de verschillende soorten zones Ja
Status De fase van de levenscyclus waarin een recreatiezone zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Bungalowpark Geheel van begroeiing, verharding en gebouwen, bedoeld voor niet-permanente bewoning
Camping Geheel van begroeiing, verharding en gebouwen, bedoeld voor tijdelijk verblijf in kampeermiddel
Park Landschappelijk ingericht terrein, met begroeiing, verharding, water en gebouwen, bedoeld als recreatieve voorziening
Speeltuin Geheel van speelwerktuigen, begroeiing, verharding en gebouwen, bedoeld als speelplaats voor kinderen
Sportterrein Geheel van begroeiing, verharding en gebouwen bestemd voor sportbeoefening
Volkstuin Geheel van begroeiing, verharding en gebouwen in gebruik als particuliere tuinen die niet bij de woning liggen

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.7 Complex

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Complex
Definitie Functionele ruimte die een verzameling van één of meer gebouwen, constructies, verharding, water en begroeiing betreft die samen een eenheid vormen
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van Complex Ja
Geometrie Geometrische representatie van een complex ja (2D vlak)
Type complex Categorisering van de verschillende complexen ja
Naam Breed geaccepteerde benaming van een complex zoals deze door de eigenaar is toegekend of zoals deze in de volksmond bekend staat Nee
Status De fase van de levenscyclus waarin een complex zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type complex

Waarde Type Beschrijving Type
Coupurecomplex Alle bij een coupure behorende begroeiing, verharding en gebouwen
Gemaalcomplex Alle bij een gemaal behorend water, begroeiing, verharding en gebouwen
Havencomplex Alle bij een haven behorend water, begroeiing, verharding en gebouwen
Sluiscomplex Alle bij een sluis behorend water, begroeiing, verharding en gebouwen
Stuwcomplex Alle bij een stuw behorend water, begroeiing, verharding en gebouwen
Zuiveringscomplex Geheel van gebouwen, constructies, verharding en begroeiing dat ervoor zorgt dat drinkwater gezuiverd wordt

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.8 Oeverzone

Definitie

Naam Oeverzone
Definitie Gebied op de grens van water en land waar het dynamisch samenspel van land en water plaatsvindt, lopend van waterpeil tot insteek
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie ondersteunend waterdeel, type oever, slootkant zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting In een later stadium zullen registratieregels worden opgesteld waarin een nadere invulling wordt gegeven aan de interpretatie die aan oeverzone moet worden gegeven. Ook zal dan gedetailleerder worden vastgelegd welke oeverzones in de registratie worden opgenomen. Het is niet de bedoeling om alle waterkanten verplicht te voorzien van een oeverzone. Het betreft het gedeelte van de oever dat bij het voorgeschreven waterpeil droog ligt.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een oeverzone Ja
Geometrie Geometrische representatie van een oeverzone Ja (lijn, 2D-vlak)
Indicatie natuurvriendelijke oever Deze oeverzone is al dan niet een door de mens ingericht gebied langs oppervlaktewater waarbij de ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie expliciet wordt gestimuleerd Ja
Status De fase van de levenscyclus waarin een oeverzone zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.9 Waterbergingsgebied

Definitie

Naam Waterbergingsgebied
Definitie Gebied, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen
Herkomst definitie Waterwet
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een waterbergingsgebied Ja
Geometrie Geometrische representatie van een waterbergingsgebied Ja (lijn, 2D-vlak)
Status De fase van de levenscyclus waarin een waterbergingsgebied zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.10 Gebruikszone oppervlaktewater

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse functionele ruimte

Definitie

Naam Gebruikszone oppervlaktewater
Definitie Begrensd oppervlaktewatergebied dat een bepaald gebruik kent
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een gebruikszone oppervlaktewater Ja
Geometrie Geometrische representatie van een gebruikszone oppervlaktewater Ja (lijn, 2D-vlak)
Type Typering van een gebruikszone oppervlaktewater Ja
Status De fase van de levenscyclus waarin een gebruikszone oppervlaktewater zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type Verplicht
Vaarwegzone Begrensd oppervlaktewatergebied dat gebruikt wordt voor transport middels scheepvaart Nee
Visserij zone Begrensd oppervlaktewatergebied dat gebruikt wordt voor professionele visserij Nee
Watersport zone Begrensd oppervlaktewatergebied dat gebruikt wordt voor recreatieve watersport Nee

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.11 Oppervlaktewaterlichaam

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610- hoofdklasse functionele ruimte

Definitie

Naam Oppervlaktewaterlichaam
Definitie Samenhangende ruimte gevormd door bodem en oevers, waar oppervlaktewater, met de daarin aanwezige stoffen, doorheen kan stromen.
Herkomst definitie nieuw
Verplicht Nee
Gevolgen afbakening
Toelichting In een later stadium wordt aan de hand van gebruikersbehoeften bepaald of voor oppervlaktwaterlichaam kan worden volstaan met een informatieproduct waarin oppervlaktewater en oeverzone worden gecombineerd.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een oppervlaktewaterlichaam Ja
Geometrie Geometrische representatie van een oppervlaktewaterlichaam Ja (lijn, 2D-vlak)
Status De fase van de levenscyclus waarin een oppervlaktewaterlichaam zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.12 Kering

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Kering
Definitie Voorziening met een kerende functie
Herkomst definitie nieuw
Verplicht ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie functioneel gebied type kering zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting Een waterkerende en/of scheidende, kunstmatige of natuurlijke hoogte of hooggelegen gronden inclusief de daarin aanwezige waterkerende elementen.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een kering Ja
Geometrie Geometrische representatie van een kering Ja (lijn, 2D-vlak)
Type kering Typering van een kering Ja
Status De fase van de levenscyclus waarin een kering zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Kering

Waarde Type Beschrijving Type
Grondkering voorziening bedoeld om grond te keren
Waterkering voorziening bedoeld om water te keren

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.13 Reducering

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Reducering
Definitie Voorziening om bepaalde effecten van omgevingsfactoren te verminderen
Herkomst definitie nieuw
Verplicht ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de functionele vertaling van de bestaande populatie scheiding type geluidscherm zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van reducering Ja
Geometrie Geometrische representatie van de reducerende voorziening Ja (lijn)
Type reducering Categorisering van de verschillende type reducering Ja
Status De fase van de levenscyclus waarin de reducerende voorziening zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type reducering

Waarde Type Beschrijving Type
Fijnstof Voorziening bedoeld om verspreiding van fijnstof te verminderen
Geluid Voorziening bedoeld om geluidshinder in de buitenlucht te verminderen

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

6.3.14 Afscheiding

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Functionele ruimte

Definitie

Naam Afscheiding
Definitie Functionele ruimte die een voorziening betreft om terrein af te scheiden
Herkomst definitie nieuw
Verplicht nee
Gevolgen afbakening Het betreft hier de functionele vertaling van de bestaande populatie scheiding type muur, hek en raster zoals deze is opgenomen in de basisregistratie grootschalige topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van afscheiding Ja
Geometrie Geometrische representatie van de afscheiding Ja (lijn)
Status De fase van de levenscyclus waarin de afscheiding zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van functionele ruimten zijn benoemd

7. Registratieve ruimten

7.1 Bestuurlijk gebied

Bestuurlijke gebieden zijn registratieve ruimten die op basis van wet- of regelgeving als eenheid gelden van politiek/bestuurlijke verantwoordelijkheid. Dit betreft bijvoorbeeld de gebieden behorende bij de vier formele bestuurslagen uit de Grondwet (Rijk, provincie, waterschap, gemeente), maar kan ook gebieden van bestuurlijke samenwerkingsverbanden met eigen politiek/bestuurlijke verantwoordelijkheid omvatten. Een voorbeeld daarvan betreft de veiligheidsregio’s.

7.1.1 Rijk

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Rijk
Definitie Het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden
Herkomst definitie BRK
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de rijksgrenzen zoals opgenomen in de basisregistratie kadaster
Toelichting Dit betreft het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van het Rijk Ja
Geometrie Geometrische representatie van het gebied dat als Rijk is benoemd Ja (2D vlak)
Landcode Codering van het land zoals deze door de RVIG wordt gebruikt Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin het Rijk zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.1.2 Provincie

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Provincie
Definitie Afgebakend gedeelte van het grondgebied van Nederland, onder zeggenschap van een openbaar lichaam met diverse bestuurlijke taken, ingesteld op basis van artikel 123 en 124 van de Grondwet, artikel 2:1 Burgerlijk Wetboek en artikel 13 van de Wet algemene regels herindeling
Herkomst definitie Grondwet en Provinciewet
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de provinciegrenzen zoals opgenomen in de basisregistratie kadaster
Toelichting Het gaat bij dit begrip nadrukkelijk om het grondgebied en niet om de juridische entiteit (bevoegd gezag). Een provincie valt altijd volledig binnen het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden. De geometrie van alle provincies moeten het Europese deel van het grondgebied van Nederland op land volledig bedekken. Provincies mogen niet overlappen.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een provincie Ja
Provinciecode Codering van een provincie zoals deze door het CBS wordt gebruikt Ja
Provincienaam Naam van een provincie zoals formeel benoemd door het bevoegd gezag Ja
Geometrie Geometrische representatie van het gebied dat als Provincie is benoemd Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een provincie zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.1.3 Waterschap

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Waterschap (Administratief gebied)
Definitie Afgebakend gedeelte van het grondgebied van Nederland, onder zeggenschap van een openbaar lichaam welke de waterstaatskundige verzorging van dat gebied ten doel heeft, ingesteld op basis van artikel 133 van de Grondwet en de Waterschapswet
Herkomst definitie Grondwet, Waterschapswet en INSPIRE
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Waterschappen waren tot nu toe nog geen verplicht onderdeel van een basisregistratie. Wel bood BGT IMGeo de mogelijkheid tot vrijwillige vastlegging. Door de opname van waterschappen in de objectenregistratie ontstaat een formele vastlegging van waterschappen
Toelichting Het Administratief gebied betreft de geografische representatie van de verkiezingsgrenzen zoals die door de waterschappen zijn vastgelegd. Het gaat bij dit begrip nadrukkelijk om het grondgebied en niet om de juridische entiteit (bevoegd gezag).

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een waterschap Ja
Waterschapscode Codering van een waterschap zoals deze door het CBS wordt gebruikt Ja
Waterschapsnaam Naam van een waterschap zoals formeel benoemd door het bevoegd gezag Ja
Geometrie Geometrische representatie van het administratieve gebied van een waterschap Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een waterschap zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.1.4 Gemeente

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Gemeente
Definitie Afgebakend gedeelte van het grondgebied van Nederland, onder zeggenschap van een openbaar lichaam met diverse bestuurlijke taken, ingesteld op basis van artikel 123 en 124 van de Grondwet, artikel 2:1 Burgerlijk Wetboek en artikel 3 van de Wet algemene regels herindeling
Herkomst definitie Grondwet en Gemeentewet
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de gemeentegrenzen zoals opgenomen in de basisregistratie kadaster
Toelichting Het gaat bij dit begrip nadrukkelijk om het grondgebied en niet om de juridische entiteit (bevoegd gezag). Een gemeente valt altijd volledig binnen een provincie. De geometrie van alle gemeenten in een provincie moeten de provincie volledig bedekken. Provincies mogen niet overlappen. Bij de verdere uitwerking zal er nader aandacht worden geschonken aan eventueel bestaande verschillen tussen de gemeentegrenzen en de gemeentegrenzen op basis van kadastrale percelen

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een gemeente Ja
Gemeentecode Codering van een gemeente zoals deze door het CBS wordt gebruikt Ja
Formele naam Naam van een gemeente zoals formeel benoemd door het bevoegd gezag Ja
Alternatieve naam Alternatieve benaming van een gemeente zoals deze bekend staat in het Fries (bij een formele benaming in het Nederlands) of in het Nederlands (bij een formele benaming in het Fries) Nee
Geometrie Geometrische representatie van het gebied dat als gemeente is benoemd Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een gemeente zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt in gerelateerde provincie ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.1.5 Veiligheidsregio

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Veiligheidsregio
Definitie Afgebakend gedeelte van het grondgebied van Nederland, onder zeggenschap van een openbaar lichaam met diverse bestuurlijke taken, ingesteld op basis van artikel 9 van de Wet Veiligheidsregio’s
Herkomst definitie Wet Veiligheidsregio’s
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Veiligheidsregio’s waren tot nu toe nog geen onderdeel van een basisregistratie.
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een veiligheidsregio Ja
Veiligheidsregiocode Codering van een veiligheidsregio zoals deze door het CBS wordt gebruikt Ja
Naam Veiligheidsregio Naam van een veiligheidsregio zoals formeel benoemd door het bevoegd gezag Ja
Geometrie Geometrische representatie van een veiligheidsregio Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een veiligheidsregio zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
Hoort bij 1 of meer Gerelateerde gemeente Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.2 Bestuurlijk gebied op zee

7.2.1 Nederlandse territoriale zee

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Nederlandse territoriale zee
Definitie Het gebied vanaf de laagwaterlijn tot 12 zeemijl uit de kust dat behoort bij het Rijk
Herkomst definitie Wet grenzen Nederlandse territoriale zee
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de territoriale zee zoals nu reeds wordt vastgelegd door de Dienst der Hydrografie. Dit was tot nu toe nog geen onderdeel van een basisregistratie
Toelichting Dit gebied is ook wel bekend als “de 12-mijlszone”. In het Eems-Dollard gebied is er tussen Nederland en Duitsland geen formeel grensverdrag en dus geen wederzijds bevestigde begrenzing van de territoriale zee

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van de Nederlandse territoriale zee Ja
Geometrie Geometrische representatie van het gebied dat als Nederlandse territoriale zee is benoemd Ja (2D vlak)
Landcode Codering van het land zoals deze door de RVIG wordt gebruikt Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin de Nederlandse territoriale zee zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.2.2 Nederlandse aansluitende zone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Nederlandse aansluitende zone
Definitie Het gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee dat zich niet verder uitstrekt dan 24 zeemijlen vanaf de laagwaterlijn
Herkomst definitie Rijkswet instelling aansluitende zone
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de aansluitende zone zoals nu reeds wordt vastgelegd door de Dienst der Hydrografie. Dit was tot nu toe nog geen onderdeel van een basisregistratie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van de Nederlandse aansluitende zone Ja
Geometrie Geometrische representatie van het gebied dat als Nederlandse aansluitende zone is benoemd Ja (2D vlak)
Landcode Codering van het land zoals deze door de RVIG wordt gebruikt Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin de Nederlandse aansluitende zone zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.2.3 Nederlandse exclusieve economische zone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Nederlandse exclusieve economische zone
Definitie Het gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee dat zich niet verder uitstrekt dan tweehonderd zeemijlen vanaf de laagwaterlijn
Herkomst definitie Rijkswet instelling exclusieve economische zone
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de Nederlandse exclusieve economische zone zoals nu reeds wordt vastgelegd door de Dienst der Hydrografie. Dit was tot nu toe nog geen onderdeel van een basisregistratie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van de Nederlandse exclusieve economische zone Ja
Geometrie Geometrische representatie van het gebied dat als Nederlandse exclusieve economische zone is benoemd Ja (2D vlak)
Landcode Codering van het land zoals deze door de RVIG wordt gebruikt Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin de Nederlandse exclusieve economische zone zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.2.4 Nederlandse continentaal plat

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Nederlandse continentaal plat
Definitie Het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, waarop het Koninkrijk soevereine rechten heeft, en gelegen is buiten en grenzend aan de territoriale zee
Herkomst definitie Mijnwet continentaal plat
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier het Nederlandse continentaal plat zoals nu reeds wordt vastgelegd door de Dienst der Hydrografie. Dit was tot nu toe nog geen onderdeel van een basisregistratie.
Toelichting Binnen het Europese deel van het Rijk kent deze dezelfde contour als de Nederlandse Exclusieve Economische Zone

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van het Nederlandse continentaal plat Ja
Landcode Codering van het land zoals deze door de RVIG wordt gebruikt Ja
Geometrie Geometrische representatie van het Nederlandse continentaal plat Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin het Nederlandse continentaal plat zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.3 Woonplaats

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Woonplaats
Definitie Door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente
Herkomst definitie Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie zoals opgenomen in de basisregistratie adressen en gebouwen
Toelichting Een woonplaats valt altijd volledig binnen een gemeente. De geometrie van alle woonplaatsen moeten het Europese deel van het grondgebied van Nederland op land volledig bedekken. Woonplaatsen mogen niet overlappen.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een woonplaats, zoals opgenomen in de landelijke woonplaatsentabel Ja
Formele naam Benaming van een door het gemeentebestuur aangewezen woonplaats Ja
Alternatieve naam Alternatieve benaming van een woonplaats zoals deze bekend staat in het Fries (bij een formele benaming in het Nederlands) of in het Nederlands (bij een formele benaming in het Fries) Nee
Geometrie Geometrische representatie van een woonplaats Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een woonplaats zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt in Gerelateerde gemeente Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.4 Wijk

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Wijk
Definitie Aaneengesloten gedeelte van het grondgebied van een gemeente, waarvan de grenzen zo veel mogelijk zijn gebaseerd op sociaalgeografische kenmerken
Herkomst definitie GFO Basisgegevens
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Wijken zijn op dit moment nog geen onderdeel van een basisregistratie. Wel hebben alle gemeenten (in overleg met het CBS) wijken vastgesteld. Deze zijn landelijk opgenomen in de WBI (wijk- en buurtindeling) die momenteel wordt beheerd door het CBS. Door de opname van wijken in de objectenregistratie ontstaat een formele vastlegging van wijken
Toelichting Een wijk valt altijd volledig binnen een gemeente. De geometrie van alle wijken moeten het Europese deel van het grondgebied van Nederland op land volledig bedekken. Wijken mogen niet overlappen

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een wijk Ja
Wijkcode Codering van een wijk zoals deze door het CBS wordt gebruikt Ja
Wijknaam Naam die aan een wijk is toegekend in een daartoe strekkend formeel gemeentelijk besluit Ja
Geometrie Geometrische representatie van een wijk Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een wijk zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt in Gerelateerde gemeente Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.5 Buurt

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Buurt
Definitie Aaneengesloten gedeelte van een wijk, waarvan de grenzen zo veel mogelijk gebaseerd zijn op topografische elementen
Herkomst definitie GFO Basisgegevens
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Buurten zijn op dit moment nog geen onderdeel van een basisregistratie. Wel hebben alle gemeenten (in overleg met het CBS) buurten vastgesteld. Deze zijn landelijk opgenomen in de WBI (wijk- en buurtindeling) die momenteel wordt beheerd door het CBS. Door de opname van buurten in de objectenregistratie ontstaat een formele vastlegging van buurten
Toelichting Een buurt valt altijd volledig binnen een wijk. De geometrie van alle buurten moeten het Europese deel van het grondgebied van Nederland op land volledig bedekken. Buurten mogen niet overlappen

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een buurt Ja
Buurtcode Codering van een buurt zoals deze door het CBS wordt gebruikt Ja
Buurtnaam Naam die aan een buurt is toegekend in een daartoe strekkend formeel gemeentelijk besluit Ja
Geometrie Geometrische representatie van een buurt Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een buurt zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt in Gerelateerde wijk Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.6 Openbare ruimte

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Openbare ruimte
Definitie Door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen
Herkomst definitie Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening De populatie van openbare ruimten, zoals deze momenteel is opgenomen in de basisregistratie adressen en gebouwen, wijzigt als gevolg van de inperking van het aantal typen objecten waaraan een formele benaming van een openbare ruimte kan worden gekoppeld
Toelichting Openbare ruimten worden uitsluitend gekoppeld aan wegverbindingen en waterverbindingen door het bij deze verbindingen opnemen van een verwijzing naar de identificatiecode van de openbare ruimte waarbinnen deze verbinding is gelegen. De naamgeving van de andere objecttypen die momenteel nog van een formele openbare ruimte naam kunnen worden voorzien, wordt geregistreerd door het op vrijwillige basis bij deze objecttypen opnemen van een eigenschap “naam”. Het gaat daarbij om spoorverbindingen, kunstwerken, geografische gebieden en functionele gebieden. Door deze wijze van koppeling aan wegverbindingen en waterverbindingen worden openbare ruimten ook geometrisch vindbaar. Naam van een openbare ruimte wordt in de dagelijkse praktijk vaak straatnaam genoemd.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een openbare ruimte Ja
Type Aard van het object waaraan een openbare ruimte is gerelateerd Ja
Formele naam Naam die aan een openbare ruimte is toegekend in een daartoe strekkend formeel gemeentelijk besluit Ja
Alternatieve naam Alternatieve benaming van een openbare ruimte zoals deze breed is geaccepteerd in de volksmond of zoals deze bekend staat in het Fries (bij een formele benaming in het Nederlands) of in het Nederlands (bij een formele benaming in het Fries) Nee
Geometrie Geometrische representatie van een openbare ruimte zoals opgenomen in een daartoe strekkend gemeentelijk besluit Nee (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een openbare ruimte zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt in Gerelateerde woonplaats Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Waterverbinding Openbare ruimte die behoort bij één waterverbinding of bij meerdere waterverbindingen met de tussenliggende knopen
Wegknoop openbare ruimte die behoort bij één wegknoop
Wegverbinding Openbare ruimte die behoort bij één wegverbinding of bij meerdere wegverbindingen met de tussenliggende knopen

De wijze waarop de relatie zal worden gelegd met waterverbindingen zal in een latere fase nog precies worden uitgewerkt

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.7 Nummeraanduiding

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Nummeraanduiding
Definitie Door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject of een benoemde plaats
Herkomst definitie Gebaseerd op Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie zoals opgenomen in de basisregistratie adressen en gebouwen
Toelichting Nummeraanduiding maakt samen met woonplaats en openbare ruimte het officiële adres. Een nummeraanduiding is gelegen aan een openbare ruimte en heeft daartoe een verwijzing naar deze gerelateerde openbare ruimte

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een nummeraanduiding Ja
Huisnummer Door of namens het gemeentebestuur aan een verblijfsobject of benoemde plaats toegekende nummering Ja
Huisletter Door of namens het gemeentebestuur aan een verblijfsobject of benoemde plaats toegekende toevoeging aan een huisnummer in de vorm van een alfanumeriek teken Ja
Huisnummer toevoeging Door of namens het gemeentebestuur aan een verblijfsobject of benoemde plaats toegekende nadere toevoeging aan een huisnummer of een combinatie van huisnummer en huisletter Ja
Postcode Door PostNL vastgestelde code behorende bij een bepaalde combinatie van een naam openbare ruimte en een huisnummer Ja
Type object Aard van het object waaraan een nummeraanduiding is toegekend Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een nummeraanduiding zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt aan Gerelateerde openbare ruimte Ja
ligt in Gerelateerde woonplaats Ja

Toelichting: De woonplaats behorende bij de nummeraanduiding prevaleert boven de woonplaats behorende bij de openbare ruimte. Achtergrond hiervan is dat de locatie van het object bepalend is voor de vraag in welke woonplaats een adres is gelegen.

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Benoemde plaats Nummeraanduiding is bedoeld voor een benoemde plaats
Verblijfsobject Nummeraanduiding is bedoeld voor een verblijfsobject

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

7.8 Benoemde plaats

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Registratieve ruimte

Definitie

Naam Benoemde plaats
Definitie Door het bevoegde gemeentelijk orgaan als zodanig aangewezen delen van een terrein en/of water waarvan het belang is daaraan een adres toe te kennen en dat bedoeld is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden object, het permanent afmeren van een drijvend object of het permanent aanwezig zijn van publiek toegankelijke technische voorzieningen
Herkomst definitie Gebaseerd op artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening De populatie van standplaatsen en ligplaatsen, zoals deze momenteel is opgenomen in de basisregistratie adressen en gebouwen, wordt met de juiste typering opgenomen als benoemde plaats
Toelichting Door het hanteren van een generiek begrip benoemde plaats in plaats van standplaats en ligplaats, wordt het mogelijk ook andere objecten onder dit begrip te laten vallen. Van deze mogelijkheid is in eerste instantie gebruik gemaakt om ook onbemenste tankstations van een adres te kunnen voorzien. Door de wijziging van Benaming wordt ook de in de uitvoeringspraktijk bestaande verwarring met vergelijkbare begrippen in het kader van onder meer de Omgevingswet tegengegaan.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een benoemde plaats Ja
Geometrie Geometrische representatie van een benoemde plaats Ja (2D vlak)
Type benoemde plaats Aard van het object dat op de benoemde plaats is of kan worden geplaatst Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een benoemde plaats zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
heeft één of meerdere Nummeraanduiding Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Drijvend object Constructief zelfstandig object dat met het water kan meebewegen
Mobiel object Constructief zelfstandig object dat in zijn geheel kan worden verplaatst
Onbemensd tankstation Geheel van installaties bedoeld voor de verkoop van brandstoffen of energie voor voertuigen, waarbij zich geen bij deze installaties betrokken gebouw bevindt

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van registratieve ruimten zijn benoemd

8. Geografische ruimten

8.1 Bebouwingskern

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Geografische ruimte

Definitie

Naam Bebouwingskern
Definitie Geografische ruimte die gekenmerkt wordt door een concentratie van gebouwen en die vanuit besluitvorming, historie of in de volksmond bekend staat onder een bepaalde naam
Herkomst definitie Gebaseerd op definitie Plaats in BRT
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening In de BRT zijn al plaatsen opgenomen. Deze zijn landelijk door het Kadaster bepaald. Plaatsen worden in de vorm van bebouwingskernen ook opgenomen in de objectenregistratie
Toelichting Met bebouwingskernen kan een algemeen toepasbaar onderscheid worden aangebracht tussen bebouwd gebied en het buitengebied. Tot het buitengebied kan dan worden gerekend al het gebied dat niet behoort tot een bebouwingskern, De bebouwingskern (zonder juridische status) moet niet worden verward met bebouwde kommen (die wel een juridische grondslag kennen in specifieke wetgeving). Hierbij kan worden gedacht aan de bebouwde kom in het kader van Wegenverkeerswet, Wegenwet, Wet natuurbescherming en Omgevingswet. De diversiteit in achterliggende doelstellingen van genoemde wetgeving maakt het op dit moment niet mogelijk te komen tot één uniform en breed bruikbaar begrip bebouwde kom. Deze bebouwde kommen maken dan ook geen onderdeel uit van de SOR. De regels voor de afbakening zullen worden vastgelegd in registratievoorschriften. Hierbij kan worden gedacht aan voorschriften dat alleen van een bebouwingskern sprake is bij aaneengesloten bebouwing waarbij de gebouwen maximaal 50 meter van elkaar liggen en deze minimaal 5 verschillende gebouwen met een verblijfsobject bevatten.

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een bebouwingskern Ja
Naam Plaatselijke naam van een bebouwingskern zoals deze als woonplaats bekend is of bij het ontbreken daarvan zoals deze in het plaatselijk gebruik bekend staat Ja
Alternatieve naam Alternatieve benaming van een bebouwingskern zoals deze breed is geaccepteerd in de volksmond of zoals deze bekend staat in het Fries (bij een benaming in het Nederlands) of in het Nederlands (bij een benaming in het Fries) Nee
Geometrie Geometrische representatie van een bebouwingskern Ja
Type Hoofdkarakter van het gebied dat een bebouwingskern vormt Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een bebouwingskern zich bevindt Ja

Relaties met andere objecttypen

Relatiesoort Relatierol Verplicht
ligt in Gerelateerde gemeente Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Industriekern Van openbare wegen voorziene bebouwingskern die voor het grootste gedeelte bestaat uit gebouwen die gebruikt worden voor bedrijfsmatige activiteiten
Recreatiekern Bebouwingskern die voor het grootste gedeelte bestaat uit gebouwen die gebruikt worden voor (verblijfs)recreatie
Woonkern Van openbare wegen voorziene bebouwingskern die voor het grootste gedeelte bestaat uit gebouwen die gebruikt worden voor wonen
Gehucht Kleine bebouwingskern die bestaat uit een concentratie van aaneengesloten bebouwing
Buurtschap Lintbebouwing of verspreid staande bebouwing in landelijk gebied met een zekere mate van sociale samenhang die gezamenlijk een bebouwingskern vormen
Deelkern Ruimtelijk van omliggende bebouwing te onderscheiden historische bebouwingskern, die is gelegen binnen een andere bebouwingskern
Stadsdeel Binnen een andere bebouwingskern gelegen ruimtelijk samenhangend en van een overkoepelende naam voorzien gebied

Toelichting: Woonkernen, industriekernen, recreatiekernen, gehuchten en buurtschappen zijn in het buitengebied gelegen zelfstandige kernen. Deelkernen en stadsdelen zijn kernen die zich bevinden binnen de begrenzing van een andere bebouwingskern. Voor het concreet vaststellen van de typering zullen op een later moment inwinningsregels worden vastgelegd.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van geografische ruimten zijn benoemd.

8.2 Streek

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Geografische ruimte

Definitie

Naam Streek
Definitie Geografische ruimte met een culturele samenhang die vanuit de historie of in de volksmond bekend staat onder een bepaalde naam
Herkomst definitie Gebaseerd op Basisregistratie Topografie: Catalogus en Productspecificaties (versie 1.2.0.1)
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie Streek zoals deze is opgenomen in de basisregistratie topografie
Toelichting Onder deze landstreek valt ook het open land buiten steden en dorpen (veld)

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een streek Ja
Naam Plaatselijke naam van een streek zoals deze formeel is vastgesteld of bij het ontbreken daarvan zoals deze in het plaatselijk gebruik bekend staat Ja
Alternatieve naam Alternatieve benaming van een streek zoals deze breed is geaccepteerd in de volksmond of zoals deze bekend staat in het Fries (bij een benaming in het Nederlands) of in het Nederlands (bij een benaming in het Fries) Nee
Geometrie Geometrische representatie van een streek Ja (2D vlak)
Status Fase van de levenscyclus waarin een streek zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van geografische ruimten zijn benoemd

8.3 Landschappelijk gebied

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Geografische ruimte

Definitie

Naam Landschappelijk gebied
Definitie Geografische ruimte die een fysisch-geografische samenhang vertoont
Herkomst definitie Gebaseerd op Basisregistratie Topografie: Catalogus en Productspecificaties (versie 1.2.0.1)
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier grotendeels de bestaande populatie geografische gebieden zoals deze is opgenomen in de basisregistratie topografie
Toelichting Het landschappelijk gebied is al dan niet begroeid, bebouwd of bedekt door water of wegen, waarbij de typering leidend is

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een landschappelijk gebied Ja
Naam Plaatselijke naam van een landschappelijk gebied zoals deze is vastgesteld of in het plaatselijk gebruik bekend staat Ja
Alternatieve naam Alternatieve benaming van een landschappelijk gebied zoals deze breed is geaccepteerd in de volksmond of zoals deze bekend staat in het Fries (bij een benaming in het Nederlands) of in het Nederlands (bij een benaming in het Fries) Nee
Geometrie Geometrische representatie van een landschappelijk gebied Ja (2D vlak)
Type Aard van een landschappelijk gebied Ja
Status Fase van de levenscyclus waarin een landschappelijk gebied zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Bosgebied Gebied dat overwegend met bos begroeid is
Cultuurlandschap Gebied dat overwegend een agrarisch gebruik kent
Duingebied Gebied bestaande uit verhogingen of heuvels van zand of fijne losse aarde opgeworpen door wind. Duingebieden grenzen aan zeestranden
Eiland Landoppervlak dat aan alle kanten omringd is door water
Heidegebied Gebied dat overwegend met heide begroeid is
Landgoed Aaneengesloten en samenhangend gebied met akkerlanden, graslanden, bossen en of tuinen en gebouwen
Polder Gebied dat door één of meerdere waterkeringen is omgeven en waarvan de waterstand kunstmatig geregeld kan worden
Strand Onbegroeide zandige kustvlakte op de overgang van zee met land en welke onder invloed staat van het zeewater en de wind
Watergebied Gebied dat overwegend met water bedekt is
Zandverstuiving Gebied met overwegend levend stuifzand, dus met zo weinig begroeiing dat het zand door de wind en het water verstoven wordt

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van geografische ruimten zijn benoemd

8.4 Reliëfzone

Dit SOR-begrip is een nader type van de NEN 3610-hoofdklasse Geografische ruimte

Definitie

Naam Reliëfzone
Definitie Geografische ruimte die een hoogteverschil in het landschap aanduidt
Herkomst definitie Basisregistratie Topografie: Catalogus en Productspecificaties (versie 1.2.0.1)
Verplicht Ja
Gevolgen afbakening Het betreft hier de bestaande populatie reliëf zoals deze is opgenomen in de basisregistratie topografie
Toelichting

Eigenschappen

Eigenschap Beschrijving Verplicht
Identificatie Unieke aanduiding van een reliëfzone Ja
Naam Plaatselijke naam van een reliëfzone zoals deze is vastgesteld of in het plaatselijk gebruik bekend staat Nee
Alternatieve naam Alternatieve benaming van een reliëfzone zoals deze breed is geaccepteerd in de volksmond of zoals deze bekend staat in het Fries (bij een benaming in het Nederlands) of in het Nederlands (bij een benaming in het Fries) Nee
Geometrie Geometrische representatie van het reliëfzone bekend is Ja (2D punt,lijn,vlak)
Type Hoofdkarakter van het reliëfzone Nee
Status Fase van de levenscyclus waarin een reliëfzone zich bevindt Ja

Domeinwaarden

Type

Waarde Type Beschrijving Type
Berg Min of meer op zichzelf staande sterke verheffing van het aardoppervlak
Dal Langgerekte laagte, inzinking of verdieping in het landschap tussen bergen, heuvels of hoogvlakten
Grafheuvel Voorhistorische begraafplaats in de vorm van een heuvel
Holle weg Weg die zo diep is uitgesleten dat hij tussen twee hellingen ligt als gevolg van eeuwenlang gebruik en erosie
Groeve Opengegraven gebied waaruit een delfstof gewonnen wordt
Steilrand Abrupte scheiding tussen een hooggelegen en laaggelegen gebied in het landschap, al dan niet begroeid, gevormd door diverse geologische en antropogene processen zoals riviererosie, afzettingen, vergraving en bodembewegingen
Terp Verhoging in het landschap oorspronkelijk bedoelt om de daarop gevestigde bebouwing te beschermen tegen het water

Toelichting: Een graft en grotere esranden worden opgevat als steilrand.

Status

Deze eigenschap kan alle waarden aannemen die bij de levensfase van geografische ruimten zijn benoemd

9. Transponering

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe elementen uit de huidige basisregistraties als begrip terugkomen in de samenhangende objectenregistratie. Ook wordt aangegeven als er voor is gekozen om bepaalde elementen NIET terug te laten keren in de SOR. Daarnaast zijn er nog andere bronnen waarvandaan elementen in de SOR worden overgenomen.

9.1 BGT en IMGeo

Wegdeel

In de SOR worden geen wegdelen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. In de SOR worden functie en fysiek voorkomen van wegdelen gescheiden in functionele ruimten en verharding. Bij verharding komen de plus classificaties van het fysieke voorkomen niet terug in de SOR met uitzondering van asfalt- en betonverharding. De functies van wegdelen worden in de SOR grotendeels opgenomen in het wegennetwerk als wegverbinding. Daarnaast komen enkele functies van wegdelen in de SOR terug als functionele zonering. De plus classificatie calamiteitendoorsteek komt niet terug in de SOR

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Wegdeel Functie:
OV-baan wegverbinding: type busbaan
overweg spoorzone: type overweg
spoorbaan spoorzone: type spoorbaan
baan voor vliegverkeer luchtvaartzone: type baan voor vliegverkeer
rijbaan autosnelweg wegverbinding: type autosnelweg
rijbaan autosnelweg verbindingsweg wegverbinding: type verbindingsbaan
rijbaan autosnelweg calamiteitendoorsteek vervalt
rijbaan autoweg wegverbinding: type autoweg
rijbaan autoweg verbindingsweg wegverbinding: type verbindingsbaan
rijbaan autoweg calamiteitendoorsteek vervalt
rijbaan regionale weg wegverbinding: type gebiedsontsluitingsweg open / gesloten
rijbaan regionale weg verbindingsweg wegverbinding: type verbindingsbaan
rijbaan regionale weg verkeersdrempel wegzone: type verkeersdrempel
rijbaan lokale weg wegverbinding: type erftoegangsweg
rijbaan lokale weg verkeersdrempel wegzone: type verkeersdrempel
fietspad wegverbinding: type fietspad
voetpad wegverbinding: type voetpad
voetpad op trap wegverbinding: type voetpad
ruiterpad wegverbinding: type ruiterpad
parkeervlak verkeerskundig functionele zone: type parkeervlak / parkeerplaats
voetgangersgebied wegverbinding: type voetgangerszone
inrit verkeerskundig functionele zone: type inrit
woonerf verkeerskundig functionele zone: type woonerf
Wegdeel Fysiek voorkomen:
gesloten verharding asfalt verharding: asfaltverharding
cementbeton verharding: betonverharding
open verharding betonstraatstenen verharding: elementenverharding
gebakken klinkers verharding: elementenverharding
tegels verharding: elementenverharding
sierbestrating verharding: elementenverharding
beton element verharding: elementenverharding
half verhard grasklinkers verharding: halfverharding
schelpen verharding: halfverharding
puin verharding: halfverharding
grind verharding: halfverharding
gravel verharding: halfverharding
onverhard boomschors verharding: halfverharding
zand verharding: onverhard

Ondersteunend wegdeel

In de SOR worden geen ondersteunende wegdelen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. In de SOR worden functie en fysiek voorkomen van ondersteunende wegdelen gescheiden in functionele ruimten en verharding of begroeiing. Bij verharding komen de plus classificaties van het fysieke voorkomen niet terug in de SOR met uitzondering van asfalt- en betonverharding. Bij begroeiing komen de BGT- en de plus classificaties van het fysieke voorkomen niet terug, maar worden vervangen door struiken of gras- en kruidachtigen. Beide functies van ondersteunend wegdeel komen in de SOR terug als een type bij functionele ruimte wegzone.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Ondersteunend wegdeel Functie:
verkeerseiland wegzone: type verkeerseiland
berm wegzone: type berm
Ondersteunend wegdeel Fysiek voorkomen:
gesloten verharding asfalt verharding: asfaltverharding
cementbeton verharding: betonverharding
open verharding betonstraatstenen verharding: elementenverharding
gebakken klinkers verharding: elementenverharding
tegels verharding: elementenverharding
sierbestrating verharding: elementenverharding
beton element verharding: elementenverharding
half verhard grasklinkers verharding: halfverharding
schelpen verharding: halfverharding
puin verharding: halfverharding
grind verharding: halfverharding
gravel verharding: halfverharding
onverhard boomschors verharding: halfverharding
zand verharding: onverhard
groenvoorziening bosplantsoen bos
gras- en kruidachtigen gras- en kruidachtigen
planten struiken
struikrozen struiken
heesters struiken
bodembedekkers struiken

Spoor Het spoor uit BGT|IMGeo 2.2 wordt in de SOR opgenomen als spoorwegennetwerk. De functies (trein, sneltram, tram) vervallen. Er komen twee nieuwe type spoorverbinding voor terug: nationaal spoor en lokaal spoor. De plus classificatie havenkraan komt niet terug in de SOR.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Spoor Functie
trein spoorverbinding: type nationaal spoor
sneltram spoorverbinding: type lokaal spoor
tram spoorverbinding: type lokaal spoor
(haven)kraan vervalt

Onbegroeid terreindeel

In de SOR worden geen onbegroeide terreindelen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. In de SOR wordt fysiek voorkomen erf een onbepaald terrein, en de overige fysieke voorkomens komen terug als verharding, begroeiing of landschappelijk gebied.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Onbegroeid terreindeel Fysiek voorkomen:
erf onbepaald terrein
gesloten verharding asfalt verharding: asfaltverharding
cementbeton verharding: betonverharding
kunststof verharding: kunststofverharding
open verharding betonstraatstenen verharding: elementenverharding
gebakken klinkers verharding: elementenverharding
tegels verharding: elementenverharding
sierbestrating verharding: elementenverharding
beton element verharding: elementenverharding
half verhard grasklinkers verharding: halfverharding
schelpen verharding: halfverharding
puin verharding: halfverharding
grind verharding: halfverharding
gravel verharding: halfverharding
onverhard boomschors verharding: halfverharding
zand verharding: onverhard
zand strand en strandwal onbegroeide grond
zandverstuiving onbegroeide grond

Begroeid terreindeel

In de SOR worden geen begroeide terreindelen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. In de SOR komen de fysieke voorkomens terug als begroeiing. Het fysieke voorkomen groenvoorziening komt in de SOR niet terug, maar wordt opgenomen als struiken of gras- en kruidachtigen.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Begroeid terreindeel Fysiek voorkomen:
loofbos bos: type loofbos
loofbos griend en hakhout bos: type griend en hakhout
gemengd bos bos: type gemengd bos
naaldbos bos: type naaldbos
heide heide
struiken struiken
houtwal houtsingel
duin open duinvegetatie gras- en kruidachtigen of struiken of onbegroeide grond
gesloten duinvegetatie gras- en kruidachtigen of struiken of onbegroeide grond
grasland overig gras- en kruidachtigen
moeras moeras
rietland rietland
kwelder getijdengebied: type schor
fruitteelt laagstam boomgaarden fruit- en kweekboom: fruitkwekerij met lage opstand
hoogstam boomgaarden fruit- en kweekboom: hoogstam boomgaarden
wijngaarden fruit- en kweekboom: fruitkwekerij met lage opstand
klein fruit fruit- en kweekboom: fruitkwekerij met lage opstand
boomteelt fruit- en kweekboom: boomkwekerij
bouwland akkerbouw akkerland
braakliggend akkerland
vollegrondsteelt akkerland
bollenteelt akkerland
grasland agrarisch gras- en kruidachtigen
groenvoorziening bosplantsoen bos
gras- en kruidachtigen gras- en kruidachtigen
planten struiken
struikrozen struiken
heesters struiken
bodembedekkers struiken

Waterdeel

Het waterdeel uit BGT|IMGeo 2.2 wordt in de SOR opgenomen als oppervlaktewater. Het type greppel/droge sloot komt in de SOR terug als eigenschap watervoerend bij watergang type sloot. De plus classificatie ‘meer, plas, ven, vijver’ wordt in de SOR uitgesplitst in aparte typen. De plus classificatie haven komt niet terug als watervlakte, maar als functionele ruimte complex, type havencomplex.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Waterdeel Type:
zee watervlakte: type zee
waterloop rivier watergang: type rivier
sloot watergang: type sloot
kanaal watergang: type kanaal
beek watergang: type beek
gracht watergang: type gracht
bron bron
watervlakte haven complex: type havencomplex
meer, plas, ven, vijver watervlakte: type meer, type plas, type ven, type vijver
greppel/droge sloot watergang: type sloot

Ondersteunend waterdeel

In de SOR worden geen ondersteunende waterdelen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. In de SOR worden functie en fysiek gescheiden. Dit betekent dat oever/slootkant een functionele ruimte oeverzone wordt en in het reële deel van de SOR wordt opgenomen of de oever verharding of begroeiing betreft. Slik komt in de SOR bij oppervlaktewater terug als getijdengebied van type slik.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Ondersteunend waterdeel oever/slootkant oeverzone
slik getijdengebied: type slik

Pand

Het pand uit BGT|IMGeo 2.2 is in de SOR opgenomen als reël object gebouw.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Pand Grondvlaksituatie van BAG-pand Gebouw

Overig Bouwwerk

In de SOR worden geen overige bouwwerken opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. Alle objecten met uitzondering van de plus classificatie voedersilo komen terug als object in de SOR. Overkapping en open loods zijn open bouwwerken in de SOR. Plus classificatie schuur komt terug als typering bij gebouw. Opslagtank, bezinkbak, bassin en bunker komen één op één in de SOR terug. Windturbine komt terug als installatie van type windturbine, en de winturbinemast komt in de SOR bij mast. Lage trafo is in de SOR een installatie van type kast.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Overig bouwwerk Type:
overkapping (maaiveldgeometrie) open bouwwerk: type overkapping
open loods open bouwwerk: type open loods
opslagtank opslagtank
bezinkbak reservoir
windturbine mast en installatie: type windturbine
lage trafo installatie: type kast
bassin zwembad of dok
Niet BGT bunker gebouw: type vestingsgebouw, bunker
Niet BGT voedersilo vervalt
Niet BGT schuur gebouw: type bijgebouw, schuur

Scheiding

In de SOR worden geen scheidingen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. In de SOR worden functie en fysiek gescheiden, dit betekent voor scheidingen dat deze in de SOR zijn opgenomen als een reëel object met een functionele zonering kering, reducering of afscheiding. In de SOR geen onderscheid tussen hek en raster, deze komen in de SOR terug als omheining.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Scheiding Type:
muur muur
kademuur waterstaatkundig kunstwerk: type kademuur
damwand waterstaatkundig kunstwerk: type damwand
geluidsscherm scherm
walbescherming waterstaatkundig kunstwerk: type walbescherming
hek omheining
Niet BGT draadraster omheining
Niet BGT faunaraster omheining

Overbruggingsdeel

In de SOR komt overbruggingsdeel zoals in BGT|IMGeo 2.2 is opgenomen terug als overbrugging (de plus classificaties Hoort bij type overbrugging) en als kunstwerkdeel (de plus classificaties Type overbruggingsdeel).

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Overbruggingsdeel overbruggingsdeel Hoort bij type overbrugging:
brug overbrugging: type brug
aquaduct overbrugging: type aquaduct
viaduct overbrugging: type viaduct
ecoduct overbrugging: type ecoduct
fly-over overbrugging: type fly-over
Type Overbruggingsdeel: kunstwerkdeel
dek kunstwerkdeel: type dek
landhoofd kunstwerkdeel: type landhoofd
pijler kunstwerkdeel: type pijler
sloof kunstwerkdeel: type sloof
pyloon kunstwerkdeel: type pyloon

Tunneldeel

Het tunneldeel uit BGT|IMGeo 2.2 is in de SOR opgenomen als ondertunneling van type tunnel.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Tunneldeel Tunneldeel ondertunneling: type tunnel

Kunstwerkdeel

In de SOR worden geen kunstwerkdelen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. (Voor het kunstwerkdeel in de SOR zie bij overbruggingsdeel.) met uitzondering van de plus classificatie faunavoorziening komen de kunstwerkdelen uit BGT|IMGeo wel terug in de SOR. Voor perron geldt dat dit in de SOR verharding is met functie perron. De overige kunstwerkdelen komen in de SOR terug als reële objecten waterstaatkundig kunstwerk, overbrugging, ondertunneling of mast.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Kunstwerkdeel Type:
hoogspanningsmast mast
gemaal waterstaatkundig kunstwerk: type gemaal
perron spoorzone: type perron
sluis waterstaatkundig kunstwerk: type sluis
strekdam waterstaatkundig kunstwerk: type strekdam
steiger waterstaatkundig kunstwerk: type steiger
stuw waterstaatkundig kunstwerk: type stuw
Niet BGT keermuur waterstaatkundig kunstwerk: type keermuur
Niet BGT overkluizing overbrugging: type overkluizing
Niet BGT duiker ondertunneling: type duiker
Niet BGT faunavoorziening vervalt
Niet BGT vispassage waterstaatkundig kunstwerk: type vispassage
Niet BGT bodemval waterstaatkundig kunstwerk: type bodemval
Niet BGT coupure waterstaatkundig kunstwerk: type coupure
Niet BGT ponton waterstaatkundig kunstwerk: type ponton
Niet BGT voorde waterstaatkundig kunstwerk: type voorde

Functioneel gebied

Het type kering (BGT classificatie) komt in de SOR terug als functionele zonering kering van type water. De volgende typen van functionele gebieden (plus classificaties) komen niet terug in de SOR

De andere typen van functionele gebieden (plus classificaties) komen terug in SOR als een type van functionele zonering. Waarbij type carpoolplaats in de SOR een parkeerplaats wordt en benzinestation in de SOR een tankstation wordt.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Functioneel Gebied Type:
kering kering
Niet BGT bedrijvigheid vervalt
Niet BGT natuur en landschap vervalt
Niet BGT landbouw vervalt
Niet BGT bewoning vervalt
Niet BGT infrastructuur verkeer en vervoer vervalt
Niet BGT infrastructuur waterstaatswerken vervalt
Niet BGT waterbergingsgebied waterbergingsgebied
Niet BGT maatschappelijke en/of publieksvoorziening vervalt
Niet BGT recreatie recreatiezone
Niet BGT begraafplaats begraafplaats
Niet BGT functioneel beheer vervalt
Niet BGT functioneel beheer: hondenuitlaatplaats vervalt
Niet BGT recreatie: speeltuin recreatiezone: speeltuin
Niet BGT recreatie: park recreatiezone: park
Niet BGT recreatie: sportterrein recreatiezone: sportterrein
Niet BGT recreatie: camping recreatiezone: camping
Niet BGT recreatie: bungalowpark recreatiezone: bungalowpark
Niet BGT recreatie: volkstuin recreatiezone: volkstuin
Niet BGT bushalte verkeerskundig functionele zone: type halteplaats
Niet BGT carpoolplaats verkeerskundig functionele zone: type parkeerplaats
Niet BGT benzinestation verkeerskundig functionele zone: type tankstation
Niet BGT verzorgingsplaats verkeerskundig functionele zone: type verzorgingsplaats

Bak

In de SOR worden geen bakken opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. De bakken uit de BGT|IMGeo 2.2 kunnen in de SOR als straatmeubilair worden opgenomen, echter zonder nadere typering. Bakken van type afval apart plaats en container komen in de SOR terug als een nieuw begrip afvalcontainer.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Bak Type:
Niet BGT afval apart plaats afvalcontainer
Niet BGT afvalbak straatmeubilair, type afvalbak
Niet BGT drinkbak vervalt
Niet BGT bloembak straatmeubilair
Niet BGT zand- / zoutbak straatmeubilair
Niet BGT container afvalcontainer

Bord

In de SOR worden geen borden opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. Dit betekent dat de verschillende typeringen niet meer terugkomen in de SOR, maar als deze borden aan een paal bevestigd waren kan de locatie van de paal worden opgenomen in de SOR als paal.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Bord Type:
Niet BGT informatiebord vervalt
Niet BGT plaatsnaambord vervalt
Niet BGT straatnaambord vervalt
Niet BGT verkeersbord vervalt
Niet BGT scheepvaartbord vervalt
Niet BGT verklikker transportleiding vervalt
Niet BGT reclamebord vervalt
Niet BGT wegwijzer vervalt
Niet BGT waarschuwingshek vervalt
Niet BGT dynamische snelheidsindicator vervalt

Gebouwinstallatie

De BGT|IMGeo gebouwinstallaties worden in de SOR opgenomen als eigenschap Aard bij gebouwcomponent. De luifel wordt opgenomen als afdak.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Gebouwinstallatie Type:
Niet BGT bordes gebouwcomponent: aard bordes
Niet BGT luifel gebouwcomponent: aard afdak
Niet BGT toegangstrap gebouwcomponent: aard toegangstrap

Installatie

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Installatie Type:
Niet BGT pomp Installatie: type pomp
Niet BGT zonnepaneel Installatie: type zonnepanelen

Kast

In de SOR worden geen kasten opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. De kasten uit de BGT|IMGeo 2.2 worden in de SOR als installatie van type kast opgenomen, echter zonder nadere typering.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Kast Type:
Niet BGT CAI-kast installatie: type kast
Niet BGT elektrakast installatie: type kast
Niet BGT gaskast installatie: type kast
Niet BGT telecom kast installatie: type kast
Niet BGT rioolkast installatie: type kast
Niet BGT openbare verlichtingkast installatie: type kast
Niet BGT verkeersregelinstallatiekast installatie: type kast
Niet BGT telkast installatie: type kast
Niet BGT GMS kast installatie: type kast

Mast

In de SOR zijn masten constructies van het type open of gesloten constructie en worden masten niet zoals in de BGT|IMGeo getypeerd naar de functie. Dit betekent dat de verschillende typeringen niet meer terugkomen in de SOR, maar de constructie mast wel.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Mast Type:
Niet BGT bovenleidingmast vervalt
Niet BGT laagspanningsmast vervalt
Niet BGT straalzender vervalt
Niet BGT zendmast vervalt
Niet BGT radarmast vervalt

Paal

In de SOR worden palen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen, opgenomen als paal zonder nadere typering. De BGT|IMGeo palen van type lichtmast en sirene komen in de SOR terug, naast paal als installaties.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Paal Type:
Niet BGT lichtmast paal en installatie: type verlichtingsarmatuur
Niet BGT telpaal vervalt
Niet BGT portaal paal
Niet BGT verkeersregelinstallatiepaal paal
Niet BGT verkeersbordpaal paal
Niet BGT poller vervalt
Niet BGT haltepaal paal
Niet BGT vlaggenmast vervalt
Niet BGT afsluitpaal vervalt
Niet BGT praatpaal vervalt
Niet BGT hectometerpaal vervalt
Niet BGT dijkpaal vervalt
Niet BGT drukknoppaal vervalt
Niet BGT grensmarkering vervalt
Niet BGT sirene installatie: type sirene

Put

In de SOR worden putten opgenomen als putdeksel, echter zonder nadere typering.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Put Type:
Niet BGT benzine- / olieput putdeksel
Niet BGT brandkraan / -put putdeksel
Niet BGT drainageput putdeksel
Niet BGT gasput putdeksel
Niet BGT inspectie- / rioolput putdeksel
Niet BGT kolk putdeksel
Niet BGT waterleidingput putdeksel

Sensor

In de SOR worden geen sensoren opgenomen.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Sensor Type:
Niet BGT camera vervalt
Niet BGT debietmeter vervalt
Niet BGT hoogtedetectieapparaat vervalt
Niet BGT detectielus vervalt
Niet BGT weerstation vervalt
Niet BGT flitser vervalt
Niet BGT waterstandmeter vervalt
Niet BGT windmeter vervalt
Niet BGT lichtcel vervalt
Niet BGT GMS sensor vervalt
Niet BGT radar detector vervalt

Straatmeubilair

In de SOR wordt alleen straatmeubilair van type: abri, bank, fietsparkeerplaats, fontein, herdenkingsmonument, kunstobject, openbaar toilet, picknicktafel en speelvoorziening opgenomen. Het overige straatmeubilair kan zonder nadere typering worden opgenomen in de SOR.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Straatmeubilair Type:
Niet BGT abri straatmeubilair: type abri
Niet BGT bolder vervalt
Niet BGT brievenbus straatmeubilair
Niet BGT fietsenrek straatmeubilair: type fietsen parkeerplaats
Niet BGT kunstobject straatmeubilair: type kunstobject
Niet BGT openbaar toilet straatmeubilair: type openbaar toilet
Niet BGT slagboom straatmeubilair
Niet BGT speelvoorziening straatmeubilair: type speelvoorziening
Niet BGT telefooncel straatmeubilair
Niet BGT bank straatmeubilair: type bank
Niet BGT picknicktafel straatmeubilair: type picknicktafel
Niet BGT fontein straatmeubilair: type fontein
Niet BGT lichtpunt installatie: type verlichtingsarmatuur
Niet BGT parkeerbeugel straatmeubilair
Niet BGT betaalautomaat straatmeubilair
Niet BGT reclamezuil straatmeubilair
Niet BGT fietsenkluis straatmeubilair: type fietsen parkeerplaats
Niet BGT herdenkingsmonument straatmeubilair: type herdenkingsmonument

Waterinrichtings-element

In de SOR worden geen waterinrichtings-elementen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. De waterinrichtingselementen van het type remmingswerk en geleidewerk komen in de SOR als geleideconstructie. Het waterinrichtingselement vuilvang komt in de SOR als waterstaatkundig kunstwerk van het type vuilvang. De waterinrichtingselementen van type betonning, meerpaal en hoogtemerk komen niet terug.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Waterinrichtings-element Type:
Niet BGT remmingswerk geleideconstructie
Niet BGT betonning vervalt
Niet BGT geleidewerk geleideconstructie
Niet BGT vuilvang waterstaatkundig kunstwerk: type vuilvang
Niet BGT meerpaal vervalt
Niet BGT hoogtemerk vervalt

Weginrichtings-element

In de SOR worden geen weginrichtings-elementen opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. De typen molgoot, wegmarkering, rooster, boomspiegel, verblindingswering komen niet terug in de SOR. Het weginrichtingselement van het type geleideconstructie komt in de SOR als geleideconstructie. Lijnafwatering komt terug als putdeksel, wildrooster komt terug als functionele wegzone, type wildrooster, balustrade komt terug als muur of omheining met eigenschap valbescherming.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Weginrichtings-element Type:
Niet BGT molgoot vervalt
Niet BGT lijnafwatering putdeksel
Niet BGT wegmarkering vervalt
Niet BGT wildrooster functionele wegzone: type wildrooster
Niet BGT rooster vervalt
Niet BGT geleideconstructie geleiderconstructie
Niet BGT balustrade omheining
Niet BGT boomspiegel vervalt
Niet BGT verblindingswering vervalt

Vegetatieobject

In de SOR worden geen vegetatieobjecten opgenomen zoals in BGT|IMGeo 2.2 zijn opgenomen. Boom is opgenomen als aparte object bij begroeiing en haag is opgenomen als indicatie bij struiken.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Vegetatieobject Type:
Niet BGT boom boom
Niet BGT haag struiken

Registratieve ruimte

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
Buurt Niet BGT Buurt
Openbare Ruimte Niet BGT Openbare ruimte
Stadsdeel Niet BGT Bebouwingskern: type stadsdeel
Waterschap Niet BGT Waterschap
Wijk Niet BGT Wijk

.

Object BGT classificatie (verplicht) Plus classificatie (optioneel) SOR-begrip in dit document
kruinlijn: lijn vervalt
op talud: ja/nee vervalt
Overbrugging is beweegbaar J/N eigenschap van overbrugging

9.2 BAG

In de SOR worden BAG-objecten opgenomen als registratieve ruimten, met uitzondering van het BAG-pand, dit wordt in de SOR opgenomen als een reëel object gebouw. De lig- en standplaats worden samengevoegd tot benoemde plaats en worden onderscheiden door een aparte typering.

BAG object SOR-begrip in dit document
woonplaats woonplaats
openbare ruimte openbare ruimte
nummeraanduiding nummeraanduiding
pand gebouw
ligplaats benoemde plaats: type drijvend object
standplaats benoemde plaats: type mobiel object
verblijfsobject verblijfsobject

9.3 BRT

De transponering vanuit de BRT zal op een later moment worden toegevoegd op basis van de resultaten van het traject BRT.Next.

9.4 Nieuw in de SOR

Hier worden de begrippen aangeduid die nieuw zijn ten opzichte van de begrippen uit de basisregistraties waaruit de SOR is doorontwikkeld. Het gaat daarbij om dingen in de werkelijkheid die voorheen in de basisregistraties nog niet waren opgenomen.

Het gaat NIET om dingen in de werkelijkheid die al waren opgenomen maar die nu van een ándere begripsnaam zijn voorzien. Deze worden in de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk al geduid.

Deze opsomming verwijst naar begrippen uit de index van het document. Indien een begrip een verbijzondering is van een begrip uit de index, wordt dit aangegeven door de naam uit de index gevolgd door een dubbele punt en de naam van het begrip.

9.4.1 Reële objecten

  • Bomenrij
  • Tuunwal
  • Bouwlaag
  • Ruimte
  • Gebouwcomponent: dakkapel
  • Gebouwcomponent: laadperron
  • Gebouwcomponent: loopbrug
  • Toegangsdeur
  • Open bouwwerk: parkeergarage
  • Kunstwerkdeel: sluisdeur
  • Kunstwerkdeel: schutkolk
  • Waterstaatkundig kunstwerk
  • Waterstaatkundig kunstwerk: vaste dam
  • Waterstaatkundig kunstwerk: schot
  • Waterstaatkundig kunstwerk: dijklichaam
  • Waterstaatkundig kunstwerk: stormvloedkering
  • Installatie: sirene
  • Installatie: verlichtingsarmatuur
  • Installatie: lift
  • Installatie: oplaadpunt

9.4.2 Functionele ruimten

  • Transportruimten: weg
  • Transportruimten: spoorweg
  • Gebouwzone
  • Verkeerskundig functionele zone: halteplaats
  • Verkeerskundig functionele zone: overstapplaats
  • Verkeerskundig functionele zone: snellaadstation
  • Verkeerskundig functionele zone: tolplaats
  • Verkeerskundig functionele zone: tankstation
  • Spoorzone: emplacement
  • Luchtvaartzone: luchthaven
  • Complex
  • Gebruikszone oppervlaktewater
  • Oppervlaktewaterlichaam
  • Reducering

9.4.3 Registratieve ruimten

  • Wijk
  • Buurt

Bestuurlijk gebied

  • Rijk
  • Provincie
  • Waterschap
  • Gemeente
  • Veiligheidsregio

Bestuurlijk gebied op zee

  • Nederlandse territoriale zee
  • Nederlandse aansluitende zone
  • Nederlandse exclusieve economische zone
  • Nederlands continentaal plat

9.4.4 Geografische ruimten

  • Bebouwingskern
  • Streek
  • Landschappelijk gebied: Bosgebied
  • Landschappelijk gebied: Cultuurlandschap
  • Landschappelijk gebied: Duingebied
  • Landschappelijk gebied: Eiland
  • Landschappelijk gebied: Heidegebied
  • Landschappelijk gebied: Landgoed
  • Landschappelijk gebied: Polder
  • Landschappelijk gebied: Strand
  • Landschappelijk gebied: Watergebied
  • Landschappelijk gebied: Zandverstuiving
  • Reliëfzone: Berg
  • Reliëfzone: Dal
  • Reliëfzone: Grafheuvel
  • Reliëfzone: Holle weg
  • Reliëfzone: Groeve
  • Reliëfzone: Steilrand
  • Reliëfzone: Terp

9.5 Niet opnemen in SOR

De volgende, in BGT|IMGeo 2.2 opgenomen typeringen, zijn niet meer opgenomen in de SOR:

10. Bijlagen

10.1 Lijst met afkortingen

Afkorting Beschrijving
AHN Actueel Hoogtebestand Nederland
BAG Basisregistratie Adressen en Gebouwen
BGT Basisregistratie Grootschalige Topografie
BOR Beheer van de Openbare Ruimte
BRT BasisRegistratie Topografie
BRT.Next nieuwe vorm van Basisregistratie Topografie
CRS CoördinaatReferentieSysteem
DiSGeo Doorontwikkeling in Samenhang van de Geo-basisregistraties
ETRS89 European Terrestrial Reference System 1989
LoD Level of Detail
LR Lineair Referencing
NAP Normaal Amsterdams Peil
NEN 2660 Ordeningsregels voor gegevens in de bouw - Termen, definities en algemene regels
NEN 3610 Basismodel voor geo-informatiemodellen
NTA 8035 Semantische gegevensmodellering in de gebouwde omgeving
NWB Nationaal WegenBestand
PBP PlaatsBepalingsPunt
RD Coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting
SOR Samenhangende ObjectenRegistratie
UOI Unieke Object Identificatie
WOZ Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken

10.2 Gebruikte werkdocumenten